Spijsverteringsstelsel T Flashcards

1
Q

slokdarm

A

= oesofagus
O. pharinx C6
- middenlijn
- naar links = kruisen over a. thoracica
- n. vagus: linker = ventraal, rechts = dorsaal
- door hiatus diafragmatica rond T10
I. cardia sfincter rond T11 = fysiologische sfincter = verdkiking spierlaag

varices in dis2/3
- door hoge druk v. porta
- bloed zoekt andere weg
- mogelijk door levercirrhose
- risico: bloedingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

abdominale wand & canalis inguinalis

A
  1. abdominale wand
    - zijkanten = buikspieren & wervelkolom
    - craniaal = diafragma
    - caudaal = bleine bekken & levator ani
  2. strcutuur canalis inguinalis
    - aftakking van MOIA & MTA
    - anulus profundus = 1/2 canalis inguinalis
    - 4cm
    - anulus superficialis = einde = 1cm lateraal van tuberculum pubicum
    - hernia inguinalis = liesbreuk
  3. inhoud
    - man
    - fascia’s
    - m. cremaster
    - ductus deferens = zaadleider
    - a. testicularis & 2 kleine aa.
    - plexus pampiniformis = v.
    - zenuwen
    - vrouw = lig. teres uteri
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

scrotum

A
  1. scrotum = meerdere lagen fascia’s & spieren
  2. verzameling efferente ductulli
  3. bijbal = epididymis
  4. ductus deferens
  5. door canalis inguinalis
  6. achterwand urineblaas
  7. kleinkliertje = vesicula seminalis
  8. door prostaat
  9. ductus ejucalorius
  10. uitmonden in begin van urethra
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

buikvlies

A
  1. lagen
    - pariëtaal blad = tegen buikholte
    - visceraal blad = tegen organen
    - overgang = meso
    - binnen beide lagen = intraperitoniaal
    - enkel binnen pariëtaalblad = retroperitoniaal
    - aortha, vci, nieren, urethers, pancreas, duodenum gedeeltelijk & dikke darm gedeeltelijk
  2. meso = overgang beide bladen
    - dorsaal
    - dubbelblad verbinding
    - tunnel voor aa. nn. vv. & lymfe
    - naamgeving = meso + orgaan
    - vb: mesenterium van enteron = dunne darm
  3. omentum
    - meso vertrekkend vanuit orgaan = meso na meso
    - omentum minus = lever x maag
    - omentum majur = buikschort = colon transversum x maag
    - naar beneden lopen & terug omhoog = 4 lagen + vet
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

maag

A

= gaster

  1. situering
    - caudaal diafragma
    - links van lever = bijna volledig bedekt door margo inferior
    - verbonden door omentum minus
    - rechts van milt = verbonden door lig.
    - transpylorisch vlak = L1 = R9 x ribkraakbeen
    - volledig intraperitoniaal
  2. krommingen
    - curvutura major = aa. gastricae sinistra & dextra
    - curvutura minor = aa. gastro-omentales sinistra & dextra
    - aa. gastricae breves = links
    - v. porta = samenkomen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

12-vingerige darm

A

= C-vormig rond pancreas kop
–> 12 cm lang

1) pars superior
- begin bij pylorus
- naar rechts achter & craniaal
- lig. hepatoduodenale = tussen leverpoort
–> onderrand = ductus choledoxus, v. porta & a. hepatica
2) pars descendens
- naar rechts & caudaal
- uitmonden van ductus choledocus = gal & ductus pancreaticus = pancreas
3) pars inferior = naar links
4) pars ascendens
- naar links ventraal & craniaal
- overgaan in dunne darm aan duodenojejale flexuur = hoek van treitz
–> lig. van treitz verbonden met crura van diafragma

==> begin = intraperitoniaal, rest niet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

lever

A
  1. situering
    - facies diafragmatica = tegen diafragma
    - facies visceralis = rest
    - margo inferior = voorste-onderste rand van lever = grens tussen beide facies
    - tot ribkraakbeen
    - lobus dexter > lobus sinister > lobus caudatus = dorsaal van lever poort, ventraal = galblaas
  2. lig falciforme
    - ventraal op facies diafragmatica
    - onderrand = overgaan in lig. teres hepatis = navel (embryonaal)
    - bladen spliten naar rechts & naar links = peritoneumbladen = intraperitoniaal
    - area nuda = meest craniale deel niet bedekt = verlaten van 3v. hepatica
    - afgelijnd door lig. coronarium
  3. lig. coronarium = overgang peritoneum diafragma
    - verderzetting lig. falciforme
    - ophaning van lever aan diafragma
    - rechts = lig. triangulare dextrum
    - links = lig. triangulare sinistrum
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

