Les 3: Vrij verkeer van goederen Flashcards

1
Q

Wat zijn de 4 vrijheden?

A
  1. Goederen
  2. Personen:
    1. Werknemers
    2. Vestiging
    3. EU-burgerschap
  3. Diensten → vestiging zit momenteel samen met vestiging.
  4. Kapitaal + betalingen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is de wettelijke basis van het vrij verkeer van goederen en de geschiedenis?

A
  • Art. 28, lid 1 VWEU: Verwijzing naar de douaneunie: strekt zich uit door het goederenverkeer en verbiedt in en uitvoerrechten van gelijke rechten en ook nog gemeenschappelijk douanetarief.
  • Natuurlijke evolutie: van een vrij handelszone → douane unie → interne markt → EMU.
    • Vrij handelszone = eerste stap en dat is een stap die wij nooit hebben gezet in de EEG: Bv. EFTA = hierin zeg je, de goederen mogen tussen lidstaten vrij circuleren:
      • Douanetarieven bevriezen
      • Douanetarieven herleiden tot 0
    • Nadeel vrije handelszone: je zult nog steeds moeten blijven volgen waar de goederen vandaan komen. Als je ze wil uitvoeren = zul je toch moeten terugvallen op het bilateraal verdrag op het derde land en het land van oorsprong (bv. België)
      • Dus certificaten van oorsprong die u vertellen waar het goed vandaan komt.
  • Beter: douaneunie: intern grenzen open stellen (betekent niet noodzakelijk naar 0 tarief, je kan de bestaande tarieven bevriezen) + ook om het even welk land naar derde land = gemeenschappelijke buitentarieven vastgelegd.
  • Derde stap: interne markt = koppelen aan de 4 vrijheden, niet enkel in woorden maar ook echt! Ook combineren met een eengemaakt monetair beleid = EMU.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Hoe delen we de douane unie in?

A
  • Douaneunie: art. 28 VWEU:
  • Onderscheid maken tussen alles tussen lidstaten & derde landen en alles wat tussen lidstaten is.
    • Lidstaten & derde: gemeenschappelijk douanetarief → volledig geharmoniseerd = douanewetboek van de unie
    • Alles tussen lidstaten: dit is vrij verkeer
  • Vrij verkeer: Alles wat geharmoniseerd is = positieve harmonisatie:
    • Verordeningen, richtlijnen over goederen, productrichtlijn (bv. chocoladerichtlijn = wanneer is iets chocolade)
    • Geharmoniseerde primeert op alles wat niet geharmoniseerd is!
  • Alles wat niet geharmoniseerd is = negatieve integratie
    • Tarifair = art. 30 en 110
    • Alles wat niet tarifair is: ook handelsmonopolies
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de algemene voorwaarden voor vrij verkeer van goederen?

A
  1. Goederen
  2. Gedrag van een lidstaat
  3. Grensoverschrijdend element
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is een goed onder vrij verkeer?

A
  • Case: Commissie / Italië: kunstschatten: 1968
  • Veel discussies over welk soort goederen het zijn = welke post moeten we het op brengen.
  • Wiener arrest ook: 1997
  • Zijn dieren goederen? Zijn lichaamsdelen goederen? Zijn onroerende goederen goederen?
    • Ja!
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Commissie / Italië: kunstschatten 1968

A
  • Uitvoerrecht op voor alles wat kunst is. Commissie zegt: nee, mag niet.
    • Vraag: is kunst niet té belangrijk = kan je hier zomaar het vrij verkeer van goederen toepassen?
  • Commissie zegt: goederen = alles wat waren zijn die op geld waardeerbaar zijn en als zodanig het voorwerp van handelstransacties kunnen vormen. Kunst = op geld waardeerbaar en kan het voorwerp vormen = goed. Hoe verheven het ook kan zijn.
  • Op geld waardeerbaar = dus ook iets met een negatieve waarde, waarvoor je moet betalen om het overdragen naar een andere lidstaat: zie Waalse afvalstoffenzaak 1992: Wallonië was afval aan het dumpen maar dit zijn goederen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wiener arrest: 1997

A
  • Lang discussiëren of iets een nachtkleed is of lingerie: hoe onderscheiden. Deze zaken zijn schering en inslag maar doen niet af aan de ruimere definitie van goederen.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is geen goed onder het toepassingsgebied van het Verdrag?

