Chemie Flashcards Preview

1.3 Stofwisseling > Chemie > Flashcards

Flashcards in Chemie Deck (34):
1

Functies van vet

1. energie leveren
2. beschermen van membranen
3. onderdeel van signaalstoffen (hormonen en ecosanoiden)
(HIC --> ezelsbruggetje)

2

Soorten vetten

1. Cholesterol
2. Fosfolipiden
a. Glycerol + 2 vetzuren en 1 fosforzuur
3. Triglyceriden
a. = 1 glycerol + 3 vetzuren
b. 95% aan triglyceriden krijgen wij binnen via voeding
4. Vetzuren
a. Organische karbonzuren met een keten van ten minste twee koolstofatomen en een carboxylgroep (COOH)
• Vetzuren = groter molecuul=meer bindingen = meer energie dan KH

3

Verzadigd vet

• VERkeerd/ongezond
• Meestal dierlijk (uitzondering vis)
• Vast/hard bij kamertemperatuur
• Onvertakt
• Stabiel tegen verhitting
• C’s en H’s gelijk (door geen dubbele bindingen te hebben)
o C17H35COOH (C x2)

4

Onverzadigd vet

• Oke/gezond (behalve transvet)
• Meestal plantaardig of vis
• Zacht vet bij kamertemperatuur
• Vertakt (dubbele bindingen)
• Minder stabiel tegen verhitting
• Voor elke 2 H’s te weinig = 1 dubbele binding
o 1 = enkelvoudig onverzadigd
o 2 = meervoudig onverzadigd

5

Voorbeelden essentiele vetten:

Linolzuur
Alpha linolzuur

6

Voorbeelden semi-essentiele vetten:

EPA
DHA

7

Desaturase

Dat een vetzuur een extra dubbele binding erbij krijg

8

Elongation

Dat een vetzuur verlengt wordt (+C)

9

Hormoonachtige stoffen in vetten

1. Eicosanoiden uit EPA
2. Prostaglandines
3. Tromboxanen

10

Functie cholesterol

1. Vloeibaarheid van membranen
2. Grondstof voor hormonen
3. Grondstof voor gal
4. Grondstof voor vitamine D

11

Voorbeeld Endogeen vet

cholesterol (meeste) wordt aangemaakt in de lever

12

Exogeen vet

= komt in het lichaam via voeding (klein gedeelte)

13

HDL cholesterol

1. beïnvloed de gezondheid
2. ruimt vrij cholesterol op uit de aders
3. dit wordt getransporteerd naar de lever die het verwijderd

14

LDL cholesterol

1. brengt cholesterol naar de weefsels en cellen
2. meer LDL → slechter

15

Fosfolipiden

• vetachtige stoffen
• Glycerol + 2 vetzuren en 1 fosforzuur
• Bouwelementen van cellen zodat de cel minder toegankelijk word

16

Celmembraan

• Celmembraan heeft een dubbele fosfolipiden laag
• Kop = hydrofiel
• Staart = hydrofoob (watervrezend)

17

Lipoproteïne

Verbinding van specifieke eiwitten en specifieke lipiden. Door de combinatie van lipiden en eiwitten ontstaan vetdeeltjes die wel oplosbaar zijn in water.

18

Functie lipoproteïne

Transport van lipiden in de bloedbaan

19

Soorten lipoproteïne

1. VLDL (erg lage dichtheid)
a. Word in de lever gemaakt
b. Transportmiddel om triglyceriden af te geven aan de vet- en lichaamscellen via de lymfe
2. HDL (‘goede’)
a. ruimt vrij cholesterol op uit de aders, dit wordt getransporteerd naar de lever die het verwijderd
3. LDL (slechte)
a. brengt cholesterol naar de weefsels en cellen
4. Chylomicron (weinig eiwitten)
a. Dunne darm gemaakt
b. Minste cholesterol
c. Als je iets eet, stijgt de chylomicron, want die komt vet als eerste tegen.

