Hart & bloed T Flashcards

1
Q

functie cardiovasculair stelsel

A

1) cellen = gebruiken van voedingsstoffen & produceren van (afval)producten
2) overgeven aan weefselvloeistof
3) wordt ververst door bloed door haarvaten (= capillairen)
-> liggen meestal tussen arterien & venen (soms samen met)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

hart algemeen

A

hart = cor

  1. kenmerken
    - holle spier = pomp
    - in mediastinum samen met grote bloedvaten & oesophagus
  2. septa = onderverdeling
    - vorming van 4 ruimtes: 2 atria & 2 ventrikels
    - septum interatriale = parallel met as v/h hart = 40° tov. sagittaal
    - septum interventriculare = uitpuilen in rechter ventrikel
    - septum atrioventriculare = onderbroken door ostia
  3. ostia
    - atrioventriculare links & rechts
    - aortae rechts
    - pulmonalis links
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

uitwendig hart: ligging & vorm

A
  • iets groter dar gebalde vuist
  • 250-350 g
  • onregematige kegel
  • basis cordis = tegen wervelzuil rond T4-6
  • apex cordis = 5e tussenribruimte op mid claviculaire lijn
    –> icutus cordis = puntstoot te voelen
    –> apex = volledig linker ventrikel
  • rechterrand = net voorbij rechterrand sternum
  • aortha boog achter manubrium sterni
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

sulci in hart

A

= tussen 4 holtes

  1. sulcus coronarius
    - op atrioventriculaire grens
    - ventraal < dorsaal door bedekking van aortha & truncus pulmonalis
    - gevuld met bloedvaten & vetweefsel
  2. sulcus interventricularis anterior & posterior
    - komen bij elkaar op de incisura apicis cordis = 1cm recht van hartpunt
  3. auricularia
    - vergroting van atria
    - gerimpeld
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

oppervlaktes van het hart

A

1) facies diafragmatica
- op centrum tendineum & linker koepel
- vooral linker ventrikel

2) facies sternocostalis = voorzijde
- 2/3 rechter ventrikel
- craniaal truncus pulmonalis
- linker atrium verstopt door pars ascendens aortae
- klein stuk linker auricula te zien

3) achterzijde
- basis cordis
- grote bloedvaten
– vena cava supeirior craniaal
– vena cava inferior net boven sulcus coronarius
– 4 vena pulmonales linker atrium

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

pericard

A

= hartzakje

  1. fibreus pericard
    - stevig & vezelig BW
    - caudaal verbonden met diafragma
    - lateraal tegen pariëtale pleura van longen
    - craniaal overlopen in BW voor grote bloedvaten
  2. sereus pericard
    - pariëtaal = tegen fibreus
    - visceraal = tegen myocard
    - omslaan aan grote bloedvaten
    - pericardholte met pericard vocht
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

structuur hartwand

A
  1. epicard = tegen pericard
  2. myocard
    - spiervezels, geleidend weefsel & coronaire circulatie
    - atria = dun & gelijk
    - ventrikels = dik & L = 2x R
    - hartskelet = annuli fibrosi rond ostia
  3. endocard
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

atrium dextrum

A

situering: rechts, voor & meer caudaal van linker atrium

openingen
1. VCS
- craniaal, rechts & dorsaal
- geen klep
2. VCI
- caudaal, rechts & dorsaal
- klep van eutachius = rudimentaire klep voor geleiding fossa ovalis
3. sinus coronarius
- veneus afvoervat van coronaire circulatie
- klep van thebesius
4. ostia atrioventricularis

oppervlaktes
1. sinus venrum cavarum
- glad opp
- tussen VCI & VCS
2. rest v/h hart = traviculair = gekruiste spierbalkjes
3. fossa ovalis
- formalen ovalis bij embryo
- meteen naar linker atrium want longen niet functioneel
4. pars atrioventricular septum
- deel dat aan linker atrium reaagd
- collageen weefsel = zichtbaar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

ventriculus dexter

A

situering: pyramide met top naar boven & achter, voorzijde van hart

1) ostium atrioventricularis
–> klep = valva atrioventricularis dextra = valva tricuspidalis
- cuspis anterior, posterior & septalis
- hangen via chordae vast aan mm. papillaris
- mm. papillaris contraheren samen met het hart om deze klep te sluiten tijdens de systole

2) ostium trunci pulmonalis
–> klep = valva trunci pulmonalis
- valvulae semilunares anterior, dextra & sinistra = zwaluwnestjes
- sluiten tijdens diastole

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

atrium & ventriculus sinister

A

atrium
- 2 hoornen waar 4 vv. pulmonales uitmonden
- auricula = omgeven door traviculair weefsel, de rest glad
- onder = ostium atrioventriculare sinistrum

ventriculus
1) situering = kegelvormig, achterzijde van hart & bevat apex cordis
2) oppervlaktes: volledig traviculair behalve conus arteriosus = uitgang aortha

