INTRODUCTIE IN HET DOMEIN VAN CULTURELE STUDIES: HET DEBAT ROND HOGE EN LAGE CULTUUR REPRESENTATIE EN BEELDVORMING; POPULAIRE CULTUUR Flashcards

1
Q

Wat is cultuur en wat heeft de Vlaamse kanon hiermee te maken? Waarom werkt dit de diversiteit tegen?

A

Het houdt zich bezig met de productie en uitwisseling van betekenissen tussen leden van een bepaalde gemeenschap of groep. Op die manier proberen ze de wereld rondom hen te begrijpen.

Er is geen aparte persoon bevoegd voor cultuur, maar Jan Jambon gaat als premier daarover bevoegdheid krijgen. Hierdoor wordt de Vlaamse identiteit in het kader van de politiek gekaderd. Wat cultuur is en wat het zou kunnen zijn, gaat volledig vanuit een politiek perspectief bekeken worden. De Vlaamse kanon komt er, een commissie van experts zal hierover beslissen hoe het er zal uitzien.

Er komt ook een Vlaams museum. Er is een enorme verrechtsing gebeurd tijdens de verkiezingen, dus gaan ze ook wat meer inzetten op de identiteit van Vlaanderen. De komende vijf jaar wil men meer jobs, meer cultuur en dat zal allemaal komen vanuit die Vlaamse identiteit. De culturele kanon zal zorgen voor meer vertrouwen voor een gemeenschappelijke identiteit.

We worden geconfronteerd met de diversiteit waar het verhaal mee geconfronteerd wordt. We moeten verschillende verhalen naast mekaar kunnen zetten, maar hoe en hoe complex? Mensen zijn daar niet voor te vinden en willen dus het Vlaamse verhaal centraal stellen. Dat is wat er gebeurd in literatuur en boeken vandaag de dag. Zo komen we tot de paradox van nationalisme tegen globalisering.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat bedoelt men met de mens als cultureel wezen?

A

De mens gaat een betekenisvolle interpretatie geven aan de zaken die een bepaalde waarde voor ons hebben of aan zaken waar de interpretatie belangrijk is voor de effectieve uitvoering ervan. Hierbij zie je een verschil met de mens als biologisch wezen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Waarom wordt volgens Du Gay cultuur belangrijker?

A
  • Substantieel (empirische werkelijkheid): het groter geworden belang van culturele praktijken en instituties in elk domein van ons sociaal leven.
  • Epistemologisch: groeiende status van cultuur binnen de sociale wetenschappen, cultuur wordt nu gezien als even bepalend voor de sociale wereld als economie of politiek en de sociale praktijken zijn betekenisvolle praktijken.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is het cultureel circuit?

A

Dit is een circuit dat bestaat uit vijf culturele processen of praktijk die mensen gebruiken om betekenissen te creëren en deze in die praktijken te laten circuleren.

  • Representatie: hoe wordt iets in beeld gebracht
  • Identiteit: over welk object gaat het, welk etiket wordt eraan gekoppeld
  • Productie: hoe wordt het geproduceerd en welke vorm krijgt het
  • Consumptie: door wie wordt het gebruikt
  • Regulering: wat is de verhouding van al deze zaken in de circuit of culture?
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Leg het cultureel circuit uit aan de hand van de Walkman?

A

De walkman wordt gerepresenteerd door middel van visuele taal in de reclameteksten. Zo wordt de betekenis en het beeld vastgelegd en doorgegeven in de samenleving. Het doelt op een bepaalde groep zoals jonge sportievelingen, waardoor het een bepaald identiteitsgevoel heeft.

Wat de productie betreft is het technisch geproduceerd maar ook cultureel als cultureel artefact. Doordat het een cultureel artefact is, is het geëncadreerd met specifieke betekenissen; deze worden nog eens benadrukt via het design (technisch). Door deze tweedelige productie (vooral design) wordt het gelinkt aan de consumptie door de manier waarop de Walkman eruit ziet en voelt om een band te leggen met consumenten en een bepaalde identiteit.

Op deze manier kan je zien dat de Walkman een individuele identiteit, een groepsidentiteit (reclame) en een bedrijfsidentiteit krijgt.

De consumptie ervan is het gebruik in hun dagelijkse leven, de signifying practice is hier het creëren van intimiteit.

