Dag 5: Waarheid- en Wetenschapsfilosofie Flashcards

1
Q

Correspondentietheorie

A

Iets is waar als er een overeenkomst is tussen een bewering en een stand van zaken (de werkelijkheid)
> belangrijk: een duidelijk object > wereld/werkelijkheid, onafhankelijk van ons) en een duidelijk subject (de observator, mens)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Bezwaren op de correspondentietheorie

A

-Het gaat over feiten, maar hoe zit het met morele uitspraken. (maar: als je accepteert dat er in de ethiek niet iets is als waarheid, dan is het oke)
-Is de werkelijkheid objectief kenbaar (als onafhankelijk van ons is aangenomen)? Weten we hoe de werkelijkheid op zichzelf is en kunnen we hier een uitspraak over doen?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Coherentietheorie: wanneer is iets waarheid?

A

Iets is waar als de uitspraak samenhangt met de rest van onze kennis (eerdere uitspraken)
> netwerk van coherente uitspraken
> Als iets niet overeenkomt met andere uitspraken, dan is het geen waarheid.
> Uitspraken over eigenschappen van een object en niet van het object zelf.
> Compatibiliteit, aanvulling, ander perspectief op hetzelfde maar goed verenigbaar en niet tegensprekend

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Bezwaren over de coherentietheorie

A

-Het niet-strijdig zijn van een systeem van uitspraken is niet genoeg garantie voor de waarheid van die uitspraken.
>overeenstemmige uitspraken over een appel hoeven niet waar te zijn: bv een appel is zoet, komt van een boom en is geel spreken elkaar niet tegen maar een appel is niet geel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Pragmatische theorie: wanneer is iets waar?

A

Iets is waar als het ‘werkt’. > ‘waarheid is bruikbaarheid’.
Dus als een appelboer goede appels wilt en rode appels werken voor de verkoop, dan is een appel rood. Of als een vaccinatie werkt voor zijn doel, dan heeft de vaccinatie een beschermende functie.
> als je iets niet gebruikt, dan bestaat er geen waarheid over (geen doel > het ‘werkt’ niet)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Bezwaren op de pragmatische theorie

A

-Is het niet een erg doelmatige en instrumentele manier van denken: het kiezen welke uitkomst het meest bruikbaar is?
-Wie bepaalt de doelen?
-Welke kennis werkt wel en welke niet?
-Wanneer werkt iets? Zegt het niet iets over persoonlijke doelen?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Conventietheorie: wanneer is iets waar?

A

Iets is waar als op een gegeven moment een bepaade groep de uitspraak als waar beschouwt.
>ADHD is een stoornis, bepaald door een groep psychiaters (een afspraak)
>1970’s: crimineel gedrag hangt samen met sociaaleconomische omstandigheden en is niet genetisch bepaald (een afspraak)
>Appel is rood want het voedingscentrum heeft dat bepaald

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Bezwaar op de conventietheorie

A

-Vaak pas achteraf vast te stellen dat sommige waarheden op conventie zijn gebaseerd
-En wat zijn de machtsstructuren, ook binnen de wetenschap, die de conventie vastleggen?
-Weinig plek meer voor de bijzondere, het afwijkende. Afwijkende gedachten worden verketterd en soms zijn dat juist de waardevolle ideeën.
-Wie bepaalt dan wat waar is? en is dat de beste waarheid?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Relativistische theorie: wat is waarheid?

A

Iets is waar indien het waar is voor jou: er is geen universeel geldende waarheid.
- alles is even waardevol, het is afhankelijk van de beoordelende
-er zijn alleen percepties en iedere perceptie is even waardevol/waar.
> bv iemand met genmutatie vindt een appel zuur en iemand anders vindt een appel zoet.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Bezwaren op de relativistische theorie

A

-Er is geen absoluut ware uitspraak, dan is die uitspraak over de waarheid ook niet waar.
-Onderlinge kritiek is dan onmogelijk: de mogelijheid van kritiek is juist de motor van vooruitgang binnen de wetenschap, in hoeverre is wetenschap dan nog mogelijk, als we waarheidsclaims niet hoeven te rechtvaardigen behalve voor onszelf?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

De empirische cyclus

A

Observatie
> (inductie)
Hypothese / theorie
> (deductie)
Voorspellingen
> (toetsing)
Onderzoeksdata
> (analyse)
Evaluatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is inductie

A

Van een aantal singuliere uitspraken tot een algemene uitspraak komen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Sir Karl Popper had problemen met de empirische cyclus. Noem het inductieprobleem.

