juridisch Flashcards

(426 cards)

1
Q

Wie zijn in de zin van de wet ambtenaren van de politie?

A

Ambtenaren die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is de taak van de politie?

A

Artikel 3 politiewet
De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Hoe en in welke gevallen mag een politieagent geweld of vrijheidsbeperkende maatregelen toepassen?

A

In de rechtmatige uitoefening van zijn bediening; wanneer het beoogde doel rechtvaardigd en dat doel niet op andere wijze kan worden bereikt. Dit dient redelijk en gematigd te zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zegt artikel 7 lid 2 van de politiewet?

A

De ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, heeft toegang tot elke plaats, voor zover dat voor het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven, redelijkerwijs nodig is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Hoe en wanneer wordt een vervoersfouillering uitgevoerd?

A

Art 7 lid 4 politiewet, vervoers fouillering.
Onderzoek aan de kleding van een te vervoeren of in te sluiten persoon en het onderzoek van de voorwerpen die personen bij zich dragen ter uitvoering van de politietaak, die een gevaar kunnen vormen voor de veiligheid van de betrokkene of anderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Onder welke voorwaarden mag ik een identiteitsbewijs vorderen van personen tijdens de uitvoering van de politietaak?

A

Voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van de politietaak

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wie is het bevoegd gezag?

A

Handhaving van openbare orde en ter uitvoering van de hulpverleningstaak = burgermeester. Opsporing = OvJ

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Kunnen personen onder bepaalde omstandigheden worden verwijderd van openbare plaatsen en/of overgedragen aan eigen zorgkader of anders ondergebracht?

A

De ambtenaar draagt er zoveel mogelijk zorg voor dat personen die door drankgebruik, dan wel door andere oorzaken, onmiddellijk gevaarlijk zijn, hetzij voor de openbare orde, veiligheid, of gezondheid, hetzij voor zichzelf, op de meest geschikte wijze van openbare plaatsen worden verwijderd. Onder openbare plaatsen worden mede verstaan vervoermiddelen die zich bevinden op deze plaatsen, een en ander voor zover niet gebezigd als woning.
De ambtenaar draagt personen als bedoeld in het eerste lid over aan het eigen zorgkader, voor zover de omstandigheden zulks toelaten. Zij kunnen bij het ontbreken van opvangmogelijkheden elders, bij wijze van hulpverlening, op het politie- of brigadebureau worden ondergebracht, indien dit nodig is voor hun bescherming en dit niet tegen hun wil geschiedt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

In welke situaties moet ik mij legitimeren met mijn politie-legitimatiebewijs?

A

Bij optreden in burgerkleding ongevraagd, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken, en bij optreden in uniform, op verzoek daartoe.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Hoe moet een insluitingsfouillering worden uitgevoerd en afgehandeld?

A

door het aftasten en doorzoeken van diens kleding en van de voorwerpen die hij bij zich draagt of met zich mee voert die tijdens de insluiting een gevaar voor de veiligheid van de betrokkene of voor anderen kunnen vormen.

Bij het aantreffen van voorwerpen die een gevaar kunnen vormen als bedoeld in het eerste lid, neemt de ambtenaar deze in bewaring.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hoe moet ik handelen bij personen met lichte of ernstige verwondingen, ziekteverschijnselen of bewustelozen?

A

Ik draag er zorg voor personen met lichte verwondingen, ziekteverschijnselen en personen ten aanzien van wie twijfel op dit punt bestaat, de weg te wijzen naar een huisarts of naar een E.H.B.O.-afdeling van een ziekenhuis. Indien dat noodzakelijk is, verleent de ambtenaar bemiddeling bij het verkrijgen van passend vervoer.
Ik draag er zorg voor dat personen met ernstige verwondingen en bewustelozen, waar onder mede worden verstaan personen die niet wekbaar of niet aanspreekbaar zijn, per ambulance naar het ziekenhuis worden vervoerd. De gegevens omtrent aard en omstandigheden van de gebeurtenis die tot de ziektetoestand heeft geleid, alsmede de op de persoon aangetroffen medische gegevens en geneesmiddelen, worden door hem ter beschikking van de medische hulpverleners gesteld

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Waarom moeten politieagenten zich neutraal opstellen?

A

Vanwege artikel 1 van de Grondwet: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Welke rechten hebben burgers op basis van de Grondwet?

A

Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Hoe kan de politie bij het uitvoeren van hun taken inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer en de onaantastbaarheid van een menselijk lichaam?

A

De grondwet geeft rechten. Beperkingen zijn alleen mogelijk als dit wettelijk is geregeld, bijvoorbeeld in de Politiewet. Via bijvoorbeeld fouilleringen en het aanleggen van van vrijheidsbeperkende middelen worden deze rechten soms geschonden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is de strekking van het legaliteitsbeginsel?

A

Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe is het recht op rechtsbijstand geregeld in de Grondwet?

A

Artikel 18 van de Grondwet zegt dat ieder kan zich in rechte en in administratief beroep doen bijstaan. De wet stelt regels omtrent het verlenen van rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat zijn de belangrijke rechten die burgers hebben vanuit het EVRM?

A

Recht op leven
Recht op vrijheid
Recht op een eerlijk proces
Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst
Vrijheid van meningsuiting

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Waarom moet de reden tot aanhouding in de eigen taal worden meegedeeld?

A

Dit is een recht uit het EVRM. Een ieder die gearresteerd is moet onverwijld en in een taal die hij verstaat op de hoogte worden gebracht van de redenen van zijn arrestatie en van alle beschuldigingen die tegen hem zijn ingebracht.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Op welke manier heeft het EVRM invloed op het handelen van een politieagent?

A

Het EVRM zegt dat burgers recht hebben op een eerlijk proces en niemand veroordeeld mag worden voor iets wat niet strafbaar is tijdens het handelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Wat wordt verstaan onder zaakwaarneming en onder bewaarneming?

A

Zaakwaarneming is het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten met de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding te ontlenen.
Bewaarneming is de overeenkomst waarbij de ene partij, de bewaarnemer, zich tegenover de andere partij, de bewaargever, verbindt, een zaak die de bewaargever hem toevertrouwt of zal toevertrouwen, te bewaren en terug te geven.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Wanneer is in een praktijksituatie sprake van een onrechtmatige daad?

A

Dit is geregeld in artikel 6:162 lid 2 BW. Het moet gaat om een inbreuk op een recht van een ander, handelen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Welke bevoegdheden heb ik als toezichthouder?

A

Artikel 5:16 awb geeft mij de bevoegdheid inlichtingen te vorderen
5:16a awb geeft mij de bevoegdheid inzage te vorderen van een identiteitsbewijs
5:18 geeft mij de bevoegdheid tot het onderzoek van zaken en de opening daarvan
5:19 geeft mii de bevoegdheid tot het onderzoeken van vervoersmiddelen
5:20 geeft mij de bevoegdheid tot het vorderen van medewerking

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Wanneer gebruik ik mijn bevoegdheden als toezichthouder en wat zijn de regels zijn rond het legitimeren?

A

Een toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. Een toezichthouder toont zijn legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Wanneer is een gepleegd feit strafbaar?

