110 vragen Flashcards

(110 cards)

1
Q

Rusland 1900-1917 1. Vraag: Hoe werd Rusland bestuurd rond 1900?

A

Antwoord: Als een keizerrijk onder leiding van een tsaar.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Rusland 1900-1917 2. Vraag: Wat kenmerkte de Russische samenleving in 1900?

A

Antwoord: Het was een groot maar ouderwets land met veel overwonnen volken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Rusland 1900-1917 3. Vraag: Welk systeem van bestuur had Rusland in deze periode?

A

Antwoord: Absolutisme, met een alleenbeheerder.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Rusland 1900-1917 4. Vraag: In welke sector werkte de meerderheid van de Russische bevolking?

A

Antwoord: In de landbouw.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Rusland 1900-1917 5. Vraag: Wie bezat de meeste grond in Rusland vóór 1917?

A

Antwoord: De adel en grootgrondbezitters.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Rusland 1900-1917 6. Vraag: Welke rol speelde de Orthodoxe Kerk in Rusland?

A

Antwoord: Ze had veel macht.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Rusland 1900-1917 7. Vraag: Wat gebeurde er in 1895 met betrekking tot Rusland en Japan?

A

Antwoord: Rusland verloor een oorlog van Japan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Rusland 1900-1917 8. Vraag: Wat was de impact van Ruslands nederlaag tegen Japan?

A

Antwoord: Het was de eerste keer dat een Aziatisch land won van een Europees land.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Rusland 1900-1917 9. Vraag: Wat gebeurde er in 1905 in Sint-Petersburg?

A

Antwoord: Er was een opstand tegen de tsaar, bekend als Bloedige Zondag.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Rusland 1900-1917 10. Vraag: Wat beloofde de tsaar na de opstand van 1905?

A

Antwoord: Hervormingen en de oprichting van een parlement, de Doema.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Rusland 1900-1917 11. Vraag: Hoe werd de Doema samengesteld?

A

Antwoord: De leden werden benoemd door de tsaar.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Rusland 1900-1917 12. Vraag: Wat was de rol van de Doema?

A

Antwoord: Ze mocht alleen advies geven en had geen echte macht.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Rusland 1900-1917 13. Vraag: Hoe reageerde Rusland op de oorlogsverklaring van Oostenrijk-Hongarije aan Servië in 1914?

A

Antwoord: De tsaar besloot Servië te helpen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Marxisme-Communisme: 14. Vraag: Wie waren de grondleggers van het marxisme?

A

Antwoord: Karl Marx en Friedrich Engels.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Marxisme-Communisme: 15. Vraag: Wat is het kernidee van het marxisme?

A

Antwoord: Het is een ideologie die stelt dat de geschiedenis wordt gedreven door klassenstrijd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Marxisme-Communisme: 16. Vraag: Wat voorspelde Marx over de geschiedenis en toekomstige samenlevingen?

A

Antwoord: Hij geloofde in historische wetten en voorspelde een wereldwijde revolutie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Marxisme-Communisme: 17. Vraag: Wat is de definitie van een ‘klasse’ volgens Marx?

A

Antwoord: Een groep met een bepaalde mate van welvaart, zoals rijk of arm.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Marxisme-Communisme: 18. Vraag: Hoe beschreef Marx de relatie tussen rijke en arme mensen?

A

Antwoord: De rijken onderdrukken de armen, en rijkdom leidt tot macht.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Marxisme-Communisme: 19. Vraag: Wat is de rol van proletariërs in de marxistische theorie?

A

Antwoord: Ze zijn de arbeidersklasse die uiteindelijk in opstand komt tegen de bourgeoisie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Marxisme-Communisme: 20. Vraag: Wat is het doel van de proletarische revolutie volgens Marx?

A

Antwoord: Het omverwerpen van de bezittende klasse en het vestigen van een socialistische orde.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Marxisme-Communisme: 21. Vraag: Wat is het einddoel van het marxisme?

A

Antwoord: Het vestigen van een klassenloze samenleving onder het communisme.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Marxisme-Communisme: 22. Vraag: Hoe beschreef Marx de overgang van kapitalisme naar communisme?

A

Antwoord: Via een bloedige revolutie waarin de rijken worden om

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Marxisme en Communisme Vraag: Wat is marxisme?

A

Antwoord: : Het is de leer van Karl Marx over de historische ontwikkeling van de samenleving door klassenstrijd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Marxisme en Communisme Vraag: Wat betekent klassenstrijd in het marxisme?