3) valva atrioventricularis sinistra = valva bicuspidalis = valva mitralis
- m. papillaris anterior & posterior naar cuspis anterior & posterior door chordae tendineae

4) valva aortae = valvulae semilunaris posterior, dextra & sinistra

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

aa. van de coronaire circulatie

A

= aa. coronariae cordis

a. coronaria sinistra
O. linker valvula semilunaris aortae
- tussen truncus pulmonalis & auricularia sinistra
- sulcus coronarius = aftakken

  1. ramus circumflexus
    - sulcus coronarius = linker hartboord
    - facies diafragmatica
    - anastomose met a. coronaria dextra
    F = linker atria & ventrikel
  2. ramus interventricularis anterior
    - sulcus interventricularis anterior
    - incisura cordis
    - anastomose met a. coronaria dextra
    F = linker ventrikel & ventrale 2/3 interventriculaire septum

a. coronaria dextra
O. rechter valvula semilunaris aortae
- sulcus coronarius
- sulcus interventricularis posterior
- aftakken = ramus interventricularis posterior
F = rechter ventrikel, achterkant beide ventrikels, dorsale 1/3 septum

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

vv. van de coronaire circulatie

A

v. die uitmonden in sinus coronarius

1) v. cardiaca magna
o. hartpunt
- sulcus interventricularis anterior
- buigt naar links = sulcus coronarius
- achterzijde hart
–> SC

2) v. cardiaca media
o. suclus interventricularis posterior
–> SC @ hartbasis

3) v. cardiaca parva
o. sulcus coronarius
- tussen rechter atrium & ventrikel
- over rechter hartboord
–> SC

4) v. cordis
o. dorsaal sulcus coronarius
- tussen linker atrium & ventrikel
–> SC @ tussen rechter atrium & valva tricuspidalis

v. die direct in hart uitmonden = kleine v.

1) v. cordis anteriores = recht in rechter atrium
2) v. cardiacae minimae = recht in beide ventrikels

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

geleidingsweefsel in het hart

A
  1. nodus sinu-atrialis van keith-flack
    - rechteratrium: voorwand rond VCS
    - tussen epicard & myocard
  2. nodus atrioventricularis van aschoff-tawaraknoop
    - rechteratrium: in 3hoek tussen ostium atrioventricularis, fossa ovalis & pars atrioventriculair septum
    - tussen myocard & endocard
  3. bundels van his
    - interventriculair septum
    - plitsen in takken
    - naar hartpunt
    - oomhoog vertakken = netwerk van purkinje
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

belang anastomosen

A

= collaterale circulatie
–> alternatieve weg voor bloed in geval van blokkage
vb: beweegelijke gewrichten: elleboog, knie, schouder & heup + belangerijke organen

aders die niet meer vertakken = terminale arterien of eindarterie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

verloop van aortha

A

1) pars ascendens aortae
2) arcus aorthae
3) pars descendens aortae
4) pars thoracica aortae
5) pars abdominalis aortae

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

pars ascendens & arcus aorthae

A
  1. pars ascendens
    O. ostium aorta @ 3e ribkraakbeen
    - sinus aorthae = net bovenklep = begin a. coronaria dextra & sinistra
    - in fibreus pericard
    - 5cm
    - naar rechts & boven
  2. arcus aortae
    - naar links & dosraal
    - manubrium sterni = hoogte punt
    - T4 = pars descendens
    aftakkingen: truncus brachiocephalica, a. subclavia sinistra, a. carotis communis sinistra
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

aa. carotides communes

A

O.
- dextra = truncus brachiocephalicus samen met a. subclavia
–> meer ventraal
- sinister = aortha tussen truncus brachiocephalicus & a. subclavius sinister

  • parallel lopen
  • samen met n. vagus & v. jugularis interna in gemeenschappelijk BWschede
  • lateraal van schildkraakbeen
  • craniaal schildkraakbeen = vertakken
  • sinus caroticus met drukreceptoren & zuurstofreceptoren = glomus caroticum
    –> manuele druk = verhoogde bloeddruk = bewusteloosheid of hartstilstand

1) carotis interna
2) carotis externa

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

aa. carotis interna

A
  1. geen extracraniale takken
  2. door canalis carotis
  3. top pars petrosa
  4. door foramen lacerum
  5. in sulcus caroticus @ os sphenoidale
  6. sinus cavernosus
  7. rons proc. clinoideus anterior = achterrand ala minor
  8. draaien naar achter & mediaal
  9. a. afgeven voor orbita & takken voor hersenen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

aa. carotis externa

A
  • zet verloop a. carotides communes verder

aftakkingen

1) a. fascialis
- onderrand mandibula
- ventrale grens m. masseter
- binnenste hoek orbita = anatosmose
f. schildklier, tong, pharnyxwand, aangezicht, verhemelte, submandibulaire speekselklieren