A
  • Geld: munstuk van 50 cent -> vrij kapitaalverkeer want het is geld
  • Wat wel een goed is:
    • Kernafval
    • Elektriciteit
    • Print van ROA = ondanks dat het op een muur staat
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Case Schindler :1994

A
  • Lottobiljetten werden vanuit Duitsland opgestuurd naar andere lidstaten: zijn het diensten of goederen?
  • Hof zei: in dat geval primeert de component diensten.
  • Dat kan al eens wijzigen de inzichten van het Hof.
    • Zie Burmanjer (2005): ambulante handel: mensen die abonnementen verkochten op straat = goederen.
    • Visser (2018): hetzelfde een zaak van dienstverlening.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is de 2de toepassingsvoorwaarde?

A
  • Gedrag van een lidstaat:
  • Verandering: traditioneel zijn de 4V gericht tot lidstaten: MAAR
    1. Brede opvatting lidstaat: alle regionale overheden, publieke ondernemingen (zaak Foster, Marschal), ook private organen onder controle van de overheid (zie Waalse afvalstoffen: verdedigd door België)
      • Case Buy Irish
    2. Lidstaat ook verantwoordelijk voor (wan)gedrag voor individuen
      • Case Spaanse aardbeien
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Spaanse aardbeiden: 1997

A
  • Franse boeren krijgen het op hun heupen van Spaanse aardbeiden: 1997.
  • Commissie richt zich toch tot Frankrijk, want zij hadden dit moeten stoppen! Frankrijk had maar het beginsel moeten naleven van loyale samenwerking met de Unie. Als je gedrag tolereert van je onderdanen dat het vrij verkeer onmogelijk maakt, dan zal je zelf worden aangesproken.
  • Frankrijk heeft daar een heleboel tegenargumenten: slachtoffers vergoed, concurrentie is bijzonder zwaar geworden en anderen leven ook het EU-recht niet na. Maar je mag het recht niet in eigen hand nemen, niet voldoende slachtoffers vergoed,…
    • Alle Franse argumenten van tafel gegooid.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is er als gevolg van Spaanse aardbeien ingeschreven?

A
  • Codificering van het Spaanse Aardbeien arrest in Verordening nr. 2679/98: inzake werking interne markt en vrij verkeer van goederen:
  • Als lidstaat moet je ervoor zorgen dat het vrij verkeer van goederen wordt gevrijwaard maar verordening zegt ook:
    • Art. 2: maar geen afbreuk aan uitoefening grondrechten zoals het stakingsrecht.
    • Dus vrij verkeer ja, maar er zijn ook niet-economische belangen die gevrijwaard moeten worden.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is de Dassonville formule?

A
  • “Iedere handesregeling der lid-staten die intracommunautaire handel al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel kan belemmeren, is als een MWG te beschouwen”.
  • Nadruk op handelsregelingen van lidstaten maar: arresten zoals Delhaize.
  • Vertrokken vanuit lidstatelijk gedrag voor vrij verkeer van goederen maar de laatste stap = minder en minder waar → nu ook volledig rechtstreekse werking in de relatie tussen particulieren.
    • Zie Fra.bo
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Arrest Delhaize: C-47/90

A
  • Niemand zal dit arrest kwalificeren als rechtstreekse horizontale werking van het vrij verkeer van goederen, maar nochtans heel dicht in de buurt.
  • Delhaize bestelt wijn bij Spaanse onderneming maar Spaanse groothandel zegt dat ze niet meer mogen leveren ontgebottled (hadden eigen bottelarij).
    • Nieuwe regeling in Spanje die beschermt Rijoa wijn en dus niet ongebottled de streek mag verlaten omdat je niet weet wat er mee gebeurd = kwaliteit staat op het spel.
  • Delhaize dagvaardt: puur privaatrechtelijke conflict tussen 2 ondernemingen.
  • Rechter: wettelijkheid wordt in vraag gesteld van de Spaanse bescherming van oorsprong-regelgeving: Prejudiciële vraag aan HvJ.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat zei het Hof in Delhaize?