A

Uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling. art 1 SR

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Wat wordt verstaan onder baldadigheid?
Hij die op of aan de openbare weg of op enige voor het publiek toegankelijke plaats tegen personen of goederen enige baldadigheid pleegt waardoor gevaar of nadeel kan worden teweeggebracht
25
Wat wordt verstaan onder dronkenschap?
Hij die, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert, hetzij in het openbaar het verkeer belemmert of de orde verstoort, hetzij eens anders veiligheid bedreigt, hetzij enige handeling verricht waarbij, tot voorkoming van gevaar voor leven of gezondheid van derden, bijzondere omzichtigheid of voorzorgen worden vereist
26
Wat wordt verstaan onder rumoer of burengerucht?
Hij die rumoer of burengerucht verwekt waardoor de nachtrust kan worden verstoord.
27
Wat wordt verstaan onder het opgeven van valse identiteitsgegevens?
Artikel 435 strafrecht Hij die, door het bevoegd gezag naar zijn identificerende persoonsgegevens gevraagd, een valse naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres waarop hij in de basisregistratie personen als ingezetene staat ingeschreven of woon- of verblijfplaats opgeeft. Feitcode D515 Opgeven van een valse naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres of woon- of verblijfplaats.
28
Wanneer is er sprake van het niet voldoen aan de identiteitsverplichting?
Artikel 447e strafrecht Hij die niet voldoet aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden of medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken Feitcode D517 Niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden.
29
Wanneer bevindt iemand zich op verboden grond?
Artikel 461 strafrecht Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich op eens anders grond waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden, bevindt of daar vee laat lopen Feitcode D537 Bevinden op verboden terrein: het zonder daartoe gerechtigd te zijn zich bevinden, op een anders grond, waarvan de toegang hem op voor hem blijkbare wijze verboden is.
30
Waneer is er sprake van een strafbare poging? Hoeveel wordt de straf verminderd?
Artikel 45 strafrecht Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij poging met een derde verminderd. Poging tot overtreding is niet strafbaar.
31
Wat wordt gelijk gestraft met het plegen van geweld?
Artikel 81 strafrecht Met het plegen van geweld wordt gelijkgesteld het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht.
32
Waneer is er sprake van een valse aangifte?
Artikel 188 strafrecht Hij die aangifte of klacht doet dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is
33
Wanneer is er sprake van eenvoudige mishandeling?
Artikel 300 strafrecht Mishandeling is het opzettelijk toebrengen van pijn en/of letsel zonder dat daartoe een rechtvaardigingsgrond bestaat. Ook andere aspecten kunnen onder mishandeling worden geschaard. Zo is er jurisprudentie van de Hoge Raad waarin men spreekt over ‘een hevige onlust veroorzakende lichamelijke gewaarwording’.
34
Welke mogelijke gevolgen van mishandeling zijn van invloed op de strafmaat?
Zwaar lichamelijk letsel of de dood ten gevolge
35
Wanneer is er sprake van diefstal?
Artikel 310 strafrecht Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
36
Wanneer is er sprake van gekwalificeerde diefstal?
Artikel 311 strafrecht Met hoogstens 6 jaar wordt gestraft: 1°.diefstal van vee uit de weide; 2°.diefstal bij gelegenheid van brand, ontploffing, watersnood, schipbreuk, stranding, spoorwegongeval, oproer, muiterij of oorlogsnood; 3°.diefstal in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt; 4°.diefstal door twee of meer verenigde personen; 5°.diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking of inklimming, van valse sleutels, van een valse order of het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels; 6°.diefstal met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken.
37
Wanneer is er sprake van inklimming?
Artikel 89 wetboek van strafrecht Onder inklimming wordt begrepen ondergraving, alsmede het overschrijden van sloten of grachten tot afsluiting dienende
38
Wanneer is er sprake van valse sleutels?
Artikel 90 strafrecht Onder valse sleutels worden begrepen alle tot opening van het slot niet bestemde werktuigen.
39
Wanneer is er sprake van opzetheling?
Hij die een goed verwerft, voorhanden heeft of overdraagt, dan wel een persoonlijk recht op of een zakelijk recht ten aanzien van een goed vestigt of overdraagt, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van het goed dan wel het vestigen van het recht wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof
40
Wanneer is er sprake van gewoonteheling?
Hij die van het plegen van opzetheling een gewoonte maakt
41
Wanneer is er sprake van schuldheling?
Hij die een goed verwerft, voorhanden heeft of overdraagt, dan wel een persoonlijk recht op of zakelijk recht ten aanzien van een goed vestigt of overdraagt, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van het goed dan wel het vestigen van het recht redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof
42
Wanneer is er sprake van verduistering?
Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toeëigent
43
Wanneer is er sprake van oplichting?
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting
44
Wanneer is er sprake van vernieling van goederen?
Artikel 350 strafrecht Hij die opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt
45
Wat zijn de gevolgen van het nalaten van hulpverlening?
Artikel 450 strafrecht Hij die, getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat deze die hulp te verlenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van de hulpbehoevende volgt, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden
46
Wat zijn de voorwaarden voor een aanbod voor HALT aan een jeugdige verdachte?
De jongere heeft een feit uit het Besluit aanwijzing Halt-feiten gepleegd. De jongere bekent het gepleegde feit. De jongere stemt in met verwijzing naar Halt. Voor verdachten jonger dan 16 jaar geldt dat de ouders moeten instemmen met de verwijzing. Halt vraagt deze toestemming. Ouders en opvoeders moeten door de verwijzer op de hoogte gebracht worden dat hun kind een strafbaar feit heeft gepleegd.
47
Wanneer is er sprake van zwaar lichamelijk letsel?
Artikel 82 strafrecht ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van zijn ambts- of beroepsbezigheden, en afdrijving of dood van de vrucht van een vrouw. Onder zwaar lichamelijk letsel wordt mede begrepen storing van de verstandelijke vermogens die langer dan vier weken geduurd heeft. Jurisprudentie: letsel dat ‘naar normaal spraakgebruik’ als zulk letsel kan worden aangemerkt. De drie basis factoren zijn de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. Deze factoren kunnen ook gecombineerd worden gebruikt. Zijn er meer verwondingen, dan kan het letsel in zijn geheel worden beoordeeld. Meestal wordt de beoordeling gebaseerd op een doktersrapport, maar als het erg duidelijk is hoeft dat niet per se van de Hoge Raad. Aard van het letsel Ook het verlies van een zintuig, verminking en verlamming zijn zwaar lichamelijk letsel. Datzelfde geldt bij ernstige lichamelijke schade aan de gezondheid. De Hoge Raad noemt als voorbeeld een inwendige biochemische ontregeling doordat medicatie niet is gebruikt of door een besmetting met een bacterie of virus, zoals het HIV-virus. Psychische gevolgen die geen storing van de verstandelijke vermogens als bedoeld in artikel 82 Sr opleveren, zijn dat niet. Noodzaak en aard van medisch ingrijpen Van fracturen (botbreuken) die een operatie vereisen vindt de Hoge Raad dat deze meestal zwaar lichamelijk letsel opleveren. Het maakt dus verschil of na een gebroken kaak, neus of enkel een operatie nodig is. Gebitsschade, zoals afgebroken tanden, is in principe geen zwaar lichamelijk letsel. Dan zal de rechter moeten uitleggen waarom hij vindt dat het in een bepaald geval toch zwaar letsel is. Ook een andere medische behandeling dan een operatie kan maken dat het toch zwaar letsel is. Uitzicht op (volledig) herstel Wat betreft uitzicht op herstel, telt niet alleen onherstelbaar letsel, maar ook een langere periode van herstel of van onzekerheid over de eindtoestand mee. De genezingsduur is dus ook belangrijk. Ook pijn en fysieke beperkingen tijdens de periode van herstel zijn belangrijk. Dat speelt bijvoorbeeld bij de vraag of een (al dan niet zware) hersenschudding zwaar lichamelijk letsel oplevert. Ook mag de rechter meenemen of er restschade aanwezig is, bijvoorbeeld littekens. Daarbij kunnen van belang zijn het uiterlijk en de ernst van het litteken en daarmee hoe het litteken het lichaam ontsiert. En eventueel of het litteken – langdurige – pijnklachten heeft opgeleverd.
48
Wanneer is er sprake van openlijke geweldpleging?
Artikel 141 strafrecht Zij die openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen. Het moet gaan om geweld dat door twee of meer personen wordt gepleegd tegen een of meerdere andere personen of tegen goederen in een publieke ruimte
49
Welke mogelijke gevolgen van openlijke geweldpleging zijn van invloed op de strafmaat?
Indien: - Goederen vernield - Lichamelijk letsel - Zwaar lichamelijk letsel - Dood ten gevolge
50
Wanneer is er sprake van verkrachting?
Artikel 242 strafvordering Degene die met een persoon seksuele handelingen verricht, welke handelingen bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl diegene ernstige reden heeft om te vermoeden dat bij die persoon daartoe de wil ontbreekt.
51
Wanneer is er sprake van dwang?
Artikel 284 strafrecht 1. Hij die een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden. 2. Hij die een ander door bedreiging met smaad of smaadschrift dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden.
52
Wanneer is er sprake van een strafbare bedreiging?
Artikel 285 Sr. geeft een limitatieve opsomming van de strafbare bedreigingen: Bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen, Bedreiging met geweld tegen een internationaal beschermd persoon of diens beschermde goederen Bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat, Bedreiging met verkrachting, met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, Bedreiging met gijzeling, Bedreiging met zware mishandeling Bedreiging met brandstichting Bedreiging met een terroristisch misdrijf Alleen in die gevallen kan er sprake zijn van een strafbare bedreiging, Bedreiging met eenvoudige mishandeling (dus zonder zwaar lichamelijk letsel) is derhalve niet strafbaar
53
Wanneer is er sprake van doodslag? En wanneer is dit gekwalificeerd?
Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag. Doodslag gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van een strafbaar feit is gekwalificeerd
54
Wanneer is er sprake van moord?
Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan moord
55
Wanneer is er sprake van zware mishandeling? Wanneer is dit gekwalificeerd?
Hij die aan een ander opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengt. Het is gekwalificeerd met voorbedachte rade
56
Wanneer er sprake is van strafverzwarende omstandigheden met betrekking tot mishandeling?
Begaan tegen iemand in de familiere betrekking Tegen een minderjarige Tegen een ambtenaar Door het toedienen van schadelijke stoffen
57
Wanneer is er sprake van diefstal met geweld?
Artikel 312 strafrecht Diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren wordt gestraft met 9 jaar. Indien gepleegd tijdens de voor nachtrust bestemde tijd, in vereniging, door middel van braak/valse sleutels, het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, of met het oogmerk een terroristisch misdrijf voor te bereiden wordt het gestraft met 12 jaar. Indien het feit de dood ten gevolge heeft wordt het gestraft met maximaal 15 jaar.
58
Wanneer is er sprake van afpersing?
Artikel 317 strafrecht Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingt hetzij tot de afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van een schuld of het teniet doen van een inschuld, hetzij tot het ter beschikking stellen van gegevens
59
Wanneer is er sprake van afdreiging?
Artikel 318 strafrecht Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim iemand dwingt hetzij tot de afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van een schuld of het teniet doen van een inschuld, hetzij tot het ter beschikking stellen van gegevens
60
Wie mag een klacht indienen bij misdrijven die alleen op klachten worden vervolgd?
Degene tegen wie het feit is begaan
61
Wie mag een klacht intrekken en binnen hoeveel dagen moet dat?
Hij die de klacht indient, blijft gedurende acht dagen na de dag der indiening bevoegd deze in te trekken
62
Wanneer is er sprake van smaad? En smaadschrift?
Artikel 261 strafrecht Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven is smaad. Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen, of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht is smaadschrift. Smaad, noch smaadschrift bestaat wanneer de dader heeft gehandeld uit noodzakelijke verdediging of ter goede trouw kon aannemen dat het telastgelegde waar was en het algemeen belang de tenlastelegging eiste.
63
Wanneer is er sprake van belediging?
Artikel 266 strafrecht Elke opzettelijke belediging die niet het karakter van smaad of smaadschrift draagt, hetzij in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding, hetzij iemand, in zijn tegenwoordigheid mondeling of door feitelijkheden, hetzij door een toegezonden of aangeboden geschrift of afbeelding aangedaan, wordt, met eenvoudige belediging gestraft. max 3 maanden.
64
Wanneer is er sprake van een (absoluut of relatief) klachtdelict?
Bij absolute klachtdelicten is altijd een klacht nodig, ongeacht of tussen de dader of medeplichtigen en de benadeelde een familierelatie bestaat. Een voorbeeld van absolute klachtdelicten is het misdrijf smaad of laster. Bij relatieve klachtdelicten gaat het om gepleegde strafbare feiten waarbij enig bloed- of aanverwantschap of familierelatie sprake is. Het betreft vaak vermogensdelicten (diefstal, verduistering, afpersing, oplichting).
65
Wanneer is er sprake van doxing?
Degene die zich persoonsgegevens van een ander of een derde verschaft, deze gegevens verspreidt of anderszins ter beschikking stelt met het oogmerk om die ander vrees aan te jagen dan wel aan te laten jagen, ernstige overlast aan te doen dan wel aan te laten doen of hem in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te hinderen dan wel ernstig te laten hinderen
66
Wanneer is er sprake van dood door schuld of zwaar lichamelijk letsel door schuld?
Hij aan wiens schuld de dood van een ander of zwaar lichamelijk letsel te wijten is
67
Wat betekent het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel?
Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling. Eerdere feiten kunnen niet vervolgd worden als ze toen ook niet strafbaar waren
68
Wie zijn belast met de opsporing van strafbare feiten?
Officieren van justitie ambtenaren van politie door minister van defensie aangewezen militairen van kmar opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten
69
Welke rechten gelden voor de verdchte tijdens een verhoor?
zwijgrecht De raadsman mag het verhoor bijwonen De verdachte mag het verhoor onderbreken voor overleg met raadsman
70
Hoe moet de identiteit van de verdachte worden vastgelegd?
De verdachte wordt ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit gevraagd naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats. Het vaststellen van zijn identiteit omvat tevens een onderzoek van een identiteitsbewijs. In het geval van een VH-feit omvat het vaststellen van zijn identiteit tevens het nemen van een of meer foto’s en vingerafdrukken.
71
Onder welke voorwaarden mag iemand worden staande gehouden?
Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd de identiteit van de verdachte vast te stellen en hem daartoe staande te houden. De verdachte wordt ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit gevraagd naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats. Het vaststellen van zijn identiteit omvat tevens een onderzoek van een identiteitsbewijs