A

-We kunnen nooit alle leden van een populatie waarnemen
-Inductieprincipe is niet logisch geldig: onderzoeksresultaten kunnen nooit leiden tot een algemeen geldende uitspraak.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Correctie van het inductieprobleem van Popper

A

-Alle waarneming is theoriegeladen, dus begin met deductie vanuit een theorie. Dus bijvoorbeeld alle zwanen zijn wit, en dat weerleggen als je een zwarte zwaan ziet
-Deductie: vanuit een algemene theorie tot singuliere uitspraken komen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Falsificatieprincipe van Popper

A

Een goede wetenschappelijke theorie doet veel voorspellingen > kwetsbaar voor weerleggingen.
> Falsificeerbaarheid is het criterium voor het wetenschappelijke karakter van een theorie (in plaats van een verificatieprincipe)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Het demarcatiecriterium van Popper

A

Verschil tussen wetenschap en pseudowetenschap: falsificatiecriterium
> Pseudowetenschap gaat uit van theorieën die niet te falsificeren zijn en wetenschappers moeten bereid zijn hun theorie te laten falsificeren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Vind Popper met zijn demarcatiecriterium de pseudowetenschappen slecht?

A

Nee, het demarcatiecriterium markeert niet het verschil tussen zin en onzin. Pseudowetenschap is een andere intellectuele activiteit dan wetenschap, maar niet per se een mindere manier van kennisverwerving dan de empirische wetenschap.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Wat is volgens Popper een goede wetenschappelijke theorie?

A

Een theorie waarop veel voorspellingen kunnen worden gedaan, en die dus een grote mogelijkheid tot falsificatie heeft
>Mogelijkheid tot een cruciale test

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Corroboratiegraad

A

Hoe meer tests de theorie heeft begaan zonder weerlegging, hoe hoger de corroboratiegraad

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Popper over waarheid en theorieën

A

Criuciale tests leveren kennis van zaken de niet waar zijn (weerlegd), en voorlopige waarheden (geen zekere kennis)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Wat beschrijft Thomas S. Kuhn ten opzichte van Sir Karl Popper?

A

Popper geeft aan hoe wetenschap hoort te werken, Kuhn beschrijft hoe wetenschap daadwerkelijk werkt (aldus Kuhn)

22
Q

Verschil Popper en Kuhn over wetenschappelijke ontwikkeling

A

Popper: wetenschappelijke ontwikkeling gaat lineair.
Kuhn: loopt schoksgewijs

23
Q

Wat is normale wetenschap (Kuhn)

A

Wetenschap hoe dat meestal gedaan wordt.

24
Q

Periode van normale wetenschap kenmerken

A

Wetenschappers hebben overeenstemming over het gehele conceptuele kader (welke problemen zijn het waard om te onderzoeken? Aan welke standaarden moet het onderzoek voldoen?)

25
Q

Paradigma (Kuhn)

A

Het geheel van overtuigingen, aannames, begrippen en waarden en normen waarmee een gemeenschap van wetenschappers werkt.

26
Q

Volgens Kuhn wordt normale wetenschap niet gekenmerkt door pogingen tot falsificatie, maar door wat dan wel?

A

Door het oplossen van puzzels > net zo lang proberen tot het past.

