Week 1+2 Flashcards Preview

Statistiek 2 Kennis > Week 1+2 > Flashcards

Flashcards in Week 1+2 Deck (12)
Loading flashcards...
1

welke meetschal "fuzzy" volgens agresti?

ordinal - valt tussen nominaal en interval

2

wanneer is een waarneming mogelijk een outlier?

als deze 1.5 maal de interkwartielrange IQR boven het derde kwartiel

of 1.5 maal onder het eerste kwartiel

3

de kwaliteit van een schatter wordt uitgedrukt in?

1. zuiverheid (unbiased)

2. doeltreffendheid (efficiet) 

4

wat wordt ook de "power" van een test genoemd?

de proportie terecht verworpen H0

dus correct positief

5

wanneer wordt de standaardfout kleiner?

1. afname in residuele variantie

2. toename in steekproefgrootte

3. toename is spreiding van voorspeller x 

6

3 voorwaarden om causaliteit aan te tonen

 

1. er moet een verband bestaan tussen x en y 

2. er moet een toepasselijke tijdsvolgorde zijn

3. alternatieve verklaringen moeten worden uitgesloten

(we kunnen oorzaak nooit bewijizen, maar wel falsificeren)

7

wat is een "lurking" variable?

lurking variable:

> variabele met belangrijk effect, maar niet geincludeerd als predictor

> niet gemeten

> het is dus niet gecontroleerd voor deze variabele

8

wat is een "oneigenlijk verband"?

bv schoenmaat en taalvaardigheid

> geheel verband verklaard door een derde variabele (sekse)

9

wanneer is er sprake van "aaneenschakeling van relaties"?

> hoe wordt x2 ook genoemd?

aaneenschakeling van relaties:

> x1 veroorzaakt x2, x2 veroorzaakt y

> als je voor x2 controleerd, verdwijnt het verband tussen x1 en y

> x2 wordt in die geval ook mediator genoemd 

 

 

10

hoe wordt x2 bij een statistische interactie ook genoemd?

moderator

11

wanneer is er sprake van een "suppressor variable"?

suppressor:

> pas een verband tussen twee variabele als er gecontroleerd wordt voor een derde variabele

12

wat is het simpsons paradox?

simpsons paradox:

> na het controleren voor een variabele, draait het teken van het verband tussen twee variabelen om