L2.2 - De voorwaardelijke verbintenis en de verbintenis met tijdsbepaling Flashcards Preview

Overeenkomstenrecht > L2.2 - De voorwaardelijke verbintenis en de verbintenis met tijdsbepaling > Flashcards

Flashcards in L2.2 - De voorwaardelijke verbintenis en de verbintenis met tijdsbepaling Deck (33):
1

Verbintenissen kunnen worden onderverdeeld.

Hoe?

  • afdwingbaarheid van de prestatie
  • inhoud van de verbintenis
  • aanvang en einde van de werking der verbintenis
  • subjecten van de verbintenis. 

2

Verbintenissen kunnen naar inhoud worden onderscheiden in?

de enkelvoudige verbintenis: vanaf de aanvang der verbintenis is sprake van één vaststaande prestatie. Door het verrichten van deze prestatie wordt de schuldenaar bevrijd.

de alternatieve verbintenis: er is sprake van twee of meer prestaties waarvan er slechts één naar keuze behoeft te worden voldaan. Door het verrichten van de gekozen prestatie wordt de schuldenaar bevrijd. De prestaties kunnen, maar behoeven niet individueel te zijn bepaald.

de facultatieve verbintenis: er is sprake van één vaststaande prestatie, maar bevrijding is ook mogelijk door het verrichten van een andere prestatie. Er kan een keuze worden gemaakt tussen de primaire en de secundaire prestatie. De facultatieve verbintenis kent geen wettelijke regeling.

de generieke verbintenis: de prestatie van de verbintenis is enkel naar de soort bepaald en de speci!eke verbintenis: de prestatie van de verbintenis is individueel bepaald. De generieke en speci#eke verbintenis kent geen algemene wettelijke regeling. Een aantal rechtsgevolgen ervan is in verspreide wetsbepalingen opgenomen. Het onderscheid tussen de generieke en specifieke verbintenis is bijvoorbeeld van belang in geval van:

risico bij crediteursverzuim (art. 6:65 BW)

de plaats van betaling (art. 6:41 BW). 

3

Geef nog andere onderscheiden naar inhoud aan?

Andere onderscheiden naar inhoud zijn:

verbintenissen om te geven, te doen en niet te doen

voortdurende en voorbijgaande verbintenissen.

 

Er is sprake van een voortdurende verbintenis indien de verplichting opeenvolgende of voortdurende prestaties betreft, die bestemd zijn om gedurende een langere tijdsruimte te blijven werken, bijvoorbeeld de verbintenissen uit een arbeidsovereenkomst. Er is sprake van een voorbijgaande verbintenis indien de prestatie slechts een enkele handeling betreft, bijvoorbeeld een verbintenis uit een koopovereenkomst. 

4

Een overeenkomst kan onder voorwaarde of tijdsbepaling worden verricht (art. 3:38, eerste lid, BW 

Wat volgt hier uit?

Uit een dergelijke overeenkomst vloeien verbintenissen onder voorwaarde of tijdsbepaling voort. 

5

Wanneer is een verbintenis voorwaardelijk?

Een verbintenis is voorwaardelijk, wanneer de werking van de verbintenis bij rechtshandeling afhankelijk wordt gesteld van de vervulling van een toekomstige en onzekere gebeurtenis. 

6

Verbintenis met tijdsbepaling?

Er is sprake van een verbintenis met tijdsbepaling wanneer de uitvoering dan wel het einde van de verbintenis bij rechtshandeling afhankelijk wordt gesteld van een bepaald tijdstip.  

7

Verschil voorwaardelijke vs verbintenis onder tijdsbepaling?

Bij een voorwaardelijke verbintenis is onzeker of de gebeurtenis zal plaatsvinden, bij een verbintenis onder tijdsbepaling is zeker dat het tijdstip zal aanbreken – de gebeurtenis zal plaatsvinden – maar wanneer dit het geval is, behoeft niet vast te staan.

Woningbouwvereniging Y verhuurt aan mevrouw X een eenkamerflat. Als X zwanger wordt zal haar een tweekamerflat worden toegewezen. Hier is sprake van een voorwaardelijke verbintenis. Het is immers niet zeker dat X zwanger zal worden.

De zwangere X komt met vroedvrouw Z overeen dat Z haar bij en na de bevalling medische hulp zal verstrekken. Hier is sprake van een verbintenis met tijdsbepaling. 