A

Antwoord: : Het is de strijd tussen rijke en arme mensen door de geschiedenis heen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Marxisme en Communisme Vraag: Wie vormt de bourgeoisie?
Antwoord: : De bourgeoisie bestaat uit rijke burgers die fabrieken bezitten.
26
Marxisme en Communisme Vraag: Wie behoort tot het proletariaat?
Antwoord: : Het proletariaat bestaat uit arme arbeiders die weinig of niets bezitten.
27
Marxisme en Communisme Vraag: Wat voorspelde Marx over de wereldrevolutie?
Antwoord: : Hij voorspelde dat arbeiders wereldwijd de macht zouden grijpen om een eerlijkere wereld te creëren.
28
Marxisme en Communisme Vraag: Wat is de dictatuur van het proletariaat?
Antwoord: : Het is Marx's concept waarin de arbeidersklasse de macht overneemt van de bourgeoisie.
29
Marxisme en Communisme Vraag: Wat is socialisme volgens Marx?
Antwoord: : Een stadium waarin het bezit van de rijken verdeeld wordt onder het proletariaat.
30
Marxisme en Communisme Vraag: Wat is communisme?
Antwoord: : Een systeem waarbij alle privébezit wordt afgeschaft en alles gemeenschappelijk bezit wordt.
31
Marxisme en Communisme Vraag: Wat is een klassenloze samenleving?
Antwoord: : Een samenleving zonder klassenverdeling (arm/rijk), een soort paradijs op aarde.
32
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Hoe verliep de Eerste Wereldoorlog voor Rusland tot 1917?
Antwoord: : Zeer slecht, met veel nederlagen tegen Duitsland.
33
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Wat veroorzaakte de Februari-revolutie?
Antwoord: : Onvrede over de oorlog en de slechte leiding van tsaar Nicolaas II.
34
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Wat was het resultaat van de Februari-revolutie?
Antwoord: : De tsaar trad af en er kwam een voorlopige regering.
35
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Wie leidde de voorlopige regering na de Februari-revolutie?
Antwoord: : Alexander Kerensky.
36
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Wat was het beleid van de voorlopige regering ten aanzien van de Eerste Wereldoorlog?
Antwoord: : Ze besloot door te vechten, wat leidde tot teleurstelling bij de bevolking.
37
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Wie was Vladimir Lenin?
Antwoord: : Een communistische revolutionair en marxist.
38
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Wat beloofde Lenin aan het Russische volk?
Antwoord: : "Brood en vrede."
39
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Wat was de Oktoberrevolutie?
Antwoord: : Een staatsgreep door Lenin en de Bolsjewieken.
40
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Wat gebeurde er met de tsarenfamilie tijdens de revolutie?
Antwoord: : Ze werden uitgemoord.
41
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Hoe verschilde het marxistisch-leninisme van het marxisme?
Antwoord: : Het benadrukte revolutie geleid door arbeiders en boeren en communisme in één land.
42
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Wat gebeurde er in 1918 tussen Rusland en Duitsland?
Antwoord: : De Vrede van Brest-Litovsk werd getekend.
43
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Wie vochten er in de Russische Burgeroorlog?
Antwoord: : Het Rode Leger (communisten) tegen het Witte Leger (adem, kerk, democraten).
44
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Waarom voelden sommigen zich verraden door de Vrede van Brest-Litovsk?
Antwoord: : Omdat Rusland veel grondgebied afstond aan Duitsland.
45
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Wat was de uitkomst van de Russische Burgeroorlog?
Antwoord: : De overwinning van de communisten.
46
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Wat waren de gevolgen van Lenins beleid voor de adel en de kerk?
Antwoord: : Velen werden vervolgd of verloren hun macht en bezittingen.
47
De Russische Revolutie en Leninisme Vraag: Hoe reageerde de internationale gemeenschap op de Russische revolutie?
Antwoord: : Met bezorgdheid en soms interventie, uit angst voor het verspreiden van het communisme.
48
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Hoe beïnvloedde Marx de Russische revolutie?