72
Wat zijn de bepalingen rond het aanhouden van een verdacht op heterdaad?
In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit is een ieder bevoegd de verdachte aan te houden. De opsporingsambtenaar die een verdachte bij ontdekking op heterdaad aanhoudt, brengt deze ten spoedigste over naar de plaats voor verhoor ter voorgeleiding aan de hulpofficier van justitie of de officier van justitie. Geschiedt de aanhouding door een ander dan een opsporingsambtenaar, dan levert deze de aangehoudene onverwijld aan een opsporingsambtenaar over, onder afgifte aan deze van bij de verdachte aangetroffen voorwerpen. De opsporingsambtenaar handelt overeenkomstig de bepaling van het tweede lid en maakt zo nodig een kennisgeving van inbeslagneming op. Bij de voorgeleiding van de verdachte aan de hulpofficier van justitie of de officier van justitie beoordeelt deze de noodzaak van verdere vrijheidsbeneming op grond van artikel 56a.
73
Wat zijn de rechten van een verdachte?
Recht op een advocaat Zwijgrecht Recht op informatie Recht op een tolk
74
Wat wordt verstaan onder het begrip verdachte?
Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit.
75
Wanneer is er sprake van heterdaad?
Ontdekking op heeter daad heeft plaats, wanneer het strafbare feit ontdekt wordt, terwijl het begaan wordt of terstond nadat het begaan is.
76
Op basis van welke leeftijd van de verdachte kan strafrechtelijke vervolging plaatsvinden?
Niemand kan strafrechtelijk worden vervolgd wegens een feit, begaan voordat hij de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt.
77
Wat zijn wettige bewijsmiddelen?
Als wettige bewijsmiddelen worden alleen erkend: - eigen waarneming van den rechter; - verklaringen van den verdachte; - verklaringen van een getuige; - verklaringen van een deskundige; - schriftelijke bescheiden. Feiten of omstandigheden van algemeene bekendheid behoeven geen bewijs.
78
Wanneer mag een ID fouillering uitgevoerd worden en hoe wordt deze uitgevoerd?
Ik mag een staande gehouden of aangehouden verdachte aan zijn kleding onderzoeken, alsmede voorwerpen die hij bij zich draagt of met zich mee voert onderzoeken, voor zover zulks noodzakelijk is voor de vaststelling van zijn identiteit.
79
Wat zijn de rechten van een slachtoffer?
Recht op (slachtoffer)hulp Recht op bescherming Recht op informatie Recht op rechtsbijstand Recht op schadevergoeding Recht op een tolk
80
Wanneer en hoelang kan een verdachte in verzekering worden gesteld?
Kan alleen in geval van een VH-feit. Inverzekeringstelling vindt plaats in het belang van het onderzoek. Het bevel tot inverzekeringstelling is slechts gedurende ten hoogste drie dagen van kracht. Bij dringende noodzakelijkheid kan het bevel door de officier van justitie eenmaal voor ten hoogste drie dagen worden verlengd.
81
Voor welke misdrijven is voorlopige hechtenis toegestaan?
Een misdrijf waarop naar wettelijke omschrijving 4 jaar of meer gevangenisstraf is gesteld, of bepaalde in artikel 67 genoemde misdrijven,
82
Welke processen verbaal mag een verdachte inzien?
de processen-verbaal van zijn verhoren; de processen-verbaal betreffende verhoren of handelingen van onderzoek, waarbij hij of zijn raadsman de bevoegdheid heeft gehad tegenwoordig te zijn de processen-verbaal van verhoren, waarvan hem de volledige inhoud mondeling is medegedeeld.
83
Wie is een slachtoffer?
Degene die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit vermogensschade of ander nadeel heeft ondervonden. Met het slachtoffer wordt gelijkgesteld de rechtspersoon die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit vermogensschade of ander nadeel heeft ondervonden;
84
Wanneer aanhouden buiten heterdaad?
Op bevel van officier van justitie. Indien dit niet kan worden afgewacht op bevel van hulpofficier van justitie Indien dit niet kan worden afgewacht mag de opsporingsambtenaar dit doen
85
Wanneer mag een plaats worden betreden en doorzocht ter aanhouding?
In geval van ontdekking op heeter daad van een misdrijf kan ieder, ter aanhouding van den verdachte, elke plaats betreden, met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner en van de plaatsen, genoemd in artikel 12 van de Algemene wet op het binnentreden. Zoowel in geval van ontdekking op heeter daad als buiten dat geval kan iedere opsporingsambtenaar, ter aanhouding van den verdachte, elke plaats betreden. In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan iedere opsporingsambtenaar ter aanhouding van de verdachte elke plaats doorzoeken. Hij behoeft daartoe de machtiging van de officier van justitie, behoudens het geval van dringende noodzakelijkheid. In het laatste geval wordt de officier van justitie onverwijld van de doorzoeking op de hoogte gesteld.
86
Hoe lang mag een aangehouden verdachte worden opgehouden voor onderzoek?
6 uur, voor een VH-feit 9 uur. De tijd tussen middernacht en negen uur ’s morgens wordt voor de berekening van deze termijnen niet meegerekend
87
Wat zijn de vatbaarheidsgronden voor inbeslagname?
om de waarheid aan de dag te brengen, om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen, ter verbeurdverklaring, ter onttrekking aan het verkeer.
88
Hoe kunnen vatbare voorwerpen via Strafvordering in beslag worden genomen?
In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of in geval van verdenking van een VH-feit, is de opsporingsambtenaar bevoegd ter inbeslagneming een vervoermiddel, met uitzondering van het woongedeelte zonder toestemming van de bewoner, te doorzoeken en zich daartoe de toegang tot dit vervoermiddel te verschaffen.
89
Hoe werkt een vordering van camerabeelden?
In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de opsporingsambtenaar in het belang van het onderzoek van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot beelden gemaakt met camera’s voor de beveiliging van goederen, gebouwen of personen, vorderen deze gegevens te verstrekken. De vordering kan mondeling worden gegeven. De vordering bevat een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de gegevens die worden gevorderd en de titel van de vordering. De opsporingsambtenaar stelt de vordering in het geval deze mondeling is gegeven achteraf op schrift en verstrekt deze binnen drie dagen nadat de vordering is gedaan aan degene tot wie de vordering is gericht.
90
Aan welke eisen moeten een proces-verbaal voldoen?
Op ambtseed Persoonlijk opgemaakt Gedachtekend Ondertekend
91
Wie mag aangifte doen?
Ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit is bevoegd daarvan aangifte of klachte te doen.
92
Wat voor rechtsbijstand heeft een kwetsbare verdachte?
Afstand van recht op advocaat na overleg met raadsman
93
Wat voor rechtsbijstand heeft een minderjarige verdachte?
Kan geen afstand doen van advocaat
94
Wat voor rechtsbijstand heeft een verdachte van een A-feit (12 jaar of meer)?
Afstand van recht op advocaat na overleg met raadsman
95
Wat voor rechtsbijstand heeft een verdachte van een B-feit (VH-feit)?
Verdachte kan afstand doen van advocaat
96
Wat voor rechtsbijstand heeft een verdachte van een C-feit (geen VH-feit)?
Verdachte kan afstand doen van advocaat
97
Wanneer moet een verdachte van een geweldsmisdrijf medewerking verlenen aan een onderzoek naar het gebruik van alcohol of andere middelen?
Een aangehouden verdachte van een geweldsmisdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten kan worden bevolen om mee te werken aan een voorlopig ademonderzoek of een speekseltest. Als deze positief is kan de verdachte worden bevolen om mee te werken aan een ademanalyse en een bloedonderzoek.
98
Hoe en bij wie kan een klacht bij een klachtdelict worden ingediend of ingetrokken?
Mondeling of schriftelijk bij officier van justitie en elke hulpofficier van justitie
99
Wat houdt het verschoningsrecht van een getuige in?
De getuige kan zich verschoonen van het beantwoorden eener hem gestelde vraag, indien hij daardoor of zichzelf of een zijner bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn in den tweeden of derden graad of zijn echtgenoot of eerdere echtgenoot dan wel geregistreerde partner of eerdere geregistreerde partner aan het gevaar eener strafrechtelijke veroordeeling zou blootstellen.
100
Welke documenten kunnen worden gebruikt voor het vaststellen van iemands identiteit?
nationaal paspoort; diplomatiek paspoort; dienstpaspoort; reisdocument voor vluchtelingen; reisdocument voor vreemdelingen; nooddocument: laissez-passer of noodpaspoort; Identiteitskaart Rijbewijs
101
Vanaf welke leeftijd zijn personen verplicht om een identiteitsbewijs te tonen als dit wordt gevorderd?
14 jaar
102
Wat is de definitie van motorrijtuig?
alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van fietsen met trapondersteuning;
103
Wat is de definitie van bestuurder?
degene die het motorrijtuig bestuurt of degene die, overeenkomstig de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarde, wordt geacht het motorrijtuig onder zijn onmiddellijk toezicht te doen besturen;
104
Wat is de definitie van begeleider?
op de begeleiderspas vermelde persoon die is gezeten op de zitplaats naast de bestuurder die de bestuurder van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B die overeenkomstig artikel 111a, eerste lid, zijn rijbewijs B heeft verkregen begeleidt
105
Wat is de definitie van begeleiden?
het actief coachen, het geven van suggesties ter verbetering van het rijgedrag, het wijzen op fouten en onzorgvuldigheden in het rijgedrag van de bestuurder van een motorrijtuig van de rijbewijscategorie B die op de leeftijd van zeventien jaren zijn rijbewijs B heeft behaald totdat die bestuurder de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt
106
In welke situaties zijn weggebruikers verplicht aanwijzingen op te volgen?
Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de aanwijzingen die door de in artikel 159 bedoelde personen dan wel door andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van personen ter zake van het verkeer op de weg worden gegeven. Deze aanwijzingen mogen slechts worden gegeven in het belang van de veiligheid op de weg, de instandhouding van de weg en de bruikbaarheid daarvan, of de vrijheid van het verkeer dan wel in het belang van met toestemming van Onze Minister verrichte onderzoeken ten behoeve van het verkeer.
106
Aan welke eisen moeten een kentekenbewijs voldoen?
te voldoen aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering, zijn geldigheid niet te hebben verloren, niet te zijn ingevorderd, en behoorlijk leesbaar te zijn.
107
Wanneer is een kentekenbewijs niet verplicht?
bromfietsen, andbouw- of bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines en gehandicaptenvoertuigen
108
Aan welke onderzoeken moet een bestuurder meewerken?
een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties, ter vaststelling van een mogelijke overtreding van artikel 8, eerste of vijfde lid, een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht, ter vaststelling van een mogelijke overtreding van artikel 8, tweede of derde lid, of een onderzoek van speeksel, ter vaststelling van een mogelijke overtreding van artikel 8, vijfde lid
109
Wat zegt artikel 5 van de WvW?
Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.
110
Wat zegt artikel 5a van de WvW?
Het is een ieder verboden opzettelijk zich zodanig in het verkeer te gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
111
Wanneer is het verlaten van een plaats verkeersongeval strafbaar?
Het is degene die bij een verkeersongeval is betrokken of door wiens gedraging een verkeersongeval is veroorzaakt, verboden de plaats van het ongeval te verlaten indien: a.bij dat ongeval, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een ander is gedood dan wel letsel aan een ander is toegebracht; b.bij dat ongeval, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, schade aan een ander is toegebracht; c.daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, een ander aan wie bij dat ongeval letsel is toegebracht, in hulpeloze toestand wordt achtergelaten.
112
Wanneer is er sprake dood of letsel door schuld in het verkeer? art 6 WvW
Het is een ieder die aan het verkeer deelneemt verboden zich zodanig te gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander wordt gedood of waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat.
113
Wat is het verschil tussen een beginnende bestuurder en een ervaren bestuurder?
De termijn waarin iemand na afgifte van het eerste rijbewijs beginnende bestuurder is, in beginsel vijf jaar bedraagt. Indien de betrokkene op het moment van de afgifte van het eerste rijbewijs echter nog geen achttien jaar is, geldt een beginnerstermijn van zeven jaar
114
Wat zijn de maximaal toegestane promillagegrenzen voor alcohol in het bloed voor een beginnende en een ervaren bestuurder volgens artikel 8?
Voor een beginnende bestuurder is de grens 0,2 promille. Voor een ervaren bestuurder is de grens 0,5 promille
115
Wat verbiedt artikel 9 van de Wegenverkeerswet
Artikel 9 verbiedt het besturen van een voertuig als het rijbewijs ongeldig is verklaard of geschorst na een eerdere veroordeling voor een verkeersmisdrijf.
116
Wat is het doel van artikel 130 van de Wegenverkeerswet, en welke instantie is verantwoordelijk voor de uitvoering ervan?
Het doel van artikel 130 is om te waarborgen dat bestuurders medisch geschikt zijn om een voertuig te besturen. Het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen) is de instantie die belast is met de uitvoering hiervan.
117
Wat is de maximale duur van een rijverbod die je kan opleggen volgens artikel 162 van de wegenverkeerswet?
24 uur
118
Stel dat een auto betrokken is bij een als misdrijf strafbaar gesteld feit, maar de bestuurder onbekend is gebleven. Welke verplichting heeft de kentekenhouder volgens artikel 165 van de Wegenverkeerswet?
De eigenaar of houder van dat motorrijtuig verplicht binnen een daarbij te stellen termijn, die ten minste achtenveertig uren bedraagt, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend te maken. Dit geldt ook voor aanhangwagens
119
Wanneer is een bestuurder verplicht aan een bevel te blazen of bevel tot bloedafname mee te werken?
Bij verdenking dat de bestuurder van een voertuig heeft gehandeld in strijd met artikel 8, kan de opsporingsambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek
120
Bij welke overtredingen kan en mag het rijbewijs van een bestuurder worden ingevorderd en wat gebeurt er met een ingevorderd rijbewijs?
Bij overtreding van: - artikel 8 waarbij een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem hoger is dan 570 ugl ( of 350 ugl beginnend bestuurder ) - artikel 163, weigering om te blazen of bloed af te staan - overschrijding van meer dan 50 kmh De ingevorderde bewijzen worden tegelijk met het proces-verbaal onverwijld opgezonden aan de officier van justitie
121
Wat zijn de regels voor het vrijwillig melden na het verlaten van een plaats (verkeers)ongeval?
Een bestuurder die de plaats van een verkeersongeval heeft verlaten zonder zijn identiteit kenbaar te maken, moet zich binnen 12 uur na het ongeval vrijwillig melden bij de politie en daarbij zijn identiteit en, voor zover hij een motorrijtuig bestuurde, tevens de identiteit van dat motorrijtuig bekend maakt
122
Voor welke gedragingen in het verkeer kunnen administratieve sancties worden opgelegd en welke bepaling geldt voor personen jonger dan 16 jaar?
Gedragingen die in strijd zijn met: - Wegenverkeerswet - Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen - Provinciewet - Gemeentewet Het bedrag wordt voor personen onder de zestien jaar gehalveerd
123
Hoeveel sancties kunnen per gebeurtenis worden opgelegd?
3
124
Aan wie wordt een sanctie opgelegd bij technische gebreken van een voertuig?
Aan de bestuurder van het voertuig. Hiervan wordt slechts afgeweken als bij de betreffende feitcode uitdrukkelijk is bepaald dat de eigenaar of houder voor het betreffende feit verantwoordelijk is.
125
Onder welke omstandigheden wordt de strafbeschikkingsbevoegdheid begrensd?