H. van lever

A

= facies visceralis
1. ventraal
- rechts = galblaas
- links = lig. teres hepatis
2. dorsaal
- rechts = VCI
- links = lig. venosum = overblijfsel tussen VCI & v. porta

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

galblaas

A
  1. lever
  2. leverpoort
  3. ductus hepaticus in lig. hepatoduodenalis in onderrand van omentum minus samen met a. hepatica, v. porta
  4. ductus cysticus
  5. galblaas
  6. ductus cysticus
  7. ductus choledocus
  8. ampulla hepatopancreatica = samenkomen met ductus pancreaticus van wirsung
  9. papil van vater
  10. sfincter van Oddi
  11. duodenum
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

pancreas

A

= alvleesklier

  1. delen
    - caput = in C van duodenum
    - corpus
    - cauda
  2. afvoering
    - ductus pancreaticus van Wirsung = samen met ductus choledocus uitmonden in papil van Vater
    - ductus accesorius van Santorini = caput draineren & uitmonden proximaal van papil
    - bloedvoorziening = takken van truncus coeliacus & mesenterica superior
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

dunne darm

A

1) jejunum = 2/5
2) ileum = 3/5
-> overgang in dike darm = ileocolische junctie = klep van bauhin = valvula ileocaecalis
–> rechts boven lig. inguinale

verschillen
- uitwendig geen verschillen
- inwendig = histologische verschillen
- jejunum = 1 arcade met aftakkingen
- ileum = meerdere arcades
–> bloedvaten = a. mesenterica superior

meso
- intraperitoneaal = dorsale periëtale peritoneum vormt mesenterium
- vasthecting = radix mesentrii = linksboven L2 -> onderrechts sacro-ilacaal
- 20cm: waaiervorming

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

dikke darm algemeen

A

1) caecum & appendix
2) colon ascendens
3) colon transversum
4) colon descendens
5) colon sigmoideum
6) anus

taenia coli
- 3 opp longitudinale spierbundels
- korter als wand van colon = plicae semilunaris = insulpingen
–> met vet gevuld = appendices epiploicae (niet in caecum)
- voorste taenia van colon transversum = vast aan omentum majus
–> meso van nier tot nier
- dorsaal geen meso = recht tegen dorsale wand buikholte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

delen dikke darm (1)

A

1) appendix vermiformis
- wormvorimig aanhanksel van 12-22 cm
- eigen peritoneal omhulsels
- sterke variatie van ligging
- a. ileocolica van a. mesenterica superior

2) caecum = blinde darm
- deel dikke darm onder klep van bauhin van 6cm
- opstapelingen vocht
- a. ileocolica van a. mesenterica superior

3) colon ascendens
- rechts in abdomen
- tot rechter leverkwab = flexura hepatica = overgang in colon transversum
- a. ileocolica & a. colica dextra van a. mesenterica superior

4) colon transversum
- sterke variatie lengte & ligging
–> lang = zakken tot kleine bekken
- tot milt = flexura leinalis = overgang in colon descendens
- eerste 2/3 = a. colica media van a. mesenterica superior
- laatste 1/3 = a. colica sinistra van a. mesenterica inferior
–> anastomose = arcade van Riolan

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

delen dikke darm (2)

A

5) colon descendens
- links naar beneden
- voor kleine bekken ingang = overgang sigmoideum
- a. colica sinistra van a. mesenterica inferior

6) colon sigmoideum
- S-vormig
- naar middelijn = overgang in rectum
- aa. sigmoidea van a. mesenterica inferior

7) rectum
- sagitaal vlak: dorsaal vagina & penis
- volgt concativiteit sacrum
- onder m. levator ani = canalis analis = 4cm
- interne & externe anale sfincter
- a. rectalis superior van a. mesenterica inferior
- a. rectalis media van a. iliaca interna
- a. rechtalis inferior van a. pudenda interna

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

milt

A

lien splen

  1. ligging
    - intraperitoniaal
    - links onderdiafragma
  2. indrukkingen
    - linker nier
    - flexura lienalis van colon
    - maag
  3. bloed
    - a. splenica van truncus coelicus
    - v. lienalis
  4. functies
    - niet levensnoodzakelijk
    - lymfatisch weefsel = immunologisch & zuivering bloed
    - afbraak van RBC
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

retroperitoneale ruimte

A

craniaal = diafragma
midden = wervelzuil
lateraal = m. psoas, m. quadratus lubmorum & MTA

  • aorta abdominalis
  • VCI = recht van aortha
  • v. porta: samenvloeiing van v. lieanlis, v. mesenterica superior
    –> v. mesenterica inferior = 40% VMS & 60% lienalis
  • truncus orthosympaticus = links & rechts tegen wervellichamen
  • nieren