De regulering is hierbij nodig omdat het de grenzen tussen privaat en publiek verstoord, dus instituties gaan ervoor zorgen dat er regels opgesteld worden voor het gebruik ervan.

= zo krijg je meerdere culturele betekenissen door deze verschillende culturele praktijken. Representatie is daarom ook de centrale praktijk via deelde mensen betekenis creëren, de ander praktijken hun interpretatie vloeien daaruit voort.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Hoe creëren mensen betekenissen, interpreteren ze deze en wisselen ze uit?

A

Via taal = woorden, beelden, klanken, gebaren.. De tekens die gebruikt worden zijn een representatie of dus een weergave van onze concepten, ideeën en gevoelens naar anderen toe. Vandaar is het een centrale praktijk.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat zijn volgens Hall de twee representatiesystemen?

A
  • Het systeem dat ons in staat stelt om betekenis te verlenen aan de wereld door het verbinden van dingen (objecten, mensen, gebeurtenenissen) met mentale representaties of concepten (conceptuele map)
  • Het systeem waarbij mensen in een bepaalde cultuur die conceptuele map gaan verbinden met een geheel aan tekens, die georganiseerd zijn in een taal die die concepten representeert of weergeeft verbinden

Je moet nog altijd een onderscheid maken tussen de realiteit en de representatie (Ceci n’est pas une pipe.) Betekenissen worden geconstrueerd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is het verschil tussen de constructivistische theorie, de weerspiegelingstheorie en de intentionele benadering? Hoe is dit een kritische blik op constructivistische journalistiek?

A

De constructivistische theorie zegt dat representaties actief de wereld mee construeren door de betekenissen die ze produceren (via ‘taal’), naast het feit dat het een weerspiegeling is van de werkelijkheid. Volgens weerspiegelingstheorie reflecteert taal alleen maar de sociale werkelijkheid die al bestaat. De intentionele benadering gaat ervan uit dat taal enkel uitdrukt wat men (fotograaf, schilder…) wil uitdrukken en houdt weinig rekening met de gedeelde codes en conventies van taal in een bepaalde cultuur.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is semiotiek?

A

De studie of de wetenschap van de tekens en hun rol als voertuigen van betekenis in onze maatschappij. Het focust op hoe iets wordt gerepresenteerd, hoe betekenis wordt geproduceerd via taal.

  • teken (bank) of linguïstische code (verkeerslichtkleuren)
  • betekenaar: vorm die het teken aanneemt (bv. welke letters vormen het woord)
  • betekende: het concept waarvoor het teken staat

Betekenis wordt altijd contextueel en historisch geïnterpreteerd. (bv. lynchen photography)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn volgens Peirce de drie soorten tekens?

A
  • Symbolische: arbitraire relatie tussen betekenaar en betekende (een roos ruikt ook lekker onder een andere naam of betekenaar)
  • Iconische: vorm (betekenaar) vertoont gelijkenis met concept (betekende)
  • Indexicale: relatie tussen betekenaar en betekende rust op een causaal of existentieel verband

Maar bij deze drie nog altijd verschil met het werkelijke beeld dus het zijn ook codes (symboliciteit, iconiciteit, indexicaliteit)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is de taaltheorie van Saussure (structuralist)

A

Een geheel van regeles en codes van een bepaald linguïstisch systeem, dat alle gebruikers ervan moeten kennen om doeltreffend te kunnen communiceren.

  • Langue: onderliggende structuur van een taal
  • Parole: individuele, specifieke taaluitingen die de langue toepast
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is narratologie?

A

Dit is kijken naar de structurele analyse van het tekensysteem ‘verhaal’ (held-vijand, goed-slecht). Het heeft te maken met het concept genre.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is denotatie en connotatie?

A

Denotatie is het meest voor de hand liggende concept (betekende) dat we aan een betekenaar (vorm) koppelen.

Connotatie: Het verbinden van de betekenaar aan een code van de modetaal.
= Beiden zijn juiste betekenisverleningen.

Voorbeeld vos:
Vos: het woord wordt verbonden aan een concept uit de werkelijkheid (zoogdier met bruinrode kleur)
Vos: onderliggende betekenis vanuit code van een taal, wil zeggen sluw

Voorbeeld kindsoldaat (Barthes’ representatie van een foto):

denotatie: kind in uniform met geweer
connotatie: gelinkt aan geschieden en context is kindsoldaat

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn discours in cultuur?