27
Q

Anomalie

A

Een puzzelstukje wat niet past in de normale wetenschap: een afwijkende waarneming.
>Dit is geen weerlegging, want een wetenschapper die het paradigma bekritiseerd is als een timmerman die zijn gereedschap de schuld geeft.
> Wetenschappers willen de theorie behouden en zijn niet ingesteld op onverwachte zaken

28
Q

Wat gebeurt er bij opstapeling van anomalieën volgens Kuhn?

A

Crisis: de theorie is niet langer houdbaar > gevoel dat er iets wezenlijk mis is met het paradigma > als er teveel verzet is tegen het paradigma door drastische anomalieën > chaos

29
Q

Resultaat van Crisis

A

Er ontstaan 2 groepen
-Een groep die het paradigma wilt hanteren
-Een groep revolutionisten die een nieuw paradigma wil opstellen, zij luiden een periode van wetenschappelijke revolutie in

30
Q

Hoe wordt wetenschappelijke revolutie gekenmerkt (Kuhn)

A

Paradigmawisseling

31
Q

Welke drijfveren zijn vooral betrokken bij paradigmawisseling volgens Kuhn?

A

Irrationele factoren, sociaal en psychologische factoren zoals het overlijden van leidende wetenschappers of belangen van nieuwe technieken. Niet rationele factoren zoals dat het nieuwe paradigma daadwerkelijk beter is (dus niet zoals Popper zei: als een theorie wordt weerlegd dan gaan alle wetenschappers over naar een nieuwe theorie)

32
Q

Wat volgt er op een paradigmawisseling?

A

Een nieuwe periode van normale wetenschap

33
Q

Wat is er volgens Kuhn onvergelijkbaar?

A

Verschillende paradigma’s: ze zijn incommensurabel.

34
Q

Incommensurabel: Aristoteles en Newton

A

Aristoteles ziet beweging als kwalitatief en Newton als kwantitatief, dit is uit verschillende paradigma’s, dus verschillende werelden en dus niet vergelijkbaar op waarheidsgehalte of neutrale feiten.
> bv Newton werd eerst verafschuwd en later pas omarmd (na paradigmawisseling), en later brengt Einstein nieuw paradigma: eerst afzetting en daarna paradigmawisseling en omarming

35
Q

Waarom is er geen neutrale positie tussen alle paradigma’s? (Kuhn)

A

Elke paradigma heeft eigen standaarden, normen en waarden. Er bestaat dus niets als ‘neutraal’.

36
Q

Kuhn spreekt bij paradigma’s van verschillende werelden, een soort andere taal, en dat het verschil in cultuur en tijd tussen de paradigma’s zo verschillend is dat er geen vergelijkbaarheid is. Wat zou een kritiekpunt zijn?

A

Is de geneeskunde nu niet objectief veel beter dan in de Middeleeuwen? (ondanks andere paradigma’s?)

37
Q

Is Kuhn de ultieme relativist?

A

Jazeker, volgens hem bestaat er geen ultieme waarheid (waarheid is wat voor jouw (of jouw paradigma in dit geval) waar is). Bijvoorbeeld religie en wetenschap geloven elkaars bronnen niet.

38
Q

Wat zegt Kuhn over falsificatie?

A

Binnen de normale wetenschap is er geen falsificatie (er is geen kritische houding bij wetenschappers: ze willen gewoon puzzels oplossen, wel overeenstemming) en bij revolutie is er geen overeenstemming over wat als falsificatie geldt (wel kritisch vermogen tijdens revolutie maar geen overeenstemming over wat er als falsificeerbare uitspraak zou gelden > geen overeenstemming van normen, waarden en gebruikte begrippen (andere werelden, paradigma’s))

39
Q

Popper zegt dat door het falsificatiecriterium de corroboratiegraad stijgt van de theorieën, en dat we dus bij een betere beschrijving van de wereld komen, Kuhn zegt ander: namelijk:

A

We komen niet dichter bij de waarheid, maar we worden steeds beter in het oplossen van puzzels.

40
Q

Is de waarheid volgens de pragmatische theorie dat placebopillen behulpzaam zijn voor de gezondheid?

