INTRODUCTIE IN HET DOMEIN VAN GELETTERDHEID: HET DEBAT ROND CULTURELE GELETTERDHEID; PERSPECTIEVEN VANUIT MULTI-GELETTERDHEDEN Flashcards

1
Q

Perspectieven op literatuuronderwijs

A

Literatuuronderwijs gaat over cultureel erfgoed. (kennisoverdracht), persoonlijke respons (leesmotivatie) en cultuurkritiek (dialoog en discussie).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Perspectieven op geletterdheid

A

Geletterdheid wordt gezien als ideologie. Je hebt de geletterden tegenover de ongeletterden waarbij er twee extremen tegenover elkaar staan de basale vaardigheid van het lezen en het lezen van hoogstaande cultuur.

ER is dan ook de mythe van geletterdheid van Pygmalion (zien inleiding flashcards). De media speelt een belangrijke rol bij de overgang naar ander soorten geletterdheden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Perspectieven op cultuurbeleid

A

Cultuurbeleid

Economie van de aandacht: Niet alleen word je gestimuleerd om te participeren aan cultuur, maar onze cultuur. Het is meervoudig geworden, wat we kennen en kunnen en willen weten. Het beleid moet hier dan nog eens op al die zaken in zetten en een participatief kader op creëren, het is een voortdurende denkoefening.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Perspectieven op leesbevordering

A

Lezen gaat achteruit, economie daardoor ook, meer inzet op leesbevordering en leesplezier. We moeten ook kijken naar wat we lezen en welke verhalen er worden gedeeld. Alternatieve manieren om te lezen buiten boeken. Concurrentie in media.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Retorica

A

Diverse wendingen binnen de humane wetenschappen noemt men de retorische beweging. Het valt hierin op dat de verdedigers het publiek willen overtuigen van en absoluut gelijk aan dat aan de andere alleen maar laakbare bedoelingen toekent.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Perspectieven op cultuur en lezen: back to basics

A

Een beweging die pleit voor en herwaardering van de kennis vastgelegd in de literaire canon en de nationale geschiedenis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Perspectieven op cultuur en lezen: posthumanisme

A

Het boek en de humanistische canon worden vervangen door het computerscherm en de cybercultuur. De mens wordt vervangen door de cyborg.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

De nieuwe retoriek, waarin aandacht voor overtuigingen aangevuld wordt met aandacht voor zorgvuldig luisteren naar wat anderen beweren.

A

De metafoor van de conversatie staat dus centraal. De meest complexe problemen lossen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

De nieuwe retoriek

A

Aandacht voor overtuigingen aangevuld wordt met aandacht voor zorgvuldig luisteren naar wat anderen beweren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is ‘cultuur van de conversatie’

A

De meeste complexe problemen lossen we niet op maar presenteren we in een vorm van conversatie. Cultuur moet voortdurend gecreëerd worden, creaties moeten geïnterpreteerd worden en interpretaties moeten onderhandeld worden. Onze omgang met het verleden valt te zien als een conversatie met mensen die niet meer kunnen spreken. Lezers een boodschap meegeven of een indruk, heeft hen het gevoel dat ze betrokken zijn en dat de tekst in zekere zin over hen gaat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

De wetenschappers als persoon vanuit hun perspectief

A

Sommige wetenschappers zouden de termen perspectieven en zoeklichten nog bevestigen maar terugdeinzen bij het gebruik van verhalen. Sommigen houden niet van taal, sommigen houden niet van cijfers.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Leesbevordering: wat bevorderen?

A

We gaan kijken naar de vraag hoe we iets ingewikkelds als lezen invullen en hoe we omgaan met het bevorderen van het lezen in deze complexe tijden. Hoe belangrijk kwantiteit ook is, het gaat bij lezen onvermijdelijk ook om kwaliteit en die van leesbevordering is bijzonder moeilijk te meten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Leesbevordering: probleem?

