Examenvragen - Hoofdvragen Flashcards Preview

Splanchnologie > Examenvragen - Hoofdvragen > Flashcards

Flashcards in Examenvragen - Hoofdvragen Deck (13):
1

Klinisch georiënteerde vraag: Een boer belt jou op en meldt dat zijn Belgisch Witblauwe rund ademhalingsproblemen vertoont. De dieren hebben buitenloop naast een vrij drukke baan. Bij aankomst blijkt dat het dier ook af en toe naar de buikregio stampt en vertoont het tevens koorts. Bij auscultatie worden zowel ter hoogte van de thorax als het abdomen vreemde geluiden gehoord. Het is al een paar dagen aan de gang en een andere dierenarts had het dier reeds behandeld voor pneumonie, zonder resultaat. Wat is volgens jou de meest waarschijnlijke diagnose? Beschrijf tevens hoe de betrokken structuren zich situeren tov de omliggende structuren.


 

Het gaat om een traumatische reticulo-pericarditis. Dit betekent dat een scherp voorwerp door de netmaag heeft gestoken, aangezien deze vlakbij het diafragma en nog meer craniaal bij het pericard ligt, kunnen deze structuren ook betrokken zijn bij dit trauma. Door het voorwerp en uitsijpeling van de maaginhoud, zal dit leiden tot ontsteking. De lever is niet betrokken aangezien deze door het voormagencomplex naar rechts werd verplaatst. Caudaal: netmaag v/d de pens (het pensatrium)
Lateraal: ribben
Mediaal: de lever

2

Klinisch georiënteerde vraag: Een cliënt belt jou op en meldt dat zijn hond frequent met zijn achterste “slederijdt” over de grond. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose? Bespreek de ligging van de betrokken anatomische structu(u)r(en).


 

Dit is een ontsteking van de (glandulae) sinus paranales. Deze parige structuren zijn gesitueerd thv de zona cutanea die zelf deel uitmaakt van de anus. De zona cutanea wordt naar buiten toe afgelijnd door de huid en inwendig door de linea anocutanea. De resterende delen van de anus zijn dan de zona columnaris ani en tot slot de linea anorectalis.

3

Inzichtsvraag: Voor een urine-onderzoek wil je een koe sonderen. Bij het plaatsen van de sonde krijg je geen urine en blijk je ook niet ver te geraken met jouw sonde. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak? Bespreek tevens de ligging tov de omliggende anatomische structuren.


 

De sonde is vast komen te zitten in het diverticulum suburethrale. Dit is een ondiepe blindzak die zich caudaal van het ostium urethrae externum bevindt. Maw de uitmonding van de urethra in het vestibulum vaginae. De urethra is de verbinding tussen urineblaas en de vagina. De opening van de urethra in de urineblaas is het ostium urethrae internum.

4

Inzichtsvraag: Waarom is het paard zo gevoelig aan koliek in vergelijking met andere species als we denken aan de maag? Bespreek tevens de belangrijkste verschilpunten van de maag van een paard met de andere monogastrische huisdieren (varken, hond).


 

Het paard kan niet “boeren” noch braken, want het gas kan niet ontsnappen via de maag en komt dus in de darmen terecht door de sterke cardiasfincter. Verder heeft het paard een saccus caecus in de maag. Het varken heeft een diverticulum ventriculi en een torus pyloricus. De maag van de hond is zo goed als volledig glandulair.

5

Inzichtsvraag: Galstenen komen frequent voor bij mensen. Bij welke van onze huisdieren kunnen deze in theorie tevens problemen veroorzaken en bij welke niet? Hoe kunnen deze voor problemen zorgen? (Bespreek de anatomische structuren en hun exacte ligging)


 

Bij al onze klassieke huisdieren behalve het paard want die heeft geen galblaas. De stenen kunnen vast komen te zitten in de afvoerwegen van de gal, zoals de ductus cysticus. Het kan ook gebeuren thv van de ductus choledocus. De gal wordt geproduceerd in de lever → via ductus hepatici afgevoerd naar de galblaas → dan naar de ductus cysticus. In de galblaas: gal gestockeerd → vetrijke maaltijd → via de ductus cysticus contraheren met extrusieve van de gal → ductus choledocus duodenum via de papilla duodeni major. De galblaas zelf ligt tussen de lobus dexter medialis en de lobus quadratus van de lever.

