Asi Es 2 Palabras Modulo 6 p1 Flashcards Preview

Así Es 2 > Asi Es 2 Palabras Modulo 6 p1 > Flashcards

Flashcards in Asi Es 2 Palabras Modulo 6 p1 Deck (199):
1

bedenken

inventar

2

bedrinken - zich

emborracharse

3

beginnen

empezar (ie), ponerse en marcha

4

beheren

administrar

5

bekritiseren

criticar

6

beschikken over

contar (ue) con - disponer de

7

bevorderen

fomentar

8

buitensporig

abusivo - abusiva

9

buur

el vecino

10

cocktailbar

el bar de copas

11

conflict

el conflicto

12

consumeren

consumir

13

consumptie

la consumición

14

container

el contenedor

15

cuba libre

el cubata

16

definiëren

definir

17

dronken worden

emborracharse

18

drugs gebruiken

drogarse

19

dwaas

estúpido - estúpida

20

enig

único - única

21

erkennen

admitir

22

ernstig

serio - seria, grave

23

feit

el hecho

24

gaarne

gustoso - gustosa

25

genoeg hebben van

estar harto - harta de, estar hasta las narices

26

geschil

el conflicto

27

glas (materiaal)

el vidrio

28

handen voor het gezicht slaan

llevarse las manos a la cabeza

29

helft

la mitad

30

hieromtrent

al respecto

31

honger

la hambre

32

hoofdzakelijk

principalmente

33

impliceren

conllevar

34

in beweging komen

ponerse en marcha

35

inkomen

el ingreso

36

literfles (bier)

la litrona

37

met genoegen

gustoso - gustosa

38

met mate

con medida

39

minderjarige

el/la menor de edad

40

misschien

a lo mejor + ind. - quizá(s) + subj.

41

net als

igual que

42

nuttigen

consumir

43

omschrijven (definiëren)

definir

44

onenigheid

la disputa - la discordia

45

oorlog

la guerra

46

opdracht

la misión

47

politie-

policial

48

president

el presidente

49

protest

la protesta

50

realistisch

realista

51

slechte indruk maken

estar mal visto

52

sociaal

social

53

specifiek

específico - específica

54

sterker nog

es más

55

taak

la tarea - la misión

56

te binnen schieten

venir a la cabeza

57

toegeven

admitir - reconocer

58

Tsjechië

República Checa v

59

uitgaan van

partir de

60

uitgangspunt

la base

61

uitgeven

gastar

62

uitvinden

inventar

63

uitwerken

elaborar

64

verschillend

diferente - distinto - distinta

65

vervaardigen

elaborar

66

vervuiling

la suciedad

67

viezigheid

la suciedad

68

volwassene

el adulto

69

vooral

sobre todo - principalmente

70

voorleggen

presentar

71

voortbrengen

generar

72

VSA

los Estados Unidos - los EEUU

73

vuil

la suciedad

74

welnu

ahora bien - pues bien

75

werknemer

el asalariado - la asalariada

76

wet

la ley

77

zakgeld

la paga

78

zelfs

incluso - hasta

79

zolang nog niet

hasta que no

80

aanvullen (elkaar)

complementarse

81

agressief worden/doen

ponerse como una fiera

82

bedanken voor

agradecer

83

bemoeien (met) - zich

meterse (en)

84

beu zijn

estar harto - harta de, estar hasta las narices

85

dankbaar zijn voor

agradecer

86

dom

tonto - tonta - estúpido - estúpida

87

doodop

agotado - agotada

88

engel

el ángel

89

- geen moment met rust laten

no dejar respirar a u.p.

90

genoeg hebben van

estar harto - harta de, estar hasta las narices

91

het goed met elkaar kunnen vinden

entenderse

92

idioot

el/la idiota

93

laten liggen

dejar

94

logisch

lógico - lógica

95

manier

la manera

96

meer dan ooit

más que nunca

97

met rust laten

dejar en paz

98

niet met elkaar bemoeien - zich

cada uno a lo suyo

99

onbekwaam

incompetente

100

ongerust maken

preocupar

101

ontmoedigen

tocar la moral

102

op adem komen

respirar

103

op prijs stellen

agradecer

104

opluchting

el alivio

105

opmerking

el comentario

106

prima

perfecto

107

roepen

llamar - gritar

108

roofdier

el fiera

109

schreeuwen

gritar

110

seizoen (periode)

el temporada

111

slecht humeur

el malhumor

112

terzake komen

ir al grano

113

uit de band springen

desenfrenarse

114

uitblazen

respirar

115

uitgeput

agotado - agotada

116

uitstaan

soportar

117

uitstekend

excelente - de maravilla - perfecto

118

vanzelfsprekend

natural - evidente - lógico - lógica

119

verademing

el alivio

120

verdragen

aguantar - soportar

121

vierkant

cuadrado - cuadrada

122

voorbijgaan

pasar

123

voorkomend

atento - atenta

124

vrede

la paz

125

vriendelijk (voorkomend)

atento - atenta

126

waarderen (beoordelen)

apreciar

127

wijze (manier)

la manera

128

wijze (persoon)

el sabio

129

wild dier

la fiera

130

wrijving

el roce

131

zonder tegensputteren

sin rechistar

132

zorgen baren

preocupar

133

Nederlands

Spaans

134

aanstippen

sugerir (ie - i)

135

aantal

el número

136

aanvulling

el complemento

137

aanwijzing vormen

sugerir (ie - i)

138

advies

el consejo

139

afhangen van

depender de

140

afremmen

frenar

141

alsof

como si

142

antioxidant

el antioxidante

143

benadrukken (aandringen)

insistir en que

144

bepalen

fijar

145

bestrijden

combatir

146

beweging nemen

hacer ejercicio

147

biomedisch

biomédico - biomédica

148

bloed

la sangre

149

calorie

la caloría

150

cholesterol

el colesterol

151

constant

constante

152

criterium

el criterio

153

daarentegen

en cambio - por el contrario

154

dieet

el régimen - la dieta

155

dubbele

el doble

156

duidelijk maken

dejar claro

157

eenvoudig

sencillo - sencilla

158

evolutie

la evolución

159

evolutie-

evolutivo - evolutiva

160

exact

exacto - exacta

161

fysiek

físico - física

162

geestelijk

mental

163

geheugen

la memoria

164

gemakkelijk

fácil - sencillo - sencilla

165

gemiddeld

medio - media

166

giftige stof

el tóxico

167

goed voor het hart

cardioprotector

168

halen uit (behalen)

obtener de

169

hoe meer/langer ... - hoe beter

cuanto más ... - mejor

170

hormoon

la hormona

171

instandhouding

la perpetuación

172

kracht

la fortaleza

173

levensverwachting

la esperanza de vida

174

lichaamsbeweging

el ejercicio

175

lichamelijk

físico - física

176

limiet

el límite

177

lonend

rentable

178

long

el pulmón

179

mannelijk

masculino - masculina

180

menselijk

humano - humana

181

mentaal

mental

182

niet kennen

desconocer

183

niet weten

desconocer

184

nummer

el número

185

nut

el beneficio

186

oefening

el ejercicio

187

oestrogeen

el estrógeno

188

oligo-element

el oligoelemento

189

onsterfelijk

inmortal

190

onverantwoord

irresponsable

191

op die manier

de esa forma

192

organisme

el organismo

193

plannen

planear - programar

194

precies

justo - justa, exacto - exacta

195

profijt

el beneficio

196

psychologisch

psicológico - psicológica

197

raad

el consejo

198

recept

la receta

199

rendabel

rentable