A

We worden geconfronteerd met complexe perspectieven en interpretatiemoeilijkheden. De cijfers tonen aan dat lezen in een crisis verkeerd, terwijl andere cijfers tonen dat er meer boeken dan ooit verkocht worden. De overheid wil leesbevordering stimuleren omdat het schrijven en lezen van kwaliteitsvolle teksten bedreigd wordt door de aandachtseconomie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Leesbevordering: wat is lezen?

A

een basisvaardigheid voor het functioneren in het sociale leven, voor het deelnemen aan de meest beroepsbezigheden en aan de democratie. Leesbevordeiring moet zichzelf verkopen op de aandachtsmarkt, maar zich ook legitimeren binnen het beleid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Leesbevorderingsbeleid

A

Sinds de jaren 80 is het belangrijk in het Nederlandse en Vlaamse cultuurbeleid. Lezen als bron van informatie, kennisverdrag en culturele participatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Leesbevordering: literatuur versus andere media/ kunsten

A

Lezen moet concurreren met andere waren op die markt. De tijd die mensen aan lezen besteden moet dus gedeeld worden met de tijd die ander media vragen. De literaire canon lig steeds meer onder vuur, maar we zien dat zij voor andere media (van films tot strips) zeer inspirerend blijkt te werken. De media is ontstaan uit culturele ontwikkeling die de evolutie van een orale naar een schriftcultuur heeft gestart; zowel woord als beeld zijn complexe geletterdheden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Leesbevordering: Doelgroep

A

In principe sluit leesbevordering niemand uit als doelgroep. Deelname aan cultuur is immers in hoge mate afhankelijk van het onderwijsniveau en de socio-professionele status van het gezin. Hoe vroeger de deelname, hoe groter de kans dat deze blijft bestaan en groeit. Een belangrijke doelgroep zijn dus jongeren. Leesbevordering wordt steevast geconfronteerd met de complexiteit van inhoudelijke keuzes. wie kiest voor een bepaalde doelgroep, vergeet onvermijdelijk andere doelgroepen op basis van klasse, gender, leeftijd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Leesbevordering: Wat is ontluikende geletterdheid?

A

Geletterdheid is een constructie van mensen. Kinderen groeien op in een maatschappij waarin geletterdheid deel uitmaakt van het leven. Terwijl zij hun omgeving exploreren, vinden zij hun eigen vorm van geletterdheid uit, parallel met die van hun direct omgeving. Het speelt een rol bij latere keuze.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Leesbevordering: Wat is het belang van de school?

A

De school is een belangrijk instrument om de jeugd te motiveren, want 14-16 jaar is een kritisch moment voor de jeugd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Leesbevordering: multiculturele perspectieven

A

Die aandacht kan vertrekken vanuit de kennismaking met andere literaire tradities of vanuit de confrontatie met de beeldvorming. Literatuur vormt immers een rijke bron van informatie over andere culturen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Leesbevordering: rol van de media?

A

Consumenten willen informatie, snelle duiding en mogelijkheid tot bestellen. De media is de bemiddelaar in de verkoop maar verzorgen ook vormen van leesbevordering door het weggeven van aankoopbonnen voor boeken of het samenstellen van leesgroepen in de krant.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Leesbevordering: rol van de bibliotheek?

A

Deze wordt enerzijds bedreigd en anderzijds wint het aan belang. Wanneer je nu een bibliotheek ontwerpt, moet je nadenken over de gevolgen van digitalisering, over de mate waarin een publieke ruimte openbaar is of nog kan zijn, over identiteit, presentatie en publieksgroepen. Analoog voor museum en school.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Leesbevordering: metafoor van het leven als bibliotheek?

A

Deze wordt vervangen door de metafoor van de mens als computer. Een mens is niet langer een identiteit, maar een voortdurende veranderende constellaties in een gigantische database.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Leesbevordering: projecten?

