Examenvragen - Korte vragen Flashcards Preview

Splanchnologie > Examenvragen - Korte vragen > Flashcards

Flashcards in Examenvragen - Korte vragen Deck (31):
1


Wat is de ductus thoracicus? Bespreek tevens ligging en functie.
 

Dit is een groot lymfevat, nl. een verwijding die zich dorsaal in de thorax craniaal van de cysterna chyli bevindt. Deze verzamelt alle lymfe van het achterste 3de van het lichaam.

2

Op welke specifieke plaats zal men een hoefijzer plaatsen bij een paard? Hoe wordt deze structuur anatomisch gevormd en waarom neemt men deze anatomische locatie?

Men zal deze slaan in de witte lijn/linea alba. Deze wordt gevormd door de epidermis over de terminale papillen van de wandlederhuid. Men neemt deze locatie omwille van de gemakkelijke zichtbaarheid zonder kans om de dermis te raken.

3

Noem 3 anatomische structuren waarmee een kater zijn territorium kan afbakenen.


 

  • Gll. carpeae
  • Gll. circumorale
  • De penis om te sproeien/urineren

4


Waar bevinden zich de chordae tendineae? Wat is hun functie?


 

Deze bevinden zich in het hart. Ze verbinden de atrioventriculaire kleppen met de musculi papillares. De chordae tendineae zijn belangrijk bij het openen van de atrioventriculaire kleppen door contractie van de musculi papillares.

5

Bespreek het pecten oculi (ligging-functie-diersoortverschillen).

 

We vinden dit enkel terug bij vogels. Het ligt in het corpus vitreum van het oog en het bevat bloedvaten, deze zorgt voor een optimaal scherptezicht.

6


Bespreek het voorkomen, de ligging en de functie van de sulcus reticuli.


 

Men kan dit terugvinden bij herkauwers. Het is de slokdarmsleuf, deze is opgebouwd uit 2 lippen die de uitmonding van de slokdarm als een goot verbinden langs de boekmaag. Zijn functie is om vocht meteen naar de lebmaag te brengen wat voornamelijk bij ongespeende kalveren van belang is, de melk zal anders in de pens fermenteren.

7


Bespreek het voorkomen, de ligging en de functie van het urethrale divertikel.


 

Deze komt voor bij de beer en de stier. Het ligt net op de bocht van de urethra pars penina naar de pars pelvina. Het is van belang bij sonderen, want de sonde kan hierin vast komen te zitten.

8


Bespreek het voorkomen, de ligging en de functie van de syrinx.


 

Dit komt voor bij vogels. Het is mediocentraal gelegen thv de vertakking van de trachea in de 2 hoofdbronchen. Het is het stemvormingsorgaan.

9


Bespreek de sinus lactiferus bij het rund.


 

Deze bevindt zich thv de uier, als de melkcysterne. Deze wordt opgebouwd uit de uier- en  tepelcysterne dat op zijn beurt uitmondt in het tepelkanaal.

10

Bespreek de belangrijkste verschilpunten tussen een nier van een rund en deze van een paard.


 

Rund:

  • multipapillair
  • multilobair (dit betekent dat de cortex onvolledig vorlgroeid is)
  • geen pelvis renalis
  • calyces/columnae

Het paard

  • unipapillaire
  • unilobaire nier
  • duidelijke pelvis renalis met crista renalis en recessus terminalis
  • geen calyces/ columnae.

11

Door welke structuur wordt de linker- en de rechter borstholte van elkaar gescheiden? Uit welke anatomische delen wordt deze opgebouwd?


 

Dit is het mediastinum bestaat uit 2 pleura bladen met:

  • een precardiaal deel met o.a. bloedvaten, de slokdarm en de trachea
  • een cardiaal deel
  • en een postcardiaal deel (met bloedvaten en de slokdarm).

12

Wat is het divertikel van Meckel? Bespreek ontstaan, functie en diersoortverschillen.

Dit is een embryonaal restant van het dooierkanaal. Het is gelegen in het jejunum en we vinden het enkel terug bij de vogel.

13

Wat is het diastema? Bespreek ligging, functie en klinische relevantie

Dit is de ruimte tussen de incisiva en de molaren. Men kan dit in de kliniek gebruiken voor onderzoek van het paardengebit, we trekken de tong langs hier naar buiten en trekken deze tussen de molaren zodat het paard niet zal bijten tijdens het onderzoek.

14


Wat is de fossa ovale? Bespreek ontstaan en functie.


 

Dit is een overblijfsel van het foramen ovale in het interatriaal septum. We kunnen dit terugvinden in het rechteratrium van het hart. 

15

Geef de 3 lymfeknopen die de uier bij Bo. draineert en geef de lymfecentra vanwaar ze komen.


 

  • Ln. mammarius behoort tot lc. inguinofemorale
  • Ln. subiliacus behoort tot lc. inguinofemorale
  • Ln. iliacus medialis behoort tot lc. iliosacrale

16


Wat is de musculus cremaster? Bespreek ontstaan, ligging en functie.


 

Dit is een afsplitsing van 1 van de buikspieren, deze loopt in de zaadstreng. De m. cremaster kan de testis optrekken tegen de buikwand bijvoorbeeld wanneer het koud is.

17


Welke structuren zorgen ervoor dat vogels een veel lichter lichaamsgewicht hebben dan ons.


 

De luchtzakken (zie vraag 30) en de holle beenderen zullen hiervoor zorgen.