Antwoord: : Zijn ideeën inspireerden de Bolsjewieken en Lenin.
49
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Wat is het verschil tussen bourgeoisie en proletariaat?
Antwoord: : De bourgeoisie is de rijke, bezittende klasse, terwijl het proletariaat de arbeidersklasse is.
50
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Hoe zag Marx de rol van de staat in een communistische samenleving?
Antwoord: : Als tijdelijk instrument dat uiteindelijk zou verdwijnen in een klassenloze samenleving.
51
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Wat is de rol van geweld in de marxistische revolutie?
Antwoord: : Marx zag geweld als een noodzakelijk middel om de kapitalistische orde omver te werpen.
52
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Hoe beïnvloedde de Russische revolutie de rest van de wereld?
Antwoord: : Het inspireerde andere communistische bewegingen en veranderde het wereldpolitieke landschap.
53
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Wat was de relatie tussen Kerensky en de Bolsjewieken?
Antwoord: : Ze waren politieke tegenstanders, waarbij Kerensky probeerde te regeren in een moeilijke overgangsperiode en de Bolsjewieken naar absolute macht streefden.
54
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Hoe veranderde de politieke structuur in Rusland na de Oktoberrevolutie?
Antwoord: : Rusland werd een communistische staat onder leiding van de Bolsjewieken.
55
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Wat betekende 'brood en vrede' voor het Russische volk?
Antwoord: : Het beloofde een einde aan hongersnood en oorlog, twee grote problemen van die tijd.
56
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Wat was de impact van de Russische Burgeroorlog op de Russische samenleving?
Antwoord: : Het leidde tot grote verwoestingen, verlies van levens, en diepe verdeeldheid in de samenleving.
57
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Hoe verschilde de praktijk van het communisme in Rusland van Marx's originele ideeën?
Antwoord: : Het legde meer nadruk op een sterke partijleiding en was minder gericht op internationale revolutie.
58
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Hoe reageerde de internationale gemeenschap op Lenin's machtsovername?
Antwoord: : Met vijandigheid en bezorgdheid, vrezend voor de verspreiding van het communisme.
59
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Wat was de rol van Trotski in de Russische revolutie?
Antwoord: : Hij was een vooraanstaande revolutionaire leider en de organisator van het Rode Leger.
60
Additionele Vragen over Marxisme en Leninisme Vraag: Hoe beïnvloedde de Eerste Wereldoorlog de Russische revolutie?
Antwoord: : De oorlog verergerde de economische en sociale problemen in Rusland, wat leidde tot grotere steun voor de revolutie.
61
Laatste pagina 1. **Wanneer won het Rode Leger?**
- 1921.
62
Laatste pagina 2. **Wie was de leider van de Sovjet-Unie na 1921?**
- Vladimir Lenin.
63
Laatste pagina 3. **Wat betekent 'Sovjet'?**
- Arbeidersraad.
64
Laatste pagina 4. **Wat gebeurde met privébezittingen in de Sovjet-Unie?**
- Ze werden eigendom van de staat.
65
Laatste pagina 5. **Wat moesten de boeren aan de staat geven?**
- Al hun opbrengsten.
66
Laatste pagina 6. **Welk probleem ontstond door de eisen aan de boeren?**
- Een hongersnood.
67
Laatste pagina 7. **Waarom werkte het plan om alles te delen niet?**
- Omdat boeren niet meer hard wilden werken.
68
Laatste pagina 8. **Wat was de Nieuwe Economische Politiek (NEP)?**
- Een plan waarbij boeren hun opbrengsten weer zelf mochten verkopen.
69
Laatste pagina 9. **Hoe verschilde de NEP van het traditionele communisme?**
- Het had weinig gemeen met communisme.
70
Laatste pagina 10. **Waarom werd de NEP ingevoerd?**
- Om de hongersnood te overwinnen.
71
Laatste pagina 11. **Wanneer overleed Lenin?**
- 1924.
72
Laatste pagina 12. **Tussen welke twee figuren ontstond er een machtsstrijd na Lenin?**
- Trotski en Stalin.
73
Laatste pagina 13. **Wanneer greep Stalin de macht?**
- 1928.
74
Laatste pagina 14. **Wat is 'Stalinisme'?**
- Stalin's versie van communisme.
75
Laatste pagina 15. **Noem een kenmerk van Stalin's beleid.**