A
  • focus op de markt: boekenverkoop, gratis, bonnen…
  • focus op media: mediasterren promoten lezen, kranten, tv, radio…
  • focus op de consument: gezin, jonge kind…
  • focus op de instituties: bib, musea…
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

Leesbevordering: leeskringen

A

In leesgroepen komen mensen samen om over boeken te praten. Deze groepen kunnen spontaan ontstaan, maar ook georganiseerd worden op geregelde tijdstippen en/of vaste plekken en met vaste deelnemers en begeleiders. Leeskringen hebben een sterke invloed op de leesbevordering. Ze zijn drempelverlagend en motiverend. Het gaat niet enkel om lezen, maar ook om communiceren over de leeservaring. Er zijn door de overheid leeskringreglementen gemaakt en digitalisering zorgt voor virtuele leesgroepen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
26
Q

Perspectieven op cultuurbeleid: cultuurbeleid

A

Het beleid bestaat uit een aantal cultuuropvattingen die elkaar opvolgen en tegenspreken. Het is een belangrijk concept in het denken over democratie en burgerschap. Politieke en economische omstandigheden bepalen het culturele veld. De toegang tot de literaire cultuur kan afhangen van de persoonlijke sociale en economische achtergrond van de lezer. Het kost geld en de activiteiten veronderstellen een sociaal gunstig en cultuurvriendelijk klimaat.

27
Q

Perspectieven op cultuurbeleid: problemen

A

klachten over achteruitgang, ongelijke participatie, complexe keuzes en postmoderne twijfels

28
Q

Perspectieven op cultuurbeleid: economie van de aandacht/ attention economie + voordelen en nadelen

A

Er is een tekort aan aandacht en zingeving. De nieuwe economie richt zich op informatie, communicatie of entertainment maar ook op materiële zaken die een bepaalde betekenis geven of de aandacht trekken.

Voordeel: de focus ligt op waarden en betekenissen
Nadeel:
- de constructie van die zingeving is steeds meer in handen van de commercie
- er is tijd tekort om hun aandacht te verdelen
- aandacht en verbeelding worden tegelijkertijd bedreigd, in de strijd tussen een wareneconomie en een waardeneconomie

29
Q

Perspectieven op massamedia

A

De media zijn niet enkel bemiddelaars, maar ook producenten van meningen, wereldbeelden en lifestyles. Ze construeert ook een wereldbeeld. Krant, radio, televisie en internet zouden revolutionaire mogelijkheden scheppen voor kritiek op de bestaande orde en leiden tot een totale democratie: meer mensen zouden een stem krijgen en kritisch kunnen zijn. Het zorgt voor een specifieke soort geletterdheid.

30
Q

Perspectieven op massamedia: commercialisering en trivialisering

A

Ze zijn niet inherent aan de massamedia maar het is wel een feit dat precies deze media gemakkelijk in handen vallen van de commercie.

31
Q

Perspectieven op massamedia: culturele geletterdheid

A

Dit is mediageletterdheid geworden, waarbij alle media een rol spelen: boeken, radio, tv, film, video, internet. Leesvaardigheid en leesbevordering kunnen niet voorbij aan het lezen van de media. De literaire cultuur is daarmee een onderdeel geworden van het mediatiseringsproces.

32
Q

Perspectieven op massamedia: kritische geletterdheid

A

Mensen bevrijden van de verschillen tussen hoog en laag. De kapitalistische markt maakt zich meester van de media en creëert een nieuwe elite of vervang het kritische perspectief door een perspectief gericht op entertainment. We zien via media hoe het volk denkt en wie hen vertegenwoordigt. Zo wordt het een representatie. Deze kan bij sommigen de werkelijkheid gaan vervangen. Als je hier niet aan deelneemt, stel je jezelf buiten de maatschappij maar dit is niet haalbaar noch wenselijk want we moeten nu eenmaal kritiek formuleren binnen de mediatisering.

33
Q

Perspectieven op massamedia: voorbeeld van een format

A

Reality-tv waarbij de grens tussen realiteit en fictie vervaagt. Een genre dat ook het vertellen van verhalen beïnvloedt: we maken immers mee het verhaal. Het zorgt voor een nieuwe manier van kijken, interpreteren en evalueren.

