H13 Evolution and Individual Differences Flashcards

(22 cards)

1
Q

Waarom lijkt diversiteit in tegenspraak met evolutietheorie?

A

Evolutie zou verschillen tussen mensen moeten homogeniseren, maar er zijn grote verschillen tussen individuen, zowel fysiek als in gedrag.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is de rol van diversiteit in het evolutionair proces?

A

Diversiteit is belangrijk voor natuurlijke selectie en aanpassing aan verschillende omgevingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen m.b.t. persoonlijkheidstheorieën?

A

Er zijn verschillende theorieën die de rol van erfelijkheid en omgeving in persoonlijkheid onderzoeken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen m.b.t. intelligentietheorieën?

A

Intelligentie wordt vanuit verschillende perspectieven bestudeerd, waaronder klassieke en evolutionaire theorieën.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat betekent ‘niche fitting’?

A

Het proces waarbij individuen zich aanpassen aan een specifieke gedragsmatige niche om concurrentie te verminderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat houdt ‘frequency dependent selection’ in?

A

De effectiviteit van een geërfde strategie hangt af van het aantal individuen dat dezelfde strategie hanteert.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is ‘phenotype switching’?

A

Het vermogen van een organisme om zijn fysieke eigenschappen te veranderen op basis van omgevingsinformatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn erfelijke en niet-erfelijke factoren bij individuele verschillen?

A

Erfelijke factoren zijn genetisch bepaald, terwijl niet-erfelijke factoren voortkomen uit omgevingsinvloeden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is de paradox van evolutie en diversiteit?

A

Evolutie leidt tot soortspecifieke eigenschappen terwijl er toch grote variatie tussen individuen bestaat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de twee opties die de tegenstrijdigheid tussen diversiteit en evolutie opheffen?

A
  • Individuele verschillen maken voor de meerderheid weinig verschil voor inclusive fitness
  • Geen enkele, globaal optimale ‘menselijke aard’ bestaat
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat zijn de erfelijkheidscoëfficiënten voor de Big Five persoonlijkheidsfactoren?

A

Tussen 0.3 en 0.5.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn de erfelijkheidscoëfficiënten voor intelligentie?

A

Tussen 0.4 en 0.7.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is het verschil tussen persoonlijkheidstheoretici en evolutionair psychologen?

A
  • Persoonlijkheidstheoretici vragen zich af of gedrag bepaald wordt door persoonlijkheid of de situatie
  • Evolutionair psychologen onderzoeken hoe stabiliteit en variabiliteit in gedrag de inclusive fitness bevorderen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat moet een evolutionaire persoonlijkheidstheorie verklaren?

A
  • Erfelijke variatie
  • Niet-erfelijke variatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat zijn adaptieve verklaringen van erfelijke variatie in persoonlijkheid?

A

Suggesties dat variatie voordelen biedt in termen van inclusive fitness.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat houdt ‘antagonistic pleiotropy’ in?

A

Genen hebben vroege positieve effecten en later negatieve effecten, zoals bij genen die testosteron controleren.

17
Q

Wat zijn mogelijke kandidaat genen betrokken bij verschillen in persoonlijkheid?

18
Q

Wat zijn de twee manieren waarop kandidaat genen geïdentificeerd kunnen worden?

A
  • Linkage onderzoek
  • Associatie studies
19
Q

Wat is de moderne definitie van intelligentie?

A

Het vermogen tot redeneren, plannen, problemen oplossen, en leren van ervaring.

20
Q

Wat zijn de acht vormen van intelligentie volgens Gardner?

A
  • Taalkundige intelligentie
  • Logisch-wiskundige intelligentie
  • Visuospatiële intelligentie
  • Muzikale intelligentie
  • Lichaamsbeweging
  • Interpersoonlijke intelligentie
  • Intrapersoonlijke intelligentie
  • Naturalistische intelligentie
21
Q

Wat is de rol van variatie in natuurlijke selectie?

A

Variatie is noodzakelijk voor selectie en evolutie.

22
Q

Wat suggereert de theorie van Darwin over erfelijke diversiteit?

A

Evolutie vereist erfelijke diversiteit in eigenschappen zoals persoonlijkheid en intelligentie.