- Collectivisatie.
76
Laatste pagina 16. **Wat hield collectivisatie in?**
- Het samenvoegen van boerderijen tot mega boerderijen.
77
Laatste pagina 17. **Hoe heetten deze mega boerderijen?**
- Kolchozen of Sovchozen.
78
Laatste pagina 18. **Waarom waren veel boeren tegen collectivisatie?**
- Ze wilden hun grond en vee niet afstaan aan de staat.
79
Laatste pagina 19. **Wat gebeurde er met boeren die protesteerden?**
- Ze werden vermoord of naar strafkampen gestuurd.
80
Laatste pagina 20. **Hoe noemde Stalin de opstandige boeren?**
- Koelakken.
81
Laatste pagina 21. **Wat was het doel van de vijfjarenplannen?**
- Industrialisatie van Rusland.
82
Laatste pagina 22. **Hoe werd de productie georganiseerd onder de vijfjarenplannen?**
- Door de overheid, zonder concurrentie.
83
Laatste pagina 23. **Wat was een nadeel van de vijfjarenplannen?**
- Lage kwaliteit van producten en weinig keuze.
84
Laatste pagina 24. **Hoe werd de Sovjet-Unie onder Stalin beschreven?**
- Als een totalitaire staat.
85
Laatste pagina 25. **Wat deed de geheime dienst onder Stalin?**
- Spoorden politieke tegenstanders op en arresteerden hen.
86
Laatste pagina 26. **Hoe werd propaganda gebruikt?**
- Voor indoctrinatie op verschillende gebieden zoals onderwijs en media.
87
Laatste pagina 27. **Wat was het doel van censuur onder Stalin?**
- Om alle tegengeluiden te verbieden.
88
Laatste pagina 28. **Wat gebeurde er tijdens de showprocessen?**
- Tegenstanders werden veroordeeld, vaak na marteling of bedreigingen.
89
Laatste pagina 29. **Wat was de Grote Zuivering?**
- Een campagne waarbij ongeveer 1 miljoen partijleden werden vermoord.
90
Laatste pagina 30. **Wat was een gevolg van de collectivisatie op de landbouwproductie?**
- Een afname, leidend tot hongersnood.
91
Laatste pagina 31. **Wat gebeurde er met overbodige boeren na collectivisatie?**
- Ze moesten werk zoeken in fabrieken.
92
Laatste pagina 32. **Waarom konden kolchozen tractors betalen?**
- Door de schaalvergroting van het samenvoegen van boerderijen.
93
Laatste pagina 33. **Hoe reageerden sommige boeren op collectivisatie?**
- Door hun vee te slachten en oogst te vernietigen.
94
Laatste pagina **Wanneer vond de grote hongersnood plaats?**
- Ongeveer tussen 1928 en 1931.
95
Laatste pagina 35. **Wat was de Goelag?**
- Een systeem van strafkampen in Siberië.
96
Laatste pagina 36. **Hoe werden de vijfjarenplannen gefinancierd?**
- Door machines te kopen in het buitenland.
97
Laatste pagina 37. **Wie had controle over de bedrijven in de Sovjet-Unie?**
- De staat.
98
Laatste pagina 38. **Hoe werd de productie bepaald onder de vijfjarenplannen?**
- Door overheidsplannen.
99
Laatste pagina 39. **Wat was de impact van censuur op de kunst?**
- Het beperkte creatieve vrijheid en diversiteit.
100
Laatste pagina 40. **Hoe werden tegenstanders van Stalin behandeld?**
- Veelal gearresteerd of geëxecuteerd.
101
Laatste pagina 41. **Waarom was er weinig keuze in producten onder de vijfjarenplannen?**
- Door gebrek aan concurrentie.
102
Laatste pagina 42. **Wat was het effect van indoctrinatie?**
- Het bevorderde loyaliteit aan Stalin en zijn beleid.
103
Laatste pagina 43. **Hoe reageerde de internationale gemeenschap op Stalin's beleid?**
- Met bezorgdheid en kritiek.
104
Laatste pagina 44. **Welke sector werd het meest beïnvloed door de vijfjarenplannen?**
- De industriële sector.
105
Laatste pagina 45. **Hoe veranderde het leven voor gewone burgers onder Stalin?**
- Het werd strenger en meer gecontroleerd.
106
Laatste pagina 46. **Welke rol speelde kunst onder Stalin?**
- Het diende als propaganda-instrument.
107
Laatste pagina 47. **Waarom waren de vijfjarenplannen belangrijk voor de USSR?**
- Ze waren cruciaal voor de modernisering en industrialisatie.
108
Laatste pagina 48. **Hoe werden onderwijs en wetenschap beïnvloed door Stalin's regime?**
- Ze werden gebruikt om de ideologie te verspreiden.
109
Laatste pagina 49. **Wat was de impact van Stalin's beleid op religie?**
- Religie werd onderdrukt en vervangen door staatsideologie.
110
Laatste pagina 50. **Hoe werd Stalin's machtspositie beïnvloed door de Grote Zuivering?**
- Het versterkte zijn controle over de partij en de staat.