A
  • HvJ: uitvoerbeperking en dus beperking vrij verkeer van goederen.
    • Wel binnen streek kon dat wel vrij geleverd worden.
    • Dus terug naar nationale rechter → gevolg: 1 particulier wint en 1 particulier verliest in een louter horizontale situatie als gevolg van EU-recht.
  1. Spaanse wettelijke regeling: is die verboden door art. 35 VWEU = uitvoerbeperkingen?
    • Ja schending
  2. Mag een particulier zich tegen een andere particulier op een inbreuk beroepen?
  • Ja: Artikel 35 is rechtstreeks toepasselijk en verleent dus rechten mistdien moet worden geantwoord dat particulieren zich voor de rechterlijke instanties van de lidstaten in gedingen tussen hen en andere particulieren op artikel 35 kunnen beroepen.

Heel dicht bij horizontale rechtstreekse werking van art. 35!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Arrest Fra.bo: C-171/11 feiten

A
  • Italiaanse onderneming die tussenstukken (copper fittings) maakt voor waterpijpen. Ze willen hun copper fittings gecertificeerd krijgen voor verkoop op Duitse markt.
  • Privaatrechtelijke organisatie in Duitsland, niet gefinancierd door Duitse regering maar die organisatie weigert de copper fittings te certificeren voor verkoop in Duitsland.
  • PV aan Hof:
    1. Enerzijds: privaatrechtelijke organisatie, lidstaat geen beslissende invloed maar toch gaan ze na of de activiteit van zo een privaatrechtelijke organisatie het vrij verkeer van goederen belemmerd op dezelfde wijze als een overheidsmaatregel.
    2. En als dat zo is → artikel 34 van toepassing op privaatrechtelijke organisatie. Dat is nog een stap verder dan Delhaize! Delhaize bleef wel gewoon werken, art. 34 op de achtergrond wel grote rol.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat zei het Hof in Fra.bo?

A

Maar hier art. 34 toepasselijk op dat gedrag → combinatie van factoren waarom ze dit doen:

  1. Duitse wetgever heeft bepaald dat alles wat de organisatie bepaald = in overeenstemming is met het nationale recht en dus verkocht mag worden.
  2. Je kan uw certificaat enkel bij de organisatie gaan halen (er was een heel moeilijke andere procedure)
  3. Ontbreken van certificaat maakt het aanzienlijk moeilijker om uw product te verhandelen op de Duitse markt.
  • Die 3 dingen samen → in dergerlijke omstandigheden: zo een privaatrechtelijke organisatie in werkelijkheid de toegang tot de Duitse markt kan regelen. Dus ook behandelen alsof u een overheid zou zijn.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Is Fra.bo een opening naar horizontale toepassing van de verkeersvrijheid?

A
  1. Nagaan of die private onderneming zich niet gedraagt zoals een overheid en als dat het geval is → dan 34 toepassen en anders niet.
  2. Probleem: dictum is anders geschreven. Artikel 34 is van toepassing … en dit de verhandeling van producten die door deze organisatie niet zijn gecertificeerd aanzienlijk (is geschrapt) bemoeilijkt. Dit is wel ruim geformuleerd = kentering!
19
Q

Wat is de laatste voorwaarde voor vrij verkeer van goederen?

A
  • Interstatelijk element nodig, maar arrest Carbonati: Marmer van Carrera
  • Principes van dit arrest worden bevestigd in andere arresten:
    1. Waalse afvalstoffen: grenzen van een gewest
    2. Delhaize: Spanjaarden zeiden, ook naar andere gebieden buiten Rijoa mogen wij geen ongebottlede wijn sturen. Ook niet relevant volgens Hof.
  • Dus je hebt eigenlijk enkel grensoverschrijding nodig, niet echt een interstatelijk element.
20
Q