Een politiestrafbeschikking mag niet worden uitgevaardigd indien: a.de opsporingsambtenaar of een van zijn naaste familieleden bij het feit of de gevolgen daarvan betrokken is; b.verschil van inzicht bestaat tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte omtrent de feiten en/of de strafbaarheid; c.het feit schade ten gevolge heeft gehad of overigens te ernstig van aard is; d.inbeslagneming plaatsvindt en er door de hulpofficier van justitie geen juridische eindbeslissing over al het beslag is genomen; e.de militaire rechter uitsluitend bevoegd is.
126
Wat zijn de regels omtrent binnentreden van woningen?
Legitimeren Schriftelijke machtiging Schriftelijk verslag na binnentreden
127
Wanneer is een schriftelijke machtiging niet vereist bij het binnentreden van een woning zonder toestemming van de bewoner?
ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen
128
Wie is bevoegd om een machtiging tot binnentreden van een woning af te geven?
de advocaat-generaal bij het ressortsparket; de officier van justitie; de hulpofficier van justitie.
129
Wie mogen er er allemaal mee bij het binnentreden van een woning met een machtiging?
Degene die bevoegd is zonder toestemming van de bewoner binnen te treden, kan zich door anderen doen vergezellen, voor zover dit voor het doel van het binnentreden redelijkerwijs is vereist en, indien krachtens een machtiging wordt binnengetreden, de machtiging dit uitdrukkelijk bepaalt.
130
Welke informatie verstrekt de opsporingsambtenaar aan het slachtoffer tijdens het eerste contact?
het soort ondersteuning dat het slachtoffer kan krijgen en van wie hij deze kan krijgen, het verloop van de procedures omtrent de aangifte van een strafbaar feit en de rol die het slachtoffer in die procedures heeft; de wijze waarop het slachtoffer bescherming kan krijgen de wijze waarop het slachtoffer toegang krijgt tot juridisch advies, rechtsbijstand en andere vormen van advies en de hiervoor geldende voorwaarden; de wijze waarop het slachtoffer schadevergoeding kan verkrijgen en de hiervoor geldende voorwaarden; de wijze waarop het slachtoffer aanspraak kan maken op vertolking en vertaling en de hiervoor geldende voorwaarden; de beschikbare bijzondere maatregelen, procedures of regelingen om de belangen van het slachtoffer te beschermen in de lidstaat waar het eerste contact met de bevoegde autoriteit plaatsvindt, indien het slachtoffer woonachtig is in een andere lidstaat dan die waarin het strafbare feit werd gepleegd; de beschikbare procedures om klachten in te dienen als de bevoegde autoriteit, die in het kader van het strafproces optreedt, zijn rechten niet eerbiedigt; de contactgegevens voor communicatie over zijn zaak; de beschikbare herstelrechtvoorzieningen; de wijze waarop het slachtoffer de kosten als gevolg van zijn deelname aan de strafprocedure vergoed kan krijgen en de hierbij geldende voorwaarden.
131
Waarmee wordt bij het individueel beoordelen van het slachtoffer rekening gehouden en waaraan wordt aandacht besteed?
Er wordt rekening gehouden met: a.de persoonlijke kenmerken van het slachtoffer; b.het soort strafbaar feit of de aard van het strafbare feit, en c.de omstandigheden van het strafbare feit. Er wordt aandacht besteed aan: a.slachtoffers die aanzienlijke schade hebben geleden als gevolg van de ernst van het strafbare feit; b.slachtoffers van strafbare feiten die zijn ingegeven door vooroordelen of discriminatie die in het bijzonder verband kunnen houden met hun persoonlijke kenmerken; c.slachtoffers wier relatie met en afhankelijkheid van de verdachte of veroordeelde hen bijzonder kwetsbaar maken.
132
Om welke redenen mag een bestuurder van een voertuig niet rijden en voor welke motorvoertuigen is dit van toepassing?
Het is verboden om een voertuig te besturen indien: - niet deugdelijk van bouw of inrichting is, dan wel rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeert - zodanig is gebouwd of ingericht dat de bestuurder onvoldoende uitzicht naar voren of opzij heeft - niet voldoet aan de wettelijk gestelde eisen.
133
Welke regels gelden er voor het hinderen van de bestuurder door passagiers, belading en door de aanwezigheid van losse voorwerpen bij het vervoeren van passagiers in een rolstoel
1De bestuurder mag bij het besturen van het voertuig niet door passagiers, lading of op andere wijze worden gehinderd. 2In een voertuig waarin vervoer van een passagier in een rolstoel plaatsvindt, zijn geen losse voorwerpen aanwezig die het risico op letsel bij een noodstop, een aanrijding of een botsing kunnen verhogen.
134
Wanneer voldoet de profilering van de banden van van een personenauto aan de eisen?
De profilering van de hoofdgroeven van de banden moet over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,6 mm bedragen, met uitzondering van slijtage-indicatoren.
135
Wanneer voldoet de profilering van de banden van van een motorfiets aan de eisen?
De profilering van de hoofdgroeven van de banden moet over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,0 mm bedragen, met uitzondering van slijtage-indicatoren.
136
Wanneer voldoet de profilering van de banden van van een bromfiets aan de eisen?
Over de gehele omtrek en breedte van het loopvlak van de banden moet profilering aanwezig zijn.
137
Wanneer voldoet de verlichting van een nieuwe personenauto aan de eisen?
Nieuwe personenauto’s moeten zijn voorzien van: twee grote lichten twee dimlichten twee stadslichten twee richtingaanwijzers aan de voorzijde twee richtingaanwijzers aan de achterzijde waarschuwingsknipperlichten één zijrichtingaanwijzer aan elke zijkant van het voertuig twee achterlichten twee remlichten een achterkentekenplaatverlichting twee rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig één mistachterlicht één achteruitrijlicht
138
Waar moet een bestuurder voldoende zicht op hebben?
voldoende zicht naar voren en opzij hebben door de voorruit en de voorste zijruiten, en voldoende zicht hebben op het naast en achter hem gelegen weggedeelte met behulp van de voor dat voertuig of samenstel van voertuigen voorgeschreven spiegels dan wel een camera-monitorsysteem.
139
Wanneer voldoen de ruiten van personenauto aan de eisen?
De voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten van personenauto’s mogen geen beschadigingen of verkleuringen vertonen. De voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten van personenauto’s mogen niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren. De lichtdoorlatendheid van de voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten mag niet minder dan 55% bedragen. Indien de personenauto niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel, mag de achterruit geen beschadigingen of verkleuringen vertonen. Indien de personenauto niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel, mag de achterruit niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren.
140
Wat is de definities van het begrip motorvoertuigen volgens het RVV?
alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen
141
Wat is de definities van het begrip brommobiel volgens het RVV?
bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie;
142
Wat is de definities van het begrip gehandicaptenvoertuig volgens het RVV?
voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is;
143
Wat is de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom voor motorvoertuigen?
50 kmh
144
Wat is de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor?
op het fiets/bromfietspad 30 km per uur; 2.op de rijbaan 45 km per uur; 3.op het fietspad, voor de hier bedoelde gehandicaptenvoertuigen, 30 km per uur;
145
Wat is de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom voor motorvoertuigen? Autosnelweg Autoweg Andere weg
voor motorvoertuigen op autosnelwegen 130 km per uur, op autowegen 100 km per uur en op andere wegen 80 km per uur;
146
Wat is de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor?
op het fiets/bromfietspad 40 km per uur; 2.op de rijbaan 45 km per uur; 3.op het fietspad, voor de hier bedoelde gehandicaptenvoertuigen, 40 km per uur;
147
Welke snelheid is ten minste nodig voor het gebruik van de autosnelweg?
60 km h
148
Welke snelheid is ten minste nodig voor het gebruik van de autoweg?
50 km h
149
Wat voor aanhanger mag ik trekken met een rijbewijs B
een aanhanger trekken van maximaal 750 kilo (lege gewicht + laadvermogen); een aanhanger trekken van meer dan 750 kilo als de auto en de aanhanger samen niet boven de 3.500 kilo (lege gewicht + laadvermogen) uitkomen.
150
Wat voor aanhanger mag ik trekken met een rijbewijs BE
een aanhanger trekken van maximaal 3.500 kilo (lege gewicht + laadvermogen); onder bepaalde voorwaarden een aanhanger of oplegger trekken van meer dan 3.500 kg (lege gewicht + laadvermogen).
151
Wanneer heeft een benadeelde recht op schadevergoeding van het waarborgfonds?
a.wanneer niet kan worden vastgesteld wie de aansprakelijke persoon is, tenzij aannemelijk is, dat de benadeelde niet tot die vaststelling heeft gedaan, wat redelijkerwijs van hem kon worden verwacht; b.wanneer de verplichting tot verzekering niet is nagekomen; c.wanneer de schade voortvloeit uit een handelen of nalaten van degene die zich door diefstal of geweldpleging de macht over het motorrijtuig heeft verschaft of van hem die, dit wetende, dat motorrijtuig zonder geldige reden gebruikt, en de verzekeraar, de Staat, of degene, die krachtens artikel 18 is vrijgesteld van de verzekeringsplicht deswege niet aansprakelijk is; d.wanneer op grond van een vrijstelling krachtens de artikelen 17, derde lid, of 18 een verzekering niet is afgesloten.
152
Welke eisen gelden er voor het tonen van het verzekeringsbewijs van een motorrijtuig?
De bestuurder van een motorrijtuig die bij een ongeval of een gebeurtenis is betrokken, is verplicht, wanneer hij ingevolge het bepaalde in dit lid een document bij zich moet hebben, dit behoorlijk ter inzage te verstrekken aan degenen die eveneens bij dat ongeval of die gebeurtenis zijn betrokken.
153
Hoe moet worden gehandeld als uit het register van Dienst Wegverkeer niet blijkt dat een motorrijtuig verzekerd is?
een ambtenaar als bedoeld in artikel 37 van degene, op wiens naam dat motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven, vorderen dat hij aantoont dat niettemin aan de verzekeringsplicht gedurende dat tijdvak voldaan is. Degene tot wie de vordering is gericht, kan daaraan voldoen door binnen een nader door de een van een verzekeraar afkomstig geschrift op een hem opgegeven plaats ter inzage te verstrekken. Uit het geschrift moet blijken dat gedurende het tijdvak de aansprakelijkheid waartoe het motorrijtuig aanleiding kan geven, was gedekt door een verzekering overeenkomstig deze wet
154
Wat houdt de 20 minuten termijn bij het ademonderzoek in?
Het ademonderzoek wordt niet eerder verricht dan twintig minuten nadat de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan het voorlopig ademonderzoek of, indien die vordering niet is gedaan, binnen twintig minuten na het eerste contact tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte dat aanleiding was om de verdachte te bevelen zijn medewerking te verlenen aan het ademonderzoek.
155
Hoevaak mag een voorlopige ademanalyse of een speekseltest uitgevoerd worden?
2 keer
156
Binnen welke termijn moet een bloedafname plaatsvinden?
De bloedafname geschiedt uiterlijk binnen anderhalf uur nadat de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek
157
Wanneer mag een lijk wel of niet worden vervoerd?
Wanneer tekenen of aanduidingen van een niet-natuurlijke dood aanwezig zijn of wanneer in verband met andere omstandigheden een niet-natuurlijke dood niet uitgesloten geacht kan worden, mag het lijk niet worden vervoerd dan met verlof van de officier van justitie of een van zijn hulpofficieren.
158
Onder welke voorwaarden kunnen politiegegevens worden verwerkt?
Politiegegevens kunnen worden verwerkt met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak gedurende een periode van één jaar na de datum van de eerste verwerking. De politiegegevens, die zijn verwerkt op grond van het eerste, tweede en derde lid, worden vernietigd zodra zij niet langer noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de dagelijkse politietaak en worden in ieder geval uiterlijk vijf jaar na de datum van eerste verwerking verwijderd.
159
Wat zijn de (basis)bevoegdheden van de Opiumwet?
toegang tot de vervoermiddelen, met inbegrip van woongedeelten, waarvan hun bekend is, of waarvan redelijkerwijze door hen kan worden vermoed, dat daarmede ingevoerd of vervoerd worden of dat daarin, daarop of daaraan bewaard worden of aanwezig zijn middelen als bedoeld in lijst I of II toegang tot de plaatsen, waar een overtreding van deze wet gepleegd wordt of waar redelijkerwijze vermoed kan worden, dat zodanige overtreding gepleegd wordt. Zij zijn bevoegd een persoon, verdacht van een bij deze wet als misdrijf strafbaar gesteld feit, bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze, aan de kleding te onderzoeken. Zij zijn te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.
160
Welke gedragingen zijn strafbaar in de Opiumwet?
Het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en II: A.binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen; B.te telen te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren; C.aanwezig te hebben; D.te vervaardigen.
161
Wie mag je op grond van de Opiumwet aan de kleding onderzoeken?
Verdachte van een bij deze wet als misdrijf strafbaar gesteld feit, bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze, aan de kleding te onderzoeken.
162
Aan welke beleidsregels moet een coffeeshop voldoen?
Ahojgi-criteria A:geen affichering: dit betekent geen enkele vorm van reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit; H:geen harddrugs: dit betekent dat geen harddrugs voorhanden mogen zijn en/of verkocht worden; O:geen overlast: onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshops, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten; J:geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang voor jeugdigen tot een coffeeshop: gelet op de toename van het cannabisgebruik onder jongeren is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van achttien jaar;8 G:geen verkoop van grote hoeveelheden per transactie: dat wil zeggen hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik (= 5 gram) én slechts een beperkte handelsvoorraad (niet meer dan 500 gram); Onder transactie’ wordt begrepen alle koop en verkoop in één coffeeshop op eenzelfde dag met betrekking tot eenzelfde koper; I:geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland9.
163
Op welke dagen is het legaal om vuurwerk ter beschikking te stellen aan een particulier en welk soort vuurwerk betreft dit?
29, 30 en 31 december. Dit gaat over consumentenvuurwerk
164
Wanneer is het toegestaan om vuurwerk af te steken?
Tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar.
165
Welke leeftijdsgrenzen horen bij het verkopen of ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk?
voor zover het betreft categorie F1: 12 jaar; voor zover het betreft categorie F2: 16 jaar.
166
Wat wordt verstaan onder ernstig nadeel?
het bestaan van of het aanzienlijk risico op: a.levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander; b.bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt; c.de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept; d.de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
167
Onder welke voorwaarden kan de burgemeester een crisismaatregel nemen?
Als er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is; b.er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van een persoon als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend ernstig nadeel veroorzaakt; c.met de crisismaatregel het ernstig nadeel kan worden weggenomen; d.de crisissituatie dermate ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht; en e.er verzet is als bedoeld in artikel 1:4 tegen zorg.
168
Wanneer en hoe kan verplichte zorg voorafgaand aan een crisismaatregel worden verleend?
