Hoofdstuk 1 Flashcards

(24 cards)

1
Q

Economie wordt ingedeeld in drie sectoren, welke?

A

bedrijven, gezinnen en overheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat houdt de financieringssaldo in?

A

Gezin + bedrijven + overheid + buitenland = 0

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is een zakelijke titel?

A

Geeft recht op een zakelijk actief zoals een aandeel. Waarde wordt bepaald dor de waarde die het aandeel op dat moment heeft dus de marktwaarde.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is een nominale titel?

A

Geeft recht op een in geld vaststaand bedrag, bijvoorbeeld een obligatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is een financiële titel?

A

Geeft recht op toekomstig geld. Bijvoorbeeld spaartegoeden deposito’s, daggeldleningen, kasgeldleningen of aandelen en obligaties.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is een deposito?

A

Bepaalde som geld die gedurende een vooraf vastgestelde looptijd tegen een vooraf vastgesteld rentepercentage bij een bank wordt geplaatst. Bijvoorbeeld een spaarrekening.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is directe financiering?

A

Zonder tussenpersoon. Gezin koopt aandelen die door een bedrijf zijn uitgegeven.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is indirecte financiering?

A

Met tussenpersoon. Bank verschaft een lening met geld van spaarders.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is indirect rendement op vastgoed?

A

Waardeverandering / waarde bij aanvang

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is direct rendement?

A

Netto huuropbrengst / waarde bij aanvang

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is de primaire markt?

A

Voor nieuw uitgegeven financiële titels

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is de secundaire markt?

A

Worden bestaande vermogenstitels verhandeld (ordergedreven handssysteem op basis van limiet en bestens of quote gedreven waarbij market maker centraal staat).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn contractuele besparingen?

A

besparingen van burger en bedrijven die gedaan moeten worden vanwege een arbeidsovereenkomst (premiebetalingen voor pensioenen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn vrije besparingen?

A

Bestaat uit het beschikbaar inkomen van een huishouden min de consumptieve bestedingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Leg de geldmarktrente uit

A

Dat is de meest gebruikte maatstaf, de EURIBOR. Deze staat voor Euro Interbank Offered Rate. Dit zijn de gemiddelde rentetarieven waartegen een groot aantal Europese banken elkaar leningen in Euro’s verstrekken. EURIBOR is ook maatstaf voor renteproducten zoals renteswaps rentefutures, leningen, hypotheken, etc.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Leg uit wat de fisher relatie inhoudt?

A

Beleggers eisen als vergoeding de reële rente vermeerderd met de verwachte inflatie. Geëiste nominale rente = geëiste reële rente + verwachte inflatie.

17
Q

Wat is appreciëren?

A

Valuta wordt meer waard

18
Q

Noem een voorbeeld van apprecieren

A

Dollar wordt zwakker als de prijs hoger is dan de euro (je hebt meer dollars nodig om een euro te kopen). De koopkracht van Amerikanen gaat dus omlaag.

19
Q

Wat is ongedekte interestpariteit?

A

Zwakste valuta biedt de hoogste rente. Een rente die lager ligt dan de euro rente, wijst erop dat een appreciatie van de betreffende valuta ten opzichte van de euro wordt verwacht.

20
Q

Wat is carry trade?

A

Een investeringsconstructie in de valutamarkt, zoals het lenen van geld in landen met een lage interest en dit vervolgens investeren in een land met hoge interest.

21
Q

Wat is rentevoet?

A

Hoogte van rente uitgedrukt in een percentage?

22
Q

Wat is de formule voor rentevoet?

A

Rentevoet binnenland + verwachte appreciatie binnenlandse valuta = rentevoet buitenland

23
Q

Wat is een interbancair deposito?

A

Elk deposito waarbij een bank geld leent aan een andere bank

24
Q

Wat is rentestructuur?

A

De structuur van de rentetarieven, ingedeeld naar looptijd. De grafische weergave van de termijnstructuur is de yieldcurve. Normale rentestructuur is wanneer lange rente hoger is dan de korte rente. lange rente is indicator voor verwachtingen korte rente.