Jurisprudentie Flashcards

(63 cards)

1
Q

Is Oerlemans gehouden om de schade die Driessen heeft geleden te vergoeden? (HR 27 april 2001, NJ 2002, 213)

A

Uit Oerlemans/Driessen blijkt dat ingeval van verkoop van een industrieel vervaardigd product een gebrek daarin beginsel voor risico van de verkoper komt, ook als hij het gebrek niet kende noch behoorde te kende (slechts onder bijzondere omstandigheden zal dit anders zijn).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Brok/Huberts

A

Aansprakelijkheid bij non-conformiteit (7:17 BW) bij dierlijk product

Als de zaak (de hond) niet aan de overeenkomst beantwoord, is hiermee de tekortkoming vastgesteld o.g.v. art. 7:17 BW. Voor een geslaagd beroep op art. 6:74 BW gelden meer vereisten. De eis van toekenning is ook een vereiste. Het enkele feit dat de zaak niet de eigenschappen bezit die de koper ervan mag verwachten (7:17 BW) brengt niet mee dat hierdoor de verkoper meteen aansprakelijk is tot vergoeding van de geleden schade. Gekeken moet namelijk worden of de schade wel toerekenbaar (6:75 BW) is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Matatag/De schelde

A

Casus zag op 2 bedrijven die tot dezelfde bedrijfstak horen en regelmatig zaken met elkaar doen + waar AV een alledaagse verschijnsel in contracten is. De HR heeft gezegd dat het in zo’n geval naar maatstaven van R&B niet onaanvaardbaar is dat in de toepasselijke AV aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk voor ernstige fout van te werk gestelde personen die niet tot de bedrijfsleiding horen worden uitgesloten en hier een beroep op wordt gedaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Kinheim/Pelders

A

Wanneer ondeugdelijk is gepresteerd en de schuldenaar heeft de gelegenheid om alsnog deugdelijk na te komen, bestaat de mogelijkheid dat de schuldeiser door het gebrek in de geleverde prestatie schade heeft geleden die hij niet geleden zou hebben indien meteen deugdelijk gepresteerd was en niet door de vervangende prestatie weggenomen kan worden. In zoverre is de tekortkoming dan niet voor herstel vatbaar waardoor de nakoming blijvend onmogelijk is.

Gevolg: voor het eisen van schadevergoeding hoef je geen IGS te sturen. Dit wegens art. 3:74 lid 2 BW. Er is sprake van blijvende onmogelijkheid tot nakoming.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Schwarz/Gnjatovic

A

Duurovereenkomst (huur); vordering tot ontbinding; onmogelijkheid in de nakoming; verzuim.

Een huurovereenkomst houdt voor beide partijen voortdurende verplichtingen in. Wanneer een partij is tekortgeschoten in de nakoming van zo’n verplichting, kan deze nog in de toekomst nagekomen worden, maar daarmee wordt de tekortkoming in het verleden niet ongedaan gemaakt. Wat betreft deze tekortkoming is dan ook sprake van een blijvende onmogelijkheid tot nakoming. Hierdoor is sprake van gevolgsschade waardoor voor ontbinding geen IGS is vereist.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Endlich/Bouwmachines

A

De Redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat sprake is van verzuim zonder IGS. Art. 6:83 BW is niet limitatief.

Functie IGS

Functie IGS
De schuldenaar nog een laatste termijn voor nakoming te geven & bepalen tot welk tijdstip nakoming nog mogelijk is zonder dat van een tekortkoming sprake is. Bij gebreke hiervan is de schuldenaar vanaf dat tijdstip in verzuim.

R&B brengen mee dat sprake is van verzuim zonder IGS

Indien vanwege de spoedeisendheid van het herstel een schriftelijke IGS met termijnstelling volgens 6:82 lid 1 BW niet mogelijk is/ niet zinvol is, zal de schuldeiser de schuldenaar de gelegenheid moeten geven om het gebrek te herstellen. Indien de schuldenaar niet bereikt kan worden of wel bereikt kan worden maar niet bereid is om met de noodzakelijke spoed voldoende maatregelen te nemen, brengen de maatstaven van R&B mee dat verzuim intreedt zonder dat een IGS gestuurd hoeft te worden. Ook de schriftelijke mededeling van art. 6:82 lid 2 BW is niet nodig.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Woningstichting Eigen Haard

A

Verhouding tussen hoofdregel en tenzij-bepaling van art. 6:265 BW

De verhouding tussen de hoofdregel en de tenzij-bepaling is als volgt: slechts een tekortkoming van voldoende gewicht geeft recht op gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst. De structuur van de hoofdregel en tenzij-bepaling brengen mee dat de schuldeiser moet stellen en zo nodig bewijzen dat sprake is van een tekortkoming (en van verzuim). De schuldenaar moet stellen en zo nodig bewijzen dat sprake is van de tenzij-bepaling. De afweging moet plaatsvinden aan de hand van alle omstandigheden van het geval.

Er is daarnaast geen behoefte om bijzondere regels te geven voor huur van sociale woonruimte.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Saelman/Academisch Ziekenhuis

A

Uitleg subjectieve verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 en lid 5 BW. Bekendheid van schade en de daarvoor aansprakelijke persoon.

Termijn begint te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk is staat is om een rechtsvordering tot vergoeding van de schade in te stellen. De korte verjaringstermijn begint pas te lopen zodra hij of zijn wettelijke vertegenwoordiger voldoende zekerheid heeft gekregen dat het letsel (mede) is veroorzaakt door tekortschietend of foutief medisch handelen. Deze zekerheid hoeft niet absoluut te zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Deka-Hanno/Citronas

A

erdenwerking van exoneratiebeding

Uitgangspunt is dat contractuele bedingen alleen van kracht zijn tussen de handelende partijen. In bepaalde gevallen kan hierop een uitzondering worden gemaakt. De derde dient dan zo’n beding in redelijkheid tegen zich laten gelden, maar hiertoe moet wel voldoende rechtvaardiging bestaan.

De HR benoemt 2 gevallen waarin er voldoende rechtvaardiging bestaat:

  1. Het op gedragingen van de derde terug te voeren vertrouwen van degene die zich op het beding beroept, dat hij dit beding ook zal kunnen inroepen ter zake van hem door zijn wederpartij toevertrouwde goederen. Gegaste uien.
  2. De aard van de overeenkomst en van het betreffende beding in verband met de bijzondere relatie waarin de de derde staat tot degene die zich op dat geding beroept. Securicor-arrest.

Waar de grens ligt is afhankelijk van het stelsel van de wet, in het bijzonder indien de wet aan bepaalde daarin geregelde overeenkomsten binnen zekere grenzen werking jegens derden toekent en het betreffende geval in dit stelsel moet worden ingepast.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Curaçao/Boyé

A

Uitleg van beding. Profiteren van WP door eigenaar-koper van laatste verkoper jegens eerdere verkoper. Een ketting beding diende elke keer opgenomen te worden. Dit was niet gedaan waardoor WP was gepleegd. De vraag was of de koper nu onrechtmatig van de WP profiteert.

De HR geeft aan dat de koper nu niet onrechtmatig van de WP profiteert. Van belang is of de koper bij de aankoop ervan het beding (die nu dus niet opgenomen was) kende en zich van die strekking bewust was en of op de koper een onderzoeksplicht rustte. De onrechtmatigheid daarnaast mede af van:

  • de ernst van het door begunstigden te lijden nadeel
  • de voorzienbaarheid daarvan bij het sluiten van de koopovk
  • in hoeverre WP door de koper is beïnvloed
  • de rol die mogelijkheid van profiteren van WP bij de aankoopbeslissing had
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wierts/Visseren

A

Onderaannemer aansprakelijk jegens opdrachtgever uit onrechtmatige daad?

Wanneer iemand zich contractueel heeft gebonden, waardoor de contractsverhouding waarbij hij partij is in het rechtsverkeer een schakel is waarmee de belangen van derden verbonden kunnen worden, dan staat het hem niet vrij om deze belangen te verwaarlozen die derden bij de behoorlijke nakoming van het contract kunnen hebben.

Wanneer de belangen van derden zo nauw betrokken zijn bij de behoorlijke uitvoering van de overeenkomst dat hij schade/nadeel kan lijden als een contractant in de uitvoering tekortschiet, kunnen de normen van hetgeen in het ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betaamt is, meebrengen dat contractant zijn gedrag mede laat bepalen door deze belangen. De rechter zal de volgende punten van belang kunnen achten:

  • de hoedanigheid van betrokken partijen
  • aard en strekking van de overeenkomst
  • wijze waarop belangen derden zijn betrokken
  • was de betrokkenheid voor de contractant kenbaar?
  • of en in hoeverre hij erop mocht vertrouwen dat zijn belangen zouden worden ontzien
  • in hoeverre was het bezwaarlijk voor de contractant om rekening te houden met de belangen van de derde?
  • aard en omvang van nadeel die de derde dreigt en kon van hem worden gevergd dat hij zich daartegen had ingedekt?

De HR toetst aan Vleesmeesters/Alog

De onderaannemer moet in het algemeen binnen de grenzen rekening houden met de belangen van de opdrachtgever en de opdrachtgever zal erop mogen vertrouwen dat de onderaannemer dit doet. Wanprestatie van de onderaannemer jegens de hoofdaannemer levert nog geen OD jegens de opdrachtgever.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Keereweer/Sogolease

A

Fiduciaverbod, sale and lease back overeenkomst.