34
Q

Perspectieven op massamedia: popmuziek

A

Deze is van groot belang bij het construeren van en onderhandelen over een identiteit. Veel jongeren halen ook poëzie uit teksten van populaire songs. Muziek heeft alles te maken met de cultuur van het lezen. De iPod is hierbij een lifestyle (design), het zorgt ervoor dat alles beschikbaar is.

35
Q

Perspectieven op massamedia: massacultuur

A

Vluchten kan niet meer. Steiner corrigeerde zelfs zijn cultuurpessimisme met een vernieuwingsoptimisme.

36
Q

Perspectieven op massamedia: voorbeeld van een format

A

Reality-tv waarbij de grens tussen realiteit en fictie vervaagt. Een genre dat ook het vertellen van verhalen beïnvloedt: we maken immers mee het verhaal. Het zorgt voor een nieuwe manier van kijken, interpreteren en evalueren.

37
Q

Perspectieven op massamedia: popmuziek

A

Deze is van groot belang bij het construeren van en onderhandelen over een identiteit. Veel jongeren halen ook poëzie uit teksten van populaire songs. Muziek heeft alles te maken met de cultuur van het lezen. De iPod is hierbij een lifestyle (design), het zorgt ervoor dat alles beschikbaar is.

38
Q

Perspectieven op massamedia: massacultuur

A

Vluchten kan niet meer. Steiner corrigeerde zelfs zijn cultuurpessimisme met een vernieuwingsoptimisme.

39
Q

Perspectieven op geletterdheid: ideologie

A

Het wordt gezien als ‘veel gestudeerd hebben, belezen’ - het ideaal van de geletterde man.

40
Q

Perspectieven op geletterdheid: Pygmalion

A

De intellectuele, afstandelijke geletterdheid (Higgins) en de spontane, emotionele geletterdheid ( Eliza) blijken complementair. De mythe van Pygmalion maakt ons bewust van het romantisch-erotisch perspectief van de meester-leerling verhouding, maar deze verhouding blijkt slechts een van de vele tegenstellingen die in het verhaal aanwezig zijn.

41
Q

Perspectieven op geletterdheid: Argumenteren

A

Door de academische en literaire cultuur te bespreken kan je ontdekken welk argumenten een impact hebben op een bepaalde groep.

42
Q

Perspectieven op geletterdheid: Spoorloos

A

Gaat over een buitenstaander die zich vervreemd en spoorloos (clueless) voelt bij een confrontatie met het academische, kritische discours.

43
Q

Perspectieven op geletterdheid: Exclusieve club

A

Het is het aanleren van een bepaalde competentie of geletterdheid wat met andere woorden omschreven kan worden als het leren deelnemen aan de conversatie van een bepaalde gemeenschap.

44
Q

Perspectieven op geletterdheid: Argumenteren

A

Door de academische en literaire cultuur te bespreken kan je ontdekken welk argumenten een impact hebben op een bepaalde groep.

45
Q

Perspectieven op geletterdheid: Belangrijkste trends

A
  • digitalisering: variëteit aan media
  • globalisering: meerdere talen en teksten
  • nieuwe economie: opdeling in lifestyles

New London Group: gesteund op de back-to-basics beweging die zich baseert enkelvoudige (boeken)geletterdheid.

46
Q

Perspectieven op geletterdheid: Geletterd en ongeletterd

A

Ongeletterdheid heet gevolgen voor het functioneren van een persoon in een democratie, op de arbeidsmarkt en ook op het persoonsleven. Het kan een persoon stigmatiseren (Street.).Geletterdheid is een neutraal ideologisch instrument in de strijd tegen werkloosheid, armoede en uitbuiting en vòòr emancipatie, democratie en welvaart.

47
Q

Perspectieven op geletterdheid: Meervoudige geletterdheid

A

Op school, de leraar en bepaalde culturen gebruiken verschillende codes. Het Westen houdt met andere woorden vast aan een mythe van geletterdheid. Er is dus niet maar 1. Het houdt ook de kloof tussen elite en massa stand, hierbij is taal ook een inzet van symbolisch kapitaal. We kunnen lid zijn van verschillende identiteiten creëren. Ze scheppen voorkeuren die uitsluiting en conflict kunnen creëren (insiders en outsiders).

