Hoofdstuk 12: Beslissingen nemen Flashcards

1
Q

ODDI proces model

A
  1. Orientation stadium: goal clarification en goal path clarification, maar ook planning fallacy kan aan bod komen als er onderschat wordt hoe lang een taak zal duren
  2. Discussie stadium: hierbij wordt informatie uitgewisseld. Wordt gebruik gemaakt van collectieve geheugen: gedeelde informatie in eht geheugen van de groepsleden. Cross-cuing helpt, is een fenomeen dat optreedt tijdens discussies wanneer uitspraken van groepsleden dienen als cues voor de herinnering van informatie van andere leden
  3. Beslissing stadium: (DECISION) via sociaal beslissingsschema wordt de individuele input van de groepsleden gecombineerd tot een beslissing op groepsniveau. wordt gemaakt door: gemiddelde nemen, stemmen, consensus bereiken of delegeren
  4. implementatie stadium: de beslissing wordt uitgewerkt en geëvalueerd. Hierbij wordt gekeken of alles volgens goede richtlijnen is verlopen en of het plan ook daadwerkelijk uitgevoerd kan worden. Zo niet, dan begint men weer bij stadium 1.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

distributieve rechtvaardigheid

A

waargenomen eerlijkheid van de verdeling van rechten, resources en kosten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Procedurele rechtvaardigheid

A

Waargenomen eerlijkheid van de methoden die gebruikt zijn om beslissingen te nemen, conflicten op te lossen en resources te verdelen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Parkinson’s Law

A

houdt in dat wanneer er een bepaalde tijd voor een taak wordt ingeokand, die tijd dan misntens wordt gebruikt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Law of triviality

A

is de regel dat hoe meer tijd men steekt in de discussie voor een taak, hoe minder de sonsequenties de issue zal hebben

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Normatieve model voor het nemen van beslissingen (vijf basistypen methoden) (vroom)

A
  • leider beslist
  • leider overlegt met leden: een op een. individueel
  • leider overlegt met de groep: collectief besproken, leider beslist alsnog
  • gefaciliteerde groepsdiscussie: collaboratieve analyse van het probleem. Leider helpt groep om tot consensus te komen
  • groep beslist: groep is dus onafhankelijk
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

decisional sin: er zijn 3 categorieën waarin groepen fouten kunnen maken bij ht nemen van beslissingen

A
  1. sins of commission: informatie wordt misbruikt, waardoor oordelen gebaseerd worden op foute en irrelevante info. daarnaast –> gezonken kosten bias, maar ook hindsight bias, dit is de neiging om de accuraatheid van iemands kennis te oerschatten
  2. sinds of omission: belangrijke info mist of het niet checken op fouten –> base rate bias
  3. Sins of imprecision: onjuist op heuristieken of vuistregels vertrouwen, waardoor er fouten in het proces komen. –> availability bias, maar ook conjunctieve bias: het falen om twee gebeurtenissen die samen voorkomen goed te herkennen. Maar ook representativiteitsheuristiek is aanwezig, waarbij mensen zich focussen op misleidende aspecten van een probleem. je kijkt dan niet genoeg naar statistieken
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

gedeelde informatie bias

A

neiging van groepen om meer tijd te besteden in discussies over informatie die alle leden weten, en minder tijd besteden aan informatie die maar een paar leden weten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

risky-shift effecr

A

beslissingen van groepen zijn vaak riskanter dan die van een individu, dit komt door polarisatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

groepspolarisatie

A

neiging van leiden om een extremere mening aan te nemen. dit wordt gedaan om mensen met een gemiddelde mening if de meerderheid naar een bepaalde richting te duwen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

persuasieve-argumenten theorie

A

beweert dat polarisatie ontstaat doordat leden in een groepsdiscussie hun mening veranderen naar de mening van de meerderheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Abilene paradox

A

neiging van de groep om te kiezen voor de optie die geen enkel individu persoonlijk vooropstelt, waardoor de groep faalt in het herkennen en managen van de overeenkomst

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Provocatieve situationele context (oorzaak van groepsdenken)

A

Belangrijke beslissingen kunnen zorgen voor angst en discomfort. Hierdoor onstaat provoactieve keuzestress, waardoor mensen soms op een onlogische manier beslissingen maken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Groep centrisme theorie (Kruglanski)

A

groepslevel syndroom dat wordt veroorzaakt door het excessieve streven naar eenheid, waardoor het nemen van beslissingen en het ontstaan van intergroepsrelaties wordt verstoord. De groep streeft dan ook naar cognitieve closure: het psychologisch verlnagen om een uiteindelijke beslissing te nemen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly