Week 2 Flashcards Preview

HRM - werving en selectie > Week 2 > Flashcards

Flashcards in Week 2 Deck (40):
1

Wie was een van de eersten die methoden heeft ontwikkeld om de waarde van die personeel vertegenwoordigt, te kwantificeren?

Flamholtz

2

Hoe relateert Flamholtz de waarde van het personeel?

1. Kosten die men moet maken om personeel in dienst te nemen, op te leiden en te trainen
2. Als potentiële opbrengst

3

Waarderingsgrondslagen van Flamholtz (1986)

- De opbrengstwaarde
- De historische kostprijs (directe kosten en indirecte kosten)
- De vervangingswaarde (kosten om een medewerker te vervangen. Historische kostprijs + kosten van verloop)

4

Economisch nut (utility)

De waarde die de diensten van de medewerker vertegenwoordigen gedurende de periode deze in dienst is van de organisatie

5

Wie is verantwoordelijk voor de totale financieel-economische informatievoorziening in het bedrijf?

De controller

6

Wat doet een controller?

Financiële planning, belastingaangelegenheden, administratieve organisatie en financiële rapportages

7

Twee grondvormen van een balans

1. Scrontovorm
2. Staffelvorm

8

Belangrijkste posten op een balans

- activa
- passiva

9

Modellen die worden gebruikt om de resultatenrekening op te stellen

- categorale model
- functionele model

10

Vaste activa

Bezit dat de werkzaamheid van de onderneming duurzaam dient te ondersteunen

11

Vlottende activa

Bezit dat men op korte termijn zonder al te veel kosten in liquide middelen kan omzetten ( omzetten in geld)

12

Onderscheid in vaste activa

Materieel, immaterieel en financieel

13

Immateriële vaste activa

Octrooien, concessies, licenties, uitgeefrechten en merken, goodwill

14

Creditzijde van de balans

- Eigen vermogen
- Voorzieningen
- Schulden met looptijd langer dan een jaar (hypothecaire lening of onderhandse lening)
- Schulden met een looptijd korter dan een jaar (leverancierskrediet of bankkrediet)

15

Eigen vermogen

Staat permanent tot beschikking van de ondernemer en hoeft niet aan verstrekkers worden terugbetaald

16

Maatschappelijk kapitaal

Totale nominale bedrag van aandelen dat volgens de statuten door de vennootschap mag worden uitgegeven

17

Geplaatst kapitaal

Totale nominale bedrag van de aandelen die bij aandeelhouders zijn geplaatst

18

Gestort kapitaal

Bedrag waarvoor de deelneming van de aandeelhouders in het maatschappelijk kapitaal is geëffectueerd

19

Wat is agio

Het verschil tussen de emissiewaarde en de nominale waarde

20

Agioreserve

Bij de uitgifte van aandelen wordt meer ontvangen dan de nominale waarde

21

Herwaarderingsreserve

Als de activa hoger wordt gewaardeerd dan dat de aanschafprijs was

22

Statuaire reserves

In de statuten van een naamloos vennootschap kan een bepaling opgenomen zijn dat van de winst een gedeelte als reserve moe worden afgezonderd

23

Winst of algemene reserve

Winst die niet aan aandeelhouders hoeft te worden uitgekeerd

24

Egalisatierekeningen

Kosten over meer periodes gelijk verdelen

25

Waar worden voorzieningen door gevormd?

1. Bestaande schuld of verliezen van onzeker omvang
2. Een aanzienlijk risico dat schulden of verliezen ontstaan
3. Een gelijkmatige verdeling van de kosten

26

Kortlopende schulden

- handelscrediteuren
- te betalen loonbelasting
- te betalen lonen en salarissen
- te betalen tantièmes
- statiegelden
- vooruitbetalingen door klanten
- te betalen kosten
- te betalen vennootschapsbelasting
- te betalen rente
- te betalen aflossing op langlopend vreemd vermogen

27

Jaarrekening

- Balans en toelichting
- Een winst- en verliesrekening en toelichting

28

Balans

Een financiële balans is een overzicht van de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen van vaak een onderneming, instelling of persoon op een gegeven moment.

29

Debiteuren

Mensen die jou moeten betalen

30

Crediteuren

Mensen die jij nog moet betalen

31

Financiële vaste activa

Duurzame deelname in andere bedrijven

32

Liquide middelen

Kas, tegoed op bankrekeningen ( geen schulden)

33

Beschikbaar vermogen

- Eigen vermogen
- Langlopende schulden
- Kortlopende schulden

34

Vreemd vermogen

Eigendom van derden

35

Totale activa =

Totaal vermogen

36

Opbrengsten - kosten =

Bedrijfsresultaat

37

Bedrijfsresultaat - ontvangen/betaalde rente =

Resultaat voor de belasting

38

Resultaat voor de belasting - belasting =

Resultaat na de belasting

39

Resultaat na de belasting - eventuele buitengewone baten/lasten =

Netto resultaat (winst)

40

Leverancierskrediet

Credit, je mag later betalen