2) temporalis superficialis
- zet verloop a. carotis externa verder
- voor uitwendige gehoorgang
- vele takken

3) maxillaris
- diep van mandibula
- fossa pterygopalatina
- kin, tandaveolen, maningen = hersenvliezen, m. masseter, m. temproalis, tandvlees, orbita, verhemelte, neusholte & pharnyx

4) suboccipitale vertakkingen voor achterhoogd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

pars thoracica aortae

A

1) arcus aortae
2) daalt links van de wervelzuil = pars thoracica aortae
3) geleidelijk naar middelijn
4) door hiatus aortae @ diafragma
5) pars abdominalis

viscerale takken
- rami bronchiales: F = longweefsel & bronchi
- rami oesophageales: F = oesophagus

pariëtale takken
= somatisch = tussen de ribben
- a. intercostalis suprema = 1 & 2
- aa. intercostales posteriores = 3 - 11
- a. subcostalis = 12
o. achterzijde aortha
- rechter moet over wervelkolom kruisen
- tussen mm. intercostales interni & intimi
- voorzijde = anastomoseren met aa. intercostales anteriores van a. thoracica interna
F. intercostales, serattus posterior & levatores costarum

–> dorsale tak: F = inhoud canalis vertebralis (foramen intervertebrale), rugspieren & huid
–> laterale tak = huid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

pars abdominalis aortae + a iliaca

A
  1. pars abdominalis aortae
    - voorzijde wervelzuil
    - T4-5 = splitsen
    - 2 aa. iliacae communes
    - a. sacralis mediana = zet richting voort
  2. aa. iliacae communes
    - naar caudaal, ventraal & lateraal
    - mediale rand m. psoas major
    - 6cm
    - art. sarco-iliaca = spliten in interna & externa
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

viscerale aftakkingen van pars abdominalis

A
  1. L & R a. phrenica inferior = diafragma
  2. truncus coeliacus
    O. net na hiatus aorticus
    - na 2 cm splitsen in 3 takken
    - F = distaal slokdarm, maag, pancreas, lever & milt
  3. a. mesenterica superior
    O. net onder truncus coeliacus
    - vele takken
    - F = deel v/d pancreas, dunne darm & 1/2 dikke darm
  4. L & R a. suprarenalis media = naar bijnier
  5. L & R a. renalis = takken voor nier, bijnier & ureter
  6. L & R testicularis of ovarica
    - ovarica = vrouw = lange dunne draden binnen kleine bekken naar ovarium
    - testicularis = uit kleine bekken door canalis inguinalis naar testis
  7. a. mesenterica inferior
    O. voorzijde aorta rond L3-4
    - anastosmose met a. mesenterica superior
    - F = distale 1/2 dikke darm
    - tak = a. rectalis supeiror -> grootste deel rectum
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

pariëtale aftakkingen van pars abdominalis & a. sacralis mediana

A
  1. 4 paar aa. lumbalis
    - ≈ intercostalis posterior
    - zijkant aortha L1-4
    - anastomose ventraal met a. epigastica superior van thoracica interna
    - F = buikspieren
  2. a. sacralis mediana = einde aortha
    - over promontorium
    - over os sacrum
    - einde rond os coccygis
    - 5e paar aa. lumbalis
    - a. sacralis lateralis op voorzijde os sacrum
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

a. iliacae interna

A

= korte & veel variatie in vertakkingspatroon

1) a. glutea superior
- doo foramen suprapiriforme
- dorsaal os coxae = regio gluteae
- F = mm. gluteus

2) a. umbilicalis = vroeger verbinding met placenta -> nu fibreuze streng

3) a. obturatoria
- schuin naar voor & onder op de wand van kleine bekken in sulcus obturatorius
- F = diepe spieren dij & caput femoris + lig. capitis femoris

4) a. pudenda interna
- in bilstreek -> fossa ischiorectalis & perineum
+ takjes voor rectus & spieren rondom + uitwendige genitalia

5) a. glutea inferior
- door foramen infrapiriforme

6) parietale takken voor m. iliacus & quadratus lumborum = voor canalis vertebralis

7) takjes voor urineblaas, ureters, ductus deferens, prostaat & vesiculae seminales

8) takjes voor rectum & uterus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Q

a. iliacae externa

A
  • zet richting a. iliaca interna verder
  • volgt linea arcuata van os coxae
  • kruist pecten ossis pubis
  • onder lig. inguinale samen met v
    –> duidelijk te voelen

aftakkingen
1) a. circumflexa ilium profunda
2) a. epigastrica interior
- naar de navel
- anastosmose met a. epigastrica superior = spieren van buikwand

26
Q

aa. pulmonales

A

= veneus bloed arterieel maken in longen
–> door compliantie weefsel: bloeddruk 6x lager