8

De vraag of sprake is van een voorwaardelijke verbintenis of van een verbintenis met tijdsbepaling, kan problemen opleveren wanneer ?

De vraag of sprake is van een voorwaardelijke verbintenis of van een verbintenis met tijdsbepaling, kan problemen opleveren wanneer onduidelijkheid bestaat of een gebeurtenis zal plaatsvinden. 

 

Zo zou in het tweede voorbeeld kunnen worden aangevoerd dat niet alleen onzeker is wanneer, maar ook of de zwangere X daadwerkelijk van een kind zal bevallen

 

9

De vraag of sprake is van een voorwaardelijke verbintenis of verbintenis met tijdsbepaling is een vraag van uitleg van de aan de verbintenis ten grondslag liggende rechtshandeling/overeenkomst. Beslissend is ?

De vraag of sprake is van een voorwaardelijke verbintenis of verbintenis met tijdsbepaling is een vraag van uitleg van de aan de verbintenis ten grondslag liggende rechtshandeling/overeenkomst. Beslissend is de bedoeling van partijen, de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan de bepalingen van het contract mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs mochten verwachten (Haviltexcriterium). 

10

Positie HR bij verbintenis met tijdsbepaling en de gebeurtenis treedt niet in?

Overigens heeft de Hoge Raad al in een oude uitspraak beslist, dat sprake is van een verbintenis met tijdsbepaling, indien partijen een verbintenis met tijdsbepaling op het oog hadden, omdat zij veronderstelden dat de gebeurtenis waarvan zij de prestatie afhankelijk stelden zou intreden, maar later blijkt dat de gebeurtenis niet intreedt.

 

Zo zou in het tweede voorbeeld kunnen worden aangevoerd dat niet alleen onzeker is wanneer, maar ook of de zwangere X daadwerkelijk van een kind zal bevallen.

Rohatin, vertegenwoordiger van verkoper Van den Muijsenberg, zou uit hoofde van een koopovereenkomst met koper Riess, als provisie 1% van het factuurbedrag genieten, te betalen ́direct na ontvangst van het facturenbedrag ́. De koopovereenkomst werd later ongedaan gemaakt, en ontvangst van het factuurbedrag bleef dientengevolge uit. Rohatin vorderde de overeengekomen provisie.

De Hoge Raad overwoog: ́ook wanneer partijen de nakoming van een verbintenis hebben afhankelijk gesteld van een toekomstig feit, dat naar zijn aard onzeker is, zij desalniettemin in een bepaald geval dit onzekere feit enkel als tijdsbepaling hebben bedoeld, uitgaande van de veronderstelling, dat het stellig zal voorvallen en het als zeker denkende, zodat indien het niet mocht plaatsgrijpen, de verbintenis daardoor niet zou komen te vervallen, maar het tijdstip der opeisbaarheid, overeenkomstig het beginsel van artikel 1374, derde lid, (nu redelijkheid en billijkheid, art. 6:248 BW) zou moeten worden vastgesteld ́. (HR 21 juni 1918, NJ 1918, 790 (Plockworst)) 

11

Kan een verbintenis kan én een tijdsbepaling bevatten én gelijktijdig voorwaardelijk zijn?

 

Een verbintenis kan én een tijdsbepaling bevatten én gelijktijdig voorwaardelijk zijn.

Voorbeeld

Als werknemer X ziek wordt, is zijn werkgever gedurende 104 weken verplicht het loon voor 70% door te betalen (art. 7:629 BW). Onzeker is of en, zo ja, wanneer X ziek wordt. Hier is sprake van een opschortende voorwaarde met betrekking tot de verbintenis tot betaling van het loon in geval van ziekte. Als X eenmaal ziek is, dan is zeker dat, en in casu zelfs wanneer, de gebeurtenis intreedt die een einde aan de werking der verbintenis maakt. Er is sprake van een verbintenis met ontbindende tijdsbepaling. 

12

De toekomstige onzekere gebeurtenis kan de werking van een verbintenis doen?

De toekomstige onzekere gebeurtenis kan de werking van een verbintenis doen aanvangen of juist laten vervallen. 

13

Een verbintenis waarbij de werking afhankelijk is van de vervulling van een voorwaarde is een verbintenis.....?

