H8: Spatiale cognitie Flashcards Preview

Neuropsychologie > H8: Spatiale cognitie > Flashcards

Flashcards in H8: Spatiale cognitie Deck (34):
1

Directionele selectiviteit:

cellen in de pariëtale cortex focussen zich in het volgen van een object

2

Egocentrische relatie met objecten:

objecten die zich binnen reikwijdte bevinden

3

Allocentrische relatie met objecten: :

objecten die zich net BUITEN de reikwijdte bevinden

4

PERCEPTIE van locatie lijdt onder een letsel aan de ...

posterieure rechter hemisfeer

5

Retinale dispariteit:

beeld dat binnenkomt in het linker- en rechteroog is niet gelijk. De verplaatsing op de retina wordt berekend en zo percipiëren we diepte.

6

GLOBALE Retinale dispariteit is te testen door:

random-dot stereogrammen binoculair aan te bieden

7

(Spatiale relaties): Bij het benoemen van een lijn is er een RVF / LVF voordeel en de Linker / Rechter hemisfeer is dominant

Er is een RVF (right visual field) voordeel en de Linker hemisfeer is dominant

8

(Spatiale relaties): Bij het geven van een nummer aan een lijn is er een RVF / LVF voordeel en de Linker / Rechter hemisfeer is dominant

Er is een LVF (left visual field) voordeel en de Rechter hemisfeer is dominant

9

Oriëntatie van lijnstukken is vooral gebaseerd in de L / R hemisfeer

in de Rechter hemisfeer!

10

Er zijn drie gebieden waar er een specifieke gevoeligheid is voor ROTATIES van objecten:

- MT / V5 (beweging)
- Superieur temporaal
- Inferieur pariëtaal

11

(Mentale rotatie): Bij gezonde mensen is er geen verschil of een object in het LVF / RVF wordt aangeboden. Bij split brain patiënten echter:

... Wordt info sneller geroteerd in het LVF (omdat de rotatie dan wordt uitgevoerd door de rechter hemisfeer).

= We maken dus een mentaal beeld om daarna te roteren.

12

De Rey-Osterrieth figuur meet:

constructieve vaardigheden

13

Constructionele apraxie:

Problemen met overtekenen van figuren

14

(Spatiale vaardigheden): Als er Rechts hemisferische schade is is er een probleem met globale / gedetailleerde patronen

Problemen met globale patronen!

15

(Spatiale vaardigheden): Als er Links hemisferische schade is is er een probleem met globale / gedetailleerde patronen

Problemen met details!

16

Twee basis strategieën voor spatiale navigatie:

- Route gebaseerd (koppelen van cues / landmarks)

- Cognitieve map gebaseerd (hoe zijn verschillende elementen van het landschap aan elkaar gerelateerd? > allocentrische manier)

17

Men heeft moeite met het stift doolhof na Rechter / Linker hemisferische schade

Rechter hemisferische schade

18

Er is wel / geen dubbele dissociatie tussen "stift doolhof" en "locomotorische versie"

Er is een dubbele dissociatie!

19

Het aanduiden van steden in Amerika is minder accuraat na schade aan de L / R hemisfeer

Rechter hemisfeer

20

Gebied verantwoordelijk voor geheugen van landmarks:

Parahippocampus

21

Place cellen:

cellen die specifiek vuren voor één plaats, afzonderlijk van anderen

22

Grid cellen:

cellen die vuren vuren referentiepunten en een schematisch geheel vormen

23

(Links/rechtsverwarring): Door schade aan de L / R hemisfeer treedt er verwarring op ten opzichte van het EIGEN LICHAAM

Linker hemisfeer

24

(Links/rechtsverwarring): Door schade aan de L / R hemisfeer treedt er verwarring op ten opzichte van ANDERMANS LICHAAM

Rechter hemisfeer
(waarschijnlijk door mentale rotatie)

25

Symptomen Gerstmann-syndroom:

- Links-rechts verwarring
- Vingeragnosie
- Dyscalculie
- Dysgrafie
- Agrafie

26

Locatie Gerstmann-syndroom:

Linker angulaire gyrus!

27

Anosognosie:

= Geen inzicht in eigen ziekte
vb: Verlamming van een ledemaat niet erkennen.

-> Door een verstoring in het lichaamsschema

28

Drie symptomen BALINT'S SYNDROOM:

1. Optische ataxie (onvermogen om iets aan te wijzen = geen 'geheel' beeld van objecten)

2. Oculaire apraxie (blik niet kunnen richten op nieuwe stimulus)

3. Simultaan agnosie (onvermogen om verschillende elementen van het visuele veld tegelijk te zien)

29

Linkerhemisfeer is verantwoordelijk voor Categorische / Metrische spatiale relaties:

Categorische relaties! (WOORDELIJK!)

= Boven / Onder
= Links / Rechts

30

Rechterhemisfeer is verantwoordelijk voor Categorische / Metrische spatiale relaties:

Metrische spatiale relaties! (SPATIAAL)

= Hoe ver uit elkaar

31

Kwalitatieve taak: meer activatie ventrale / dorsale gebieden

Ventrale gebieden!

(Is er een verschil of niet?) (vrij verbaal)

32

Kwantitatieve taak: meer activatie ventrale / dorsale gebieden

Dorsale gebieden!

(Hoe groot is het verschil?) (eerder metrisch)

33

Ventraal -> Categorisch / metrisch?

Ventraal -> Categorisch (in categorieën redeneren)

34

Dorsaal -> Categorisch / metrisch?

Dorsaal -> Metrisch (eerder berekeningen)