  1. truncus pulmonalis
    o. rechter ventrikel achter ribkraakbeen 3
    - voor pars ascendens aortae bij oorsprong
    - wind rond aorta = links liggen
    - geheel in pericard
    - onder aortaboog = splitsen
  2. a. pulmonalis dextra
    - over middelijnkruisen = langer
    - voor rechter hoofdbronchus
    - achter pars ascendens & vcs
    - 2 ongelijke takken: bovenste kwab > middenste & onderste kwab
  3. a. pulmonalis sinistra
    - korter
    - voor linker hoofdbronchus
    - voor pars descendes & onder aortha boog
    - 2 gelijke takken: bovenste kwab = onderste kwab
27
Q

eigenschappen cappilairen

A
  1. functies
    - uitwisselingsstelsel
    - verschillend van sinusoïden: wijder & onregelmatiger lumen
    - anastomoserend netwerk tussen atriolen & venulen
  2. precappilaire sfincter
    - overgang arterieën -> cappilairen
    - bepaalt doorstroming door capillairen
    - zonder sfincter = voorkeurskanalen
  3. atrioveneuze anastomosen
    - directe verbinding
    - lumen afsluiten = normale doorbloeding
    - lumen open = minder doorbloeding doorlopend weefsel
28
Q

eigenschappen venen

A
  1. lagen
    - venulen = dunne tunica adventita
    - grote venen = tunica media
    - cappilairen enkel 1 laag endotheelcellen
  2. kleppen
    - komen voor per 2/3
    - niet in venulen & grote (holle)vaten
  3. volume > aterieën: 1/2 bloed
  4. compressie van venen
    - omliggende spieren
    - abdominale & thoracale druk
    - dilatatie van arterien tijdens systole
29
Q

systematiek venen

A

1) oppervlakkige net
- veel variatie in ligging
- subcutis

2) verbindende vv. perforantes

3) diepe net
- gelijklopend met arterieën
- distaal = ontdubbelen
–> venae comitantes
- meer kleppen dan oppervlakkige net
–> onderste lidmaat nog meer

4) systemen
- venen van het hart
- venen van VCI = onderste ledematen, abdomen & perineum
- venen van VCS = bovenste ledematen, hoofd, hals & thorax
- azygossysteem = rechter v. azygos & linker v. hemiazygos

30
Q

oppervlakkig veneus onderste membrum

A

voornamelijkste terugsturing naar hart door kuitspieren

v. saphena magna = langste vene lichaam
O. mediale voetrand
- voor malleolus medialis
- mediaal & dorsaal van condylen tibia & femur
–> buigzijde gewricht (minder uitstrekking)
- mediaal op been
–> rami perforantes naar v. saphena parva & diepe venen
- door hiatus saphenus
I. v. femoralis @ lig inguinale

v. saphena parva
O. laterale voetrand
- achter malleolus lateralis
- lateraal van achillespees
- net onder oppervlakkige fascia & huid
- prox2/3 mediaal & dieper
- doorboring diepe fascia
- 10tal kleppen
I. v. poplitea @ art. genus

31
Q

diep veneus onderste membrum

A

vv. tibiales posteriores
- bloed van triceps sureae
- ontvangen vv. fibulares
- vele verbindingen met oppervlakkige venen
I. samenvloeien vv. tibiales anteriores = vormen v. poplitea

vv tibiales anteriores
O. v die samenlopen met a. dorsalis pedis
- proximaal verlaten van ventrale loge = door membrana interossea
I. samenvloeien vv. tibiales posteriores = vormen v. poplitea
–> distale rand m. popliteus

v. poplitea
O. vv. tibiales posteriores & anteriores
- stijg in fossa poplitea tussen 2 koppen gastrocnemius
- samenvloeien saphena parva
- 4 kleppen
I. v. femoralis @ hiatus adductorius (naamverandering)

v. femoralis
- door canalis adductorius
- door trigonum femorale (lacuna vasorum)
- v. profunda femoris langs dorsaal & v. saphena magna langs ventraal
- 4/5 kleppen
I. v. iliaca externa @ lacuna vasorum

32
Q

vv. iliacae

A
  1. v. iliaca externa
    O v. femoralis @ lacuna vasorum
  2. v. iliaca interna
    O. boven foramen ischiadicum majus
    –> samenkomen
  3. v. iliaca communis
    O. ventraal van art sacro-iliaca
    - rechter = korter & verticaal
    - linker = langer & schuin
    - zijtakken ontvangen
    - geen kleppen
    - L&R samenkomen rond L5 = naamverandering
    v. cava superior
    - door centrum tendineum (foramen v. cavae)
    - zwak ontwikkelde klep net voor atrium
    I. rechter atrium
33
Q

lumbale venen

A

1) vv. lumbales
- 4/5 elke kant
- vertakkingen van vci
- buik- en rugspieren + huid
- 3&4e = achterzijde van vci
- linker kant = achter aortha = langer
- onderling verbonden door v. lumbalis ascendes