A

Dit is de studie van grotere, aaneengesloten taaleenheden, zoals conversaties of volledige teksten. Hierbij zijn representaties open systemen die verbonden zijn met sociale praktijken en macht. Het is een manier om over de ons omringende sociale werkelijkheid te praten. ( religieus, feministisch, elitaire discours…). Een discours is een specifiek raster, een kennisveld om de wereld te begrijpen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat zegt Foucault over discours?

A

Het zijn uitsluitingssystemen omdat het bepaald welke de criteria zijn voor de waarheid, wanneer van welke dingen kan worden gesproken en wanneer niet (wanneer is iets racisme en wanneer niet).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is een discours analyse?

A

Een onderzoek naar hoe taal en representatie betekenis produceren en hoe kennis gelinkt is met macht, gedragsregulering, identiteiten, subjectiviteit. Rekening houdend met het representatieregime ( historische specificiteit).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat is het interpretatief repertoire?

A

Dit is het repertoire waarbij ze gaan kiezen hoe ze iets gaan vertellen (op een klagende, plezierige, sarcastische manier). Dit zijn ook verschillende discours die het aanneemt.

18
Q

Wat is de verhouding tussen representatie en beeldvorming?

A

Beeldvorming is de manier waarop we naar de werkelijkheid (mensen, gebouwen, natuur…) kijken, het mentale beeld die wij maken. Dat bepaalt hoe wij de wereld materieel vormgeven (wederkerig).

19
Q

Wat zijn de drie niveaus van beeldvorming volgens Smelik?

A
  • materialiteit: concrete beelden en teksten
  • effect: hoe het totstandkomt die beelden en gedrag die eruit voortvloeit
  • beïnvloeding: mogelijke verandering van mentale beeldvorming die zorgt voor nieuwe materialiteit
20
Q

Hoe link je educatie aan cultural studies?

A

Educatie was een betekende die gelinkt werd aan een betekenaar, namelijk de school. Maar doorheen de geschiedenis en de context hebben we geleerd dat educatie plaatsvindt op alle locaties en elementen waar men iets leert (museum, krant, bioscoop…).

21
Q

Wat zegt Casella over educatie en cultural studies?

A

De manier waarop mensen in een bepaald soort omgeving leren en wat ze precies leren, hangt samen met het vermogen om bepaalde veranderingen mogelijk te maken in hun eigen persoonlijke situatie en in de openbaarheid.

22
Q

Wat is de invloed van Henry Giroux op cultuurstudie en educatie?

A

Hij pleitte voor een partnerschap tussen de twee. Hij zegt dat onderwijs een sociale praktijk is die alleen kan worden begrepen via aandacht voor geschiedenis, politiek, macht en cultuur. Er is dus aandacht voor het brede, culturele kader waarin educatie zich afspeelt. Hij spreekt of critical pedagogy, cultuurtheorie moet nut hebben voor de praktijk van het leven. Je moet een taal ontwikkelen die cultuurkritiek mogelijk maakt. Hierbij is theorie de basis voor het tussenkomen in context en machtsrelaties om zo de mensen aan te moedigen om meer strategisch te handelen in een manier dat hun context op een betere manier doet veranderen en ontwikkelen.

23
Q

Wat is the politics of culture?

A

Dit is Giroux die via radical democracy ervoor zorgt dat er een meer democratische cultuur en burgerschap ontwikkeld wordt in een tijd waarin het publieke domein steeds meer onder druk komt te staan.

24
Q

Wat zegt Giroux of de media culture als pedagogy?

A

Het kind en de jeugd zijn sociale constructies en vormen een strijdperk tussen tegengestelde politieke ideologieën en krachten. Ze zorgen voor hoop en mogelijkheden, maar ook voor overheersing en exploitatie

Heroin-chic campaign: Druggebruik wordt geromantiseerd en jeugdige lichamen worden eraan gekoppeld. Bepaalde beelden over mode zie je zo naar voor komen. Calvin Klein maakte gebruik van een heel mager model en men maakte hiervoor gebruik van het beeld Heroin Chic. ZE probeerden zo het beeld om te draaien. Ze klagen het modebedrijf aan. In toenemende mate proberen ze het om te draaien door de stereotiepe beeldvorming van vrouwen te deconstrueren.