Arrest: Carbonati Apuani: Marmer van Carrara

A
  • Gemeente is het beu dat al dat marmer wordt geleverd vanuit die Italiaanse gemeente = maakt de wegen kapot en de gemeente wil een heffing instellen:
    • Al het marmer dat de gemeente verlaat, onafhankelijk of het naar een ander stuk van Italië gaat of buitenland = betalen!
    • Op dat moment: EU-recht komt tussen om te oordelen dat dit een schending is van het vrij verkeer van goederen.
  • Artikel 35 = uitvoerbeperking → geen overschrijden van een lidstatelijke grens vereist en zelfs geen overschrijden van een regionale grens maar volstaat dat u een gemeentegrens overschrijdt.
  • Vrij verkeer van goederen = over de hele lijn, niet alleen met betrekking tot handel lidstaten maar ruimer = op het volledige grondgebied van de douane-unie.
    • Hof, ondanks dat het verdrag duidelijk is: opstellers nooit aan gedacht dat er zo stoute heffingen zouden zijn binnen 1 lidstaat (niet echt een excuus want we hadden dit in het verdrag van Lissabon kunnen rechttrekken).
    • Zelfs het overschrijden van 1 gemeente van 1 lidstaat kan art. 34-35 van toepassing maken = bijzonder verregaand!
21
Q

Dus hoe worden de voorwaarden voor vrij verkeer van goederen geïnterpreteerd?

A
  • Opdat het vrij verkeer van goederen van toepassing zou zijn, er een aantal algemene voorwaarden moeten vervuld zijn:
    1. Goed = heel ruim geïnterpreteerd
    2. Lidstatenlijk gedrag = heel ruim geïnterpreteerd
    3. Grensoverschrijdend element = heel ruim geïnterpreteerd (zelfs overschrijden gemeentegrens is voldoende)
22
Q

Welke artikels zijn er voor het vrij verkeer van goederen en onderscheid?

A
  1. Tarifaire belemmeringen: betalingen, complementair maar sluiten elkaar uit
    1. Heffing bij grensoverschrijding: art. 30
    2. Algemeen systeem van binnenlandse belasting: art. 110
  2. Niet-tarifaire belemmeringen = andere beperkingen
23
Q

Wat zijn de in- en uitvoerrechten?

A
  • In- en uitvoerrechten: heffing bij grensoverschrijding tarifaire belemmering:
  • Verdrag gewijzigd in de loop van de jaren: geen nieuwe heffingen invoeren en de bestaande niet verhogen en nu art. 30 waarbij alle in- en uitvoerrechten verboden zijn.
  • Zie arrest Van Gend en Loos
24
Q

Arrest: Van Gend en Loos (1963)

A
  • Transportfirma die vanuit Duitsland formaldehyde naar Nederland brengt en het tarief is gestegen omdat men het product opeens indeelt in een andere douanepost = ook dat is fout → je mag geen verhoging hebben, ongeacht of die voortvloeit uit een nieuw tarief of nieuwe indeling.
25
Q

Arrest Ontbijtkoek: 1962

A
  • België een bijzondere heffing op de ingrediënten van ontbijtkoek: Commissie / Luxemburg en België: heffingen van gelijke werking = loophole sluiten omdat anders Lidstaten het zo invoeren.
  • Dit is niet hetzelfde als een maatregel van gelijke werking (dat is niet-tarifair).
26
Q

Wat zijn heffingen van gelijke werking?

A
  • Commissie / Italië: statistieken
    1. Geldelijke last = u moet dat betalen omdat u een grens overschrijdt.
    2. Eenzijdig opgelegd: overheidshandeling, geen overeenkomst of vergoeding voor geleverde dienst
    3. Bij grensoverschrijding van goederen tussen 2 lidstaten maar ook binnen 1 lidstaat (Carbonati)
    4. Waarom u dat belang: heel weinig belang = hoe gering ook en ongeacht doel
    • Zelfs:
      1. Geen voordeel voor de lidstaat
      2. Geen concurrentie met nationaal goed
      3. Niet op een of andere manier discriminatoir of beschermend
27
Q

Kan je een heffing van gelijke werking rechtvaardigen?

