Hoofdstuk 28 Flashcards

(17 cards)

1
Q

Term die tijdgenoten gebruikten om snelle economische groei te beschrijven, vaak gebaseerd op de consumentensector, in West-Europa na de Tweede Wereldoorlog.

A

Economic Miracle

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Naoorlogse vluchtelingen, waaronder 13 miljoen Duitsers, voormalige nazi-gevangenen en dwangarbeiders en weeskinderen

A

Displaced Persons

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Een postkoloniaal systeem dat de westerse economische uitbuiting in voormalige koloniale gebieden bestendigde

A

Neocolonialism

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Een economische organisatie van communistische staten bedoeld om Oostbloklanden te helpen bij de wederopbouw onder auspiciën van de Sovjet-Unie.

A

COMECON

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Door de Sovjet-Unie gesteunde militaire alliantie van communistische Oostblok Landen in Europa

A

Warsaw Pact

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Door de overheid geleide programma’s in West-Europa om arbeidskrachten te werven voor de bloeiende naoorlogse economie

A

Guest Worker Programs

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

De rivaliteit tussen de SU en de VS die een groot deel van Europa tussen 1945 en 1989 verdeelde in een communistisch blok dat aan de Sovjet-Unie gelieerd was en een kapitalistisch blok dat aan de VS gelieerd was.

A

Coldwar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, een anti-Sovjet militaire alliantie van westerse regeringen

A

NATO

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

De naoorlogse ommekeer in de overzeese expansie van Europa veroorzaakt door de stijgende vraag van de gekoloniseerde volkeren zelf, de afnemende macht van de Europese naties en de vrijheden beloofd door de idealen van de VS en de Sovjet-Unie.

A

De-Colonization

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

De naoorlogse migratie van mensen uit voormalige koloniën en de derde wereld naar Europa

A

Postcolonial Migration

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

De liberalisering van de post-Stalin SU onder leiding van Chroesjtsjov

A

De-Stalinazation

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

De Europese Economische Gemeenschap, in 1957 opgericht door zes Europese landen als onderdeel van een groter streven naar Europese eenheid.

A

Common Market

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Centrum-rechtse politieke partijen die aan de macht kwamen in West-Europa na WO2

A

Christian Democrats

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Beleid van postkoloniale regeringen om neutraal te blijven in de CW en zowel VS als SU te bespelen voor wat ze konden krijgen

A

Nonalignment

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Artistieke beweging die het dictaat van de communistische idealen volgde, afgedwongen door staatscontrole in de SU- en Oostbloklanden in de jaren ‘50 en ‘60.

A

Socialist Realism

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Amerikaans plan voor economische hulp aan West-Europa bij de wederopbouw. Communistische landen accepteerde deze hulp niet.

A

Marshall Plan

17
Q

Amerika’s beleid gericht op het inperken van het communisme in de landen die al onder controle van de Sovjet-Unie stonden

A

Truman doctrine