2) v. lumbalis ascendens
- verbdingin van v. iliaca communis, v. iliolumbalis & vv. lumbales
- tussen m. psoas major & basis processus transversi L
- vervoegen met v. subcostalis
–> toekomen als v (hemi)azygos

3) plexus venosus vertebralis
- voorste & achterste uitwendige & inwendige plexus
- rug, wervels & canalis vertebralis
–> in verbinding met intracraniale veneuze sinussen, v. intercostales posteriores, v. lumbales, v. v/d pelvis & v. iliolumbales
- geen kleppen

34
Q

v. jugularis interna

A

2 takken

  1. verlengde van sinus sigmoïdeus
    - achterste helft foramen jugulare
    - bloed van hersenen, hersenvliezen & orbita via sinussen
  2. opp delen aagezicht & nek
    - v. facialis & vv. opthalmicae
    - naar sinus cavernosus = verspreiden infecties
  3. v. jugularis interna
    - rond larynx
    - samen met a. carotis communis in vagina carotica
    - art. sternoclavicularis = samen met v. sublavia/brachiochepalica
    - geen kleppen
35
Q

v. jugularis externa & andere hals

A
  1. v. jugularis externa
    O. venen rond oor
    - anastomosen met v. jugularis interna
    - vertikaal over lateraal hals
    I. oorsprong van v. brachiocephalica of meteen in v. subclavia
  2. v. jugularis anterior
    O. onder de kin & voorzijde hals
    - naast middelijn
    - anastomosen met v. jugularis externa
    I. v. jugularis interna of externa
  3. v. vertebralis
    O. veneuze sinussen van dura mater
    - samenvloeien met inwendige plexus venosus vertebralis
    I. v. brachiocephalica
36
Q

v. brachiochepalica

A

O. v. subclavia & v. jugularis interna
- dorsaal art. subclavia
- geen kleppen
- dextra = recht naar VCS
- sinistra = voor aorthaboog naar VCS
- samenkomen achter RKB 1

VCS
- voor rechter longhilus
- rechts van aortha ascendens
- links van rechterlongtop
- samenvloeien met v. azygos langs dorsaal
- samenvloeien met kleine venen van mediastinum
I. rechter atrium

37
Q

azygos systeem & v. azygos

A
  1. belang
    - collaterale circulatie van venea cavae
    –> ook nog door oppervlakkige anastomoserende venen
    - venauwing/afsltuiing vci herstellen
    - drainaige bloed thorax & mogelijk ook ledematen
    - verbdinding met v. iliaca communis door v. lumbalis ascendens
  2. v. azygos
    O. rechter v. lumbalis ascendens
    - door diafragma
    - ontvangen van alle intercostales
    - rechts langs wervellichamen & pars thoracica aortae
    - achter oesophagus & longhilus
    - T4: naar voor
    I. vena cava superior
38
Q

vv. hemiazygos

A
  1. v. hemiazygos
    O. linker v. lumbalis ascendens
    - links van wervellichamen
    - achter pars thoracica aortae
    - vv. intercostales posteriores lager dan T8
    - naar rechts kruisen over wervelkolom
    I. v. azygos
  2. v. hemiazygos accessoria
    - links van wervelkolom
    - vv. intercostales posteriores T4-7
    - kruisen voor wervelkolom
    I. v. (hemi)azygos
39
Q

circulatie van de lever

A

= portale circulatie

O. bloed van spijsverteringsstelsel
- veel opgenoemen voedingsstoffen
- verzamelen tot grote vene = v. porta
- in lever: vertakken tot netwerk van leversinusoïden
- voedingsstoffen opnemen & verwerken
- sinusoïden verzamelen tot meerdere v. hepaticae
I. v. cava inferior

–> vele anastomosen met met v. cava superior & inferior
-> stuwing lever vb lever cirrhose = afvoering via anastomosen
kan leiden tot varices in slokdarm = bij bloeding dodelijk

40
Q

v. pulmonales

A

O. bloed van 2 of meer nabijgelegen longsegmenten
- bevat zuurstofrijk bloed
- samenkomen tot lobulaire venen
- samenvloeien tot L&R v. pulmonalis
- L = voor pars descendens aortae
- R = achter VCS
- geen kleppen
I. linker atrium

41
Q

a. subclavia

A

O.
- rechts = truncus brachiocephalicus achter art. sternoclavicularis
- links = aortaboog, 3cm in mediastinum -> door apertura thoracis superior

verloop
- over 1e rib = suclus a. subclaviae = achter tuberculum mm scaleni anterioris
- onder clavicula
–> takken afgeven
1) a. vertebralis
2) truncus thyrocervicalis
3) a. thoracica interna
5) truncus costocervicalis
–> achterste scalenus spleet samen plexus brachialis
- onderrand m. subclavius = naamverandering: a. axillaris