Effect hiervan?

Een verbintenis waarbij de werking afhankelijk is van de vervulling van een voorwaarde is een verbintenis onder opschortende voorwaarde (art. 6:21 BW). Een opschortende voorwaarde doet de werking van een verbintenis met het plaatsvinden van de gebeurtenis aanvangen (zie art. 6:22, eerste zin, BW). Voor de vervulling van de voorwaarde is reeds sprake van een geldige verbintenis, maar zolang de voorwaarde nog niet is vervuld heeft een dergelijke verbintenis nog geen werking en is derhalve ook niet opeisbaar. 

14

Rechtsgevolg van de opschortende voorwaarde is...?

Rechtsgevolg van de opschortende voorwaarde is dat de verbintenis geen werking heeft, noch opeisbaar is zolang de voorwaarde niet is vervuld. Dat de verbintenis eerst na de vervulling werkt, betekent dat vóór de vervulling geen nakoming te vorderen valt en dat een betaling, gedaan vóór de vervulling, onverschuldigd is (en teruggevorderd kan worden ex art. 6:203 BW). 

15

Waarom is het van belang dat de verbintenis reeds bestaat?

Dat de verbintenis reeds bestaat is onder meer van belang voor schuldeisers; het vorderingsrecht uit de verbintenis is in beginsel vatbaar voor beslag, is overdraagbaar, enzovoort. 

16

Een verbintenis waarbij het einde der werking afhankelijk wordt gesteld van de vervulling van een voorwaarde is ?

Een verbintenis waarbij het einde der werking afhankelijk wordt gesteld van de vervulling van een voorwaarde is een verbintenis onder ontbindende voorwaarde. 

17

Wat doet een ontbindende voorwaarde?

Een ontbindende voorwaarde doet de verbintenis met het plaatsvinden van de gebeurtenis vervallen (zie art. 6:22 tweede zin, BW). Een dergelijke verbintenis werkt direct. Zodra de ontbindende voorwaarde wordt vervuld, vervalt echter de verbintenis.  

18

Wat is het rechtsgevolg van het verval van de verbintenis?

Rechtsgevolg van het verval van de verbintenis is dat het ontvangene moet worden teruggegeven, tenzij uit de inhoud of strekking van de rechtshandeling anders voortvloeit (art. 6:24, eerste lid, BW).

De partij die de prestatie onder ontbindende voorwaarde heeft verricht, heeft na vervulling van de voorwaarde (en dat geldt ook voor het geval van art. 6:23, eerste lid, BW) een persoonlijk vorderingsrecht tot ongedaanmaking van de prestatie. Dit recht kan echter uitgesloten zijn op grond van de inhoud of strekking van de rechtsverhouding. Denk aan een huur- of arbeidsovereenkomst, waarvan de prestaties na vervulling van een bepaalde voorwaarde niet ongedaan gemaakt kunnen worden. Indien een verbintenis tot ongedaanmaking (toerekenbaar) niet kan worden nagekomen, kan van de schuldeiser schadevergoeding worden gevorderd op grond van de artikelen 6:74 e.v. BW. 

19

Heeft de vervulling van een opschortende of ontbindende voorwaarde terugwerkende kracht?

Uit de formulering van artikel 6:22 BW blijkt dat de vervulling van een opschortende of ontbindende voorwaarde geen terugwerkende kracht heeft. Dit blijkt ook uit artikel 3:38, tweede lid, BW met betrekking tot de rechtshandeling als bron van verbintenissen. Dat aan de vervulling van de voorwaarde geen terugwerkende kracht is verbonden, heeft zowel verbintenisrechtelijke als goederenrechtelijke gevolgen. 

20

Verbintenisrechtelijke gevolgen van geen terugwerkende kracht?

Omdat de werking van een verbintenis onder opschortende voorwaarde pas aanvangt wanneer de toekomstige onzekere gebeurtenis plaatsvindt, wordt een dergelijke verbintenis pas na dit tijdstip opeisbaar. Voordien is de schuldenaar dus niet tot nakoming verplicht. Heeft de schuldenaar vóór de vervulling van de voorwaarde nagekomen, dan kan hij blijkens artikel 6:25 BW de verrichte prestatie op grond van onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW) terugvorderen. Op het ontbreken van terugwerkende kracht maakt de laatste zinsnede van artikel 6:25 BW een uitzondering: de schuldenaar die voor de vervulling van de voorwaarde heeft gepresteerd, kan zich ná de vervulling van de opschortende voorwaarde niet meer op onverschuldigde betaling beroepen.