48
Q

Perspectieven op geletterdheid: Belangrijkste trends

A
  • digitalisering: variëteit aan media
  • globalisering: meerdere talen en teksten
  • nieuwe economie: opdeling in lifestyles

New London Group: gesteund op de back-to-basics beweging die zich baseert enkelvoudige (boeken)geletterdheid.

49
Q

Perspectieven op literatuuronderwijs: Boekdrukkunst

A

Boekdrukkunst heeft nood aan een gemeenschappelijke taal en dus ook bij de vorming van een natie. Dikwijls gaat het om een enkelvoudige culturele geletterdheid, maar het kan ook gaan over multiliteracies en daar gaat het over de media en de nationale instituties. boeken bepalen hoe we denken, wat we weten, welk instituties we daar omheen bouwen.

50
Q

Perspectieven op literatuuronderwijs: history reconstructie

A

De klassieke talen hebben een grote invloed gehad op de vorming en ontwikkeling van het moedertaalonderwijs. Moeilijker lag de waardering van literatuur in de volkstaal. In de jaren 60 ontstond een sterke vernieuwingsbeweging binnen het moedertaalonderwijs (democratisering tegen elite!).

51
Q

Perspectieven op literatuuronderwijs: onderwijs en natie

A

Hoe gaan we in het literatuuronderwijs om met nationale constructies?

52
Q

Perspectieven op literatuuronderwijs: virtual community

A

Netwerken waarin identiteiten buiten de fysieke grenzen van de natie worden geconstrueerd. enkelvoudige geletterdheid (natie)

53
Q

Perspectieven op literatuuronderwijs: history reconstructie

A

De klassieke talen hebben een grote invloed gehad op de vorming en ontwikkeling van het moedertaalonderwijs. Moeilijker lag de waardering van literatuur in de volkstaal. In de jaren 60 ontstond een sterke vernieuwingsbeweging binnen het moedertaalonderwijs.

54
Q

Perspectieven op literatuuronderwijs: confrontaties

A

Confrontatie met verschillende diverse theoretische modellen voor literatuuronderwijs.

55
Q

Perspectieven op literatuuronderwijs: drie modellen binnen literatuuronderwijs

A
  • cultureel erfgoed: teksten bevatten betekenissen die door de auteurs zijn gelegd en die de vaardige lezer moet achterhalen = kennisoverdracht als onderwijspraktijk
  • persoonlijke respons: de lezer gaat via eigen ervaring teksten interpreteren en evalueren = kennisoverdracht vanuit aandacht voor motivatie, creativiteit en communicatie
  • cultuurkritiek: tegenstrijdige betekenissen in teksten = subjectieve constructies
56
Q

Perspectieven op literatuuronderwijs: triadische structuur

A

Opvoeding kent deze structuur en is dan aanwezig als opvoeder, kind en kennis met elkaar verbonden zijn. Het relativeert de tegenstelling tussen leerlinggericht en leerstofgericht

57
Q

Perspectieven op literatuuronderwijs: Het Slotfeest

A

De roman draait rond het conflict tussen de leerstofgericht versus de leerlinggerichte benadering. De verteller laat er geen misverstand over bestaan dat hij aan de kan van de traditie staat.

58
Q

Wie klaagt er over de achteruitgang van cultuur en waarom?

A
  • Lerarenkamers (‘onze leerlingen lezen niet meer, kennen de klassieken niet meer’);
  • Interviews en debatten op radio en televisie
  • Columns en essays in kranten en tijdschriften
  • Aandachtspunten in politieke beleidsteksten
  • Onderwerp van onderzoek aan universiteiten.
  • Onderwerp van verhalen, films etc.

Als het gaat over belang van cultuur en kennis in het algemeen is er altijd een zorg dat het niet meer is als vroeger. Degene die klagen over de achteruitgang van culturele kennis, zijn zij die klagen over de culturele kennis die zij belangrijk vinden.