Rechtshandeling mag er niet toe lijden dat verkrijger slechts een zekerheidsrecht verkrijgt

Treft art. 3:84 lid 3 BW elke overdracht in het kader van een ovk waarbij financieringsaspecten een rol spelen?

De maatstaf in art. 3:84 lid 3 BW moet, voor wat betreft het element ‘die ten doel heeft een goed over te dragen tot zekerheid’, worden gezocht in het antwoord op de vraag: strekt de rechtshandeling ertoe de wederpartij een zekerheidsrecht op het goed te verschaffen; dat deze in zijn belangen als schuldeiser ten opzichte van andere schuldeisers wordt beschermd?

  • wat niet mag: een beperking van de bevoegdheid van de verkrijger (lessor) tot te gelde maken zaak in geval van wanprestatie met verplichting de overwaarde aan zijn wederpartij te geven. Dit is geen geldige titel voor overdracht.
  • Wat wel mag: werkelijke overdracht )eigendomsoverdracht); waarbij de verkrijger (lessor) bij wanprestatie de leaseovereenkomst kan ontbinden en over de zaak kan beschikken.

Dit kan anders zijn indien uit bijkomende omstandigheden blijkt van bedoeling tot ontduiking van art. 3:84 lid 3 BW.

De maatstaf in art. 3:84 lid 3 BW dat de rechtshandeling de strekking mist het goed na de overdracht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen leidt in geval van een sale and lease back overeenkomst, niet tot ongeldigheid van de titel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hoogovens/Matex

A

Koper onder eigendomsvoorbehoud geen bevoegdheid om over de zaak te beschikken. Verkrijger aangewezen op derdenbescheeming 3:86 BW.

Verhouding goede trouw en onderzoeksplicht

Mogelijkheid dat de leveranciers van de verkoper het materiaal onder eigendomsvoorbehoud aan hem hebben geleverd, brengt niet direct mee dat koper reden had tot twijfelen aan de beschikkingsbevoegdheid van de verkoper en dat hij nader onderzoek had moeten doen naar de bevoegdheid van de verkoper;

Swarttouw had een goede reputatie en stond niet bekend als financieel onbetrouwbaar;

Verkeersbelang vereist dat degene die geen reden had tot twijfelen aan de normale afwikkeling van de leveranciers-overeenkomst, wordt beschermd. Bij een normale afwikkeling mag de koper ervan uitgaan dat de verkoper ondanks evb. bevoegd is tot doorlevering:

a. hetzij omdat hij zijn leverancier (Hoogovens) al heeft betaald;
b. hetzij omdat de leverancier geen reden heeft zich te verzetten tegen een doorlevering, met het oog waarop, naar hij kon verwachten, de koopovereenkomst werd gesloten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Rabobank/Reuser

A

overwoog de Hoge Raad of de verkrijger van onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken een geldig pandrecht kan vestigen dat ook bij tussenkomend faillissement verkrijger na vervulling voorwaarde uitgroeit tot pandrecht op onvoorwaardelijke eigendom

Overdracht onder eigendomsvoorbehoud

Levering roerende zaak onder opschortende voorwaarde voltooid op moment dat de zaak in de macht verkrijger is gebracht. Vekrijger krijgt een recht een goed een voorwaardelijk eigendomsrecht vatbaar voor verpanding.

De koper direct al bij de totstandkoming van de overdracht onder eigendomsvoorbehoud een terstond ingaand eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde toe. De verkrijger onder eigendomsvoorbehoud zoals bedoeld in art. 3:92 lid 1 BW heeft een onvoorwaardelijk eigendomsrecht die uitgroeit tot een voorwaardelijk eigendomsrecht indien de opschortende voorwaarde vervult is.

Het is een voorafspiegeling van de eigendom overdraagbaar o.g.v. art. 3:83 lid 1 BW. Het recht kan worden overgedragen o.g.v. art. 3:84 lid 1 BW en er kan een beperkt recht op worden bezwaard, art. 3:81 lid 1 jo. 3:98 jo. 3:84 lid 1 BW.

Oordeel HR: De wetgever heeft ter zake van een overdracht onder eigendomsvoorbehoud een systeem voor ogen gestaan waarin deze overdracht — behoudens afwijkend beding — wordt aangemerkt als een overdracht onder opschortende voorwaarde, waarbij de levering van de desbetreffende roerende zaken, niet-registergoederen, is voltooid op het moment dat de zaken in de macht van de verkrijger zijn gebracht, met als gevolg dat de verkrijger een ‘terstond ingaand eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde’, respectievelijk ‘voorwaardelijk eigendomsrecht’ verkrijgt.

Het door de wetgever beoogde systeem brengt mee dat de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud als bedoeld in art. 3:92 lid 1 BW uit hoofde van de voltooide levering een positie verkrijgt waarin de uitgroei tot een onvoorwaardelijk eigendomsrecht, welke wordt bewerkstelligd door voldoening van de prestatie.

Overdracht onder opschortende voorwaarde brengt geen splitsing van de eigendom over de verkoper en de koper teweeg. De verkoper behoudt de eigendom. De koper heeft slechts ‘terstond ingaand eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde’.

Zolang niet betaald is zijn er 2 eigenaren:

  • de vervreemder is eigenaar onder ontbindende voorwaarde
  • de verkrijger is eigenaar onder opschortende voorwaarde

pandrecht

Wanneer pandrecht gevestigd wordt, ontstaat met de voltooiing van de vestigingshandeling een onvoorwaardelijk pandrecht op het voorwaardelijke eigendomsrecht. Wordt de opschortende voorwaarde na het faillissement vervuld, dan groeit het pandrecht van rechtswege uit tot een pandrecht op het volledige eigendom op de zaken zelf en hierdoor dus op de zaken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Eelder Woningbouw/ Van Kammen c.s.

A

Wat geleverd wordt komt voor uit de akte van levering tot uitdrukking. Bedoeling van partijen moeten afgeleid uit objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte

Uitleg leveringsakte; wat is geleverd indien het geleverde stuk kleiner is volgens de leveringsakte dan waarop de koop (titel) zag.

Voor het antwoord op de vraag wat geleverd is, is het volgende van belang:

“bij beantwoording van de vraag komt het aan op de in de notariële akte van levering tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling die moet worden afgeleid uit de in deze akte opgenomen, naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte uit te leggen omschrijving van de over te dragen onroerende zaak”.

Gevolg: voor de vraag wat is geleverd, is het leveren van tegenbewijs van wat niet in de leveringsakte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling is opgenomen, zinloos.

Bepaald is dat de akte op een objectieve wijze moet worden uitgelegd. Het volgende uitgangspunt wordt aangenomen: wat leiden derden daaruit redelijkerwijs af m.b.t. wat partijen hebben beogen te leveren? Er is dus geen plaats voor inroepen van tegenbewijs. Het objectieve bewijs is echter niet beperkt tot een enkel taalkundige uitleg. De bewoordingen moeten worden uitgelegd tegen het licht van de gehele inhoud van de akte gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden.

Gevolg

  • Geleverde stuk is kleiner volgens leveringsakte dan waarop de koop zag

Het meerdere is nu niet overgegaan. De bedoeling om het meerdere over te dragen staat niet in de leveringsakte, waardoor het meerdere niet geleverd is. De verkoper zal het meerdere alsnog moeten leveren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

De Liser de Morsain/Rabobank

A

Hoe moet de cessieakte worden uitgelegd? Hoe werkt het bepaaldheidsvereiste (art. 3:84 lid 2 BW) bij de cessie van vorderingen?

Uitleg van cessieakte: haviltex-maatstaf.

feiten

Rabobank Rijswijk ging over naar Rabobank Den Haag. Dit wordt fusie genoemd. Alles wat Rabobank Rijswijk had ging rechtstreeks over naar Rabobank Den Haag. De vorderingen werden ook overgemaakt. In de akte werden niet alle vorderingen netjes opgesomd. Er stond ‘overige activa’ en ‘overige debiteuren’ dan die eerder werden genoemd.

Hierna stond uitgezonderd:

“In de hiervoor bedoelde overdracht zijn uitdrukkelijk uitgezonderd de zekerheden met een algemene strekking in die zin, dat zij strekken tot zekerheid van al hetgeen de liquiderende bank te vorderen heeft dan wel (…) mocht hebben of verkrijgen, en derhalve aan de liquiderende bank verblijven als zekerheid voor de vorderingen die de bank mocht verkrijgen uit hoofde van de op 30 december 1994 door de liquiderende bank aan de voortzettende bank afgegeven garantie.”

Rabobank Rijswijk had een vordering op De Liser de Morsain. De Liser de Morsain was betrokken bij een onderneming. De Liser de Morsain had ook een vordering op die onderneming. De Liser de Morsain beloofde dat hij zijn vordering niet zou incasseren totdat de Rabobank volledig betaald was. Dit wordt een vordering uit overeenkomst van achterstelling genoemd. Dit heeft een zekerheidskarakter. De Liser de Morsain had zijn afspraak niet nagekomen en werd aangesproken door Rabobank Rijswijk. Toen kwam de overdracht. Rabobank Den Haag klopte toen aan bij De Liser de Morsain met ‘ik heb een vordering op jou, jij hebt niet gedaan wat je zei’. De Liser de Morsain zei toen: ‘wie bent u’? Ik heb een overeenkomst met Rabobank Rijswijk. Rabobank Den Haag zei toen: ‘ik heb de vordering gecedeerd gekregen’. De Liser de Morsain wilde wel weten waar dit toen stond. De Liser de Morsain zou vallen onder ‘overige debiteur’. Er waren ook dingen uitgezonderd; uitgezonderd was een zekerheid met algemene strekking. Een overeenkomst tot achterstelling is een zekerheid van algemene strekking. Ik hoef dus niet aan Rabobank Den Haag te betalen.

rechtsvraag

Is de omschrijving ‘overige debiteuren’ voldoende bepaald?