Gaat de ontbindende voorwaarde in vervulling voordat de verbintenis opeisbaar is geworden dan vervalt de verbintenis en behoeft de schuldenaar niet meer na te komen. Wordt de verbintenis vóór de vervulling van de voorwaarde opeisbaar, dan heeft zij (nog) normaal haar werking en moet de schuldenaar nakomen. Gaat de ontbindende voorwaarde in vervulling nadat de schuldenaar heeft gepresteerd, dan komt de rechtsgrond voor die prestatie niet te vervallen (vanwege het ontbreken van terugwerkende kracht) en kan de schuldenaar zich dus niet op onverschuldigde betaling beroepen om de prestatie terug te vorderen. Om die reden is in artikel 6:24 BW de verplichting van de schuldeiser tot ongedaanmaking van de reeds verrichte prestatie opgenomen, waardoor een met terugwerkende kracht vergelijkbaar resultaat wordt bereikt. 

21

Goederenrechtelijke (zakelijke) werking van geen terugwerkende kracht?

De vervulling van de voorwaarde heeft geen terugwerkende kracht maar wel goederenrechtelijke werking op grond van een uitdrukkelijke wetsbepaling (art. 3:84, vierde lid, BW). Wordt ter uitvoering van een voorwaardelijke verbintenis geleverd, dan wordt slechts een recht verkregen, dat aan dezelfde voorwaarde als die verbintenis is onderworpen. Indien bij een overdracht van een goed de titel wordt gevormd door een verbintenis onder ontbindende voorwaarde (bijv. niet- betaling voor een bepaalde datum), wordt de vervreemder van rechtswege wederom rechthebbende van het onder voorwaarde overgedragen goed op het moment dat de ontbindende voorwaarde intreedt. Aan de verkrijger is immers slechts een recht onder ontbindende voorwaarde overgedragen. Bestond artikel 3:84, vierde lid, BW niet, dan zou het goed opnieuw aan de vervreemder overeenkomstig artikel 6:24 BW moeten worden overgedragen. Door het ontbreken van terugwerkende kracht is de verkrijger echter wel rechthebbende onder ontbindende voorwaarde (en dus beschikkingsbevoegd) geweest in de tijdspanne tussen overdracht en het in vervulling gaan van de ontbindende voorwaarde.
NB: bovenstaande geldt niet alleen indien de verbintenis onder ontbindende voorwaarde verplicht tot overdracht van een goed, maar ook wanneer deze verplicht tot de vestiging, overdracht of afstand van een beperkt recht op een goed (art. 3:98 BW). 

22

Artikel 3:84, vierde lid, BW heeft goederenrechtelijk ingrijpende gevolgen?

Het causale stelsel van artikel 3:84, eerste lid, BW heeft immers tot gevolg dat indien aan de vereisten van beschikkingsbevoegdheid, leveringshandeling en geldige titel (en dat is elke verbintenis onder voorwaarde!) wordt voldaan, het goed wordt overgedragen. Men denke aan het geval waarin de titel voor de overdracht van een goed bestaat uit een verbintenis onder opschortende voorwaarde. Voor de inwerkingtreding van de opschortende voorwaarde (van bijv. betaling art. 3:92 BW) is de verkrijger bij de overdracht van een goed rechthebbende onder opschortende titel/houder (en dus nog niet beschikkingsbevoegd) en is de vervreemder rechthebbende onder ontbindende voorwaarde/middellijk bezitter. Het belang van artikel 3:84, vierde lid, BW voor de rechtspraktijk wordt dan ook vooral in geval van faillissement van de verkrijger duidelijk. Dan kan de vervreemder onder opschortende voorwaarde (van betaling) het overgedragen goed als rechthebbende uit de boedel revindiceren.
NB: ook de vervulling van de opschortende voorwaarde heeft goederenrechtelijk effect (art. 3:84, vierde lid, BW): de rechten van de verkrijger en van diens rechtverkrijgenden groeien uit tot onvoorwaardelijke rechten. 