18


Bespreek het ligamentum lienorenale, geef de ligging, functie en klinische relevantie.


 

Dit is de milt-nierband. Het bevindt zich aan de linkerzijde, dus het is een verbinding van de linkernier met de basis van de milt. We vinden dit ligament enkel terug bij het paard. Er kan een stuk darm (bv. Linker colon) afgesnoerd geraken door dit ligament.

19


Dieren die brachiocephaal zijn (oa Engelse Bulldog) vertonen vaak ademhalingsstoornissen. Geef 2 congenitale oorzaken die hiertoe bijdragen.


 

Dit is een malformatie, de snuit is te kort. Proportioneel is het zachte gehemelte te lang voor het hoofd, dus bij inspanning gaat deze vibreren met een snurkend geluid tot gevolg. Er is meer turbulentie in de neusschelpen. Soms gaat het zachte gehemelte vast geraken achter de epiglottis, hierdoor zal de epiglottis niet meer kunnen sluiten met verslikkingspneumonie tot gevolg.

20

Wat is kropmelk? Bespreek de ligging, functie en diersoortverschillen.

Dit is een secreet dat gevormd wordt door de krop/ingluvies bij de vogel. Het is een zakvormige verwijding dat zich in het achterste gedeelte van de slokdarm bevindt. Het dient als voedsel voor de jongen.

21


Bespreek de functie en de ligging van de pancreas.


 

Deze zorgt voor de aanmaak van spijverteringsenzymen en heeft ook een hormoonfunctie. Oorspronkelijk bestond deze uit 2 delen, één dorsaal en één ventraal. De ventrale lob is naar dorsaal omgeklapt en de twee delen zijn versmolten. Indien deze niet versmelten blijven er ook 2 afvoerwegen bestaan, nl. voor de ventrale lob de ductus pancreaticus en voor de dorsale lob de ductus pancreaticus accesorius. De ductus pancreaticus zal samen met de ductus choledocus uitmonden in de papilla duodeni major. De ductus pancreaticus accesorius zal uitmonden in de papilla duodeni minor.

22


Bespreek de luchtzakken bij de vogel.


 

Deze dienen om het lichaamsgewicht te reduceren zodat vogels kunnen vliegen. Craniaal vinden we de saccus cervicalis, daarachter de saccus clavicularis die via het foramen pneumaticum in verbinding staat met de luchtzakken van de longen. Daarachter vinden we de saccus thoracicus cran. en dan de saccus thoracicus caudalis. Helemaal caudaal vinden we de saccus abdominalis.

23


Wat is het trigonicum vesicae? 


 

Dit is een artificiële driehoekige ruimte die zich altijd aan de dorsale zijde bevindt van de blaas. Deze wordt afgelijnd door de 2 plicae uretericae met als tip de crista urethralis.

24


Welke banden verbinden de lever met het diafragma?


 

  • Lig falciforme: centraal thv de diafragmatische zijde van de lever tot aan de navel 
  • Ligg coronaria sinister en dexter: liggen aan de dorsale zijde van vnl. Lobus caudalis (0,1)
  • Ligg triangularia sinister en dexter: liggen aan de meest dorsolaterale zijde (lobus dexter en sinister (0,1)) van de lever

25

Wat is de uterus masculinus?


 

Dit is een eivormig overblijfsel van het vrouwelijk voorplantingsstelsel bij het mannelijk voortplantingsstelsel. Deze ligt in de plica urogenitalis en wordt bilateraal geflankeerd door de 2 ampullae ductus deferentis.

26


Wat is smegma en waar komt dit voor?


 

Dit is een mengsel van huidschilfers met urine en eventueel aanwezig sperma dat we terugvinden bij het paard. Het is een ideale voedingsbron voor bacteriën en dus kunnen er gemakkelijk ziektes worden overgedragen aan de merrie door copulatie. We vinden dit terug in het preputium, er is hier een dubbele huidplooi, met de pars externa en de pars interna en de plica preputialis. 

27

Wat is de uropygiale klier?


 


  • Stuitklier (0,3) enkel bij vogels (0,3) 



  • Vettig secreet om water af te stoten (0,4)
     

28

 

Bespreek de recessus urethralis

  • Stier en beer
  • Dit is een blindzak dorsaal (0,2) in de urethra (0,2) thb de arcus ischiadicus/ de overgang van urethra pars pelvina naar de pars penina (indien 1 van beide 0,2)
  • sondage praktisch onmogelijk

 

29

Bespreek het tuber intervenosum, 1) ligging, 2) functie, 3) voorkomen.

  • Dit ligt in de sinus venerum cavarum (0,2). nl. de plaats in het hart waar de vena cava cranialis en de vena cava caudalis toekomen (0,2).
  • Verhindert turbulentie door de tegengestelde stroming can de bloedvloei (0,2) en leidt het bloed naar het rechter atrium (0,2).
  • ​Bij alle huisdieren (0,2)

30

Bespreek de musculi papillares, 1) voorkomen, 2) ligging en 3) functie.

  • Bij alle diersoorten
  • Tepelvormige spiertjes in de linker en rechter ventrikel (0,2) van het hart
  • De chordae tendae (0,2) die komen van de atrioventriculaire kleppen (0,2) hechten hierop vast en zijn dus belangrijk voor een geode functie van deze kleppen (0,2)

31

Noem de 3 belangrijke lymfeknopen die de uier van de koe draineren.

  1. lnn. mammaria
  2. ln iliacus medialis
  3. ln subiliacus