Weerstand bieden aan de negatieve mediabeelden en vormen van discours die over jongeren circuleren, staat gelijk aan het counteren van een beeld van de jeugd dat wort gebruikt om onderwijsbudgetten te ondergraven of om een strengere aanpak op criminaliteit te rechtvaardigen.

Deze maatregelen zijn meer een deel van het probleem dan een oplossing. Daarom moet educatie een ruimere betekenis krijgen in de samenleving zodat er meer aandacht komt voor andere culturele fenomenen die kinderen en jongeren vormen zoals de mediacultuur (Disney: kolonialisme en antidemocratische sociale relaties).

Dus Cultuurstudies zijn belangrijk omdat het toegang biedt tot de jeugdcultuur, de cultuur die hen effectief socialiseert en educeert, soms op een verkeerde manier, en dus een mogelijkheid kan bieden om de jeugd die we onderwijzen en met wie we werken beter te begrijpen.

25
Q

Wat zegt Giroux over Hollywood pedagogy?

A

Film is een vorm van public pedagogy die kan bijdragen tot het ontstaan van een bepaald soort gedrag en mentale instelling. De filmische teksten beklemtonen een belangrijke rol in de identiteitsvorming van jongeren.

26
Q

Welke kritiek geeft Kellner op Giroux?

A

Hij benadrukt de polyinterpretabiliteit en de esthetische autonomie van films. In plaats van de mogelijke kwalijke politieke gevolgen te beklemtonen, kunnen we films evengoed positiever zien als bronnen van inzicht in de hedendaagse samenleving. Wat Giroux als waarheid ziet in films, is slechts een mogelijke interpretatie en de eigen positie die hij inneemt moet anderen in staat stellen om hun eigen interpretatie ertegen af te zetten en in vraag te stellen. De kritiek op Giroux komt vooral uit de cultural studies en literacy-studies hoek.

27
Q

Wat heeft de boekencultuur te maken met cultuur en educatie?

A

Boeken richten zich tot een algemeen publiek, vandaar het belang van een gemeenschappelijke taal. Boekdrukkunst heeft baat bij een standaardtaal, want het zorgt voor de vorming van een natie. Het is niet zo vanzelfsprekend. Hebben we die boekdrukkunst nodig voor een standaardtaal en gemeenschap, of is het de gemeenschap die kennis deelt via boeken? Alles rondom die boekencultuur gaat bijdragen tot het idee van een natie die een taal heeft en kennis en waarden die worden overgedragen aan mekaar.

Instituties zijn iconen van nationale cultuur. Je hebt een museum nodig voor beelden, concertzalen voor muziek, bib’s voor boeken. Dat zijn plekken waar het verhaal van de natie verteld wordt. Het boek als medium en de institutie die eraan vast hangt is ook belangrijk.

Onderwijs speelt er ook een grote rol in, het gaat niet enkel over musea en literatuur. Onderwijs zit er mee doordrongen. Dat zie je sterk terugkomen, alles was vroeger beter ook het onderwijs. Daarom moet die gedeelde kennisvorming in het onderwijs terug naar voren komen.
Boeken en tijdschriften bevatten disciplines en schoolboeken bevatten schoolvakken. Dus onderwijs kan ervoor gebruikt worden.

28
Q

Wat is de problematisering van nationale identiteit en nationale cultuur?

A

Gouden eeuw: Nederland werd groot en ontleent er zijn gedeelde identiteit aan. Het probleem hiermee is dat ze erover kwaad worden. Het was namelijk in de koloniale expansie en er was grote ongelijkheid, slavernij. Stel dat men ging rekening houden met alle moeilijkheden van dat moment en het niet meer de gouden eeuw ging genoemd worden, ging men kwaad zijn. Ze willen niet afgerekend worden op het verleden, en het wordt geframed als een politieke aanpassing van het verleden. Men is bang dat de Nederlanders het gevoel gingen hebben dat alles van hen wordt afgenomen zoals zwarte piet, dan de gouden eeuw… (Dus deconstructie van nationale mythes is problematisch)

29
Q

Wat is de rol van culturele instituties als traditionele bemiddelaars van kunst en cultuur?