23

Werking van de opschortende en ontbindende voorwaarde?

INVOEGEN FIGUUR 2.1 

24

Artikel 6:38 BW bepaalt dat, indien geen tijd voor de nakoming van een verbintenis is bepaald ...?

Artikel 6:38 BW bepaalt dat, indien geen tijd voor de nakoming van een verbintenis is bepaald, de verbintenis terstond kan worden nagekomen en nakoming terstond kan worden gevorderd.  

25

Er is sprake van een verbintenis met tijdsbepaling wanneer...?

Er is sprake van een verbintenis met tijdsbepaling wanneer de uitvoering, casu quo het einde van de verbintenis afhankelijk wordt gesteld van een bepaald tijdstip. Het is zeker dat dit tijdstip zal aanbreken, doch niet zeker hoeft te zijn wanneer dit het geval is. 

26

Er zijn twee soorten tijdsbepalingen?

Er zijn twee soorten tijdsbepalingen, opschortende en ontbindende. Het BW regelt slechts de verbintenis met opschortende tijdsbepaling (art. 6:39 BW). Niettemin wordt ook de verbintenis met ontbindende tijdsbepaling door ons recht erkend. 

27

Opschortende tijdsbepaling?

Bij de verbintenis onder opschortende tijdsbepaling treedt de verbintenis in werking zodra het vastgestelde tijdstip aanbreekt. De uitvoering van de verbintenis is opgeschort tot het bepaalde tijdstip is aangebroken (de verbintenis zelf is niet opgeschort!). 

Voorbeeld

De koop van een auto, waarbij volgens afspraak levering en betaling drie maanden na de koop zal plaatsvinden. 

28

Artikel 6:39 BW geeft het weerlegbare vermoeden dat een tijdsbepaling uitsluitend in het belang van de debiteur is opgenomen ?

De schuldenaar mag eerder nakomen en de schuldeiser kan niet weigeren de eerdere betaling te aanvaarden zonder krachtens artikel 6:58 BW in verzuim te komen, noch kan hij betaling vóór het bepaalde tijdstip eisen. 

29

Voordat het tijdstip aanbreekt, is sprake van...?

Voordat het tijdstip aanbreekt, is sprake van een niet-opeisbare verbintenis. Prestaties die vóór het aanbreken van het tijdstip zijn verricht, kunnen echter niet als onverschuldigd betaald worden teruggevorderd (art. 6:39, tweede lid, BW). Treedt een als zeker aangenomen gebeurtenis niet in, dan moet overeenkomstig de redelijkheid en billijkheid een tijdstip voor opeisbaarheid worden vastgesteld. 

30

Ontbindende tijdsbepaling?

Bij een verbintenis onder ontbindende tijdsbepaling eindigt de werking van de voorheen geldige en opeisbare verbintenis met het aanbreken van het vastgestelde tijdstip en gaat de verbintenis zelf teniet. 


 

Voorbeeld

De huur van een vakantiehuisje tot een bepaalde overeengekomen datum.

31

ontbindende tijdsbepaling vs de ontbindende voorwaarde ?

Bij de ontbindende tijdsbepaling is (anders dan bij de ontbindende voorwaarde) geen sprake van ongedaanmaking van de verrichte prestaties: hetgeen in het verleden is gepresteerd, hoeft niet te worden teruggegeven of ongedaan gemaakt. Wél dient de schuldenaar zijn prestatie van vóór het einde van de termijn na te komen. 

Voorbeeld

De huurder van het vakantiehuisje moet, indien hij nog niet heeft betaald, nog wel de verschuldigde huursom tót de overeengekomen datum betalen. 

32

De ontbindende tijdsbepaling komt vooral voor bij?

De ontbindende tijdsbepaling komt vooral voor bij voortdurende verbintenissen. 

33

Tijdstip van verrichten prestaties voor en na het intreden van de ontbindende tijdsbepaling?

Prestaties vóór het intreden van de ontbindende tijdsbepaling zijn geldig verricht en kunnen niet worden teruggevorderd. Indien er na het intreden van de ontbindende tijdsbepaling nog prestaties worden verricht, dan kunnen deze op grond van onverschuldigde betaling (art. 6:203 e.v. BW) worden teruggevorderd. 

Decks in Overeenkomstenrecht Class (63):