Bepaaldheidsvereiste

Voldoende is ‘dat de desbetreffende akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld, om welke vordering(en) het gaat.

  • Niet te streng dus.
  • achteraf kon het nu wel worden vastgesteld, dus voldoende bepaald.

De Liser de Morsain las de uitzondering en zei ‘ik van onder de uitzondering’ Hierover gaf de HR ook een oordeel. Uitleg over de cessieakte.

“Volgens de ‘Haviltex’-maatstaf: dat voor de bepaling van de inhoud van een akte van cessie niet slechts van belang is, hetgeen uit de desbetreffende akte zelf blijkt. Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.” —> Subjectieve uitleg.

  • De Liser de Morsain viel dus niet onder de uitzondering.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

X./Heijmans Infra

A

Uitleg Pandakte; maatstaf. Bepaaldheidsvereiste; maatstaf.

Na Coface/Intergamma bestond onduidelijkheid over de vraag of De Liser de Morsain/Rabobank nog wel gold. In De Liser de Morsain had de HR gezegd dat een cessieakte uitgelegd moet worden volgens Havilex. In Coface/Intergamma heeft de HR het bij een onoverdraagbaarheidsbeding ineens over een objectieve uitleg met als reden de bedingen mede bestemd zijn om de rechtspositie van derden te bepalen die de bedingen tussen partijen niet kennen.

De vraag die speelde: had Coface, De Liser de Morsain vervangen?

Er was een pandgever die het volgende verpande: “de uitstaande
vorderingen per 20 januari 2014 ad € 6.059.324,79’, ‘vermeld op de hierbij gevoegde computerlijst(en)/ specificaties bestaande uit 155 gewaarmerkte pagina’s’. Is ook de niet vermelde vordering op Heijmans Infra verpand?

  • Er was een lijst gemaakt met alle vorderingen. Een lijst van 155 pagina’s vorderingen werd dus verpand.
  • in deze 155 bladzijdes stond de vordering van Heijmans Infra niet.

HR: was het de bedoeling ook die vordering te verpanden? De HR kijkt hiervoor naar de regel van de Liser de Morsain; dus naar Haviltex wat nog steeds geldt. De letterlijke tekst is dus niet bepalend. Maar is wel voldaan aan de bepaaldheidsvereiste?

Hier komt de objectieve bepaaldheidsvereiste om de hoek kijken. “De bedoeling is niet relevant, voor zover die bedoeling niet aan de hand van gegevens in de akte zelf, eventueel achteraf, kan worden vastgesteld’.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

W.U.H./Emmering q.q.

A

Rechtsvraag: zijn op de dag van faillietverklaring nog niet verschenen huurtermijnen toekomstige vorderingen?

  • Dit is van belang: indien dit het geval is moet voldaan worden nog aan de vereisten van 3:84 BW. Het probleem zit ‘m dan in art. 23 jo. 20 Fw beschikkingsonbevoegd bent op de dag van faillietverklaring om 00:00 op die dag.
  • Hiermee is niet voldaan aan alle vereisten van 3:84 BW en kan de vordering niet gecedeerd worden.

De HR overwoog: Het ontstaan van vorderingen als hier bedoeld (vorderingen uit hoofde van de huurovereenkomst), die niet geacht kunnen worden hun bestaan reeds te zijn aangevangen op het tijdstip waarop de huurovereenkomst tot stand kwam, is afhankelijk van toekomstige, vooralsnog onzekere omstandigheden waaronder in het bijzonder de daadwerkelijke verschaffing van het huurgenot.

  • De vorderingen ontstaan pas nadat het huurgenot is verschaft en hiermee dus een toekomstige vordering.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Coface/Intergamma

A

Onoverdraagbaarheidsbeding (art. 3:83 lid 2 BW) in goederenrechtelijke zin of in verbintenisrechtelijke zin?

Een beding als het onderhavige, dat naar zijn aard mede is bestemd om de rechtspositie te beïnvloeden van derden die de bedoeling van de contracterende partijen niet kennen, en dat ertoe strekt hun rechtspositie op uniforme wijze te regelen, dient te worden uitgelegd naar objectieve maatstaven, met inachtneming van de Haviltex-maatstaf. Als uitgangspunt bij de uitleg van bedingen die de overdraagbaarheid van een vorderingsrecht uitsluiten, moet worden aangenomen dat zij uitsluitend verbintenisrechtelijke werking hebben, tenzij uit de — naar objectieve maatstaven uit te leggen — formulering daarvan blijkt dat daarmee goederenrechtelijke werking als bedoeld inart. 3:83 lid 2 BW is beoogd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Warnaar/Wubben c.s.

A

Kan een stuk grond van de gemeenschappelijke grond apart worden gezet en hierin je aandeel overdragen?

Oordeel HR: nee dit kan niet. Je kan niet je aandeel in een gedeelte van de gemeenschappelijke grond overdragen. Aandeel in het geheel overdragen kan wel (3:175 lid 1 BW). De Hoge Raad heeft geoordeeld dat om een aandeel in een gedeelte van de gemeenschappelijke grond over te dragen je toestemming van de andere deelgenoten nodig hebt, aangezien het een handeling in de zin van 3:170 lid 3 BW is.

“De vervreemding van een gedeelte van een gemeenschappelijk stuk grond brengt mee dat het desbetreffende gedeelte wordt afgesplitst van het grotere geheel. Niet is vereist dat aan een dergelijke vervreemding een fysieke of juridische splitsing in gedeelten van het stuk grond voorafgaat. Wel is noodzakelijk dat het desbetreffende gedeelte ten behoeve van de vervreemding wordt aangewezen als afzonderlijke, te individualiseren zaak. Een dergelijke aanwijzing betreft het gemeenschappelijke stuk grond als geheel en dient daarom te worden aangemerkt als een handeling waartoe ingevolge art. 3:170 lid 3 BW uitsluitend de deelgenoten tezamen bevoegd zijn.”

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Teixeira de Mattos

A

Oneigenlijke vermenging

De zaken zijn dan nog steeds individualiseerbaar, maar je kunt niet aantonen welke zaak aan jou toebehoort. Art. 5:15 jo. 5:14 BW geldt hier niet.

Bewijsprobleem: art 3:109 en 3:119 BW biedt de oplossing.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Breda/Antonius

A

Zaaksvorming, art. 5:16 lid 2 BW. Voor jezelf vormen of voor jezelf doen vormen?

Je moet kijken wat volgens de verkeersopvatting uit de rechtsverhouding voortvloeit. Bij industriële fabricage is het volgende van belang:

  • wie heeft beslissende invloed op de wijze van productie en de definitieve vorm?
    • deze persoon is waarschijnlijk de rechthebbende
  • Wie draagt het risico van verliezen wegens tegenvallende bruikbaarheid, verhandelbaarheid of winstgevendheid?
    • deze persoon is dan waarschijnlijk de rechthebbende

Waardeverschil oorspronkelijke zaken en kosten van productie is niet van belang.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Dépex/curatoren Bergel c.s.

A

Roerende zaken die deel uit gaan maken van onroerende zaken; natrekking? Art. 3:4 jo. 5:3 jo. 5:20 lid 1 sub e BW.

Maakt de waterdestillatie onderdeel uit van het gebouw? Kunnen de machines o.g.v. art. 3:4 BW hun zelfstandigheid verliezen waardoor zij o.g.v. art. 5:3 BW toekomen aan de eigenaar en het gebouw duurzaam met de grond verenigd is o.g.v. art. 5:20 lid 1 sub e BW, waardoor de grondeigenaar ook eigenaar van de machines is.

De HR geeft de volgende uitgangspunten:

  • zijn gebouw en apparatuur in constructief opzicht specifiek op elkaar afgestemd?
    • Is er bijvoorbeeld een specifieke ruimte gemaakt waar de machine perfect in past?
    • indicatie dat machine bestanddeel is geworden van het gebouw
  • Moet het gebouw vanuit het oogpunt van geschiktheid als fabrieksgebouw zonder apparatuur als onvoltooid moeten worden beschouwd?
    • als je kijkt naar het gebouw, en de waterdestillatie zit er niet is; denk je dan ‘dit is een onvolledig gebouw’?
      • in dit geval niet
      • je moet kijken naar de geschiktheid als het fabrieksgebouw. Is een fabrieksgebouw zonder waterdestillatie incompleet? Nee!CV-ketel, sanitaire voorzieningen, warmte installatie welBij apparatuur dat bestemd is voor bedrijfsvoering zal niet snel sprake zijn van natrekking.
    Gevolg zou rechtsverlies zijn. In dit soort gevallen is terughoudendheid de maatstaf.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Portacabin

A

Is een gebouw of werk duurzaam met de grond verenigd? Van belang voor art. 3:3 en 5:20 lid 1 sub e BW.