20

Transport van vetten via de bloedsomloop

1. Vetzuren + gal --> micellen
a. Micellen --> triglyceriden in de darmcellen
b. Triglyceriden bekleed met eiwitten → chylomicron

2. Chylomicronen + exogene vet vanuit de darmen --> lymfe --> bloed --> lever

3. Endogene vet wordt door VLDL--> weefsels

4. LDL --> weefsels --> geven cholesterol af--> lever maakt HDL
a. HDL haalt cholesterol op bij de weefsels --> naar de lever --> verwijderd uit het lichaam

21

LDL in de vaten

Komt voor als er meer LDL dan HDL is. Deze worden opgegeten door macrofagen waardoor er schuimcellen ontstaan. Deze belemmeren de doorgang van het bloedvat waardoor er aderverkalking ontstaat → bloeddruk stijgt.

22

Cholesterol meten

• HDL en LDL meten; bloedprikken kan op elk gewenst tijdstip
• Triglyceridewaarde meten; moet de patiënt nuchter zijn. Niet nuchter → TG waardes hoger dan het daadwerkelijk is.

23

Vrije radicalen & antioxidanten

• Vrije radicaal = een deeltje die 1 elektron te weinig heeft en deze wilt afpakken van gezonde cellen
• Antioxidanten geven een elektron aan een vrije radicaal zodat deze niet meer schadelijk is

24

Medicatie

1. Simvastatine =cholesterol syntheseremmer
a. Meer LDL-receptoren in de lever worden gemaakt
b. Zorgt ervoor dat het LDL in het bloed afneemt
2. Colestryramine
a. Bindt zich aan galzuren, zorgt ervoor dat galzuren niet her opgenomen worden
b. Hierdoor moet de lever nieuwe galzuren aanmaken door middel van cholesterol → vermindered hoeveelheid cholesterol in het bloed.

25

Verbrandingsproces

1. Vet wordt gesplitst in glycerol en vetzuren
2. Vetten worden omgezet tot acetyl CoA d.m.v. betaoxidatie. Glycerol wordt glyceraldehyde → pyrondruivenzuur → acetyl CoA
3. Acetyl CoA gaat de citroenzuurcyclus in.
a. Zuurstof en ADP toegevoegd en koolstofdioxide eruit gehaald.
b. Zo word acetyl CoA omgezet to water, zuurstof en 36 ATP

26

ATP

Adenine tri phosphate is energie wat gevormd word in de cel (citroenzuurcyclus). ATP geeft 1 fosfaation af zodat er energie vrijkomt. ATP → ADP. Als er weer energie nodig is, word ADP, d.m.v. citroenzuurcyclus weer omgezet in ATP.

27

Osmose

= water gaat van een lage naar het hoge concentratie van deeltjes.
• hypotoon = meer water dan deeltjes
o hypotoon sportdranken gebruik je als je te weinig water heb
• Isotoon = evenveel water als deeltjes
• Hypertoon = meer deeltjes dan water
o Hypertoon sportdranken gebruiken als iemand elektrolyten tekort komt

28

Diffusie

= deeltjes gaan van een hoge naar een lage concentratie → laag water concentratie naar een hoog water concentratie

29

Molmassa → gram

Vermenigvuldigen

30

Gram → molmassa

Delen door

31

Hoeveel gram natrium zit er in 6 gram NaCl

Molmassa NaCl = 58,44, molmassa Natrium = 23
6/58,44 = 0,102 mol NaCl
0,102 x 23 = 2,3 gram natrium

32

Eicosanoiden uit EPA

- Goede invloed op bloeddruk, immuunsysteem en bloedvatensysteem
- Ontstaan uit meervoudig onverzadigde vetzuren

33

Prostaglandines

Verwijden van bloedvaten en het voorkomen van trombose

34

Tromboxanen

- Verhogen kans op hart- en vaatziektes
- Vernauwen bloedvaten en het bevorderen van trombose
- Zorgen voor bloedstollingen bij wondjes