Week 6 - Ageing in place Flashcards Preview

2 Patient Centered Care Delivery > Week 6 - Ageing in place > Flashcards

Flashcards in Week 6 - Ageing in place Deck (21)
Loading flashcards...
1

Wat heeft het steeds ouder worden van mensen voor bijwerking?

Dat er ook steeds meer mensen met chronische ziektes zijn en multimorbiditeit. Hiermee hangt samen dat de kosten voor de zorg oplopen.

2

Wat kan je zeggen over de invloed van de omgeving op ouderen?

Zorgen voor mobiliteitsproblemen.

Kleinere sociale netwerken.

3

Wat kan je zeggen over eenzaamheid bij ouderen?

-Eenzaamheid onder ouderen is een serieus probleem

-1 van de 3 miljoen ouderen voelt zich eenzaam.

-Sociale eenzaamheid neemt toe wanneer men ouder wordt.

-Eenzaamheid heeft een nadelige invloed op de (mentale) gezondheid.

-Ouderen hebben moeite om het over eenzaamheid te hebben.

4

Wat kan je zeggen over het belang van de buurt voor het welzijn van ouderen?

-Waar je leeft hangt samen met je gedrag in gezondheid en de resultaten.

-People create places; places create people.

5

Welke verklaringen zijn ervoor dat de buurt van belang is voor het welzijn van ouderen?

compositionele verklaring:

- Individuele kenmerken van bewoners

 

contextuele verklaring:

-Slechte luchtkwaliteit

-Veiligheid Verkeer

-lawaai

 

collectieve verklaring:

- Sociaal kapitaal en sociale cohesie

6

Welke tekortkomingen heeft het Chronic Care Model?

-Afgestemd op klinisch georiënteerde systemen

-Moeilijk te gebruiken voor beoefenaars van preventie en gezondheidsbevordering

-Omvat niet de complexiteit en het samenspel van sociale, economische en culturele omgevingsfactoren

-Het vermogen van gemeenschappen om deze voorwaarden aan te pakken

7

Hoe ziet het Expanded Chronic Care Model eruit?

Dit is breder gebaseerd en gericht op meer mensen (ook preventie)

8

Wat kan je zeggen over het ICCC framework?

Innovative Care for Chronic Conditions Framework

9

Waar houdt het ICCC framework rekening mee?

Met context van ontwikkelingslanden

10

Hoe ziet het ICCC model er uit en benoem hierbij micro, meso en macro level.

zie foto (micro)

11

Wat zegt het WHO framework?

De meeste (oude) mensen wonen in de stad.

Ouderen eisen ondersteunende omgeving, om fysieke en sociale verandering door ouder worden te compenseren.

12

Wat is een age-friendly community? (volgens het WHO?)

Een gemeenschap waarin beleid, services, settings en structuren mensen ondersteunen en het mogelijk maken actief ouder te worden.

13

Wat wil het WHO?

Steden aansporen om meer leeftijdsvriendelijk te worden.

14

Wat is active aging?

Het proces van het optimaliseren van kansen voor gezondheid, participatie en zekerheid om de kwaliteit van leven te verbeteren naar mate men ouder wordt.

15

Waaruit bestaat het WHO framework?

1. Outdoor spaces en gebouwen

2. Transport

3. Huisvesting

4. Sociale participatie

5. Respect en sociale inclusie

6. Burgerparticipatie en werk

7. Communicatie en informatie

8. Community support and health services

16

Noem bij het WHO framework voorbeelden van:

-Outdoor spaces en gebouwen

-Transport

-Huisvesting

-Sociale participatie

-Outdoor spaces en gebouwen

Bv een schone en groene buurt. Een buurt met brede stopen en veilige kruispunten.

 

-Transport

Goed openbaar vervoer en voldoende parkeergelegenheid

 

-Huisvesting

Betaalbare huizen en huizen die geschikt zijn voor ouderen

 

-Sociale participatie

Een buurt waar veel sociale activiteiten worden georganiseerd.

17

Noem bij het WHO framework voorbeelden van:

-Respect en sociale inclusie

-Burgerparticipatie en werk

-Communicatie en informatie

-Community support en health services

-Respect en sociale inclusie

Een buurt waar mensen elkaar willen helpen wanneer nodig

 

-Burgerparticipatie en werk

Mogelijkheden voor vrijwilligerswerk

 

-Communicatie en informatie

Toegang tot internet en internetcursussesn in de buurt. Lokale krant met informatie over wat er in de buurt gebeurt.

 

-Community support en health services

Een buurt waar thuiszorg goed beschikbaar is. En winkels en andere faciliteiten op loopafstand.

18

Welke soorten ondersteuning van buren zijn er?

Sociale monitoring: op elkaar letten, telefoonlijn opzetten.

 

Instrumentele ondersteuning: boodschappen doen, post halen, vuil weggooien

 

Emotionele ondersteuning: praatje maken, koffie drinken, vrije tijd besteding

19

Welke uitdagingen zien professionals op microlevel niveau

-Continuïteit en tijd als voorwaarden voor het verkrijgen van vertrouwen

-Weinig ruimte voor outreach werk

-Terughoudend om buren te betrekken bij het geven van steun

20

Welke uitdagingen zien professionals op mesolevel niveau

-Het kost tijd om kennis te maken met de buurt

-Samenwerking met specifieke partners zijn problematisch, bv. Huisarts, scholen

21

Welke uitdagingen zien professionals op macrolevel niveau

Gevoelde afstand naar gemeente

Operationele regels beperken de autonomie van professionals

Noodzaak van een duidelijk beleid inzake geïntegreerde benaderingen

Slecht gedefinieerde taken en verantwoordelijkheden