Voorafgaand aan de beslissing over een crisismaatregel kan, indien redelijkerwijs mag worden verondersteld dat een crisismaatregel zal worden genomen, gedurende korte tijd verplichte zorg aan een persoon worden verleend. Deze periode bedraagt als geheel ten hoogste achttien uur, en niet meer dan twaalf uur te rekenen vanaf het moment dat betrokkene door een psychiater wordt onderzocht ten behoeve van de medische verklaring.
169
Welke bevoegdheden hebben politieambtenaren tijdens de uitvoering van een crisismaatregel of zorgmachtiging?
elke plaats betreden waar de betrokkene zich bevindt; voorwerpen ontnemen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor anderen kunnen opleveren en hem daartoe aan de kleding of het lichaam onderzoeken.
170
Wat is de definitie van een stiletto?
een opvouwbaar mes waarvan het lemmet door een druk- of vergelijkbaar ontgrendelingsmechanisme zijdelings scharnierend uit het heft wordt gebracht;
171
Wat is de definitie van een valmes?
een mes waarvan het lemmet door een druk- of vergelijkbaar ontgrendelingsmechanisme, dan wel door een zwaaibeweging of door zwaartekracht rechtstandig uit het heft wordt gebracht;
172
Wat is de definitie van een vlindermes?
een mes waarvan het heft in de lengterichting in tweeën is gedeeld en waarvan het lemmet naar buiten wordt gebracht door elk van de delen van het heft in tegenovergestelde richting zijdelings open te vouwen;
173
Wat is de definitie van een vilmes?
een mes waarvan het heft haaks op het lemmet staat of geplaatst kan worden en dat bestemd is om bij gebruik in de palm van de hand te worden gehouden, terwijl het lemmet tussen de vingers door naar buiten steekt;
174
Wat is de definitie van een balistisch mes?
een mes waarvan het lemmet, al dan niet tezamen met het heft, door middel van lucht-, gas- of veerdruk rechtstandig uit een geleidingscilinder wordt gedreven;
175
Wat is de definitie van een ploertendoder?
een verende of uitschuifbare staaf met een verzwaard uiteinde.
176
Wat wordt verstaan onder vuurwapen?
een voorwerp bestemd of geschikt om projectielen of stoffen door een loop af te schieten, waarvan de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige reactie;
177
Wat wordt verstaan onder voorhanden hebben van een wapen?
Aanwezigheid van het wapen, Bewustheid van het wapen en Feitelijke macht over het wapen
178
Wat wordt verstaan onder vervoer wapen?
het op de openbare weg of andere voor het publiek toegankelijke plaatsen bij zich hebben van een wapen dat zodanig is verpakt, dat het niet voor onmiddellijk gebruik kan worden aangewend; vervoer van munitie: het op de openbare weg of andere voor het publiek toegankelijke plaatsen bij zich hebben van munitie;
179
Wat wordt verstaan onder dragen wapen?
het op de openbare weg of andere voor het publiek toegankelijke plaatsen bij zich hebben van een wapen anders dan voor vervoer in de onder 9° bedoelde zin;
179
Wat wordt verstaan onder overdragen wapen?
het aan een ander doen overgaan van de feitelijke macht;
180
Welke wapen vallen onder categorie I?
1°.stiletto’s, valmessen en vlindermessen; 2°.andere opvouwbare messen, indien: a.het lemmet meer dan een snijkant heeft; of b.de lengte in opengevouwen toestand langer dan 28 cm is; 3°.boksbeugels, ploertendoders, wurgstokken, werpsterren, vilmessen, ballistische messen en geluiddempers voor vuurwapens; 4°.blanke wapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp dan een wapen; 5°.pijlen en pijlpunten bestemd om door middel van een boog te worden afgeschoten, die zijn voorzien van snijdende delen met de kennelijke bedoeling daarmee ernstig letsel te kunnen veroorzaken; 6°.katapulten; 7°.andere door Onze Minister aangewezen voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken, dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn.
181
Welke wapen vallen onder categorie II?
1°.vuurwapens die niet onder een van de andere categorieën vallen; 2°.vuurwapens, geschikt om automatisch te vuren; 3°.vuurwapens die zodanig zijn vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is dan wel dat de aanvalskracht wordt verhoogd; 4°.vuurwapens die uiterlijk gelijken op een ander voorwerp dan een wapen; 5°.voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, met uitzondering van medische hulpmiddelen; 6°.voorwerpen, bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, met uitzondering van medische hulpmiddelen en van vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen, bestemd voor het afschieten van munitie met weerloosmakende of traanverwekkende stof; 7°.voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, met uitzondering van explosieven voor civiel gebruik indien met betrekking tot deze explosieven erkenning is verleend overeenkomstig de Wet explosieven voor civiel gebruik.
182
Welke wapen vallen onder categorie III?
1°.vuurwapens in de vorm van geweren, revolvers en pistolen voor zover zij niet vallen onder categorie II sub 2°, 3° of 6°; 2°.toestellen voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten; 3°.werpmessen; 4°.alarm- en startpistolen en -revolvers, met uitzondering van alarm- en startpistolen die: a.geen loop of een kennelijk verkorte, geheel gevulde loop hebben; b.zodanig zijn ingericht dat zij uitsluitend knalpatronen van een kaliber niet groter dan 6 mm kunnen bevatten; en c.waarvan de ligplaats van de patronen en de gasuitlaat loodrecht staan op de loop of op de lengterichting van het wapen.
183
Welke wapen vallen onder categorie IV?
1°.blanke wapens waarvan het lemmet meer dan een snijkant heeft, voor zover zij niet vallen onder categorie I; 2°.degens, zwaarden, sabels en bajonetten; 3°.wapenstokken; 4°.lucht-, gas- en veerdrukwapens, behoudens zulke door Onze Minister overeenkomstig categorie I, sub 7°, aangewezen die zodanig gelijken op een vuurwapen dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn; 5°.kruisbogen en harpoenen; 6°.bij regeling van Onze Minister aangewezen voorwerpen die geschikt zijn om daarmee personen ernstig lichamelijk letsel toe te brengen; 7°.Voorwerpen waarvan, gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder zij worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zijn bestemd om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen en die niet onder een van de andere categorieën vallen.
184
Wat mag wel en niet met een wapen uit categorie I?
Het is verboden een wapen van categorie I te vervaardigen, te transformeren, voor derden te herstellen, over te dragen, voorhanden te hebben, te dragen, te vervoeren, te doen binnenkomen of te doen uitgaan. Niets mag
185
Wat is verboden met een wapen uit categorie II en III?
Voorhanden hebben
186
Wat is verboden met een wapen uit categorie II, III en IV?
Dragen
187
Voor welke personen geldt het verbod op een wapen of munitie uit de categorie II, III en IV niet?
Houder van een verlof Jachtvergunninghouder
188
Hoe werkt de bevoegdheid tot binnentreden vanuit de WWM?
De opsporingsambtenaren kunnen te allen tijde op plaatsen waar zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat wapens of munitie aanwezig zijn, ter inbeslagneming doorzoeking doen.
189
Wanneer mag een opsporingsambtenaar verpakkingen/reisbagage openen bij een vermoeden van de aanwezigheid van wapens of munitie?
redelijkerwijs aanleiding bestaat op grond van: a.een gepleegd strafbaar feit waarbij wapens zijn gebruikt; b.een gepleegde overtreding van de artikelen 13, 26 of 27; c.aanwijzingen dat een strafbaar feit als bedoeld onder a of b zal worden gepleegd.
190
Wanneer mag een opsporingsambtenaar vervoersmiddelen te onderzoeken bij een vermoeden van de aanwezigheid van wapens of munitie?
redelijkerwijs aanleiding bestaat op grond van: a.een gepleegd strafbaar feit waarbij wapens zijn gebruikt; b.een gepleegde overtreding van de artikelen 13, 26 of 27; c.aanwijzingen dat een strafbaar feit als bedoeld onder a of b zal worden gepleegd.”
191
Wanneer kan een burgemeester een huisverbod opleggen? Voor hoeveel dagen?
indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat diens aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven of indien op grond van feiten of omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen.
192
Wat zijn de basisbevoegdheden van de politie?
staande houden en aanhouden onderzoek aan de kleding en aan het lichaam binnentreden doorzoeken in beslag nemen identiteitsonderzoek.
193
Algemene wet bestuursrecht art 5,11
definitie toezichthouder een toezichthouder is ieder die onder de wet is belast met het toezichthouden op de naleving van wetten
194
Algemene wet bestuursrecht art 5,12
legitimatieplicht een toezichthouder is verplicht zich te kunnen legitimeren en moet dit op aanvraag ook direct doen
195
Algemene wet bestuursrecht art 5,13
gebruik bevoegdheden toezichthouders maken alleen gebruik van hun bevoegdheden als dit nodig is voor hun taak
196
Algemene wet bestuursrecht art 5,16
inlichtingen vorderen een toezichthouder is bevoegd inlichtingen te vorderen
197
Algemene wet bestuursrecht art5.16a
ID bewijs vorderen toezichthouders mogen identificatiebewijzen vorderen
198
Algemene wet bestuursrecht art5.18 lid 1
onderzoeken zaken toezichthouders zijn bevoegd zaken te onderzoeken, vast te leggen en monsters te nemen
199
Algemene wet bestuursrecht art5.18 lid 2
onderzoeken zaken toezichthouders mogen verpakkingen openen
200
Algemene wet bestuursrecht art5,19
onderzoeken vervoermiddelen hij mag voertuigen stilhouden, onderzoeken, lading doorzoeken en rij en kentekenbewijs vorderen als het betrekking heeft op zn toezichthoudende taak
201
Algemene wet bestuursrecht art5.20 lid 1
medewerking vorderen een ieder is verplicht medewerking te verlenen aan de toezichthouder voor het uitoefenen voor zijn taak
202
Algemene wet op het binnentreden art1
legitimatie - meedelen doel binnentreden bij binnentreden van een woning legitimeer je je en geef je de reden van binnentreden, zolang t geen gevaar voor mensen goederen of het onderzoek oplevert. bij heimlijk alleen nummer
203
Algemene wet op het binnentreden art2
schrifteliike machtiqinq binnentreden zonder ernstig en onmiddelijk gevaar voor mensen/goederen, of zonder goedkeuring van rechter/burgermeester/deurwaarder, heb je een machtiging nodig om zonder toestemming binnen te treden
204
Algemene wet op het binnentreden art3
bevoeqd tot qeven van machtiqinq machtigingen worden gegeven door (h)ovj, burgermeester of advocaat-generaal ressortsparket, zolang het doel tot binnentreden dit vereist
205
Algemene wet op het binnentreden art5
doel machtiging een machtiging geldt voor: max. voor 4 woningen. En meer: voor de opsporing van vh-feiten, of alle woningen waar een persoon of goed zich in kan bevinden ter aanhouding of inbeslagnaming
206
Algemene wet op het binnentreden art6
inhoud machtiging in de machtiging staat: naam van gever, naam van de ontvanger, waarop de machtiging is berust en het doel van binnentreden, dagtekening. een machtiging is de eerstvolgende 3 dagen geldig
207
Algemene wet op het binnentreden art8 lid 2
binnentreden - vergezellen als het doel van binnentreden dit vereist en het in de machtiging staat, mag de machtiginghouder zich laten vergezellen bij het binnentreden
208
Algemene wet op het binnentreden art9
toegang tot - doorgang in woning de machtiginghouder mag zich de toegang tot de woning verschaffen, zonodig met hulp van de sterke arm
209
Algemene wet op het binnentreden art10
schriftelijk verslaq "de machtiginghouder maakt later verslag op waarin staat: naam, naam machtiginggever, dagtekening, doel binnentreden, plaats, naam bewoner, wijze, tijdstip, verrichtingen in woning en of gelegitimeerd is. "
210
Algemene wet op het binnentreden art11
schriftelijk verslaq - verzendinq dit verslag wordt max 4 dagen later naar de machtiginguitgever verzonden, en de burgermeester als het ging om hulpverlening. de bewoner krijgt een kopie, tenzij het doel van binnentreden oorlooft van niet
211
Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer art2
aangewezen stoffen (drugs en/of medicatie) amfetamine, methamfetamine, cocaïne, MDMA, MDEA, MDA, cannabis, heroïne, morfine, GHB, gamma butyrolacton en 1,4-butaandiol vallen onder art8 lid5 WvW
212
Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer art10 lid 2
20 minuten termijn bij ademanalyse ademonderzoek wordt min. 20 minuten na voorlopig ademonderzoek gedaan, of min. 20 minuten na eerste contact tussen ambtenaar en verdachte
213
Besluit slachtoffers van strafbare feiten art5
informatie verstrekken aan slachtoffer ambtenaar verteld slachtoffer welke zorg deze kan krijgen, uitleg procedure, bescherming, rechtsbijstand, schadevergoeding, vertolking, kostenvergoeding, herstelrecht, contactgegevens, klachten, bijz maatregelen
214
Besluit slachtoffers van strafbare feiten art10 lid 1
"individuele beoordeling -bescherminqsbehoefte slachtoffer" slachtoffer krijgt zsm na contact met ambtenaar een beoordeling waar deze aan beschermingsbehoeften en bijzondere maatregelen gebruik van kan maken adhv zijn kwetsbaarheid
215
Besluit slachtoffers van strafbare feiten art10 lid 2
individuele beoordeling - rekening houden met pers. kenmerken, het strafbare feit en omstandigheden feit. deze beoordeling houd rekening met: persoonlijke kenmerken van slachtoffer, aard van het strafbare feit en de omstandigheden
216
Besluit slachtoffers van strafbare feiten art10 lid 3
individuele beoordeling - aandachtspunten bijzondere aandacht voor slachtoffers die: aanzienlijke schade hebben geleden, slachtoffer zijn door discriminatie, racisme of persoonlijke kenmerken of die een afhankelijke relatie hebben met verdachte
217
Besluit slachtoffers van strafbare feiten art10 lid 4
individuele beoordelinq - qedetailleerdheid omvang van de beoordeling hangt af van de ernst van het strafbare feit en de schade aan het slachtoffer
218
Besluit slachtoffers van strafbare feiten art10 lid 5
individuele beoordeling - wensen slachtoffer hierbij wordt het slachtoffer nauw betrokken en worden zijn wensen in overweging genomen
219
Burgerlijk wetboek art5:1
eigendom en bezit hij die een onbeheerde zaak onder zich neemt moet zsm aangifte van de vondst doen, medeling doen aan bewoner als het in een woning is gevonden en afgeven aan de gemeente als deze dit vordert
220
Burgerlijk wetboek art6:198
zaakwaarneming Zaakwaarneming is het inzetten tot de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe te ontlenen uit de wet of rechtshandeling
221
Burgerlijk wetboek art6:162
onrechtmatige daad hij die schuldig is aan een hem toerekeningsbare onrechtmatige daad, door inbreuk op iemands recht, het nalaten van wettelijke plicht of ongeschreven regel te plegen of veroorzaken, is verplicht schade te vergoeden
222
Burgerlijk wetboek art7:602
zorg en goed bewaarder in acht nemen De bewaarnemer moet bij de bewaring de zorg van een goed bewaarder in acht nemen.
223
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) art5 lid 1
recht op vrijheid en veiligheid ieder heeft recht op de vrijheid en veiligheid van hun persoon, tenzij hij op rechtmatige wijze is gearresteerd of gedetineerd (plegen v feit, tegen verspreiding ziekte, verslaafden, geestezieken, uitlevering, opvoeding)
224
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) art5 lid 2
mededelen reden aanhouding in eigen taal iemand die gearresteerd is moet zo snel mogelijk te weten krijgen op basis waarvan hij gearresteerd is en zijn beschuldigingen
225
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) art6 lid 1
recht op een eerlijk proces ieder heeft recht op eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen redelijk termijn, door onafhankelijke rechter,
226
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) art7 lid 1
geen straf zonder recht iemand mag niet gestraft worden voor iets wat ten tijde van het plegen van het feit nog niet was opgenomen in de wet
227
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) art9
vrijheid van godsdienst ieder heeft recht op vrijheid van geweten, gedachten en godsdienst, in het openbaar en prive en kan hierin niet beperkt worden tenzij bij de wet vastgelegd of voor de openbare veiligheid noodzakelijk is