42
Q

a. vertebralis

A

O. craniaal op a. subclavius
- naar craniaal & dorsaal
- ventraal van proc transversus C7
- door foramen transversarium C6 -> atlas
- door sulcus a. vertebralis naar craniaal
- door foramen occipitale magnum
- op clivus versmelten met andere kant = a. basilaris
–> circulus arteriosus van Willis opbouwen

43
Q

truncus thyrocervicalis & costocervicalis

A

truncus thyrocervicalis
- O. ventraal a. subclavius
- onmiddelijk vertakken
1. enkel voor spieren
- a. subscapularis
- a. transversa cervisis
- a. cervicalis superfiscialis
2. ook voor andere
- a. cervicalis ascendens = ruggenmerg, wervellichamen, meningen & spiern
- a. thyroidea inferior = pharyx/larynx, oesofagus/trachea, (para)thyroiden & mm. scaleni

truncus costocervicalis
- O. dorsaal a. subclavia
- schuin naar caudaal
- onder collum costo prima = splitsen
1. a. intercostalis suprema = 1e tussenrib ruimte
2. a. cervicalis profunda = diepe nekspieren vb: mm. scaleni

44
Q

a. thoracica interna

A

O. caudaal a. subclavius
- naar caudaal & mediaal
- achter v. subclavia
- 2cm lateraal van sternum
- tegen ribkraakbeen gedrukt door m. transversus thoracis = bevloeien
- m. pectoralis major bevloeien
- zijtakken tussen de ribben = intercostale aa.
–> anastomosen met dorsale takken
- door diafragma = naamverandering = a. epigastrica superior
- dorsaal van m. rectus abdominis in rectuschade
- anastosmose met a. epigastrica inferior rond navel (zijtak a. iliaca externa)

45
Q

a. axillaris

A

O. subclavia @ onderrand m. subclavius
- proximaal = mediaal proc coracoideus & tegen bovenste oorsprong koppen m. serratus anterior, ventraal = pectoralis minor
- distaal = ussen m. coracobrachialis, subscapularis, teres major & latissimus dorsi
- onderrand m. pectoralis major = naamverandering = a. brachialis

vertakkingen
- a. thoracoacromialis: m. pectoralis major & minor, m. subclavius, m. deltoideus, huid
- a. thoracica lateralis: m. serratus anterior, m. subscapularis, borstklier & huid
- a. subscapularis: m. subscapularis
–> a. thoracodorsalis: m. latissimus dorsi
- a. circumflexa scapulae: m. teres major & minor, m. infraspinatus
- a. circumflexa humeri posterior: m. deltoideus, art. humeri & aa. nuctriciae voor humerus

46
Q

a. brachialis

A

O. a. axillaris @ mediale onderrand pectoralis major
- proximaal arm = tussen m. biceps brachii, m. coracobrachialis & m. triceps brachii
- midden arm = tussen m. biceps brachii, m. brachialis & m. triceps brachii
- distaal arm = tussen m. biceps brachii & m. brachialis
- door fossa cubiti lateraal van bicepspees
- bedekt door fascia brachii & aponeurosis m. biceps brachii
- voor m. pronator teres = vertakken
-> a. radialis & a. ulnaris

4 aftakkingen
1) rami musculares: m. biceps brachii, m. coracobrachcialis & m brachialis
2) a. profunda brachii
3) a. collateralis ulnaris superior
4) a. collateralis ulnairs inferior

47
Q

a. profunda brachii

A

O. a. brachialis
- door sulcus n. radialis samen met n. radialis
- aa. nutrientes voor humerus
- takken voor m. delotideus, m. triceps brachii & m. anconeus
- aftakking = a. collateralis media
–> naar rete art. cubiti
- eindtak = a. collateralis radialis
- laterale zijde bovenarm: tussen caput mediale & laterale m. triceps brachii
- anastomose met a. recurens radialis = zijtak a. radialis

48
Q

a. collateralis ulnaris superior & inferior

A

O. a. brachialis

1) superior
- samen met n. ulnaris door septum intermusculare brachii mediale
- langs mediale zijde caput mediale m. triceps brachii
- naar olecranon
- rete art. cubiti
–> omliggende spieren & huid

2) inferior
- distaal door septum intermusculare brachii mediale
- rete art. cubiti

–> beide anastomose met a. recurrens ulnaris

49
Q

a. radialis

A

O. a. brachialis voor m. pronator teres
- tussen m. brachioradialis & m. pronator teres
- later = tussen pees brachioradialis, fascia antebrachii & m. flexor carpi radialis
–> palperen voorvlakte lateraal pees flexor carpi radialis
- distaal proc styloideus radius = naar handrug
- door tabatiere anatomique diep van m. abductor pollicis longus & m. extensor pollicis brevis
- door 1e m. interosseus dorsalis = tussen basis ossa metacarpalia 1 & 2
- eindtak = vorming arcus palmaris profundus
- samen met a. ulnaris
- mm. interossei & mm. lumbricales bevloeien
- aa. metacarpales palmares
- uitmonden in aa. digitales palmares communes van arcus palmaris superfiscialis
–> kleine anastomosen naar dorsale venen

zijtakken
1) rami musculares
2) ramus carpalis palmaris
3) ramus palmaris superfiscialis
4) ramus carpalis dorsalis