6

Inzichtsvraag: Welke belangrijke anatomische structuur verzamelt al het zuurstofarme 
bloed van de hartspier? Bespreek tevens zijn/haar ligging. Denk hierbij ook zeker aan de structu(u)r(en) waar dit bloed vandaan komt en waar het naartoe gaat.

Dit doet de sinus coronarius. Dit is een divertikel van het rechter atrium thv de sulcus coronarius dicht bij de uitmonding van de vena cava caudalis.

De vena cordis magna begint dus aan de apex cordis en loopt in de sulcus interventricularis paraconalis, terwijl de vena cordis media aan de facies atrialis van het hart in de sulcus interventricularis subsinuosus loopt.

7

Klinisch georiënteerde vraag: we hebben een renpaard met een verminderd uithoudingsvermogen en vooral bij zware inspanning horen we een piepend ademhalingsgeluid. Geef 2 aandoeningen die hiervoor zouden kunnen zorgen (voor met betrekking tot anatomische structuren).


 

Dit is cornage, het is een verlamming van de stemband. Door verlamming kan de stemband niet meer contraheren, deze spier komt dus los te liggen en zorgt voor problemen. Het piepend geluid komt dus door turbulentie langs de losliggende spier.  Bij inspanningen krijgt het paard minder zuurstof binnen en zal het uithoudingsvermogen dus dalen. Men kan dmv een operatie het zakje van Morgagni (tussen de valse en de echte stemband) aanpassen waardoor de stemband steviger vast komt te liggen. Deze aandoening kan 2 oorzaken hebben: 

1) het is congenitaal en dan komt het meestal links voor, want door verplaatsing van het hart gaat de linker aorta een belangrijke zenuw meetrekken en verlammen, hierdoor komt de plica vocalis los te liggen.

2) de tweede oorzaak is door ontsteking in de keelregio (droes) en bij verettering kan de zenuw worden afgekneld.  

8

Geef 2 redenen waarom een paard gevoeliger is aan koliek dan onze andere huisdieren.


 

Zandkoliek: door het grote caecum zal het zwaardere zand moeilijker terug naar boven kunnen waardoor het in de apex blijft zitten en voor irritatie zorgt.

Obstipatiekoliek: de flexura pelvina  is een scherpe bocht naar boven met een versmalde diameter in het colon waardoor het voedsel moeilijker kan passeren, er kan zich een opstopping vormen door voedsel dat indikt.

Gaskoliek: door de sterke cardiasfincter kan het paard niet boeren noch braken, waardoor het gas door het hele darmkanaal moet, dit kan gaan gisten.

9

Klinische georiënteerde vraag: Een cliënt belt jou in paniek op dat zijn Duitse Herder apathisch (in shock) op de grond ligt. De hond was direct na het eten van een grote hoeveelheid hondenbrokken naar buiten gelopen en tegen hoge snelheid uitgegleden op het natte gras en op zijn linkerzijde gevallen op de stenen boord van de vijver. Eerst leek het dier vrij normaal en stond het meteen weer recht, maar na een tijdje werd de hond plots heel slecht en geraakte het in shock. Bij aankomst blijkt dat het dier inderdaad in shock is en zeer bleke mucosae vertoont. Wat is volgens jou de meest waarschijnlijke diagnose? Beschrijf tevens hoe de anatomische structu(u)r(en) zich situe(e)r(t)(en) tov de omliggende structuren.