A

Culturele instuties zijn theaterzalen, bibliotheken, cinema’s, concertzalen, musea. Hun rol is mensen samenbrengen. Ze stellen collecties samen en maken een selectie van wat ze zouden willen overdragen aan het publiek. Sommige instituties gaan niet per se hun functie zien als mensen samenbrengen, maar zaken tonen. De functies kunnen dus mekaar tegenspreken. Ze gaan dan proberen bepaalde doelgroepen te bereiken, hoe kunnen ze een breed doelpubliek aanspreken.
De instituties worstelen daar vooral mee, het is geen of of verhaal maar om er een ‘en’ verhaal van te maken moet je zaken tegenover mekaar afwegen.

Instituties zijn iconen van nationale cultuur. Je hebt een museum nodig voor beelden, concertzalen voor muziek, bib’s voor boeken. Dat zijn plekken waar het verhaal van de natie verteld wordt. Het boek als medium en de institutie die eraan vast hangt is ook belangrijk.

Het museum van Midden-Afrika in Tervuren: het museum was dichtgegaan voor renovatie, maar men vraagt zich af of ze dit wel nodig hebben. De link met het koloniale verleden is een risico die men neemt, het zou te veel naar voren kunnen komen wanneer men het op een te exotiserende manier tentoonstelt. Bij de heropening dacht men naast het kolonialisme over het idee van privilege en ongelijkheid (de dag van vandaag het probleem). Maar het beeld biedt een blik over het verleden. Los van de concrete inhoud.

Het museum is niet op een sympathieke manier tot stand gekomen, maar het is belangrijk om het kolonialisme niet te ontkennen. Maar er is ook reactie op bepaalde zaken in het museum, zoals hun teksten die neutraler moeten. We spreken nog te veel als echte kolonisten

Substantieel (empirische werkelijkheid): het groter geworden belang van culturele praktijken en instituties in elk domein van ons sociaal leven.

De regulering van bv walkman is hierbij nodig omdat het de grenzen tussen privaat en publiek verstoord, dus instituties gaan ervoor zorgen dat er regels opgesteld worden voor het gebruik ervan. Instituties vormen dus een onderdeel van het cultureel circuit.

30
Q

Wat bedoelt men met de transitie in de samenleving?

A

De overgang van kunst naar cultuur naar educatie naar democratie naar kunst. Deze tonen hoe de samenleving verandert en eruit ziet.

31
Q

Geef een internationaal voorbeeld van een institutie?

A

New Tate Modern:
Het is een museum voor moderne kunst in Londen. Het was vroeger een leegstaande fabriek. Het is een platform van menselijke ontmoeting. Op het moment van Tate, was Londen geen zo’n bloeiende buurt maar meer een buurt van armoede. Het samenleven was iets moeilijker en complexer daar. Dus men besloot om daar een museum te zetten om de buurt op te waarderen. Mensen komen naar het museum en naar die plek waardoor er meer ontmoeting is en de buurt niet meer gebaseerd is op armoede.

32
Q

Wat is regeneration?

A

Ofwel lukt het, ofwel lukt het niet. Ofwel lukt het te goed. Het gevaar ligt dus in regeneratie, de buurt wordt te duur en mensen die in armoede leefden gaan verplaatsen naar andere plaatsen in de stad. Het Guggenheim museum had ook zo’n invloed.

Men moet zich vragen stellen bij wat er gepresenteerd wordt via kunst. Er moet een evenwicht zijn in gender, niet enkel naakte vrouwen, geen zaken die de ongelijkheid in de samenleving benadrukken bijvoorbeeld. Men moet ook opletten wie de sponsors en investeerders zijn. Het kunnen oliemagnaten zijn die bijdragen tot het vervuilen van de wereld terwijl dit niet hetgeen is waar kunst voor staat.

33
Q

Wat bedoelt men met de hoge en lage cultuur?

A

Artistieke productie en gespecialiseerde kennis door/voor een elite) = we proberen ons te onderscheiden van anderen

‘Lage’ cultuur: (populaire of alledaagse cultuuruitingen) = betekenis verlenen en symbolisch delen

Een manier van leven: (gedrag, gebruiken, gewoontes, overtuigingen, normen & waarden)
= de evolutie die er gebeurd is

Cultuur als betekenisconstructie is ontstaan vanuit de jaren 60 in een activistisch referentiekader en klassenbewustzijn. We zijn gekomen tot het symbolisch delen van onze visies vanuit betekenissen die we verlenen aan zaken

34
Q

Wat is prosumer en produsage?

