Prepositions Flashcards Preview

Doulingo Dutch > Prepositions > Flashcards

Flashcards in Prepositions Deck (74):
1

staan in

to be in

2

in

in

3

bij

at, by, with

4

tussen

between

5

tussen (iets) in

between (something)

6

aan

on

7

zitten

to sit

8

zitten aan (het ontbijt, het middageten, het avondeten)

to have (breakfast, lunch, dinner)

9

wonen

to live

10

Nederland

the Netherlands

11

België

Belgium

12

voor

for

13

op

up, onto, on, upon

14

komen

to come

15

uit

out

16

vlakbij

near

17

naar

to

18

met

with

19

zonder

without

20

van

from

21

toe

towards

22

krijgen

to get

23

na

after

24

het station

station

25

liggen

to lie (down), to be

26

naast

beside

27

tijdens

during

28

door

through

29

vanwege

because of

30

dichtbij

near

31

achter

behind

32

tegen

against

33

terwijl

while

34

over

about, over

35

onder

under

36

mee

with (+verb e.g. "he goes with me.")

37

behalve

except

38

to be in

staan in

39

in

in

40

at, by, with

bij

41

between

tussen

42

between (something)

tussen (iets) in

43

on

aan

44

to sit

zitten

45

to have (breakfast, lunch, dinner)

zitten aan (het ontbijt, het middageten, het avondeten)

46

to live

wonen

47

the Netherlands

Nederland

48

Belgium

België

49

for

voor

50

up, onto, on, upon

op

51

to come

komen

52

out

uit

53

near

vlakbij

54

to

naar

55

with

met

56

without

zonder

57

from

van

58

towards

toe

59

to get

krijgen

60

after

na

61

station

het station

62

to lie (down), to be

liggen

63

beside

naast

64

during

tijdens

65

through

door

66

because of

vanwege

67

near

dichtbij

68

behind

achter

69

against

tegen

70

while

terwijl

71

about, over

over

72

under

onder

73

with (+verb e.g. "he goes with me.")

mee

74

except

behalve