Een gebouw of inrichting is duurzaam met de grond verenigd als het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven.

  • je moet kijken naar de bedoeling van de bouwer voor zover die naar buiten toe kenbaar is
  • je moet kijken of de bestemming duurzaam te plaatse te blijven naar buiten toe kenbaar is
  • de verkeersopvattingen vormen hier geen zelfstandig criterium (wat bij 3:4 BW wel zo is).
    • De verkeersopvattingen is wel van belang bij de toets of iets ‘duurzaam’, ‘verenigd’, ‘bestemming’ en ‘naar buiten kenbaar’ is.

In casu was de inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven. Het was aangesloten op gas, water en elektriciteitsnet en er was een riolering aangelegd. Ook was er een tuintje omheen gebouwd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Gelcore/NBM (Zalco III)
Aluminium verenigd samen, deel wel en deel geen pandrecht. Aluminium was samengesmolten; wat gebeurt er met de beperkte rechten & vermenging van gelijksoortige zaken wel of niet een hoofdzaak aan te wijzen? beperkte rechten Art. 5:15 en 5:14 BW wordt analoog toegepast. Ziet op verschillende eigenaren; in casu was dit niet zo. Het ging niet om verschillende eigenaren, maar wel op zaken met verschillende goederenrechtelijke status. De ene had pandrecht en de andere niet. Je moet dus de regels van natrekking volgen van 5:14 BW. - pandrecht op vermengde hoofdzaak dan komt het pandrecht te rusten op het totaal - pandrecht op het ondergeschikte deel (dus niet de hoofdzaak) dan vervalt het pandrecht - indien geen hoofdzaak is aan te wijzen, dan ontstaat een ‘nieuwe zaak’ met een ‘nieuw pandrecht’ van pandhouder op het overeenkomstige aandeel in de nieuwe zaak hoofdzaak Art. 5:14 lid 3 BW bevat 2 aanwijzingen wanneer iets als hoofdzaak gezien kan worden: 1. indien de waarde van één van de zaken de waarde van de andere zaak aanmerkelijk overtreft; 2. volgens verkeersopvatting als hoofdzaak aangemerkt kan worden. De Hoge Raad heeft bepaald dat de verkeersopvatting nu geen bruikbaar criterium is. Het waardecriterium is uitsluitend beslissend. Maar vanwege de rechtsgevolgen - namelijk verlies van recht - moet dit waardecriterium niet snel aangenomen worden.
26
Rodewijk/Bouwman
Verkrijgende verjaring erfdienstbaarheid van overpad; tijdstip beoordeling goede trouw. **Rechtsvraag** Kan je te goeder trouw zijn als je denkt dat je een erfdienstbaarheid hebt die nooit is ingeschreven in de openbare registers? **Oordeel Hoge Raad** De HR vond dat je best te goeder trouw kon zijn. De regel van 3:23 BW houdt in dat als je iets verkrijgt je kennis moet hebben van eerdere rechtsverkrijgingen. Meneer Bouwman verkreeg pas dat recht op dat moment. Het stond nog niet in de registers; hij was juist bij de notaris om het recht gevestigd te krijgen. (…) “Hoewel ook Bouwman als (toekomstige) eigenaar van Noordeinde 92 hierbij compareerde, is door een fout van de notaris echter niet een recht van overpad op het voetpad ten behoeve van Noordeinde 92 vastgelegd en dus evenmin in de openbare registers ingeschreven.” “Bouwman heeft het desbetreffende verzuim in de vestigingsakte niet opgemerkt en het hof heeft — in cassatie onbestreden — geoordeeld dat gesteld noch gebleken is dat hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt. In een zodanig geval staat aan een beroep op goede trouw van degene die, zoals Bouwman, meent het beoogde recht daadwerkelijk te hebben verkregen, niet in de weg dat hij bij latere raadpleging van de registers het verzuim in de vestigingsakte zou hebben opgemerkt.”
27
Muller q.q./Hoogheemraadschap bij schieland en de Krimpenerwaard
Bezit of houderschap bij ingebruikneming onroerende zaak met toestemming verkoper voor levering. Verkrijging door verkrijgende verjaring; bezit door inbezitneming. De stelling dat een koper die een onroerende zaak al voor de levering door de verkoper ter beschikking wordt gesteld, *altijd* als houder is aan te merken in zijn *algemeenheid af*. Er *kunnen* zich gevallen voordoen waarin de koper krachtens de rechtsverhouding met de verkoper jegens deze is gerechtigd om vooruitlopend op de levering van het verkochte zich over het verkochte de feitelijke macht te verschaffen en deze op een zodanige wijze uit te oefenen dat de koper naar de in het verkeer geldende opvattingen moet worden beschouwd als bezitter. Er is dan sprake van bezitsverkrijging door inbezitneming; niet door overdracht omdat de eigenaar niet opzettelijk het bezit kan scheiden van de eigendom door het als zelfstandig element over te dragen. Er is geen sprake van strijdigheid met art. 3:111 BW aangezien de koper zich met toestemming van de verkoper door inbezitneming van houder tot bezitter maakt. Goede trouw vereiste ontbreekt hier aangezien de koper weet dat nog niet geleverd is. In het arrest werd de vraag dan ook gesteld in het licht van 3:105 BW waar goede trouw geen vereiste is (en dus niet in het licht van 3:99 BW).
28
Vogelzang c.s./Gemeente Landgraaf
Ondubbelzinnig bezit. Ratio: je moet als eigenaar weten dat iemand anders aan het bezitten is waardoor je actie kan ondernemen. Als het onduidelijk is of iemand zich nu als eigenaar gedraagt of als iets anders, is onvoldoende om bezit aan te nemen. **Feiten** Vogelzang had een perceel in de gemeente Landgraaf sinds 1989. Vogelzang komt in 2010 op het idee om de bungalow te verkopen. Hij komt er dan achter dat een stuk grond dat hij al hele tijd in gebruik heeft niet op zijn naam staat. Vogelzang schrijft dan een brief aan de gemeente Landgraaf met de volgende zin: “(…) Na 20 jaar gebruik plus onderhoud van de strook grond grenzend aan de Vlekkenkamp verzoek ik om overdracht in eigendom met een beroep op verjaring. Vogelzang had op dat stuk grond van de gemeente een pad aangelegd naar zijn voordeur toe. Ook had hij een stenen paal aan het begin van de oprit geplaatst met zijn huisnummer erbij. Dit zijn bezitsdaden. **Oordeel Hof** Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en eisers veroordeeld de strook te ontruimen. Het hof heeft daartoe overwogen dat de door eisers opgevoerde feiten (het plaatsen van een stenen nummerbord en het aanleggen van een pad) niet tot de vaststelling kunnen leiden dat sprake is geweest van feitelijke machtsverschaffing met de pretentie rechthebbende te zijn gedurende een periode van twintig jaar nu ook *een huurder* een stenen nummerbord kan plaatsen en een pad kan aanleggen. Hiertegen richt zich het cassatieberoep. Het hof zei dus: dubbelzinnig bezit dus geen bezit, geen verjaring. **Oordeel Hoge Raad** Dit vond de HR te ver gaan. De HR overweegt het volgende: Voor de beantwoording van de vraag of iemand een zaak in bezit heeft genomen, is bepalend of hij de feitelijke macht over die zaak is gaan uitoefenen. Indien de zaak in het bezit van een ander is, zijn enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen voor inbezitneming onvoldoende. De machtsuitoefening moet derhalve zodanig zijn dat deze naar verkeersopvatting het bezit van de oorspronkelijke bezitter tenietdoet. Het antwoord op de vraag of iemand de voor bezit vereiste feitelijke macht uitoefent wordt, evenals de vraag of hij voor zichzelf of voor een ander houdt, bepaald naar verkeersopvatting en overigens op grond van uiterlijke feiten. “Het hof heeft geoordeeld dat noch de plaatsing van een stenen nummerbord waarop het huisnummer is aangebracht, noch de aanleg van een pad dat alleen toegang verleent tot de woning van Vogelzang c.s., ‘in casu duiden op een pretentie van eigendom’. Het hof heeft dit oordeel gemotiveerd met het argument dat ook een huurder een stenen nummerbord kan plaatsen en een pad kan aanleggen. Aldus heeft het hof een onjuiste maatstaf aangelegd. De theoretische mogelijkheid dat ook een huurder op deze wijze de feitelijke macht over de bewuste strook grond kon uitoefenen, leidt nog niet tot ontkennende beantwoording van de vraag of Vogelzang c.s. deze strook grond in bezit hebben genomen. Die mogelijkheid is pas van belang indien er — in het bijzonder voor de Gemeente als rechthebbende — objectieve aanwijzingen waren om de machtsuitoefening door Vogelzang ook daadwerkelijk als die van een huurder aan te merken. Bovendien moet de Gemeente zich daarop hebben beroepen. Het hof heeft over een en ander niets vastgesteld. Zijn er objectieve aanwijzingen dat de machtsuitoefening op een ander recht dan eigendom zag? De mogelijkheid van een ander recht moet dus ergens – naar objectieve aanwijzingen – uit blijken wil er sprake zijn van ondubbelzinnig bezit.
29
Gemeente Heusden/ M c.s.