228
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) art10 lid 1
vrijheid van meningsuiting Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken zonder bemoeienis door de overheid
229
Grondwet art1
gelijkheidsbeginsel / discriminatieverbod in gelijke gevallen wordt iedereen gelijk behandeld. Discriminatie op welk gebied dan ook is niet toegestaan.
230
Grondwet art6 lid 1
vrijheid van godsdienst ieder heeft het recht zijn godsdienst vrij te belijden behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet
231
Grondwet art7 lid 1
vrijheid van meningsuiting je mag gedachten en gevoelens vrij verspreiden dmv drukpers
232
Grondwet art10
persoonlijke levenssfeer ieder heeft recht niet aangetast te worden in de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke gegevens vallen hier ook onder
233
Grondwet art11
onaantastbaarheid lichaam ieder heeft recht op de onaantastbaarheid van hun lichaam
234
Grondwet art16
legaliteitsbeginsel iets is niet strafbaar als er geen voorafgaande wettelijke strafbepaling bestaat
235
Grondwet art18
recht op bijstand iedereen heeft recht op rechts- en administratieve bijstand
236
Politiewet 2012 art2
ambtenaren van politie ambtenaren, rijksrecherge en vrijwilligers die benoemd zijn tot het uitvoeren van de politietaak, en ambtenaren die zijn aangesteld tot de uitvoering van andere taken voor de politie zijn politie agenten
237
Politiewet 2012 art3
taak politie de politie heeft ondergeschikt aan het bevoegd gezag en overeenstemmig met de wet de taak over de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en hulpverlening aan behoevenden
238
Politiewet 2012 art7 lid 1
bevoegdheid gebruik geweld de politie mag geweld en vrijheidsbeperkenden middelen gebruiken, lettend op de gevaren, wanneer het doel dit rechtvaardigt en anders niet bereikt kan worden. zo mogelijk waarschuwing vooraf
239
Politiewet 2012 art7 lid 2
toegang tot elke plaats - hulpverlening politie heeft tot elke plaats toegang zolang het voor het verlenen van hulp aan behoevenden redelijkerwijs nodig is
240
Politiewet 2012 art7 lid 3
veiligheidsfouillering politie mag aan kleding en spullen die verdachte bij zich draagt onderzoeken, mits rechtsmatig in functie bezig, wanneer uit feiten/omstandigheden gevaar dreigt voor iemand leven/veiligheid & afwendbaar door fouillering
241
Politiewet 2012 art7 lid 4
vervoersfouil lering voor een te vervoeren/insluiten persoon mag de politie aan de kleding onderzoeken en de voorwerpen die ze daarbij vinden onderzoeken voor afwending gevaar voor veiligheid van betrokkene of politie
242
Politiewet 2012 art7 lid 7
bevoegdheden - redelijk en gematigd fouillering dient in verhouding tot het doel redelijk en gematigd te zijn.
243
Politiewet 2012 art8
inzage vorderen ID mits noodzakelijk voor zijn taak mag politie/kmar van ieder een ID vorderen
244
Politiewet 2012 art11
bevoegd gezag politie - burgemeester tijdens optreden binnen gemeente, ter handhaving of hulpverlening, staat de politie onder het gezag van de burgermeester
245
Politiewet 2012 art12
bevoegd gezag politie - officier van justitie tijdens optreden als opsporingsambtenaar en strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde staat de politie onder gezag van de officier van justitie
246
Wet op de ldentificatieplicht art1
identiteitsbewijs een geldig reisdocument, nederlands ID of paspoort, vreemdelingen documenten, een geldig nationaal, diplomatiek of dienstpaspoort uit een EU lidstaat, rijbewijs of EU rijbewijs als persoon in NL woont
247
Wet op de ldentificatieplicht art2
identificatieplicht Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van een ambtenaar een ID bewijs ter inzage aan te bieden, ook aan een toezichthouder
248
Wet op de lijkbezorging art76 lid 1
verlof vervoer lijk ovj - hovj Wanneer tekenen of aanduidingen van een niet-natuurlijke dood aanwezig zijn of niet uitgesloten kan worden mag het lijk niet worden vervoerd zonder toestemming van hovj
249
Wetboekvan Strafrecht art1
legaliteitsbeqinsel Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling
250
Wetboekvan Strafrecht art45
poging poging tot misdrijf is strafbaar, maximum straf wordt met een derde verlaagd, bijkomende straffen blijven hetzelfde
251
Wetboekvan Strafrecht art81
gelijkstelling geweld Met het plegen van geweld wordt gelijkgesteld het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht.
252
Wetboekvan Strafrecht art188
valse aangifte - klacht Hij die aangifte of klacht doet dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
253
Wetboekvan Strafrecht art300
eenvoudige mishandeling mishandeling wordt gestraft met max 3 jaar, zwaar lichamelijk letsel 4 jaar, dood 6 jaar, poging hiertoe is niet strafbaar (poging tot zware mishandeling strafbaar?)
254
Wetboekvan Strafrecht art310
diefstal Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, max straf 4 jaar
255
Wetboekvan Strafrecht art311
gekwalificeerde diefstal 6 jaar bij, diefstal vee uit wei, diefstal tijdens ramp (profiteurdiefstal), diefstal in woning of besloten erf, verenigde diefstal, diefstal dmv braak, verbreking, inklimming of valse sleutels, terroristisch oogmerk
256
Wetboekvan Strafrecht art321
verduistering Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toeëigent, wordt, als schuldig aan verduistering, gestraft met 3 jaar
257
Wetboekvan Strafrecht art326
oplichting ieder die zichzelf of een ander wederrechtelijk een voordeel te geven door valse naam/hoedanigheid, listen, samenweefsel van verdichtsels, beweegt tot afgifte goed, dienst, gegevens, is schuldig aan oplichting, max 4 jaar
258
Wetboek van Strafrecht art312
diefstal met geweld diefstal die gepaard gaat met geweld of bedreiging van geweld wordt gestraft met max 9 jaar. max 12 jaar in combinatie met: -gepleegd tijdens nachtrust bestemde tijd -in vereniging -dmv braak, inklimming, valse sleutels -zwaar lichamelijk letsel ten gevolge -oogmerk terroristisch misdrijf max 15 jaar bij -de dood ten gevolge
259
Wetboek van Strafrecht art350 lid 1
vernieling goederen Hij die opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met max 2 jaar
260
Wetboek van Strafrecht art416
opzetheling hij die een goed overhandigt of verkoopt waarvan hij ten tijde wist dat het uit een misdrijf afkomstig was, of voordeel haalt uit een uit misdrijf afkomstig goed wordt gestraft met max 4 jaar
261
Wetboek van Strafrecht art417
gewoonteheling Hij die van het plegen van opzetheling een gewoonte maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
262
Wetboek van Strafrecht art417bis
schuldheling hij die een goed overhandigt of verkoopt waarvan hij ten tijde redelijker wijs moest weten dat het uit een misdrijf afkomstig was, of voordeel haalt uit een uit misdrijf afkomstig goed wordt gestraft met max 1 jaar
263
Wetboek van Strafrecht art424
baldadigheid hij die op openbare weg, of voor ieder toegangelijke plek tegen pers of goederen baldadigheid pleegt waardoor gevaar of nadeel wordt veroorzaakt, gestraft met straatschending gestraft met geldboete
264
Wetboek van Strafrecht art426
in dronkenschap orde verstoren hij die in dronkenschap openbaar orde verstoort of verkeer belemmert, anders veiligheid bedreigt, bij anderen gevaar voor leven of gezondheid veroorzaakt, gestraft met hooguit 6 dagen
265
Wetboek van Strafrecht art426ter
hinderen hulpverlener Hij die wederrechtelijk een hulpverlener tijdens uitoefening van zijn taak in zijn vrijheid belemmert of tegen zijn uitdrukkelijk verklaarde wil blijft opdringen of hem op hinderlijke wijze blijft volgen wordt gestraft met max 3 maanden
266
Wetboek van Strafrecht art431
nachtrumoer-burengerucht Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft hij die rumoer of burengerucht verwekt waardoor de nachtrust kan worden verstoord.
267
Wetboek van Strafrecht art435 lid 4
opgeven valse identiteitsgegevens hij die, wanneer naar ID wordt gevraagd, een valse naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres of woon- of verblijfplaats opgeeft. wordt gestraft met boete
268
Wetboek van Strafrecht art447e
niet voldoen aan vordering inzage ID Hij die niet voldoet aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden of medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken, gestraft met geldboete
269
Wetboek van Strafrecht art450
nalaten hulpverlening bij levensgevaar Getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat deze die hulp te verlenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van de hulpbehoevende volgt, gestraft met 3 maanden
270
Wetboek van Strafrecht art453
openbare dronkenschap Hij die zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevindt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twaalf dagen of geldboete van de eerste categorie.
271
Wetboek van Strafrecht art461
verboden toegang Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich op eens anders grond waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden, bevindt of daar vee laat lopen, gestraft met geldboete
272
Wetboek van Strafvordering art1
wijze van toepassing Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien
273
Wetboek van Strafvordering art27
verdachte verdachte is persoon waar uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan strafbaar feit blijkt. of degene die vervolgd wordt. heeft recht op tolk
274
Wetboek van Strafvordering art27a
vaststelling identiteit verdachte verdachte wordt gevraagd naar naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres. het ID bewijs wordt ingezien, ook fotos en vingerafdrukken mogen soms worden afgenomen.
275
Wetboek van Strafvordering art27c
verklaring van rechten aan verdachte wordt verteld waarvoor aan/staandehouding, voor eerste verhoord recht op rechtsbijstand en tolk, niet tot antwoorden verplicht, processtukken inzien wordt vastgelegd in pv
276
Wetboek van Strafvordering art27d
verhoor als getuige of verdachte als iemand verklaring aflegd eerst vertellen of deze gehoord wordt als verdachte of getuige, als tijdens verhoring verdachte blijkt vertellen niet tot antwoorden verplicht, recht op advocaat en tolk
277
Wetboek van Strafvordering art28
verdachte - raadsman de verdachte heeft altijd recht op een advocaat, soms meer, soms betaald door de overheid. Hij moet zoveel mogelijk in gelegenheid komen contact te hebben met zijn advocaat, advocaat mag ook een tolk inschakelen
278
Wetboek van Strafvordering art28a
verdachte - afstand rechtsbijstand verdachte kan altijd afstand doen van rechtsbijstand, wel inlichten over de gevolgen, hij mag er altijd op terugkomen, hiervan pv opmaken.
279
Wetboek van Strafvordering art29 lid 2
verhoor verdachte - cautie verdachte is niet tot antwoorden verplicht, wordt voor elk verhoor melding van gedaan. Wordt vastgelegd in pv
280
Wetboek van Strafvordering art29b
verhoor verdachte - bijstand tolk in gevallen dat verdachte nlse taal niet beheerst moet een tolk komen, wordt opgeroepen door verhorende ambtenaar, mondeling tijdens voorbereidend onderzoek, anders schriftelijk. Wordt opgenomen in pv
281
Wetboek van Strafvordering art31
verdachte - inzagerecht eigen verklaringen verdachte mag pv's van eigen verhoor inzien, pv's betreffende verhoren of onderzoeks handeling waarbij hij of raadsman aanwezig was, tenzij in belang van onderzoek niet mogelijk is
282
Wetboek van Strafvordering art51a
slachtofferzorg slachtoffer= ieder met nadeel aan strafbaar feit, nabestaanden. herstelrecht = samen oplossen tussen partijen, zonder strafrecht
283
Wetboek van Strafvordering art51aa lid 2, 3
"rechten slachtoffer - verwijzing door politie naar slachtofferhulp - voorschriften in AMVB - informatie kind en vertegenwoordiger" politie moet slachtoffer verwijzen naar instelling voor slachtofferhulp. er bestaan voorschriften wie recht heeft op slachtoffer hulp, individuele beoordelingen en specifieke maatregelen ter bescherming. Bij kind wordt dit vermeld aan ouder
284
Wetboek van Strafvordering art51ab lid 1 en 2
"rechten slachtoffer - info verstrekken over rec ht - nadere regels voor verstrekken info" bij eerste contact met opsporingsambtenaar krijgt slachtoffer informatie omtrent slachtofferrechten, inhoud vastgelegd in algemene maatregel van bestuur
285
Wetboek van Strafvordering art51c lid 1, 2, 4
rechten slachtoffer - recht op bijstand slachtoffer heeft recht op rechtsbijstand en tolk, vertegenwoordiging kan geweigerd worden door politie
286
Wetboek van Strafvordering art51f
voegen in het strafproces - benadeelde partij benadeelde partij kan ter vordering van schadevergoeding zich (gedeeltelijk) laten voegen in strafproces, familie van overledene
287
Wetboek van Strafvordering art51h
schadevergoeding - wijzen op bemiddeling politie moet slachtoffer en verdachte wijzen op bemiddeling, als beide dit willen wordt er rekening mee gehouden in het strafproces en wordt het aangemoedigd door de rechter.
288
Wetboek van Strafvordering art52
staande houden elke opsporingsambtenaar mag een verdachte staande houden om zijn identiteit vast te stellen
289
Wetboek van Strafvordering art53
aanhouden op heterdaad een ieder mag een verdachte aanhouden op heterdaad, deze wordt zsm aan een opsporingsambtenaar overhandigt inclusief spullen op zak, daarna zsm naar officier van justitie voor verhoor
290
Wetboek van Strafvordering art54
aanhouden buiten heterdaad buiten heterdaad mag opsporingsambtenaar op mondeling of schriftelijk bevel van officier van justitie verdachte aanhouden van vh-misdrijf, niet afwachtbaar ook door hulp officier of ambtenaar zelf
291
Wetboek van Strafvordering art55
plaatsen betreden ter aanhouding ter aanhouding van misdrijf verdachte op heterdaad kan een ieder elk pand betreden behalve woning. opsporingsambtenaar ook buiten heterdaad elk pand zonder machtiging.
292
Wetboek van Strafvordering art55a
plaatsen doorzoeken ter aanhouding bij heterdaad van elk strafbaar feit of verdenking van misdrijf kan opsporingsambtenaar elke plaats doorzoeken ter aanhouding, daarvoor heeft hij een machtiging nodig tenzij onmogelijk uit noodzaak. dus geen machtiging binnentreden
293
Wetboek van Strafvordering art55b
identiteit - onderzoek kleding - voorwerpen opsporingsambtenaren zijn bevoegd een staandegehouden verdachte aan zijn kleding en bijgevoerde voorwerpen te onderzoeken voor zijn identiteit vaststellen, alleen in openbaar wanneer nodig. pv opmaken
294
Wetboek van Strafvordering art55c
identiteit vaststellen aangehouden verdachte vaststellen identiteit wordt gedaan met persoonlijke vragen en ID bewijs. fotos en vingerafdrukken bij twijfel. Deze mogen worden vastgelegd in de systemen
295
Wetboek van Strafvordering art56a
ophouden voor onderzoek (9 of 6 uur) - in vrijheid stellen verdachte wordt na voorgeleiding opgehouden voor onderzoek of vrijgelaten. bij vh-feit 9 uur vasthouden ipv 6. hierin horen ook vaststellen id, voorbereiden onderzoek en verhoor. Hierna wordt verdachte in verzekering gesteld of vrijgelaten
296
Wetboek van Strafvordering art56b
"verlengen ophouden onderzoek i.v.m. identificatie" termijn om verdachte te IDen kan met 6 uur worden verlengd als het niet gaat om vh-feit. hiervan wordt gedagtekend bevel gemaakt door ovj, kopie voor verdachte, zo nodig vertaald
297
Wetboek van Strafvordering art57
in verzekering stellen verdachte mag op bevel van ovj na verhoor in verzekering worden gesteld voor het onderzoek, waaronder de verdachte mededelingen geven. Bij verhoor advocaat aanwezig. Zodra het onderzoek het toelaat gaat de verdachte vrij
298
Wetboek van Strafvordering art67
voorlopige hechtenis - gevallen - feiten een misdrijf met daarop 4 jaar of meer gevangenis, of een misdrijf uit de lijst. ook kan voorlopig hechtenis worden gegeven bij misdrijf en verdachte zonder woonadres, bij ernstige bezwaren, bij terreur geen ernstige bezwaren nodig
299
Wetboek van Strafvordering art94
inbeslagneming - vatbaarheid reden voor inbeslagneming kunnen zijn waarheidsvinding of aantonen wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekken aan verkeer en verbeurdverklaring. betrokkene krijgt bewijs van ontvangst en ovj krijgt te horen van inbeslagneming
300
