Asi Es 2 Palabras Modulo 5 p2 Flashcards Preview

Así Es 2 > Asi Es 2 Palabras Modulo 5 p2 > Flashcards

Flashcards in Asi Es 2 Palabras Modulo 5 p2 Deck (128):
1

notitieboekje

la libreta - el cuadernillo

2

gebeuren

pasar - producirse - ocurrir

3

ingeval dat

en (el) caso de que + subj.

4

kom nou

venga

5

louter

solo - puro - simple

6

luisteren naar (gehoorzamen)

hacer caso a

7

meezitten

marchar bien

8

met iemands zaken bemoeien - zich

meterse en los asuntos de u.p.

9

minimum

mínimo m

10

mits

con tal de que + subj. - siempre que + subj.

11

mogelijk

posible

12

normaal

normal - natural

13

op voorwaarde dat

a condición de que + subj. - con tal de que + subj. - siempre que + subj.

14

opzeggen

anular

15

overkómen

pasar - ocurrir

16

pot (voor de bijdrage)

el bote

17

recital

el recital

18

respect

el respeto

19

respect tonen

mostrar respeto

20

ruzie

discusión

21

ruzie maken

discutir

22

tenzij

a no ser que

23

uit nieuwsgierigheid

por curiosidad

24

uitzondering

la excepción

25

verbieden

prohibir

26

volwassen

adulto - adulta, mayor

27

voor het geval dat

por si las moscas

28

voortdurend

a todas horas - constante

29

voortzetten

continuar (ú)

30

voorwendsel

el pretexto

31

aandacht vestigen op

resaltar

32

aanleiding

el motivo

33

aanrijding

el atropello - la colisión

34

afstand

la distancia

35

alarmeren

alertar (sobre)

36

als het erop aankomt om

a la hora de

37

autorijschool

la autoescuela

38

autosnelweg

la autopista

39

autoweg

la autovía

40

bemoeilijken

dificultar

41

benadrukken (onderstrepen)

destacar

42

beoordelen

evaluar (ú)

43

betrokken zijn

intervenir

44

bewaking

la vigilancia

45

bijdragen

aportar - concurrir

46

boete

la multa

47

bon (bekeuring)

la multa

48

botsing

la colisión

49

campagne

la campaña

50

campagne voeren

llevar una campaña

51

concentratie

la concentración

52

continu

continuado - continuada

53

corrigerend

corrector

54

data

los datos

55

dodelijk

mortal

56

element

el factor

57

factor

el factor

58

fietspad

el carril bici

59

fietsstrook

el carril bici

60

fout

el error

61

gegevens

los datos

62

gevaar

el peligro

63

heet hangijzer

la asignatura pendiente

64

in gang zetten

emprender

65

in het oog springen

destacar

66

inhouden (hebben)

suponer

67

invloed hebben op

influir en

68

lens

la lentilla

69

met het oog op

de cara a

70

onafgebroken

continuado - continuada

71

onoplettendheid

la distracción

72

oog-

ocular

73

onderstrepen

subrayar - destacar

74

ongeluk

el accidente - el siniestro

75

opvallen

destacar

76

overweging

la consideración

77

parkeermeter

el parquímetro

78

pechstrook (B)

el arcén

79

prikkeling

el picor

80

publiceren

publicar

81

radar

el radar

82

raming

la estimación

83

reactie

la reacción

84

reden

la razón - el motivo

85

rijbaan

el carril

86

rijstrook

el carril

87

risico

el riesgo

88

rotonde

la glorieta - la rotonda

89

schatting

la estimación

90

stijging

el aumento

91

stoplicht

el semáforo

92

symptoom

el síntoma

93

taxistandplaats

la parada de taxi

94

toename

el aumento

95

toezicht

la vigilancia

96

tram

el tranvía

97

trottoir

la acera

98

vak waarvoor men nog niet geslaagd is

la asignatura pendiente

99

van de weg geraken

la salida de la vía

100

van invloed zijn op

incidir en

101

vaststellen

comprobar (ue) - registrar

102

verdubbeld worden

duplicarse

103

vergissing

el error

104

verhogen

aumentar

105

verhoging

el aumento - la subida

106

verkeersborden

las señales de tráfico

107

verkeerslicht

el semáforo

108

verkeersplein

la glorieta - la rotonda

109

verkeerspolitie (in de stad)

la policía urbana - guardia urbano

110

verkeersreglement

el código de circulación

111

vermogen

la capacidad - la potencia

112

vermoeidheid

el cansancio - la fatiga

113

veronderstellen

suponer

114

veroorzakend

desencadenante

115

verplichte verzekering

el seguro obligatorio

116

verschuiving

desplazamiento

117

verstrooidheid

la distracción

118

verwittigen (B)

avisar - advertir (ie - i)

119

vluchtstrook

el arcén

120

voertuig

el vehículo

121

voetganger

el peatón

122

voorbijganger

el/la transeúnte

123

voorkomen (verhinderen)

evitar - prevenir

124

voorstelling

la presentación

125

waarschuwen (voor)

avisar - advertir (ie - i) (de)

126

weg

al camino - la vía

127

wegenbelasting

el impuesto de circulación

128

zebrapad

el paso cebra