Verkrijgende verjaring via art. 3:105 jo. art. 3:314 lid 2 BW door bezitter te kwader trouw. Vordering voormalig eigenaar uit onrechtmatige daad; schadevergoeding in natura; eigen schuld? Het feit dat de verjaring slaagt wil niet zeggen dat de oorspronkelijke eigenaar met lege handen staat. Het perceel was nu groter gemaakt, er was een hek omheen gezet, boomhut gebouwd, houtopslag etc. Dit zijn bezitsdaden en lang genoeg geduurd dus verjaard. Het feit dat je dit gedaan hebt is onrechtmatig. Dit maakt inbreuk op je eigendomsrecht van de gemeente Heusden (de voormalige eigenaar). Je verliest dan je recht op eigendom, maar niet je recht om schadevergoeding te vorderen o.g.v. onrechtmatige daad. De schadevergoeding kan bestaan in schadevergoeding in natura dat het perceel dat hij zojuist door verjaring heeft verkregen verplicht is om terug te leveren. **Oordeel HR:** Die keuze van de wetgever laat evenwel onverlet dat de zojuist bedoelde partij bloot kan staan aan een vordering uit onrechtmatige daad van de (voormalige) rechthebbende die zijn eigendom aan die partij heeft verloren door de werking van art. 3:105 BW. Een persoon die een zaak in bezit neemt en houdt, wetende dat een ander daarvan eigenaar is, handelt tegenover die eigenaar immers onrechtmatig. Dat brengt mee dat deze laatste, mits aan de overige voorwaarden daarvoor is voldaan, kan vorderen dat hem door de bezitter de schade wordt vergoed die hij als gevolg van dat onrechtmatig handelen lijdt. Daaraan staan het stelsel van de wet en in het bijzonder de door art. 3:105 BW teweeggebrachte eigendomsverkrijging, niet in de weg. In een dergelijk geval ligt het voor de hand dat de rechter, indien de gedepossedeerde dat vordert en de occupant nog steeds eigenaar is, op de voet van art. 6:103 BW de bezitter veroordeelt bij wijze van schadevergoeding de wederrechtelijk in bezit genomen zaak aan de benadeelde in eigendom over te dragen.Een en ander sluit niet uit dat na het intreden van de verjaringstermijn zowel de dief als de koper aansprakelijk zijn uit onrechtmatige daad waarbij vergoeding van de schade ‘in natura’ kan plaatsvinden, namelijk door teruggave van de gestolen zaak.
30
of iets duurzaam met de grond verenigd is. Welk arrest is van belang?
**Portacabin** rechtsregel Een gebouw of inrichting is duurzaam met de grond verenigd als het *naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven*. - je moet kijken naar de bedoeling van de bouwer voor zover die naar buiten toe kenbaar is - je moet kijken of de bestemming duurzaam te plaatse te blijven naar buiten toe kenbaar is - de verkeersopvattingen vormen hier geen zelfstandig criterium (wat bij 3:4 BW wel zo is). - De verkeersopvattingen is wel van belang bij de toets of iets ‘duurzaam’, ‘verenigd’, ‘bestemming’ en ‘naar buiten kenbaar’ is.
31
of je voor ernstige fouten van personen die niet tot de bedrijfsleiding horen kan vrijtekenen en op kan beroepen. Welk arrest is van belang?
Matatag/De Schelde rechtsregel Casus zag op 2 bedrijven die tot dezelfde bedrijfstak horen en regelmatig zaken met elkaar doen + waar AV een alledaagse verschijnsel in contracten is. De HR heeft gezegd dat het in *zo’n geval* naar maatstaven van R&B niet onaanvaardbaar is dat in de toepasselijke AV aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk voor ernstige fout van te werk gestelde personen die niet tot de bedrijfsleiding horen worden uitgesloten en hier een beroep op wordt gedaan.
32
non-conformiteit (product). Welk arrest is van belang?
Oerlemans/Driessen Rechtsregel “De verkeersopvattingen brengen mee dat *in een geval als het onderhavige* ([1] professionele partijen en [2] industrieel vervaardigd product) een tekortkoming bestaande in een gebrek van een verkocht product in beginsel voor rekening van de verkoper komt, ook als deze het gebrek kende noch behoorde te kennen. Dit zal slechts anders kunnen zijn in geval van, door de verkoper zo nodig te bewijzen, bijzondere omstandigheden. Het bestaan van dergelijke bijzondere omstandigheden zal niet snel mogen worden aangenomen.”
33
of op de dag van faillietverklaring nog niet verschenen huurtermijnen toekomstige vorderingen zijn. Welk arrest is van belang?
W.U.H./Emmering q.q. Rechtregel De HR overwoog: Het ontstaan van vorderingen als hier bedoeld (vorderingen uit hoofde van de huurovereenkomst), die niet geacht kunnen worden hun bestaan reeds te zijn aangevangen op het tijdstip waarop de huurovereenkomst tot stand kwam, i*s afhankelijk van toekomstige, vooralsnog onzekere omstandigheden waaronder in het bijzonder de daadwerkelijke verschaffing van het huurgenot.* - De vorderingen ontstaan pas nadat het huurgenot is verschaft en hiermee dus een toekomstige vordering.
34
of de eigenaar na verloop van art. 3:105 BW nog mogelijkheden heeft. Welk arrest is van belang?
Gemeente Heusden/M c.s. Rechtsregel Die keuze van de wetgever laat evenwel onverlet dat de zojuist bedoelde partij bloot kan staan aan een vordering uit onrechtmatige daad van de (voormalige) rechthebbende die zijn eigendom aan die partij heeft verloren door de werking van art. 3:105 BW. Een persoon die een zaak in bezit neemt en houdt, wetende dat een ander daarvan eigenaar is, handelt tegenover die eigenaar immers onrechtmatig. Dat brengt mee dat deze laatste, mits aan de overige voorwaarden daarvoor is voldaan, kan vorderen dat hem door de bezitter de schade wordt vergoed die hij als gevolg van dat onrechtmatig handelen lijdt. Daaraan staan het stelsel van de wet en in het bijzonder de door art. 3:105 BW teweeggebrachte eigendomsverkrijging, niet in de weg. In een dergelijk geval ligt het voor de hand dat de rechter, indien de gedepossedeerde dat vordert en de occupant nog steeds eigenaar is, op de voet van art. 6:103 BW de bezitter veroordeelt bij wijze van schadevergoeding de wederrechtelijk in bezit genomen zaak aan de benadeelde in eigendom over te dragen.Een en ander sluit niet uit dat na het intreden van de verjaringstermijn zowel de dief als de koper aansprakelijk zijn uit onrechtmatige daad waarbij vergoeding van de schade ‘in natura’ kan plaatsvinden, namelijk door teruggave van de gestolen zaak.
35
of een zaak voor zichzelf is gevormd of voor zichzelf is doen gevormd, art. 5:16 lid 2 BW. Welk arrest is van belang?
Breda/Antonius Rechtsregel Je moet kijken wat volgens de verkeersopvatting uit de rechtsverhouding voortvloeit. Bij industriële fabricage is het volgende van belang: - wie heeft beslissende invloed op de wijze van productie en de definitieve vorm? - deze persoon is waarschijnlijk de rechthebbende - Wie draagt het risico van verliezen wegens tegenvallende bruikbaarheid, verhandelbaarheid of winstgevendheid? - deze persoon is dan waarschijnlijk de rechthebbende Waardeverschil oorspronkelijke zaken en kosten van productie is niet van belang.
36
over een onoverdraagbaarheidsbeding, art. 3:83 lid 2 BW. Welk arrest is van belang?
Coface/Intergamma *Rechtsregel* Een beding als het onderhavige, dat naar zijn aard mede is bestemd om de rechtspositie te beïnvloeden van derden die de bedoeling van de contracterende partijen niet kennen, en dat ertoe strekt hun rechtspositie op uniforme wijze te regelen, dient te worden uitgelegd naar objectieve maatstaven, met inachtneming van de Haviltex-maatstaf. **Als uitgangspunt bij de uitleg van bedingen die de overdraagbaarheid van een vorderingsrecht uitsluiten, moet worden aangenomen dat zij uitsluitend verbintenisrechtelijke werking hebben, tenzij uit de — naar objectieve maatstaven uit te leggen — formulering daarvan blijkt dat daarmee goederenrechtelijke werking als bedoeld in art. 3:83 lid 2 BW is beoogd.**
37
hoe de subjectieve termijn van art. 3:310 lid 1 BW uitgelegd moet worden. Welk arrest is van belang?
Saelman/Academisch ziekenhuis rechtsregel Termijn begint te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk is staat is om een rechtsvordering tot vergoeding van de schade in te stellen. De korte verjaringstermijn begint pas te lopen zodra hij of zijn wettelijke vertegenwoordiger voldoende zekerheid heeft gekregen dat het letsel (mede) is veroorzaakt door tekortschietend of foutief medisch handelen. Deze zekerheid hoeft niet absoluut te zijn.
38
of een beroep op ontbinding van voldoende gewicht is om het te rechtvaardigen. Welk arrest is van belang?
Woningstichting Eigen Haard rechtsregel De verhouding tussen de hoofdregel en de tenzij-bepaling is als volgt: slechts een tekortkoming van voldoende gewicht geeft recht op gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst. De structuur van de hoofdregel en tenzij-bepaling brengen mee dat de schuldeiser moet stellen en zo nodig bewijzen dat sprake is van een tekortkoming (en van verzuim). De schuldenaar moet stellen en zo nodig bewijzen dat sprake is van de tenzij-bepaling. De afweging moet plaatsvinden aan de hand van alle omstandigheden van het geval.
39
aansprakelijkheid dier. Welk arrest is van belang?
Brok/Huberts Rechtsregel Als de zaak (de hond) niet aan de overeenkomst beantwoord, is hiermee de tekortkoming vastgesteld o.g.v. art. 7:17 BW. Voor een geslaagd beroep op art. 6:74 BW gelden meer vereisten. De eis van toekenning is ook een vereiste. Het enkele feit dat de zaak niet de eigenschappen bezit die de koper ervan mag verwachten (7:17 BW) brengt niet mee dat hierdoor de verkoper meteen aansprakelijk is tot vergoeding van de geleden schade. Gekeken moet namelijk worden of de schade wel toerekenbaar (6:75 BW) is.
40
of IGS vereist is voor schadevergoeding te eisen. Welk arrest is van belang?
Kinheim/Pelders Rechtsregel Gevolgsschade; koopovereenkomst Wanneer ondeugdelijk is gepresteerd en de schuldenaar heeft de gelegenheid om alsnog deugdelijk na te komen, bestaat de mogelijkheid dat de schuldeiser door het gebrek in de geleverde prestatie schade heeft geleden die hij niet geleden zou hebben indien meteen deugdelijk gepresteerd was en niet door de vervangende prestatie weggenomen kan worden. In zoverre is de tekortkoming dan niet voor herstel vatbaar waardoor de nakoming blijvend onmogelijk is. Gevolg: voor het eisen van schadevergoeding hoef je geen IGS te sturen. Dit wegens art. 3:74 lid 2 BW. Er is sprake van blijvende onmogelijkheid tot nakoming.
41
of de onderaannemer aansprakelijk is via OD jegens opdrachtgever. Welk arrest is van belang?
Wierts/Visseren Rechtsregel Wanneer iemand zich contractueel heeft gebonden, waardoor de contractsverhouding waarbij hij partij is in het rechtsverkeer een schakel is waarmee de belangen van derden verbonden kunnen worden, dan staat het hem niet vrij om deze belangen te verwaarlozen die derden bij de behoorlijke nakoming van het contract kunnen hebben. Wanneer de belangen van derden zo nauw betrokken zijn bij de behoorlijke uitvoering van de overeenkomst dat hij schade/nadeel kan lijden als een contractant in de uitvoering tekortschiet, kunnen de normen van hetgeen in het ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betaamt is, meebrengen dat contractant zijn gedrag mede laat bepalen door deze belangen. De rechter zal de volgende punten van belang kunnen achten: - de hoedanigheid van betrokken partijen - aard en strekking van de overeenkomst - wijze waarop belangen derden zijn betrokken - was de betrokkenheid voor de contractant kenbaar? - of en in hoeverre hij erop mocht vertrouwen dat zijn belangen zouden worden ontzien - in hoeverre was het bezwaarlijk voor de contractant om rekening te houden met de belangen van de derde? - aard en omvang van nadeel die de derde dreigt en kon van hem worden gevergd dat hij zich daartegen had ingedekt? De HR toetst aan Vleesmeesters/Alog De onderaannemer moet in het algemeen binnen de grenzen rekening houden met de belangen van de opdrachtgever en de opdrachtgever zal erop mogen vertrouwen dat de onderaannemer dit doet. Wanprestatie van de onderaannemer jegens de hoofdaannemer levert nog geen OD jegens de opdrachtgever.
42
verzuim zonder IGS buiten 6:83 BW om/functie IGS. Welk arrest is van belang?
Endlich/Bouwmachines Rechtsregel De Redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat sprake is van verzuim zonder IGS. Art. 6:83 BW is niet limitatief. Functie IGS *Functie IGS* De schuldenaar nog een laatste termijn voor nakoming te geven & bepalen tot welk tijdstip nakoming nog mogelijk is zonder dat van een tekortkoming sprake is. Bij gebreke hiervan is de schuldenaar vanaf dat tijdstip in verzuim. *R&B brengen mee dat sprake is van verzuim zonder IGS* Indien vanwege de spoedeisendheid van het herstel een schriftelijke IGS met termijnstelling volgens 6:82 lid 1 BW niet mogelijk is/ niet zinvol is, zal de schuldeiser de schuldenaar de gelegenheid moeten geven om het gebrek te herstellen. Indien de schuldenaar niet bereikt kan worden of wel bereikt kan worden maar niet bereid is om met de noodzakelijke spoed voldoende maatregelen te nemen, brengen de maatstaven van R&B mee dat verzuim intreedt zonder dat een IGS gestuurd hoeft te worden. Ook de schriftelijke mededeling van art. 6:82 lid 2 BW is niet nodig.
43
iemand bezitter is of houder wanneer persoon onroerende zaak met toestemming koper mag gebruiken. Welk arrest is van belang?
Muller q.q./Hoogheemraadschap rechtsregel Bezit of houderschap bij ingebruikneming onroerende zaak met toestemming verkoper voor levering. Verkrijging door verkrijgende verjaring; bezit door inbezitneming. De stelling dat een koper die een onroerende zaak al voor de levering door de verkoper ter beschikking wordt gesteld, *altijd* als houder is aan te merken in zijn *algemeenheid af*. Er *kunnen* zich gevallen voordoen waarin de koper krachtens de rechtsverhouding met de verkoper jegens deze is gerechtigd om vooruitlopend op de levering van het verkochte zich over het verkochte de feitelijke macht te verschaffen en deze op een zodanige wijze uit te oefenen dat de koper naar de in het verkeer geldende opvattingen moet worden beschouwd als bezitter. Er is dan sprake van bezitsverkrijging door inbezitneming; niet door overdracht omdat de eigenaar niet opzettelijk het bezit kan scheiden van de eigendom door het als zelfstandig element over te dragen. Er is geen sprake van strijdigheid met art. 3:111 BW aangezien de koper zich met toestemming van de verkoper door inbezitneming van houder tot bezitter maakt. Goede trouw vereiste ontbreekt hier aangezien de koper weet dat nog niet geleverd is. In het arrest werd de vraag dan ook gesteld in het licht van 3:105 BW waar goede trouw geen vereiste is (en dus niet in het licht van 3:99 BW).
44
ondubbelzinnig bezit. Wel of geen bezit voor verjaring. Welk arrest is van belang?
Vogelzang c.s./Gemeente landgraaf rechtsregel Voor de beantwoording van de vraag of iemand een zaak in bezit heeft genomen, is bepalend of hij de feitelijke macht over die zaak is gaan uitoefenen. Indien de zaak in het bezit van een ander is, zijn enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen voor inbezitneming onvoldoende. De machtsuitoefening moet derhalve zodanig zijn dat deze naar verkeersopvatting het bezit van de oorspronkelijke bezitter tenietdoet. Het antwoord op de vraag of iemand de voor bezit vereiste feitelijke macht uitoefent wordt, evenals de vraag of hij voor zichzelf of voor een ander houdt, bepaald naar verkeersopvatting en overigens op grond van uiterlijke feiten. “Het hof heeft geoordeeld dat noch de plaatsing van een stenen nummerbord waarop het huisnummer is aangebracht, noch de aanleg van een pad dat alleen toegang verleent tot de woning van Vogelzang c.s., ‘in casu duiden op een pretentie van eigendom’. Het hof heeft dit oordeel gemotiveerd met het argument dat ook een huurder een stenen nummerbord kan plaatsen en een pad kan aanleggen. Aldus heeft het hof een onjuiste maatstaf aangelegd. De theoretische mogelijkheid dat ook een huurder op deze wijze de feitelijke macht over de bewuste strook grond kon uitoefenen, leidt nog niet tot ontkennende beantwoording van de vraag of Vogelzang c.s. deze strook grond in bezit hebben genomen. Die mogelijkheid is pas van belang indien er — in het bijzonder voor de Gemeente als rechthebbende — objectieve aanwijzingen waren om de machtsuitoefening door Vogelzang ook daadwerkelijk als die van een huurder aan te merken. Bovendien moet de Gemeente zich daarop hebben beroepen. Het hof heeft over een en ander niets vastgesteld. Zijn er objectieve aanwijzingen dat de machtsuitoefening op een ander recht dan eigendom zag? De mogelijkheid van een ander recht moet dus ergens – naar objectieve aanwijzingen – uit blijken wil er sprake zijn van ondubbelzinnig bezit.
45
verkrijgende verjaring erfdienstbaarheid. Welk moment beoordelen goede trouw? Welk arrest is van belang?
