Week 1 - Literatuur Flashcards Preview

4 Governance & Strategy > Week 1 - Literatuur > Flashcards

Flashcards in Week 1 - Literatuur Deck (20)
Loading flashcards...
1

Wat kan je zeggen over Policy Networks / beleidsnetwerken? (Rhodes 2007)

Set van formele en informele institutionele verbanden tussen de overheid en andere actoren die gebouwd zijn rond gedeelde interesses in het maken van beleid en implementatie

2

Waarom zijn netwerken volgens Rhodes belangrijk?
Welke aannames heeft Rhodes over de Policy Network Theory? (Rhodes (2007)

-Organisaties zijn afhankelijk van andere organisaties voor bronnen.
-Om hun doel te bereiken moeten organisaties bronnen met elkaar uitwisselen.
-Hoewel het maken van beslissingen binnen de organisatie wordt beperkt door andere organisaties, behoudt de dominante coalitie wat bevoegdheid. Het waarderende systeem van de dominante coalitie beïnvloedt welke relaties als een probleem worden gezien en welke middelen worden gezocht.
-De dominante coalitie maakt gebruik van strategieën binnen de regels van het spel om het proces van uitwisseling te reguleren.
-Variaties in de mate van discretie zijn een product van de doelen en de relatieve machtspotentie van samenwerkende organisaties

3

Wat zegt Rhodes over governance? (2007)

Rhodes heeft het meer over ‘Network Governance’. Hij geeft aan dat governance gaat over het regeren (governing) met en door netwerken.

4

Welke karakteristieken heeft Governance volgens Rhodes?

1. Er is wederzijdse afhankelijkheid tussen organisaties; Governance is breder dan government, er zijn ook niet-statelijke actoren. Het veranderen van de grenzen van de staat betekent dat de grenzen tussen publieke, private en vrijwillige sectoren verschuiven en transparanter worden.

2. Continue interactie tussen leden van het netwerk. Deze worden veroorzaakt door de behoefte om bronnen uit te wisselen en onderhandelen over gedeelde doelen.

3. Game-like interactions, gebouwd op vertrouwen en gereguleerd door de regels van het spel. Hier is door de deelnemers van het netwerk over onderhandeld en goedgekeurd.

4. Een aanzienlijke mate van autonomie voor de staat. Netwerken zijn niet verantwoordelijk voor de staat; zijn zij zelforganiserend. Hoewel de staat niet daadwerkelijk een positie inneemt, kunnen zij toch de indirect de netwerken sturen.

5

Wat zegt Rhodes over de Core Executive?

We moeten niet afvragen welke positie belangrijk is, maar welke functies het binnenste deel van de regering definieert. De Core Executive komt voor in alle overlappende spellen, waarin iedereen wat middelen heeft om het spel te spelen, maar geen enkele actor ze allemaal heeft. Daarom is het belangrijk om twee vragen te beantwoorden: wie doet wat en wie heeft welke middelen?

6

Wat houdt Hollowing out of the state in? (Rhodes 2007)

De staat verliest verantwoordelijkheid/macht in meerdere richtingen.
-Naar boven: EU/Internationaal
-Horizontaal: Agentschappen/private organisaties
-Naar onder: Decentralisatie naar gemeenten.

7

Welke kritiek is er op gedifferentieerd beleid, policy networks en governance? (Rhodes 2007)

-De context van policy networks
-Uitleggen van verandering
-De achteruitgang van de staat
-Centralisatie en de core executive
-Steering networks

8

Wat kan je zeggen over de context van policy networks als kritiek op policy networks en governance? (Rhodes 2007)

veranderingen in een netwerk en governance moeten worden geplaatst in een bredere context. De geschiedenis van governance gedurende de 20e eeuw blijkt te veranderen tussen government en governance. Door deze historische analyse van het verschuiven van de grenzen tussen staat en de burgermaatschappij, dat we willen uitvinden wat de context van network governance is.

9

Wat kan je zeggen over 'uitleggen van verandering' als kritiek op policy networks en governance? (Rhodes 2007)

De meest voorkomende en terugkerende kritiek van policy network analyse, is dat het verandering niet uit kan leggen. Een sterk argument hiervoor is dat de literatuur van policy networks in het algemeen te weinig aandacht geven aan verandering en de rol van ideeën in het veranderen. De gedecentreerde theorie betwist het idee dat onverbiddelijke, onpersoonlijke krachten een verschuiving van government naar governance.

10

Wat kan je zeggen over 'de achteruitgang van de staat' als kritiek op policy networks en governance? (Rhodes 2007)

nog uitzoeken

11

Wat kan je zeggen over 'centralisatie en de core executive' als kritiek op policy networks en governance? (Rhodes 2007)

Verschillende commentatoren verwerpen de bewering dat de core executive onderhevig is aan veel beperkingen en beweren dat deze sterkt blijft. Met andere woorden: de macht wordt meer en meer gecentraliseerd naar de core executive, welke groter wordt, de andere centrale netwerken coördineert en ingrijpt tussen alle beleidssectoren

12

Wat kan je zeggen over 'steering networks' als kritiek op policy networks en governance? (Rhodes 2007)

nog uitzoeken

13

Op welk niveau kijkt het artikel van Scholten (2018) naar governance?

op een meso niveau

14

Waar gaat het artikel van Riley & Manias (2006) over?

De controle over eigen dagelijkse werkzaamheden en samenwerking met anderen. G

Het gaat over de machtsbron van de operatieverpleegkundige. Zij weet bijvoorbeeld de voorkeuren van de arts en kan dat als machtsbron gebruiken

15

Wat zeggen Riley & Manias (2006) over governance?

Governance gaat over het sturen van gedrag en hoe je het je eigen maakt.

16

Hoe kan je gedrag sturen (Riley & Manias 2006)

Je kan gedrag sturen door kennis en ervaring

17

Wat is power to conduct (Riley & Manias, 2006)?

De macht om gedrag te kunnen sturen

18

Waar gaat het artikel van Peters & Pierre (2001) over?

Gaat over de maatschappelijke gelaagdheid: Multi-level governance.
Gelaagdheid in de zin van macro, meso en micro niveau.

Belangrijk: Deze niveaus hangen samen.

Als je een governance probleem hebt, hoe zijn die andere niveaus daarbij betrokken?

19

Wat is de positive sum /non-zero sum game?

Als je decentraliseert kan je veel meer resultaat boeken.

20

Wat houdt 'enabling state' in?

De staat die niet alle macht heeft (top-down opereert), maar naar andere manieren zoekt om iets te bewerkstelligen. Bijvoorbeeld interactie tussen groepen; platformen etc.)