Psychologie Flashcards Preview

1.3 Stofwisseling > Psychologie > Flashcards

Flashcards in Psychologie Deck (23):
1

Stress

- verminderd de vruchtbaarheid
- blokkeert de dood van een kankercel
- beschdigd DNA
- ook wel goed voor je lichaam

2

Een stressoor =

veroorzaakt stress/stimulant

3

Stressresponses =

- reactie van stressor
- gestelijke veranderingen
- lichamelijke veranderingen
* weerstandfase
* uitputtingsfase

4

Cortisol

stresshormoon die stijgt bij stress. Deze zet aminozuren en vet om in glucose

5

Stressoren

1. Traumatische stressoren (indirecte traumatisering, directe traumatisering, natuurrampen of oorlog)
2. Chronische stressoren (burnout, maatschappelijke stressoren, compassions fatigue, major life events)

6

5 fases van traumatische stressoren

1. Shockfase
2. Ontkenningsfase
3. Gezamelijk inspanning
4. Inzinking
5. Herstel- en re-integratiefase

7

Moderatoren

1. personelijkheid type A of B
2. interne- of externe locus of control
3. is iemand optimistisch
4. is iemand weerbaar
5. is iemand veerkrachtig

8

Strategien voor coping

1. probleem- en emotiegericht (het aanpakken/emotie reguleren)
2. Cognitief herstructureren (het probleem kleiner zien)
3. Sociale vergelijking (je bent niet alleen)
4. Positieve emoties hebben
5. zingeving
Slechte strategien:
1. afleiding zoeken
2. afweer

9

Primaire controle

- westerse wereld
- handelingen uitvoeren om externe gebeurtenissen aan te sturen

10

Secundaire controle

- oosterse wereld
- beheersen van de individuele reactie op gebeurtenissen

11

Motivationeel systeem

- snelle, automatische denkprocessen (vb lust naar lekker eten)

12

Inhibitoir controle systeem

- langetermijndoelen uit kunnen voeren (vb die lust intomen)
- mensen met overgewicht zijn minder goed in controle

13

Cognitieve dissonatie

- mensen die zich vrijwillig overgeven aan gedrag dat botst met die van hen zelf
- vb vrouw die bij haar man blijft ondanks dat hij haar mishandeld

14

Fundamentele attributie

= andermans flaters wijten we meestan aan diens karaktereigenschappen

15

Serving bias

= onze eigen flaters toeschrijven aan een bepaalde situatie

16

Neofobie

= angst voor nieuwe dingen

17

Neofilie

= dwang om verschillende dingen uit te proberen

18

Klassieke conditionering (pavlov)

= reactie wordt aangeleerd (vb hond die eet na het horen van een belletje)

19

Evolitionair leren

= de gevolgen die je meemakt nadat je iets heb ingeslikt (vb overgeven na dat je ei hebt gegeten --> misselijk van ei)

20

Evaluatie conditionering

= iets wordt nog prettiger door bepaalde factoren

21

Eetstijlen

1. Restraint theorie (dieet)
2. Psychosomatische theorie (veel te eten op negatieve emoties)
3. Externaliteits-theorie (eetgedrag door invloeden van buiten af vb reclames, verjaardagen)

22

Disinhibitie

= in 1 klap alle remmen los, je impulsen laten gaan

23

Inhibitie

= je gedragen ofwel je impulsen remmen