Rodewijk/Bouwman Rechtsregel **Rechtsvraag** Kan je te goeder trouw zijn als je denkt dat je een erfdienstbaarheid hebt die nooit is ingeschreven in de openbare registers? **Oordeel Hoge Raad** De HR vond dat je best te goeder trouw kon zijn. De regel van 3:23 BW houdt in dat als je iets verkrijgt je kennis moet hebben van eerdere rechtsverkrijgingen. Meneer Bouwman verkreeg pas dat recht op dat moment. Het stond nog niet in de registers; hij was juist bij de notaris om het recht gevestigd te krijgen. (…) “Hoewel ook Bouwman als (toekomstige) eigenaar van Noordeinde 92 hierbij compareerde, is door een fout van de notaris echter niet een recht van overpad op het voetpad ten behoeve van Noordeinde 92 vastgelegd en dus evenmin in de openbare registers ingeschreven.” “Bouwman heeft het desbetreffende verzuim in de vestigingsakte niet opgemerkt en het hof heeft — in cassatie onbestreden — geoordeeld dat gesteld noch gebleken is dat hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt. In een zodanig geval staat aan een beroep op goede trouw van degene die, zoals Bouwman, meent het beoogde recht daadwerkelijk te hebben verkregen, niet in de weg dat hij bij latere raadpleging van de registers het verzuim in de vestigingsakte zou hebben opgemerkt.”
46
vermenging gelijksoortige zaken; hoofdzaak? Welk arrest is van belang?
Zalco III rechtsregel Art. 5:14 lid 3 BW bevat 2 aanwijzingen wanneer iets als hoofdzaak gezien kan worden: 1. indien de waarde van één van de zaken de waarde van de andere zaak aanmerkelijk overtreft; 2. volgens verkeersopvatting als hoofdzaak aangemerkt kan worden. De Hoge Raad heeft bepaald dat de verkeersopvatting nu geen bruikbaar criterium is. Het waardecriterium is uitsluitend beslissend. Maar vanwege de rechtsgevolgen - namelijk verlies van recht - moet dit waardecriterium niet snel aangenomen worden.
47
vermenging; beperkte rechten? Welk arrest is van belang?
Zalco III Rechtsregel Art. 5:15 en 5:14 BW wordt analoog toegepast. Ziet op verschillende eigenaren; in casu was dit niet zo. Het ging niet om verschillende eigenaren, maar wel op zaken met verschillende goederenrechtelijke status. De ene had pandrecht en de andere niet. Je moet dus de regels van natrekking volgen van 5:14 BW. - pandrecht op vermengde hoofdzaak dan komt het pandrecht te rusten op het totaal - pandrecht op het ondergeschikte deel (dus niet de hoofdzaak) dan vervalt het pandrecht - indien geen hoofdzaak is aan te wijzen, dan ontstaat een ‘nieuwe zaak’ met een ‘nieuw pandrecht’ van pandhouder op het overeenkomstige aandeel in de nieuwe zaak
48
roerende zaken die deel gaan uitmaken van onroerende zaken; natrekking? Welk arrest is van belang?
Dépex/Curatoren Bergel c.s. rechtsregel Roerende zaken die deel uit gaan maken van onroerende zaken; natrekking? Art. 3:4 jo. 5:3 jo. 5:20 lid 1 sub e BW. Maakt de waterdestillatie onderdeel uit van het gebouw? Kunnen de machines o.g.v. art. 3:4 BW hun zelfstandigheid verliezen waardoor zij o.g.v. art. 5:3 BW toekomen aan de eigenaar en het gebouw duurzaam met de grond verenigd is o.g.v. art. 5:20 lid 1 sub e BW, waardoor de grondeigenaar ook eigenaar van de machines is. De HR geeft de volgende uitgangspunten: - zijn gebouw en apparatuur in constructief opzicht specifiek op elkaar afgestemd? - Is er bijvoorbeeld een specifieke ruimte gemaakt waar de machine perfect in past? - indicatie dat machine bestanddeel is geworden van het gebouw - **Moet het gebouw vanuit het oogpunt van geschiktheid als fabrieksgebouw zonder apparatuur als onvoltooid moeten worden beschouwd?** - als je kijkt naar het gebouw, en de waterdestillatie zit er niet is; denk je dan ‘dit is een onvolledig gebouw’? - in dit geval niet - je moet kijken naar de geschiktheid als het fabrieksgebouw. Is een fabrieksgebouw zonder waterdestillatie incompleet? Nee! CV-ketel, sanitaire voorzieningen, warmte installatie wel Bij apparatuur dat bestemd is voor bedrijfsvoering zal niet snel sprake zijn van natrekking. Gevolg zou rechtsverlies zijn. In dit soort gevallen is terughoudendheid de maatstaf.
49
oneigenlijke vermenging. Welk arrest is van belang?
Teixeira de Mattos Rechtsregel De zaken zijn dan nog steeds individualiseerbaar, maar je kunt niet aantonen welke zaak aan jou toebehoort. Art. 5:15 jo. 5:14 BW geldt hier niet. Bewijsprobleem: art 3:109 en 3:119 BW biedt de oplossing.
50
overdragen van een stuk van je aandeel in gemeenschappelijke grond. Welk arrest is van belang?
Warnaar/Wubben c.s. Rechtsvraag Kan een stuk grond van de gemeenschappelijke grond apart worden gezet en hierin je aandeel overdragen? Oordeel HR: nee dit kan niet. Je kan niet je aandeel in een gedeelte van de gemeenschappelijke grond overdragen. Aandeel in het geheel overdragen kan wel (3:175 lid 1 BW). De Hoge Raad heeft geoordeeld dat om een aandeel in een gedeelte van de gemeenschappelijke grond over te dragen je toestemming van de andere deelgenoten nodig hebt, aangezien het een handeling in de zin van 3:170 lid 3 BW is. “De vervreemding van een gedeelte van een gemeenschappelijk stuk grond brengt mee dat het desbetreffende gedeelte wordt afgesplitst van het grotere geheel. Niet is vereist dat aan een dergelijke vervreemding een fysieke of juridische splitsing in gedeelten van het stuk grond voorafgaat. Wel is noodzakelijk dat het desbetreffende gedeelte ten behoeve van de vervreemding wordt aangewezen als afzonderlijke, te individualiseren zaak. Een dergelijke aanwijzing betreft het gemeenschappelijke stuk grond als geheel en dient daarom te worden aangemerkt als een handeling waartoe ingevolge art. 3:170 lid 3 BW uitsluitend de deelgenoten tezamen bevoegd zijn.”
51
uitleg cessieakte. Welk arrest is van belang?
De Liser de Morsain/Rabobank Rechtsregel Is de omschrijving ‘overige debiteuren’ voldoende bepaald? Bepaaldheidsvereiste *Voldoende is ‘dat de desbetreffende akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld, om welke vordering(en) het gaat.* - Niet te streng dus. - achteraf kon het nu wel worden vastgesteld, dus voldoende bepaald. De Liser de Morsain las de uitzondering en zei ‘ik van onder de uitzondering’ Hierover gaf de HR ook een oordeel. Uitleg over de cessieakte. *“Volgens de ‘**Haviltex’-maatstaf:** dat voor de bepaling van de inhoud van een akte van cessie niet slechts van belang is, hetgeen uit de desbetreffende akte zelf blijkt. Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.” —> Subjectieve uitleg.*
52
Uitleg pandakte. Bepaaldheidsvereiste maatstaf. Welk arrest is van belang?
X./Heijmans Infra Rechtsregel Na Coface/Intergamma bestond onduidelijkheid over de vraag of De Liser de Morsain/Rabobank nog wel gold. In De Liser de Morsain had de HR gezegd dat een cessieakte uitgelegd moet worden volgens Havilex. In Coface/Intergamma heeft de HR het bij een onoverdraagbaarheidsbeding ineens over een objectieve uitleg met als reden de bedingen mede bestemd zijn om de rechtspositie van derden te bepalen die de bedingen tussen partijen niet kennen. De vraag die speelde: had Coface, De Liser de Morsain vervangen? Er was een pandgever die het volgende verpande: “de uitstaande vorderingen per 20 januari 2014 ad € 6.059.324,79’, ‘vermeld op de hierbij gevoegde computerlijst(en)/ specificaties bestaande uit 155 gewaarmerkte pagina’s’. *Is ook de niet vermelde vordering op Heijmans Infra verpand?* - Er was een lijst gemaakt met alle vorderingen. Een lijst van 155 pagina’s vorderingen werd dus verpand. - in deze 155 bladzijdes stond de vordering van Heijmans Infra niet. HR: was het de bedoeling ook die vordering te verpanden? De HR kijkt hiervoor naar de regel van de Liser de Morsain; dus naar Haviltex wat nog steeds geldt. De letterlijke tekst is dus niet bepalend. Maar is wel voldaan aan de bepaaldheidsvereiste? Hier komt de objectieve bepaaldheidsvereiste om de hoek kijken. “De bedoeling is niet relevant, voor zover die bedoeling niet aan de hand van gegevens in de akte zelf, eventueel achteraf, kan worden vastgesteld’.
53
uitleg leveringsakte; wat is geleverd indien het geleverde stuk kleiner is volgens de leveringsakte dan waarop de koop (titel) zag. Welk arrest is van belang?
Eelder Woningbouw/ van kammen c.s. Rechtsregel Voor het antwoord op de vraag wat geleverd is, is het volgende van belang: “bij beantwoording van de vraag komt het aan op de in de notariële akte van levering tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling die moet worden afgeleid uit de in deze akte opgenomen, naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte uit te leggen omschrijving van de over te dragen onroerende zaak”. Gevolg: voor de vraag wat is geleverd, is het leveren van tegenbewijs van wat niet in de leveringsakte tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling is opgenomen, zinloos. Bepaald is dat de akte op een *objectieve wijze* moet worden uitgelegd. Het volgende uitgangspunt wordt aangenomen: wat leiden derden daaruit redelijkerwijs af m.b.t. wat partijen hebben beogen te leveren? Er is dus geen plaats voor inroepen van tegenbewijs. Het objectieve bewijs is echter niet beperkt tot een enkel taalkundige uitleg. De bewoordingen moeten worden uitgelegd tegen het licht van de gehele inhoud van de akte gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. *Gevolg* - Geleverde stuk is *kleiner* volgens leveringsakte dan waarop de koop zag Het meerdere is nu niet overgegaan. De bedoeling om het meerdere over te dragen staat niet in de leveringsakte, waardoor het meerdere niet geleverd is. De verkoper zal het meerdere alsnog moeten leveren.