A

Indien ze een positief effect hebben, dan wel, want dan ‘werkt’ de waarheid. (U is waar indien U werkt of nuttig is)

41
Q

De aarde is bolvormig, leg dit uit volgens de correspondentietheorie

A

COR: W is objectief kenbaar, U is waar indien overeenkomst met W.
> Aarde is bolvormig, omdat er foto’s zijn van een bolvormige aarde.

42
Q

De aarde is bolvormig, leg dit uit volgens de coherentietheorie

A

COH: W heeft geen referentiekader. U is waar als er onderlinge samenhang is tussen U’s.
> Aarde is bolvormig, omdat de andere planeten en manen rond ons ook bolvormig zijn (volgens uitspraken van zekere mensen)

43
Q

De aarde is bolvormig, leg dit uit volgens de pragmatische theorie

A

PRAG: U is waar indien U werkt of nuttig is
> Aarde is bolvormig omdat de navigatie op schepen, gebaseerd op de bolle vorm van de Aarde, werkt.

44
Q

De aarde is bolvormig, leg dit uit volgens de conventietheorie

A

CON: U is waar als er over U consensus is
> de Aarde is bolvormig, omdat een groot deel wetenschappers dat zegt (afspraak)

45
Q

Waar ligt de eerste verwachting al volgens Popper? (observaties zijn theoriegeladen…)

A

Al bij de geboorte, je hele leven lang. Daarna de weerlegging en aanpassing van de voorspelling volgens de wetenschap en falsificatiecriterium (demarcatie, onderscheid wetenschap en pseudowetenschap)

46
Q

Een theorie moet volgens Popper zo veel mogelijk …. bevatten

A

Empirisme: mogelijkheid tot weerlegbare voorspellingen via cruciale tests

47
Q

Bepaling corroboratiegraad aan de hand van …

A

-Aantal cruciale tests die de theorie heeft begaan
-Hangt samen met de onwaarschijnlijkheid: hoe onwaarschijnlijker de voorspelling, en toch blijft staan na de test, hoe hoger de corroboratiegraad (zwaardere weging van de test)

48
Q

Popper is een rationalist. Dat is …

A

Iemand die begint bij theorieën: kritiek leveren op de wetenschap hun verificatieprincipe

49
Q

Kritieken op Popper

A

-Inductie is onontkoombaar: waarom observatie boven theorie: als een zwarte zwaan de uitspraak dat zwanen wit zijn weerlegd, dan redeneer je ook inductief.
-Welk deel wordt weerlegd? > Duhem-Quine stelling: als je in een telescoop ziet dat de positie van een planeet niet overeenkomt met de theorie dan zou Popper de theorie over de planeet weerleggen, maar kan de theorie over de beeldvorming via de telescoop niet worden weerlegd (een theorie bestaat al uit een netwerk van theorieën)
-Pseudowetenschappen zijn soms wel falsificeerbaar, want Freud zijn patiënten waren vaak genezen volgens zijn niet te weerleggen trauma herlevings theorie
-Wetenschappelijke uitspraken zijn niet altijd falsificeerbaar maar wel informatief: er bestaan bacteriën.
-Wetenschappers verzinnen hulphypotheses en immuniseren.

50
Q

Leven verschillende paradigma’s in een verschillende werkelijkheid?

A

Nee, maar er worden andere betekenissen aan dezelfde werkelijkheid gegeven.

51
Q

Kritieken op Kuhn

A

-Nieuwe technieken > belang van een nieuwe techniek is een reden voor paradigmawisseling zoals DNA sequencing of CRISPR Cas.
-Paradigma’s zijn wél vergelijkbaar: het zijn dingen die we hetzelfde zien maar anders interpreteren, ondanks dit kan er wel vergeleken worden en erover worden gepraat

52
Q

Overeenkomst Popper en Kuhn

A

Na te veel afwijkende waarnemingen zal de theorie of hypothese moeten worden aangepast.
> de waarheid van een theorie is niet eenduidig en is niet een eeuwige zekerheid