 

We hebben te maken met een miltruptuur. De milt is links gelocaliseerd, lateraal van en via zijn hilus aan de facies parietalis verbonden met de maag, nl. via het omentum majus en meer specifiek het ligamentum gastrolienale. Bij sterke vulling van de maag komt deze extrathoracaal bij de hond te liggen en de milt dus ook. Deze wordt op deze manier gevoelig voor trauma. Dit is hier dan ook gebeurd. De facies pariëtalis is beschadigd geraakt.

10

Inzichtsvraag: Waarom blijft de reu na copulatie zo vaak “hangen” aan de teef? Bespreek de anatomische structuren die hiervoor verantwoordelijk zijn.


 

Bij de reu vinden we de glans penis, die heeft een pars longa en een bulbus glandis. De teef heeft 2 zwellichamen in het vestibulum vagina, nl. de bulbus vestibuli en tevens een musculus contrictor vestibuli. Bij copulatie zal de bulbus glandis sowieso sterk gaan zwellen, na de coïtus blijft de reu vaak hangen doordat deze zwelling nog verergerd wordt door contractie van de musculus constrictor vestibuli (stress!) en in mindere mate de beide bulbi vestibuli.

11

Bij urine-afname bij een merrie stel je vast dat deze troebel is. 1) Is dit normaal of abnormal? 2) Welke specifieke anatomische structuur is hierbij betrokken? 3) Waar situeert deze structuur zich tov de andere delen van het betrokken orgaan?

  • Normaal (0,5)
  • Glandula pelvis renalis (0,5)
  • Deze situeert zich in het parenchym van het nierbekken (0,25) zoals de naam doet vermoeden, meer bepaald in de medulla (0,25). Verder vinden we natuurlijk de 2 recessus terminals (0,25) en een duidelijke crista renalis (0,25) terug. De nier bij het paard is dus unilobair (0,25) en unipapillair (0,25).

12


Welke specifieke structuur (dwz welk onderdeel van een bepaald orgaan) is in hoofdzaak verantwoordelijk voor de ructus bij het rund? 2) Beschrijf de ligging van deze structuur tov alle andere onderdelen van het betrokken orgaan.


 

  • De saccus caecus caudodorsalis van de pens (0,5)
  • Deze ligt dorsaal van de saccus caecus caudoventralis (0,2) en wordt ervan gescheiden door de sulcus caudalis (0,1). Craniaal ervan ligt de saccus dorsalis (0,2) en wordt ervan gescheiden door de sulcus coronarius dorsalis (0,1). Sulcus coronarius ventralis (0,1). Deze saccus dorsalis is van de saccus ventralis (0,2) gescheiden door sulcus longitudinalis sinister en dexter (0,2). Craniaal daarvan vinden we het pensatrium terug (0,2), ervan gescheiden door de sulcus cranialis (0,1). Helemaal craniaal hebben we dan het reticulum of de netmaag (0,2) die van het pensatrium is gescheiden door de sulcus ruminoreticularis (0,1).

13

De eigenaar van een oudere hond maakt zich zorgen omdat het dier een ‘gezwel/knobbel’ vertoont op de staart. Bij het klinisch onderzoek stel je inderdaad vast dat er dorsaal op de staart een sterke zwelling en tevens haarverlies/kaalsheid aanwezig is. 1) Wat is volgens jou de meest waarschijnlijke diagnose? 2) Komt de betrokken anatomische structuur bij alle huisdieren voor? Beschrijf bij welke. 3) Tot welke groep van anatomische structuren behoort de betrokken structuur en welke komen nog voor bij de hond?

  • Ontstoken glandula caudale – staartklier (1 punt)
  • Enkel bij de hond en kat.
  • Huidklieren (0,5)
    • Gll. sinus paranales (0,25)
    • Gll. circumanales (0,25)
    • Gll. preputiales (0,25)
    • Gll. mammariae (0,25)