54
Overdracht onder eigendomvoorbehoud. Welk arrest is van belang?
Rabobank/Reuser Rechtsregel De koper direct al bij de totstandkoming van de overdracht onder eigendomsvoorbehoud een terstond ingaand eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde toe. De verkrijger onder eigendomsvoorbehoud zoals bedoeld in art. 3:92 lid 1 BW heeft een onvoorwaardelijk eigendomsrecht die uitgroeit tot een voorwaardelijk eigendomsrecht indien de opschortende voorwaarde vervult is. Het is een voorafspiegeling van de eigendom overdraagbaar o.g.v. art. 3:83 lid 1 BW. Het recht kan worden overgedragen o.g.v. art. 3:84 lid 1 BW en er kan een beperkt recht op worden bezwaard, art. 3:81 lid 1 jo. 3:98 jo. 3:84 lid 1 BW. Oordeel HR: De wetgever heeft ter zake van een overdracht onder eigendomsvoorbehoud een systeem voor ogen gestaan waarin deze overdracht — behoudens afwijkend beding — wordt aangemerkt als een overdracht onder opschortende voorwaarde, waarbij de levering van de desbetreffende roerende zaken, niet-registergoederen, is voltooid op het moment dat de zaken in de macht van de verkrijger zijn gebracht, met als gevolg dat de verkrijger een ‘terstond ingaand eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde’, respectievelijk ‘voorwaardelijk eigendomsrecht’ verkrijgt. Het door de wetgever beoogde systeem brengt mee dat de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud als bedoeld in art. 3:92 lid 1 BW uit hoofde van de voltooide levering een positie verkrijgt waarin de uitgroei tot een onvoorwaardelijk eigendomsrecht, welke wordt bewerkstelligd door voldoening van de prestatie. Overdracht onder opschortende voorwaarde brengt *geen* splitsing van de eigendom over de verkoper en de koper teweeg. De verkoper behoudt de eigendom. De koper heeft slechts ‘terstond ingaand eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde’. Zolang niet betaald is zijn er 2 eigenaren: - de vervreemder is eigenaar onder ontbindende voorwaarde - de verkrijger is eigenaar onder opschortende voorwaarde pandrecht Wanneer pandrecht gevestigd wordt, ontstaat met de voltooiing van de vestigingshandeling een onvoorwaardelijk pandrecht op het voorwaardelijke eigendomsrecht. Wordt de opschortende voorwaarde na het faillissement vervuld, dan groeit het pandrecht van rechtswege uit tot een pandrecht op het volledige eigendom op de zaken zelf en hierdoor dus op de zaken.
55
verhouding goede trouw en onderzoeksplicht. Welk arrest is van belang?
Hoogovens/Matex rechtsregel Verhouding goede trouw en onderzoeksplicht Mogelijkheid dat de leveranciers van de verkoper het materiaal onder eigendomsvoorbehoud aan hem hebben geleverd, brengt **niet** direct mee dat koper reden had tot twijfelen aan de beschikkingsbevoegdheid van de verkoper en dat hij nader onderzoek had moeten doen naar de bevoegdheid van de verkoper; Swarttouw had een goede reputatie en stond niet bekend als financieel onbetrouwbaar; Verkeersbelang vereist dat degene die geen reden had tot twijfelen aan de normale afwikkeling van de leveranciers-overeenkomst, wordt beschermd. Bij een normale afwikkeling mag de koper ervan uitgaan dat de verkoper ondanks evb. bevoegd is tot doorlevering: a. hetzij omdat hij zijn leverancier (Hoogovens) al heeft betaald; b. hetzij omdat de leverancier geen reden heeft zich te verzetten tegen een doorlevering, met het oog waarop, naar hij kon verwachten, de koopovereenkomst werd gesloten.
56
Sale and lease back overeenkomst. Art. 3:84 lid 3 BW. Welk arrest is van belang?
Keereweer/Sogolease Rechtsregel Treft art. 3:84 lid 3 BW elke overdracht in het kader van een ovk waarbij financieringsaspecten een rol spelen? De maatstaf in art. 3:84 lid 3 BW moet, voor wat betreft het element ‘*die ten doel heeft een goed over te dragen tot zekerheid’,* worden gezocht in het antwoord op de vraag: strekt de rechtshandeling ertoe de wederpartij een zekerheidsrecht op het goed te verschaffen; dat deze in zijn belangen als schuldeiser ten opzichte van andere schuldeisers wordt beschermd? - wat niet mag: een beperking van de bevoegdheid van de verkrijger (lessor) tot te gelde maken zaak in geval van wanprestatie met verplichting de overwaarde aan zijn wederpartij te geven. Dit is geen geldige titel voor overdracht. - Wat wel mag: werkelijke overdracht )eigendomsoverdracht); waarbij de verkrijger (lessor) bij wanprestatie de leaseovereenkomst kan ontbinden en over de zaak kan beschikken. Dit kan anders zijn indien uit bijkomende omstandigheden blijkt van bedoeling tot ontduiking van art. 3:84 lid 3 BW. De maatstaf in art. 3:84 lid 3 BW *dat de rechtshandeling de strekking mist het goed na de overdracht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen* leidt in geval van een sale and lease back overeenkomst, niet tot ongeldigheid van de titel.
57
derdenwerking van exoneratiebeding. Welk arrest is van belang?
Deka-Hanno/Citronas rechtsregel Derdenwerking van exoneratiebeding Uitgangspunt is dat contractuele bedingen alleen van kracht zijn tussen de handelende partijen. In bepaalde gevallen kan hierop een uitzondering worden gemaakt. De derde dient dan zo’n beding in redelijkheid tegen zich laten gelden, maar hiertoe moet wel voldoende rechtvaardiging bestaan. De HR benoemt 2 gevallen waarin er voldoende rechtvaardiging bestaat: 1. Het op gedragingen van de derde terug te voeren vertrouwen van degene die zich op het beding beroept, dat hij dit beding ook zal kunnen inroepen ter zake van hem door zijn wederpartij toevertrouwde goederen. Gegaste uien. 2. De aard van de overeenkomst en van het betreffende beding in verband met de bijzondere relatie waarin de de derde staat tot degene die zich op dat geding beroept. Securicor-arrest. Waar de grens ligt is afhankelijk van het stelsel van de wet, in het bijzonder indien de wet aan bepaalde daarin geregelde overeenkomsten binnen zekere grenzen werking jegens derden toekent en het betreffende geval in dit stelsel moet worden ingepast.
58
Profiteren van WP door eigenaar-koper. Welk arrest is van belang?
Curaçao/Boyé Uitleg van beding. Profiteren van WP door eigenaar-koper van laatste verkoper jegens eerdere verkoper. Een ketting beding diende elke keer opgenomen te worden. Dit was niet gedaan waardoor WP was gepleegd. De vraag was of de koper nu onrechtmatig van de WP profiteert. De HR geeft aan dat de koper nu niet onrechtmatig van de WP profiteert. Van belang is of de koper bij de aankoop ervan het beding (die nu dus niet opgenomen was) kende en zich van die strekking bewust was en of op de koper een onderzoeksplicht rustte. De onrechtmatigheid daarnaast mede af van: - de ernst van het door begunstigden te lijden nadeel - de voorzienbaarheid daarvan bij het sluiten van de koopovk - in hoeverre WP door de koper is beïnvloed - de rol die mogelijkheid van profiteren van WP bij de aankoopbeslissing had
59
Duurovereenkomst (huur); vordering tot ontbinding; onmogelijkheid in de nakoming; verzuim. Welk arrest is van belang?
Schwarz/Gnjatovic rechtsregel Duurovereenkomst (huur); vordering tot ontbinding; onmogelijkheid in de nakoming; verzuim. Een huurovereenkomst houdt voor beide partijen voortdurende verplichtingen in. Wanneer een partij is tekortgeschoten in de nakoming van zo’n verplichting, kan deze nog in de toekomst nagekomen worden, maar daarmee wordt de tekortkoming in het verleden niet ongedaan gemaakt. Wat betreft deze tekortkoming is dan ook sprake van een blijvende onmogelijkheid tot nakoming. Hierdoor is sprake van gevolgsschade waardoor voor ontbinding geen IGS is vereist.
60
Kribbenbijter
Rechtsvraag? Kan T bij WP bij middellijke vertegenwoordiging schade vorderen? Ja
61
Haviltex
Welke betekenis partijen mochten toekennen, wat mochten partijen over en weer verwachten, hoe beding opvatten
62
Bouwmeester/Van Leeuwen
Niet tipexen maar haviltexen. Wat is er bedoelt? Staat er meer in de akte dat gaat mindere over.
63
Glencore II
Art. 3:4 BW zodanig verbonden … schade van betekenis? Wat is schade van betekenis? Fysieke criterium ➡️ alu vastgekoekt in oven