Wetboek van Strafvordering art95
inbeslagneming - bevoegdheid bij staande of aanhouding kan osporingsambtenaar voorwerpen in beslag nemen die verdachte bij zich draagt. ovj kan onderzoek in en aan lichaam bevelen bij ernstige bezwaren
301
Wetboek van Strafvordering art96
"inbeslagneming - elke plaats betreden - bevriezen" bij heterdaad strafbaar feit of verdenking van misdrijf mag elke plaats worden betreden voor inbeslagname. Wachtend op doorzoeking kan politie maatregelen nemen om voorwerpen veilig te stellen voor inbeslagneming
302
Wetboek van Strafvordering art96a
inbeslagneming - bevel uitlevering politie kan bij verdenking misdrijf iemand bevelen een voorwerp te overhandigen voor inbeslagname, tenzij persoon verdachte is, geheimhouding heeft of daardoor gevaar oploopt
303
Wetboek van Strafvordering art96b
inbeslagneming - doorzoeken vervoermiddel bij heterdaad strafbaar feit of verdenking van misdrijf mogen vervoersmiddelen in beslag worden genomen en doorzocht worden muv woongedeelte. ook vorderen stilhouden en overbrengen naar locatie
304
Wetboek van Strafvordering art116
beslagbeslissing (h)ovj kan beslissen hoelang een voorwerp in beslag wordt gehouden voor onderzoek. Daarna gaat het indien mogelijk naar rechtmatige eigenaar, of wordt het in bewaring gesteld
305
Wetboek van Strafvordering art126nda
vorderen camerabeelden bij verdenking misdrijf kunnen camerabeelden gevorderd worden, niet aan verdachte en mag ook geen betrekking hebben op iemands godsdienst. PV opmaken met daarin gegevens van de vordering
306
Wetboek van Strafvordering art127
opsporingsambtenaar Onder opsporingsambtenaren worden verstaan alle personen met de opsporing van het strafbare feit belast.
307
Wetboek van Strafvordering art128
heterdaad Ontdekking op heeter daad heeft plaats, wanneer het strafbare feit ontdekt wordt, terwijl het begaan wordt of terstond nadat het begaan is. geen pauze tussen kennisneming en opsporingsonderzoek
308
Wetboek van Strafvordering art133
definitie voorlopige hechtenis de vrijheidsbeneming ingevolge eenig bevel van bewaring, gevangenneming of gevangenhouding
309
Wetboek van Strafvordering art134
definitie en teruggave inbeslagneming het onder zich nemen of gaan houden van dat voorwerp ten behoeve van de strafvordering. beeindiging betekend het verrichten van de in verband met de beëindiging van het beslag vereiste formaliteiten.
310
Wetboek van Strafvordering art141
opsporingsambtenaar - algemeen officieren van justitie, politie ambtenaren, kmar, bijzonderen opsporingsdiensten
311
Wetboek van Strafvordering art142
opsporingsambtenaar - buitengewoon iedereen aan wie een akte van opsporingsbevoegdheid is verleend, aangewezen eenheden door minister van justitie
312
Wetboek van Strafvordering art148
taak officier van justitie De officier van justitie is belast met de opsporing van de strafbare feiten waarvan de rechtbank kennisneemt, kan anderen bevelen geven tot opsporing
313
Wetboek van Strafvordering art149
officier van justitie - instellen onderzoek Wanneer de officier van justitie kennis heeft gekregen van een strafbaar feit met welks vervolging hij is belast, stelt hij het noodige opsporingsonderzoek in.
314
Wetboek van Strafvordering art152
proces-verbaal - ten spoedigste met opsporing belaste ambtenaren maken pv op over de door hun opgespoorde strafbare feit of hun bevindingen. Kan onder verantwoordelijkheid van openbaar ministerie achterwege worden gelaten
315
proces-verbaal eisen
Artikel 153 strafvordering pv wordt persoonlijk opgemaakt op ambtseed, getekend, gedagtekend met zoveel mogelijk redenen van wetenschap
316
Wetboek van Strafvordering art160
aangifte - verplichting ieder die kennis draagt van een misdrijf, verkrachting, mensenroof , ontvoering, of terrorisme moet daar zsm aangifte van doen, tenzij daardoor eigen gevaar voor vervolging ontstaat
317
Wetboek van Strafvordering art161
aangifte - klacht - bevoegdheid ieder die kennis draagt van een strafbaar feit is bevoegd daarvoor aangifte te doen
318
Wetboek van Strafvordering art163
aangifte - kopie aangifte wordt op papier gezet en ondertekend, recht op tolk, aangever ontvangt een kopie, evt schriftelijke bevestiging, opsporingsambtenaren zijn bevoegd en verplicht een aangifte op te nemen
319
Wetboek van Strafvordering art173
verklaring in vrijheid afleggen Geene vragen worden gedaan welke de strekking hebben verklaringen te verkrijgen, waarvan niet gezegd kan worden dat zij in vrijheid zijn afgelegd.
320
Wetboek van Strafvordering art338
bewijsregel alleen de rechter kan dmv rechtmatig bewijs tijdens de rechtzitting overtuigd worden dat de verdachte schuldig is
321
Wetboek van Strafvordering art339
bewijsmiddelen eigen waarnemingen rechter, verklaring verdachte, getuige en deskundige en schriftelijke bescheiden
322
Wetboek van Strafvordering art341
verklaring verdachte bewijs verklaring van de verdachte is berust op zijn eigen waarnemingen, tijdens en vooraf aan de rechtzitting
323
Wetboek van Strafvordering art342
verklaring van getuige bewijs bij het onderzoek op de terechtzitting gedane mededeeling van feiten of omstandigheden, welke hij zelf waargenomen of ondervonden heeft. minstens 2 getuigen nodig om te bewijzen dat dader iets gedaan heeft
324
Wetboek van Strafvordering art486
geen strafrechtelijke vervolging 12-minners Niemand kan strafrechtelijk worden vervolgd wegens een feit, begaan voordat hij de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt.
325
Regeling voertuigen art5.1.1
verbodsbepaling permanente eisen je mag niet rijden met een voertuig dat in onvoldoende staat van onderhoud, rijtechniek, bouw of inrichting, afdeling 2 t/m 17, uitzicht naar voren of zijkant verkeerd. Ook mag het niet blijven staan zonder rode reflectoren
326
Regeling voertuigen art5.1.2
verbodsbepaling gebruikseisen je mag niet rijden met een voertuig dat niet voldoet aan de in afdeling 18 gestelde eisen
327
Regeling voertuigen art5.2.1
eisen kentekenplaat voertuig moet overeen komen met kentekenkaart, kentekenplaat aanwezig goed leesbaar voldoenend aan art 5 kentekenregelement, chassis nummer aanwezig en leesbaar
328
Regeling voertuigen art5.2.27 lid4
bandeneisen (personenauto's) De profilering van de hoofdgroeven van de banden moet over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,6 mm bedragen, met uitzondering van slijtage-indicatoren.
329
Regeling voertuigen art5.2.48 lid1
scherpe delen (personenauto) Personenauto’s mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.
330
Regeling voertuigen art5.2.51
verlichting (personenauto's) Een voertuig moet beschikken over 2 grote lampen, 2 dimlichten, 2 stadslichten, 4 knipperende richtingswijzers, waarschuwingslichten, 2 achterlichten, 2 remlichten, kentekenplaatverlichting, 2 rode reflectoren achter, 1 mistachterlicht, 1 achteruitrijlicht.
331
Regeling voertuigen art5.4.27 lid4
banden (motorfiets) De profilering van de hoofdgroeven van de banden moet over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,0 mm bedragen, met uitzondering van slijtage-indicatoren.
332
Regeling voertuigen art5.6.11 lid2
uitlaatsysteem (bromfiets) Het uitlaatsysteem moet deugdelijk zijn bevestigd.
333
Regeling voertuigen art5.6.27 lid4
banden (bromfiets) Over de gehele omtrek en breedte van het loopvlak van de banden moet profilering aanwezig zijn.
334
Regeling voertuigen art5.18.3
hinder door passagiers/lading/anders De bestuurder mag bij het besturen van het voertuig niet door passagiers, lading of op andere wijze worden gehinderd. Bij vervoer van een rolstoel mogen geen losse voorwerpen aanwezig zijn die kunnen rondvliegen bij een aanrijding of noodstop.
335
Regeling voertuigen art5.18.4
voldoende zicht door ruiten/spiegels Bestuurder van een voertuig moet voldoende zicht naar voren en opzij hebben en voldoende zicht op het achter hem gelegen weggedeelte met de voor dat voertuigen voorgeschreven spiegels.
336
Regeling voertuigen art5.18.6 lid2
zekeren en afdekken lading Losse lading die naar haar aard niet op of aan het voertuig bevestigd kan worden, moet deugdelijk zijn afgedekt indien gevaar of hinder ontstaat of kan ontstaan als gevolg van afvallende of wegwaaiende lading.
337
Regeling voertuigen art5.18.8 lid1
scherpe delen - lading De lading van voertuigen en verwisselbare uitrustingsstukken mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.
338
Regeling voertuigen art5.18.8 lid2
afschermen scherpe delen Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, moeten uitstekende delen van verwisselbare uitrustingsstukken die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, zijn afgeschermd.
339
Reglement rijbewijzen art15 lid 1a t/m e
rijbewijs - categorieen, aIleen A, Ben AM bromfiets/snorfiets AM, motor met max 11KW A1, motor met max 35KW A2, motor met min 15KW A, auto met max massa 3500kg B, max 8 personen C, auto max massa 7500 met max 8 personen C1, max 16 personen D1, min 8 personen D,
340
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) art1
"definities: motorvoertuig, bestuurder motorvoertuig, geha ndica ptenvoertuig, parkeren, snorfiets, speedpedelec, verkeer, voertuigen, voorrang verlenen, voorrangsvoertuig, weggebruikers" motorvoertuigen: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen; bestuurder: hij die het motorvoertuig bestuurt of
341
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften art2
gedragingen sancties (boetes) kunnen worden uitgedeeld ipv straf bij Wvw94, WAM, provinciewet en gemeentewet, tenzij letsel of schade. onder de 16 boete door de helft.
342
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften art3
toezichthouders - sanctie opleggen boetes kunnen worden opgelegd vanaf 12 jaar, door aangewezen ambtenaren. De OVJ houdt toezicht op het gebruik van deze bevoegdheid.
343
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften art4
aankondiging van beschikking beschikking bevat omschrijving, dag, plaats, tijd, en bedrag. bekendmaking geschied binnen 4 maanden na plegen, aankondiging kan op het voertuig worden achtergelaten, beschikking kan niet geweigerd worden, bevat datum waarop deze betaald moet worden
344
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften art5
aansprakelijkheid kentekenhouder als onbekend blijft wie de bestuurder was van een voertuig krijgt de kentekenhouder de boete
345
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften art8
uitzondering aansprakelijkheid kentekenhouder de beschikking vervalt als de kentekenhouder aannemelijk kan maken dat tegen zijn wil een ander het voertuig bestuurde, hij binnen 3 maanden een huurovereenkomst toont die de bestuurder bekend maakt, of een vrijwaringsbewijs overhandigt waaruit blijkt dat hij ten tijde niet meer eigenaar was van het voertuig
346
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften art6 lid 1
beroep officier Tegen de oplegging van de administratieve sanctie kan degene tot wie de beschikking is gericht, beroep instellen bij de officier van justitie.
347
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften art9 lid 1
beroep rechtbank tegen het beroep bij een ovj kan de betrokkene beroep doen bij de rechtbank bij een kantonrechter
348
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften art32
"voorlopige maatregel - in bewaring stellen voertuig" het voertuig kan in bewaring worden genomen tot iemand betaald en hiervoor naar een locatie worden overgebracht.
348
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften art31
voorlopige maatregel - directe betaling als blijkt dat iemand niet in nederland woont of eerder niet betaald heeft kan terstond betaling gevorderd worden. hiervoor kan het voertuig worden naar een locatie worden overgebracht of een wielklem krijgen, kosten hiervan worden ook in rekening gebracht.
349
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften art34
niet voldoen aan vordering toezichthouder met geldboete kan bestraft worden, iemand die een vordering niet opvolgt, onjuiste gegevens opgeeft, zijn rijbewijs niet inlevert na invordering. dit is een overtreding.
350
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen art2
verplichting verzekering motorrijtuig bezittter van een motorrijtuig is verplicht deze te verzekeren als deze zich op de weg of in het verkeer bevind, of is opgenomen in het kentekenregister en op naam staat. tenzij het voertuig buiten gebruik is genomen, niet op de weg staat en deze officieel geschorst is via de verzekering.
351
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen art25
waarborqfonds wanneer de dader onbekend is, wanneer deze niet verzekerd blijkt of de schade ontstaan is door iemand die zich de auto heeft toegeeigend door geweld of diefstal, of vrijstelling, kan de benadeelde geld vragen via schadefonds
352
Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen art30
verbod om zonder verzekering te rijden of op de weg te staan het is verboden een onverzekerd voertuig te rijden of laten rijden op de weg of aan verkeer te laten deelnemen. Iemand kan een rijontzegging opgelegd krijgen van een jaar als hij dit doet. Ook een verplicht bedrag betalen aan het waarborgfonds.
353
Wegenverkeerswet 1994 art1
definities: wegen, motorrijtuigen, bestuurder van een motorrijtuig, bromfiets weg: alle openbaar openstaanden wegen, paden, incl burggen, bermen en zijkanten. motorrijtuig: alle met motor aangevoerde voertuigen muv sporen. brommer: mag niet harder dan 45km/u 350kg.
354
Wegenverkeerswet 1994 art5
gevaar - hinder veroorzaken Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.
355
Wegenverkeerswet 1994 art5a
"opzettelijk verkeersregels in ernstige mate schenden" ieder verboden zich opzettelijk te gedragen dat verkeersregels ernstig worden geschonden waardoor levensgevaar of ernstig letsel voor een ander wordt veroorzaakt. art 8 wordt in acht genomen
356
Wegenverkeerswet 1994 art6
verkeersongeval - dood - letsel het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat aan zijn schuld een verkeersongeval met dodelijke of zwaar letsel afloop te wijten valt
357
Wegenverkeerswet 1994 art7
verlaten plaats ongeval een ieder die betrokken is bij een verkeersongeval is verboden die plaats te verlaten, als hij redelijkerwijs moet vermoeden dat een ander dood is of zwaar letsel heeft, schade heeft, hulpeloos wordt achtergelaten, tenzij genoeg kansen geboden
358
Wegenverkeerswet 1994 art8
riiden onder invloed - stof een ieder verboden voertuig te besturen of laten besturen als hij redelijkwijs moeten weten dat hij invloed is van stof die rijvaardigheid verminderd. alcohol 220 ugl, 0,5 mg. 88 ugl, 0,2 mg rijbewijs B (vanaf 18) 5 jaar, AM, T 7 jaar. Ook lijst met stoffen illegaal
359
Wegenverkeerswet 1994 art9
rijden tijdens ontzegging, met een ongeldig rijbewijs enz. een ieder verboden een motorrijtuig te besturen tijdens ontzegging bevoegdheid, waarvan rijbewijs ongeldig is verklaard of ingevorderd
360
Wegenverkeerswet 1994 art12
opvolgen aanwijzingen weggebruikers zijn verplicht aanwijzingen op te volgen ten behoeve van veiligheid of behoud van de weg of de vrijheid van verkeer
361
Wegenverkeerswet 1994 art36 lid1,2 en 3
kentekenbewijs - afgegeven/geldigheid alle voertuigen moeten kenteken hebben, eigenaar van voertuig kentekenbewijs, deze moet geldig zijn, voldoen aan eisen, leesbaar zijn. voertuig moet overeen komen met bewijs. bij stilstaan eigenaar, rijden bestuurder aansprakelijk
362
Wegenverkeerswet 1994 art37 lid1 en 2
kentekenbewijs - uitzonderingen uitzondering: internationale voertuigen, landbouwvoertuigen, nato, gehandicapten voertuigen, bepaalde brommers, voertuigen met beperkte snelheid, aanhangwagens met minder dan 750kg laadvermogen, internationale of landbouw
363
Wegenverkeerswet 1994 art40 lid1
kentekenplaat - zichtbaarheid Het kenteken dient behoorlijk zichtbaar op of aan het motorrijtuig of de aanhangwagen aanwezig te zijn.
364
Wegenverkeerswet 1994 art41 lid1
kentekenplaat - vals - herkenning bemoeilijken het is verboden de herkenning van het kenteken te bemoeilijken, nep kenteken te dragen, niet opgegeven kenteken te gebruiken
365
Wegenverkeerswet 1994 art107 lid1 en 2