50
Q

zijtakken a. radialis

A

1) rami musculares
- a. recurrens radialis = rete art. cubiti & anastomosen met a. collateralis radialis

2) ramus carpalis palmaris
- anastomose met ramus carpalis palmaris a. ulnaris = rete carpale palmare

3) ramus palmaris superfiscialis
- anastomose met a. ulnaris = arcus palmaris superficialis

4) ramus carpalis dorsalis
- anastomose met ramus carpalis dorsalis a. ulnaris = rete carpale dorsale
–> aa. metacarpales dorsales 2-4
–> 2 aa. digitalis dorsales voor eerste vingerkootje

51
Q

a. ulnaris

A

O. a. brachialis voor m. pronator teres
- onder pronator teres
- dikker & dieper dan a. radialis
- samen met ulnaris lateraal van m. flexor carpi ulnaris, onder epicondylus medialis spieren
- distaal = oppervlakkig
–> lateraal flexor carpi ulnaris
- lateraal os pisiforme & oppervlakkig retinaculum flexorum

  • eindtak = arcus palmaris superficialis
  • samen met a. radialis
  • m. lumbricales & m. palmaris brevis
  • a. digitalis palmaris = pink & aa. digitales palmares communes
    –> aa. digitales palmares propriae

zijtakken
1) rami musculares
2) a. recurrens ulnaris
3) a. interossea communis
4) ramus carpalis dorsalis
5) ramus carpalis palmaris
6) ramus palmaris profundus

52
Q

zijtakken a. ulnaris

A

1) rami musculares
- spieren mediale zijde arm & m. flexor digitorum superficialis

2) a. recurrens ulnaris
- rete art. cubiti
- anastomose met a. collateralis ulnaris superior & inferior

3) a. interossea communis
- voorzijde membrana interossea = spliten: anterior & posterior
- rete carpale dorsale

4) ramus carpalis dorsalis
- anastomose met ramus carpalis dorsalis a. radialis = rete carpale dorsale

5) ramus carpalis palmaris
- anastomose met ramus carpalis palmaris a. radialis = rete carpale palmare

6) ramus palmaris profundus
- anastomose met a. radialis = arcus palmaris profundus

53
Q

a. femoralis

A

O. a. iliaca intera @ lig. inguinale
- lacuna vasorum, lateraal van v. femoralis
- midden in trigonum femorale = 3hoek
– basis = lig inguinale
– lateraal = sartorius
– mediaal = adductor longus
– bodem = m. pectineus & m. iliopsoas
- canalis adductorius
– dorsaal = prox adductor longus, distaal adductor magnus
– ventraal = membrana vasto-adductoria & mm. quadriceps
– lateraal = vastus medialis
- door hiatus adductorius = naam verandering = a. poplitea

zijtakken
1) a. epigastrica superficialis
2) a. circumflexa ilium superfiscialis
3) aa. pudendae externae
4) a. profunda femoris

54
Q

zijtakken a. femoralis

A

1) a. epigastrica superficialis
2) a. circumflexa ilium superfiscialis
–> beide subcutaan

3) aa. pudendae externae
- huid, onderste deel abdomen, uitwenidge geslachtsorganen

4) a. profunda femoris
- a. circumflexa femoris medialis met ramus superficialis & profundus = spieren heupgewricht
- a. circumflexa femoris lateralis met ramus ascendens & descendens
–> 3 aa. perforantes door m. adductor magnus
- a. deschendens genus naar rete art. genus = onderste a. perforans

55
Q

a. poplitea

A

O. a. femoralis @ hiatus saphenus
- op fascies poplitea
- over capsula art. genus
- over m. popliteus
- tussen oorsprongskoppen m. gastrocnemius
- onder arcus tendineus m. soleus = vertakken
–> a. tibialis anterior & posterior

vertakkingen

1) a. superior lateralis & medialis genus
O. condylen femur
- naar ventraal lopen & rete art. genus opbouwen
- diepe takken = spieren & periost, opp takken = huid

2) a. inferior lateralis & medialis genus
O. condylen tibia
- naar ventraal lopen & rete art. genus / patellare opbouwen

3) a. media genus
O. gewrichtsspleet
- door capsula art. -> lig. cruciata genus & membrana synovialis

4) aa. surales = naar m. gastrocnemius, soleus & plantaris

56
Q

a. tibialis posterior

A

O. a. poplitea @ arcus tendineum m. soleus
- onder m. triceps surae
- na 4cm = zijtak = a. fibularis
- tussen m. tibialis posterior & flexor digitorum longus
- dis = mediaal achillespees
- onder retinaculum flexorum tussen m. flexor digitorum longus & flexor hallucis longus
- splitsen in eindtakken