A

Het gaat niet meer enkel om produceren en consumeren. We zijn meer in staat om onze eigen betekenis te construeren ook (zowel producent als consument zijn).

35
Q

Wat s de hyperrealiteit?

A

In onze postmoderne, gemediatiseerde samenleving (beelden die op je afgestuurd worden) zijn representaties alomtegenwoordig

Hyperrealiteit (Baudrillard) = grensvervaging tussen de ‘werkelijkheid’ en mediarepresentaties; het is hoe we zijn en wie we zijn en hoe we betekenis geven aan de zaken rondom ons. Welk soort identiteit heb je.

36
Q

Wat is polyinterpretabiliteit?

A

= Representaties dragen meerdere betekenissen in zich die ‘geactiveerd’ kunnen worden. Ze laten meerdere interpretaties toe. Verschillende lezingen van bepaalde betekenissen mogelijk.

~ polysemie

Voorbeeld: een beeld van Dove waar een zwarte vrouw zit, dan diezelfde vrouw die haar tshirt afdoet en dan een witte vrouw. Het beeld dat ze wilden geven is dat iedereen Dove kan gebruiken, maar de oppositionele lezing die vanuit een actieve lezer misschien wordt opgevat is dat je met Dove kan veranderen van huidskleur, of proper (wit) wordt.

37
Q

Wat doet een Active reader?

A

We zijn actieve lezers, we nemen niet zomaar iets voor waar aan. Een kijker of ‘lezer’ is geen passieve en weerloze ontvanger die zomaar beïnvloed kan worden door de massamedia, maar creëert mee de betekenissen van een representatie. Verschuiving van aandacht voor de ‘tekst’ naar de (media-)gebruiker
Via cultural studies gaan we aandacht geven aan de verschillende betekenissen die we geven aan zaken.

38
Q

Wat is encoding en decoding?

A

Representaties bepaalde betekenissen in zich dragen (=encoding) maar de kijker/‘lezer’ bepaalt hoe die worden geïnterpreteerd (=decoding).

Dominant-hegemonic (= aanvaarden van de ‘preferred meaning’) = lezen als bedoeld

Negotiated: onderhandelde lezing van een beeld, je leest het maar je weet dat het eigenlijk niet zo is in realiteit

Oppositional (= verwerpen van de ‘preferred meaning’) = bewust anders lezen dan bedoeld

39
Q

Hoe verklaar je fictie als een vorm van representatie?

A

Het is een verzonnen werkelijkheid van verhalende representaties met eigen regels en wetten. . Het is een beeld van onderwijs, iets dat we kunnen erkennen als onderwijssituatie, maar het is in scène gezet. Die spanning probeert men te begrijpen.
De manier waarop we kennis overdragen is ook fictief. Een wetenschapper heeft proberen aantonen hoe kindersterfte gelinkt is aan demografische evoluties. Het zijn objectieve meetbare feiten, maar je kan het enkel tonen via tabellen. Dus hoe kan je het op andere manier bekijken? Door beelden te gebruiken die fictief zijn maar wel een bepaalde realiteit tonen. Het in beeld brengen of in fictie gieten van wie we zijn als mensen, moeten we proberen te begrjipen.

“Thuis”: het is een bron van kennis en inzicht, kijken naar thuis is een pedagogische ervaring. We leren iets uit fictie en verhalen. De gedeelde kennis in Vlaanderen zit in thuis. Het is een maatschappelijk laboratorium. Er worden voorbeelden gegeven van gender en homoseksualiteit, dat dit onderdeel is van het dagelijkse leven. Het is een spiegel van de maatschappij, het is een product van de openbare omroep. Wie maakt het en waartoe dient het? Ze willen taboedoorbrekende zaken naar voren brengen.

40
Q

Waarom zijn verhalen belangrijk?

A

Het idee van waarom verhalen belangrijk zijn, is al lang ontwikkeld maar we willen weten wat het effectief doet. We moeten nadenken over de meerwaarde van films bv.

Richard Morty
Een filosoof die met moraliteit bezig was en zei: als ik iets over de moraliteit wil te weten komen, dan zou ik beter de romans leven. Ze vertellen veel over zichzelf en de wereld om hen heen.