Cultuurcritici klagen over

  • Het verdwijnen van het Bildungsideaal in deze maatschappij,
  • Het vervagen van normen en waarden,
  • Het verdwijnen van gedeelde kennis etc.
59
Q

Geef een aantal voorbeelden van waarom cultuur een buzz word is geworden?

A
  • Racisme wordt vertaald in termen van cultuurverschillen,
  • Klachten over de jeugd worden klaagzangen over hun cultuur: het zijn de hangjongeren die dat niet meer kennen
  • Identiteiten worden ge(re)presenteerd in de vorm van cultureel bepaalde lifestyles: wie we zijn, wat we doen, met wie we omgaan = het is gelinkt aan het maatschappelijke leven door bijvoorbeeld sociale media. We kunnen die lifestyle niet enkel delen, maar we moeten het doen. Maar enkel de vrolijke momenten.
  • Oorlogen worden beschreven als culturele conflicten: bv. de oorlog om olie of de oorlog om macht te hebben, worden oorlogen nu gevochten, verklaard en verantwoord aan de hand van culturele verschillen. Men wil democratie bijbrengen en geeft dat aan als reden van oorlog.
60
Q

Wat is de cultuurparadox?

A
  • Enerzijds constateert men dat cultuur en kunst hoog op de agenda staan
  • Anderzijds stelt men vast dat cultuur en kunst in een crisis verkeren.
  • paradox tussen nationalisme en globalisering
61
Q

Wat zijn imagined communities? Link dit aan het nationalisme en educatie.

A
  • ‘Verbeeld’: de inwoners van een natie moeten zich met elkaar identificeren zonder elkaar te ‘kennen’.
  • Als een ‘natuurlijke’ omgeving waarin men geboren wordt en niet enkel een verzameling van abstracte wetten en beleidsorganen.

Naties als imagined communities beschrijven impliceert niet dat ze geen gevoelens van solidariteit en trots kunnen opwekken.

Traditioneel: scholen als plekken voor natievorming. Nationale identiteiten worden er geconstrueerd en imagined communities gevormd. Dit begon met de 19e eeuwse opvatting over natievorming.
Scholen spelen een belangrijke rol zowel in de banale als de expliciete ‘verbeelding’ van een natie.

Dit wil niet zeggen dat naties ingebeeld zijn. Maar met verbeeld bedoelt men dat de inwoners van een natie zich met elkaar identificeren zonder elkaar te kennen. Als een natuurlijke omgeving waarin men geboren wordt en niet enkel een verzameling van abstracte wetten en beleidsorganen. Er is niets mis met een gedeelde identiteit en er trots op te zijn. Naties als imagined communities beschrijven impliceert niet dat ze geen gevoelens van solidariteit en trots kunnen opwekken. Maar hoe gaan we om met onze eigen trots en met die van anderen? Traditioneel: scholen als plekken voor natievorming. Nationale identiteiten worden er geconstrueerd en imagined communities gevormd. 19e eeuwse opvatting over natievorming. Scholen spelen een belangrijke rol zowel in de banale als de expliciete verbeelding van een natie.

62
Q

Wat is een template?

A

Taal- en literatuuronderwijs volgt vaak dezelfde template: kinderen leren lezen en schrijven in de standaardtaal, ze leren daarbij de nationale geschiedenis en de nationale literatuur kennen (en waarderen).

63
Q

Wat is The New London Group?

A

Ze schreven ‘A Pedagogy of Multiliteracies: Designing Social Futures’ in ‘96 en dit was een manifest over de richting die het onderwijs in geletterdheid dient te volgen om aan te sluiten bij maatschappelijke ontwikkelingen.

64
Q

Wat is de netwerkmaatschappij van Castells?

A
  • Digitalisering: variëteit aan media – woord, beeld, klank – die vandaag op één drager samenkomen en aan elkaar gerelateerd worden.
  • Globalisering: confrontatie met een veelheid aan talen, teksten en verhalen.
  • Nieuwe economie
  • Mediatisering: lifestyles, subculturen, hybride, culturen, multimodaliteiten etc.