1) a. plantaris medialis
- naar basis metatarsaal I
- splitsen in ramus profundus & superficialis

2) a. plantaris lateralis
- naar basis metatarsaal V
- naar mediaal: tussen basis metatarsaal I & II
- anastomose met a. dorsalis pedis = arcus plataris profundus
1) 4 aa. metatarsales plantares
- 8 aa. digitales plantares
- 4 ramus perforans naar voetrug = anastomose met a. metatarsalis dorsalis door lumbricales
2) a. metatarsalis plantaris voor hallux = a. digitalis plantaris voor mediala
3) a. digitalis plantaris voor digiti minimi = uit arcus: laterale zijde

57
Q

a. tibialis anterior

A

O. a. poplitea @ arcus tendineum m. soleus
- proximaal door membrana interossea
- over membraan naar distaal
- richting: middenpunt tuberositas tibiae - caput fibulae
=> beide malleoli
- gekruist door m. extensor hallucis longus
- onder retinaculum extensorum = naamveranding = a. dorsalis pedis
- op voetrug te palperen lateraal van m. extensor hallucis longus
- zijtak tussen basis metatarsaal I & II naar voetzool = arcus plantaris
- zijtakken voor art, spieren & rete malleolare mediale
- a. arcuata = boog over basis metatarsalen
–> digitale takken & plantaire takken

zijtakken
1) a. recurrens tibialis posterior
- inconstant aanwezig
- art tibiofibularis
2) a. recurrens tibialis anterior = rete art. genus
3) a. malleolaris anterior medialis = rete malleolare mediale
4) a. malleolaris anterior lateralis = rete malleolare laterale

58
Q

a. fibularis

A

O. a. tibialis posterior na 4cm
- tussen m. tibialis posterior & m. flexor hallucis longus
zijtakken
- a. nutriens fibularis
- rami musculares
- rami perforans
- rami communicantes
eindtakken
- rami malleolares laterales = rete malleolare laterale
- rami calcanei = rete calcaneum
- rami malleolares mediales = rete malleolare mediale
- a. nutriens tibiae
- rami musculares
- ramus ccommunicans

59
Q

rete art. genus

A

= rond patelle & condylen van femur
1) oppervlakkig netwerk
- tussen fascia & huid
- rond patella, lig patellae & vetweefsel

2) diep netwerk
- op de femur & tibia dicht bij art. vlakken
- bloed voor bot, beenmerg & capsula art.

3) a. die rete vormen
- a. superior lateralis/medialis genus
- a. inferior lateralis/medialis genus
- a. media genus
- a. descendens genus
- a. circumflexa femoris lateralis
- ramus circumflexus fibularis (a. tibialis posterior)
- a. recurrens tibialis anterior/posterior.

60
Q

anastomosen enkel

A

1) rete malleolare mediale
- a. malleolaris anterior medialis (a. tibialis anterior)
- aa. tarsales mediales (a. dorsalis pedis)
- rami malleolares mediales (a. tibialis posterior)
- rami calcanei (a. tibialis posterior)
- takken van de a. plantaris medialis

2) rete malleolare laterale
- a. malleolaris anterior lateralis (a. tibialis anterior)
- a. tarsalis lateralis (a. dorsalis pedis)
- ramus perforans (a. fibularis)
- rami malleolares laterales (a. fibularis)
- takken van de a. plantaris lateralis

61
Q

oppervlakkige venen onderarm

A

1) v. basilica
O. mediaal voorarm
- ventraal rond elleboog
- doorboring fascia brachii
I. 1 v/d vv. brachiales

2) v. cephalica
O. tabatiere anatomique
- kruisen naar laterale zijde onderarm
- lateraal over bovenarm
- voorwand van axilla
- fascia clavipectoralis doorboren
I. v. axillaris

3) v. mediana cubiti
= anastomose tussen v. basilica & v. cephalica tussen ventraal over art. cubiti

4) v. mediana antebrachi
O. ventraal midden op voorarm
- anastomoserende takken met v. cephalica
I. v. basilica of v. mediana cubiti

62
Q

diepe venen onderarm

A

1) vv. radiales & ulnares
- samen met a. radialis & ulnaris
- samenvloeien met venen die samen met a. interossea anterior & posterior lopen
- grote verbinding met v. mediana cubiti

2) vv. brachialis
- samen met & gelijke takken als a. brachialis
- anastomosen met oppervlakkige venen

3) v. axillaris
- geen ontdubbeling
- samenvloeien met v. cephalica rond 1e rib
- kleppen aan distaal uiteinde
–> v. cephalica & vv. subscapulares ook kleppen

4) v. subclavia
- voorste scalenus poort
- samenvloeien met v. juglaris interna = v. brachiocephalica