Extra dingen Flashcards

1
Q

Wat is de meest voorkomende carcinoom in de longen van NSCLC?

A
  1. Adenocarcinoom
  2. plaveiselcelcarcinoom
  3. ander
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Welke mutaties komen vooral voor bij adenocarcinomen in de long?

A
  1. onbekend
  2. KRAS (vaak bij rokers)
  3. EGFR (vaker bij niet rokers)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat voor stroma is er te vinden bij leukemie?

A

Kennen we niet zo goed bij neoplastische witte cellen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Kunnen we spreken van invasie en metastasering bij leukemie?

A

Zijn niet echt zinvol bij deze vorm van kanker

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn grote verschillen tussen leukemie en lymfomen?

A

Leukemie komt uit eerdere voorloper cellen en is circulair

Lymfomen komt uit verder uitgewipte cellen en is sessiel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is een term voor een hamartoom en wat is er te zeggen over de cellen?

A

Het is een benigne neoplasje
Het blijkt clonaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Door welke twee oorzaken gaat bij longkanker het ca soms omhoog?

A
  1. Vanwege de productie van PTH door de tumor
  2. Vanwege botmetastasen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Waar komen de meeste tumoren voor in de longen?

A

In de bronchus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat zie je vaak als product van de cellen bij een plaveiselcelcarcinoom?

A

Cellen produceren hoorn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat kunnen we geven bij een EGFR mutatie bij een adenocarcinoom in de longen?

A

Crizotinib

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Waarop kunnen adenocarcinomen verder ingedeeld worden?

A

Moleculaire kenmerken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn de twee indelingen van het adenocarcinoom?

A
  1. Subset heeft of een stimulerende EGFR of
  2. een KRAS mutatie
    (mutally exclusive: kunnen niet tegelijk!)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Waarop reageren adenocarcinomen met een activerende EGFR mutatie?

A

Tyrosine kinase inhibitors

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is kenmerkend over de locatie en grootte van NET tumoren in de long?

A

8-20 generaties van 1-2 cm tot < 100 micrometer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat voor soort tumor is het SCLC?

A

Hooggradig neurtendocrien carcinoom

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Welke mutaties komen vaak voor bij SCLC?

A

P53 bij 50-80%
RB bij 80-100%
P16 overexpressie

17
Q

Wie krijgen er het vaakst SCLC?

A

> 98% is roker

18
Q

Hebben longcarcinomen voorstadia?

A

Ja, maar ze ontwikkelen zich niet allemaal tot carcinoom

19
Q

Waar transformeren precursor laesies in de longen vaak naar?

A

Adenocarcinoom

20
Q

Waaruit beginnen de meeste coloncarcinomen?

A

Uit een somatische APC mutatie vanuit een poliep

21
Q

Wat is te zien bij coloncarcinomen qua macroscopisch uiterlijk tussen de 3 verschillende pathways?

A

Vrij uniforme manifestatie ongeacht pathway

22
Q

Uit welke cellen bestaan alle coloncarcinomen?

A

Uit cilindrische cellen (dus adenocarcinoom)

23
Q

Wat is het gevolg voor de prognose bij kleine metastasen van het coloncarcinoom?

A

Niet direct tot een slechtere prognose

24
Q
A