Jerome Bruner
Psycholoog die experimenteel was en onderzoek deed naar de hersenen. Hij leert er iets van, maar schuift het narratieve in de psychologie naar voor. We moeten kijken naar de verhalen die ze naar mekaar vertellen, hij gelooft in alle soorten kennis maar ook in de verhalende kennis. We kunnen niet samenleven zonder de verhalen die we aan elkaar vertellen.

Martha Nussbaum
Een politiek wetenschapster die inzet op hoe we via verhalen tot empathie kunnen komen. Niet alleen om iets weten over de wereld, maar bekijkende vanuit de verhalen van anderen. Zo leren we hun situatie kennen.

41
Q

Waarom zijn films belangrijk?

A

Films is een genre op zichzelf, de verhalen zijn belangrijk. Films zijn nog steeds ondanks de veranderingen en versnipperingen van kijkmomenten, een belangrijke bron van betekenisgeving. Ze hebben een invloed van hoe we kijken naar de wereld rondom ons heen. Maar ook hoe we het begrijpen, hoe de beeldvorming ons doet beseffen dat het Amerikaans wereldbeeld van film naar ons wordt overgedragen. Heel veel Amerikaanse ideologie, normen en waarden komen naar ons over. Het gaat niet alleen over betekenisvorming en een beeld van de werkelijkheid, maar het gaat ook uw eigen verlangens bepalen die fictie. Het zal het kader schetsen waarbinnen je verlangens vorm zullen krijgen, hoe jij je plaatst tegenover de wereld hangt af van de beelden die je over je heen krijgt. Die genres hebben dominante beeldvormingen die ze naar voor brengen zoals romantische films die draaien rond heteroseksuele liefde = heteronormatief. We worden opgeleid om dat te lezen en te zien, er is en wisselwerking. Het beeld wordt wel omgedraaid bv in thuis door een transgender maar het echt openbreken van zo’n normativiteit gebeurt zelden. Het zorgt voor betekenisgeving en empathie.

42
Q

Wat is participatiecultuur en wat heeft Jenkins hiermee te maken?

A

De participatiecultuur behandelt het gegeven dat we interactief willen deelnemen aan diverse activiteiten. De term is geïntroduceerd door Henri Jenkins en gaat uit van het vervagen van de grenzen tussen productie en consumptie en het veranderen van de machtsverhoudingen tussen producent en consument. Er is een aantal interessante vragen te koppelen aan de participatiecultuur in relatie tot de impact van cocreatie op communicatie, branding en productie.

Er is een aantal interessante vragen te koppelen aan de participatiecultuur in relatie tot de impact van cocreatie op communicatie, branding en productie. Wat is de directe invloed van cocreatie op branding? Is cocreatie een effectieve vorm om een merk te positioneren of loop je het risico dat de vorm van cocreatie snel (te) dominant is waardoor de merkbekendheid onderbelicht raakt. In hoeverre spelen zaken als interpretatie (wisdom of crowds), reconfiguratie (user generated content) voor merken een rol om zich in de markt te positioneren?

Bij cocreatie is het belangrijk onderscheid te maken in “gestuurde” cocreatie en “vrije” cocreatie. Onder “gestuurde” cocreatie kan je de marketingcommunicatie vatten waarin bedrijven de consument oproepen iets te creëren in het kader van een bepaald product. Zo zijn er experimenten van schrijvers en filmmakers om een verhaal of een scenario middels participatie via social media tot stand te brengen. Zo probeert Tim Burton middels twitter (www.burtonstory.com) een scenario tot stand te laten komen.

Kenmerken “gestuurde” cocreatie:
• Werkt vanuit een omschreven opdracht
• Vooraf vastgestelde parameters
• Output is van tevoren vastgesteld
• Dient een duidelijke doelstelling
• Resultaten worden verzameld door de opdrachtgever
• Resultaten blijven vaststaan en worden niet meer bewerkt door anderen

Kenmerken “vrije” cocreatie
• Ontstaat op een organische manier
• Resultaten worden weer bewerkt door anderen
• Drijfveren komen voort uit actualiteiten, trends en creativiteit
• Kent niet direct duidelijke gedefinieerde doelstellingen

Een andere wat verdergaande ontwikkeling is het fenomeen om ontwerpopdrachten via het web uit te zetten. Dit varieert van autofabrikanten die via internet een opdracht uitzetten om een versnellingspook te ontwerpen tot de vraag om een logo of complete huisstijl te ontwerpen.