rijbewijsplicht aan de bestuurder van een voertuig behoort een voor dat voertuig geldend rijbewijs te zijn afgegeven, deze moet voldoen aan de verplichte eisen, niet verlopen zijn en behoorlijk leesbaar zijn.
366
Wegenverkeerswet 1994 art118
afgifte rijbewijs voor categorie rijbewijs wordt afgegeven voor besturen van een of meer categorieen vermeld op het rijbewijs, de hieruit te ontlenen bevoegdheden kunnen worden ingeperkt.
367
Wegenverkeerswet 1994 art130
invordering rijbewijs CBR wanneer het vermoeden bestaat dat een bestuurder niet meer over de rijvaardigheid, lichamelijke of geestelijke geschiktheid beschikt die vereist is voor die categorie, wordt hiervan zsm melding gedaan bij het CBR onder vermelding van de feiten en omstandigheden die dit vermoeden creeeren. Als de veiligheid zodanig in gevaar wordt gebracht kan het rijbewijs per direct worden ingevorderd en meegezonden naar het CBR. Als niet aan de vordering wordt voldaan kan ook het voertuig in bewaring worden genomen.
368
Wegenverkeerswet 1994 art158
met toezicht belast met toezicht belast op de naleving van deze wet zijn de personen bedoelt in artikel 159
369
Wegenverkeerswet 1994 art159
met opsporing belast met opsporing van de overtredingen genoemd in deze wet zijn belast de door de minister van veiligheid en justitie aangewezen personen, categorieen of eenheden (politie)
370
Wegenverkeerswet 1994 art160 lid1 t/m 7
controlebevoegdheden op vordering van persoon 159 moet bestuurder voertuig stilhouden en zijn rijbewijs, kentekenbewijs, evt getuigschrift, ontheffing, gehandicaptenkaart en begeleiderspas.
371
Wegenverkeerswet 1994 art160 lid4
voertuig naar plaats van onderzoek voeren personen uit 159 zijn bevoegd een voertuig waar zijn onderzoek naar willen doen naar een locatie te voeren of doen voeren. Bestuurders zijn verplicht hun medewerking aan dit onderzoek te verlenen.
372
Wegenverkeerswet 1994 art160 lid5
"onderzoek - adem - speeksel - psychomotorisch" een bestuurder of iemand die aanstalten maakt te gaan rijden en de begeleider zijn verplicht medewerking te verlenen aan een psychomotorisch onderzoek, een voorlopig ademonderzoek, een speekselonderzoek en aanwijzingen hiertoe op te volgen.
373
Wegenverkeerswet 1994 art160 lid6
opvolgen bevelen de bestuurder of begeleider is verplicht de bevelen van een persoon uit 159 op te volgen, wanneer zij een overtreding hebben gemaakt en de bevelen worden gegeven uit het verkeersbelang.
374
Wegenverkeerswet 1994 art162
rijverbod Als er een vermoeden van overtreding van artikel 8 bestaat kan een rijverbod worden opgelegd (ook aan iemand die aanstalten maakt) voor de tijd dat de toestand voort zal duren, van max 24 uur. De wordt in een beschikking vastgelegd. De persoon mag voor de duur van het verbod geen voertuigen besturen.
375
Wegenverkeerswet 1994 art165
onbekend gebleven bestuurder - mrt - misdrijf Bij ontdekking van een misdrijf van een onbekende bestuurder, moet de kentekenhouder op vordering binnen minstens 48 uur bekend maken wie de bestuurder was, tenzij hij dit redelijkerwijs niet kan.
376
Wegenverkeerswet 1994 art166
onbekend gebleven bestuurder - ahw - misdrijf Bij ontdekking van een misdrijf van een onbekende bestuurder, moet de kentekenhouder van de aanhangwagen op vordering binnen minstens 48 uur bekend maken wie de bestuurder was, tenzij hij dit redelijkerwijs niet kan.
377
Wegenverkeerswet 1994 art175
strafbepalinq art. 6 WVW als het ongeluk de dood ten gevolge heeft maximaal 3 jaar straf, bij letsel 1,5 jaar. in combinatie met roekeloosheid respectievelijk 6 en 3 jaar. In combinatie met artikel 8 of niet voldoen aan bevel uit artikel 163 kan nog eens met de helft de straf worden verhoogd.
378
Wegenverkeerswet 1994 art177
strafbepalinq overtredinqen WVW artikel 5 wordt gestraft met max 6 maanden (overtreding), artikel 5a max twee jaar(misdrijf), artikel 7 lid 1, artikel 8, artikel 9, 1e,2e,4e,5e,7e,9e lid hoogstens een jaar (misdrijf), artikel 11 max 6 maanden(misdrijf)
379
Ambtsinstructie art2
legitimatie in burger altijd, in uniform op verzoek daartoe. Alleen verplicht identificatiebewijs te tonen.
380
Ambtsinstructie art4
geoefend, rechtens uitgereikt en gebruikt voor doel geweldsmiddel mag alleen gebruikt worden als deze rechtens is toegekend, voor dat doel wordt gebruikt en de ambtenaar daarin geoefend is.
381
Ambtsinstructie art7 lid 1a
gebruik vuurwapen ter aanhouding aanhouding persoon die redelijkerwijs een vuurwapen bij zich draagt, of aanstonds ander levensbedreigend geweld gaat toepassen
382
Ambtsinstructie art7 lid 1b
gebruik vuurwapen ontrekking aan aanhouding aanhouden persoon verdacht van (poging) misdrijf met 4 jaar of meer + ernstige aantasting lichaam/ binnen woning of erf met geweld of dreiging van geweld/ dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving kan zijn
383
Ambtsinstructie art7 c,d,e,f
oproerige (militaire beweging), gewond dier, afweerbevoegdheid c) beteugelen oproerige beweging in opdracht. d) beteugelen militaire oproerige beweging in opdracht. e) doden ernstig gewond dier. f) afwenden direct gevaar of ontstaan zwaar lichamelijk letsel afwenden bij personen.
384
Ambtsinstructie art7 lid 2
identiteit bekend, geen gevaar onder lid 1a en b wordt geen gebruik gemaakt als de identiteit van de verdachte bekend is en uitstel van de aanhouding geen onaanvaardbaar gevaar vormd voor de samenleving.
385
Ambtsinstructie art10
alleen ter hand nemen bij toestemming gebruik, of verwachting daarvan alleen vuurwapen ter hand nemen in gevallen dat dit gebruik is toegestaan, of ter hand nemen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zon situatie zich gaat voordoen.
386
Ambtsinstructie art10a
waarschuwing vuurwapen voor schieten wordt in luide stem gewaarschuwd, kan ook vervangen worden door waarschuwingsschot, tenzij het niet anders kan. Bij waarschuwingsschot zoveel mogelijk gevaar voor personen/goederen vermijden.
387
Ambtsinstructie art12a
inzet pepperspray aanhouden persoon die direct gereed zijnd wapen heeft en gaat gebruiken/ander geweld tegen personen, tracht te ontrekken aan de aanhouding, controle brengen dieren, afwenden direct gevaar personen, ernstig letsel
388
Ambtsinstructie art12b
waarschuwing pepperspray waarschuwen met luide stem/andere niet mis te verstande wijze voor gebruik pepperspray indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd, tenzij omstandigheden waarschuwing niet toelaten.
389
Ambtsinstructie art12c lid1
inzet stroomstootwapen aanhouden persoon die direct gereed zijnd wapen heeft en gaat gebruiken/ander geweld tegen personen, tracht te ontrekken aan de aanhouding, controle brengen dieren, afwenden direct gevaar personen, ernstig letsel
390
Ambtsinstructie art12c lid 2
inzet stroomstootwapen schokmodus schokmodus alleen voor onder controle brengen agressieve dieren, direct gevaar voor personen of ernstig lichamelijk letsel af te wenden.
391
Ambtsinstructie art12d
waarschuwing stroomstootwapen waarschuwen met luide stem/andere niet mis te verstande wijze voor gebruik ssw indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd, tenzij omstandigheden waarschuwing niet toelaten.
392
Ambtsinstructie art12e
inzet wapenstok aanhouding persoon met wapen/ander geweld gaat gebruiken tegen personen/ onttrekt aan aanhouding/ persoon op afstand houden die belemmert of bevel negeert/ samenscholing openbare orde/afweerbevoegdheid
393
Ambtsinstructie art12f
waarschuwing wapenstok waarschuwen met luide stem/andere niet mis te verstande wijze voor gebruik wapenstok indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd, tenzij omstandigheden waarschuwing niet toelaten.
394
Ambtsinstructie art15a
inzet surveillancehond Een surveillancehond mag alleen ter aanhouding van een vuurwapengevaarlijke verdachte of ander gewelddadig persoon ingezet worden, tegen iemand die zich aan zijn aanhouding onttrekt voor een misdrijf met 4 jaar, om levensbedreigend gevaar of zwaar letsel af te wenden. Aangelijnd inzetbaar tegen samenscholingen die gevaar vormen voor veiligheid personen of zaken. onder direct en voortdurend toezicht van begeleider.
395
Ambtsinstructie art15b
waarschuwing surveillancehond waarschuwen met luide stem/andere niet mis te verstande wijze voor gebruik surveillancehond indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd, tenzij omstandigheden waarschuwing niet toelaten.
396
Ambtsinstructie art17
melden gebruik geweld/registratie degene die geweld heeft aangewend doet hiervan schriftelijk melding van de aard, type geweld en gevolgen en mondelijk de feiten, omstandigheden en redenen aan de ovj. deze melding wordt door de ovj geregistreerd indien het geweld de dood of meer dan gering letsel heeft toegebracht, het vuurwapen gebruikt is, of de ovj vind dat het nodig is.
397
Ambtsinstructie art20
veiligheids/vervoersfouillering Veiligheidsfouillering en vervoersfouillering worden gedaan door oppervlakkig aftasten van de kleding en zoveel mogelijk door hetzelfde geslacht. Gevaarlijke voorwerpen worden in bewaring genomen.
398
Ambtsinstructie art21
melden veiligheidsfouillering Van een veiligheidsfouillering wordt onverwijld schriftelijk melding gedaan aan de OVJ, inclusief de redenen die ertoe hadden geleid.
399
Ambtsinstructie art22
inzet transportboeien bij iemand die rechtens van zijn vrijheid is beroofd kan een ambtenaar ter verplaatsing of vervoer boeien aanleggen indien op feiten of omstandigheden gevreest kan worden voor ontvluchting of iemands veiligheid. hiervan wordt schriftelijk melding gedaan aan de ovj inclusief de redenen waarom.
400
Ambtsinstructie art22a
inzet mondafscherming ambtenaar kan bij iemand die rechtens van zijn vrijheid is beroofd ter vervoer of verplaatsing mondafscherming aanbrengen als de situatie dit uit feiten of omstandigheden vereist.
401
Ambtsinstructie art22b
inzet transportboeien en mondafscherming voor hulpbehoevenden transportboeien kunnen ook worden aangebracht bij een persoon ten behoeve van de hulpverlening op een bureau.
402
Ambtsinstructie art24
zorgdraging voor hulpbehoevenden de ambtenaar draagt er zorg over een persoon met ziekteverschijnselen of verwondingen te wijzen naar een ehbo afdeling. Zonodig bemiddeld hij voor passend vervoer. bewusteloze persoon of ernstig verwonden dienen met de ambulance naar een ziekenhuis te worden vervoerd, waarbij de ambtenaar zoveel mogelijk informatie deelt met de hulpverleners.
403
Ambtsinstructie art25
zorgdraging voor hulpbehoevenden onder invloed de ambtenaar draagt de zorg personen onder invloed die een gevaar vormen voor de openbare orde of veiligheid (ook voor zichzelf) van openbare plaatsen worden verwijderd en draagt deze personen over aan eigen zorgkader, of bij ontbreken hiervan laat ze voor hun eigen veiligheid overbrengen naar politiebureau bij instemming. Als betrokkene vermoedelijk geestelijk gestoord is, wordt de huisarts of een arts gewaarschuwd.
404
Ambtsinstructie art27
in kennis stellen familie ingeslotene. bij insluiting van minderjarige wordt zsm contact gezocht met ouders, bij meerderjarige alleen op zijn verzoek. Bij niet ingezetene wordt contact opgenomen met desbetreffende ambassade of consultaat.
405
Ambtsinstructie art28
in bewaring nemen kleding en voorwerpen De ambtenaar van zoveel mogelijk hetzelfde geslacht onderzoekt de ingeslotene direct voorafgaand aan de insluiting, door het aftasten en doorzoeken van de kleding en voorwerpen die hij bij zich draagt. Gevaarlijke voorwerpen worden in bewaring genomen. van dit onderzoek wordt schriftelijk rapport opgemaakt.
406
Ambtsinstructie art29
ontkleden ingeslotene de ingeslotene kan alleen ontkleed worden als deze aan zijn lichaam onderzocht gaat worden, de kleding een gevaar kan vormen en de ovj toestemming geeft, of een arts van mening is dat het gevaar kan vormen. kleding wordt in bewaring genomen en vervangende kleding wordt geregeld.
407
Ambtsinstructie art30
optekenen in bewaring genomen voorwerpen de ambtenaar tekent nauwkeurig alle voorwerpen en kleding die hij in bewaring neemt op en laat dit ondertekenen door de ingeslotene. Een afschrift van deze aantekening wordt overhandigd aan de ingeslotene.
408
Ambtsinstructie art32
medische bijstand ingeslotene in het geval er indicaties bekend zijn dat de ingeslotene medische bijstand nodig heeft of wenst wordt met een arts of de huisarts overlegt. als de ingeslotene geen hulp wilt wordt de arts gewaarschuwd.
409
Ambtsinstructie art33
vrijheid arts de arts mag tijdens zijn onderzoek geen beperkingen worden opgelegd. De ambtenaar volgt de aanwijzingen van de arts op en registreert zijn gegeven aanwijzingen.
410
Ambtsinstructie art34
controle ingeslotene de ingeslotene krijgt elk kwartier aandacht bij waarschuwen arts, in geval medische hulp is verstrekt zo vaak als de arts dat heeft voorgeschreven, bij geen medische hulp eens in de 2 uur. dit wordt geregistreerd. wanneer de ingeslotenen niet meer wekbaar en aanspreekbaar lijkt wordt deze terstond naar het ziekenhuis vervoerd.
411
Ambtsinstructie art35a
aanleggen hulpmiddelen na toestemming van de hovj kan voor max 24 uur hulpmiddelen worden aangebracht bij een ingeslotene, en 3 uur vooraf aan de toestemming van de hovj (dan moet er wel zo snel mogelijk toestemming worden gezocht). de arts wordt hiervan zo snel mogelijk in kennis gebracht. ingeslotenen moet dan in een observatiecel worden geplaatst. kan alleen wanneer gevaar dreigt voor verstoren orde en veiligheid in cel/cellencomplex of met oog op veiligheid. kan met toestemming ovj telkens met 24 uur worden verlengd na overleg met arts.
412
Ambtsinstructie art36
hulp bij invrijheidsstelling bij de invrijheidsstelling van een immobiel persoon wordt vervoer/begeleiding geregeld.
413
Ambtsinstructie art4b
definitie geweld geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken;
414
Ambtsinstructie art4c
definitie aanwenden geweld aanwenden van geweld: het gebruiken van geweld, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van een geweldmiddel en het ter hand nemen van het vuurwapen.
415
Ambtsinstructie art4j
definitie gebruik vuurwapen het gebruik van een vuurwapen: het richten, het gericht houden of het schieten met een vuurwapen;
416
Ambtsinstructie art4q
definitie verplaatsen verplaatsing: het overbrengen van een persoon binnen eenzelfde locatie, zonder dat daarbij een vervoermiddel wordt gebruikt;
417
Wetboek van strafrecht art 301
Mishandeling met voorbedachte rade Wordt gestraft met hoogstens 4 jaar, indien zwaar lichamelijk letsel hoogstens 6 jaar, indien de dood, hoogstens 9 jaar.
418
Wetboek van strafrecht art 302
Zware mishandeling Hij die aan een ander opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengt, wordt, als schuldig aan zware mishandeling, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren. Indien de dood ten gevolge: 10 jaren.
419
Wetboek van strafrecht art 303
Zware mishandeling met voorbedachte rade Zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren. Indien de dood ten gevolge: 15 jaren.
420
Wetboek van strafrecht art 304
Verzwarende omstandigheden mishandeling De straffen voor mishandeling worden met een derde verhoogd bij: -mishandeling naar slachtoffer binnen familierelaties of afhankelijkheidsrelaties -stelselmatig tegen minderjarige -tegen een ambtenaar tijdens de uitvoering van zijn taak -door toediening van voor het leven of gezondheid gevaarlijke stoffen
421
Wetboek van strafvordering art 55d
Verzwarende omstandigheden alcohol bij geweldsdelicten Bij een geweldsmisdrijf waar voorlopig hechtenis voor is toegestaan, of een verdachte van dood/zwaar lichamelijk letsel door schuld, mag de aangehouden verdachte zijn medewerking worden bevolen aan een adem en speekseltest, indien er aanwijzingen zijn dat het feit onder invloed is gepleegd.
422
Wat betekend ambtshalve vervolgen?
De meeste misdrijven zijn ambtshalve vervolgbaar. Dat wil zeggen dat de verdachte ook zonder dat er aangifte is gedaan vervolgd kan worden. Bij een klein aantal delicten kan het wel nodig zijn dat er aangifte gedaan wordt. Dat zijn zogenaamde klachtdelicten. Eenvoudige belediging, smaad en laster zijn voorbeelden van klachtdelicten.