A
  • Formeel? Nee! Er is geen rechtvaardigingsgrond voor een tarifaire belemmering.
  • Hoewel: dingen die buiten het toepassingsgebied vallen:
    1. Vergoeding voor een specifieke geleverde dienst, of
    2. Inspectie (toegestaan vereist door EU recht), of
    3. Binnenlandse belasting (art. 110 VWEU)
  • Dit zijn geen rechtvaardigingsgronden, ze brengen de zaak buiten het toepassingsgebied van art. 30 VWEU.
28
Q

Wat is het arrest diamantarbeiders?

A
  • Formeel geen rechtvaardigingsgronden voor tarifaire belemmeringen: zelfs al is het maar 0,33%!
  • Aspect beperking: elke belemmering:
    • Ofwel in douanewetboek: in- en uitvoerrecht = mag niet
    • Staat er niet in: heffing van gelijke werking
29
Q

Wat zijn de gevallen buiten toepassingsgebied vrij verkeer van goederen?

A
  • Als je betaald hebt, maar ten onrechte → EU-rechtsmiddelen (4): EU Institutioneel recht:
    1. Buiten toepassing laten
    2. Restitutie = hier van toepassing → dan heb je recht op terugbetaling van de heffing, niet afhankelijk van het nationaal recht = je krijgt dit zo: zie arrest San Giorgio: 1983.
    3. Compensatie = schadevergoeding (Francovich)
    4. Voorlopige maatregelen: interim relief (Factortame)
30
Q

Wat is art. 110?

A
  • Alinea 1: Discriminatie: op producten van andere lidstaten, geen hogere binnenlandse belasten dan op gelijksoortige nationale producten.
  • Alinea 2: geen binnenlandse belastingen dat daardoor andere producties zijdelings worden beschermd.
  • Algemeen stelsel van binnenlandse belastingen: schijnbaar op objectieve criteria gebaseerd = dit is niet het soort situatie bij het Italiaanse marmer (Carbonati Apuani 2004).
  • Artikel 110: tegen protectionisme → als dat niet zo is, dan gaat uw binnenlandse belasting vrijuit.
31
Q

Wat is het gevolg van art. 110?

A
  • Gevolg: Als ik een heel hoge belasting hef op een bepaald ingevoerd product, maar ik produceer dat niet zelf = kan ik nooit beschuldigd worden van schending van art. 110 want het element protectionisme is afwezig = ik bescherm geen eigen productie!
  • Producten = goederen, waren (zie RS Italiaanse kunstschatten).
  • Tarifaire belemmering dus geen rechtvaardiging mogelijk.
32
Q

Wat zijn de cases over art. 110?

A
  1. Commissie v. Frankrijk: sterke dranken
  2. Commissie v. Italië: bananen
  3. Humblot: auto’s: Franse belasting zodat je een rustig voortkabbelend tarief had tot 16 pk en dan ineens heel zware belasting → Frankrijk produceerde maar tot 16 pk. Mr. Humblot had een auto ingevoerd van 36 pk = vordert terug omdat het valt onder art. 110! Daarna wel genuanceerder.
  4. Commissie v. Griekenland: niet protectionistisch
  5. Danske Bilimportorer: zaak waar er geen binnenlandse productie bestaat, ze maken geen auto’s maar wel zware belasting → geen restrictie omdat je zelf niets maakt dus geen concurrentie kunt vervalsen.
  6. Viamar
33
Q

Kan je een binnenlandse, zelfs als die discriminatoir is, zelfs als er een protectionistisch element in zit, kan je die rechtvaardigen?

A
  • Formeel niet = geen rechtvaardiging voor art. 110 maar er zijn wel dingen die er dichtbij komen.
    • Case Vinal/Orbat
34
Q

Commissie / Frankrijk: Sterke dranken 1980

A
  • Frankrijk een systeem waarbij dranken die gebaseerd waren op druiven, niet zo zwaar belast maar gebaseerd op granen (vodka, gin,…): heel zwaar belast.
  • Dus de Commissie: duidelijke protectionistische belasting want Frankrijk veel beter in dranken zoals Cognac, Armagnac, Calvados,… = gelijksoortige producten die bent u op een totaal verschillende manier aan het belasten → eigen productie voortrekken.
    • Hoe gelijksoortig = lijkt op productmarkt afbakenen (zie M&M).
    • Commissie: voldoen aan gelijkaardige noden dus gelijksoortige producten.
35
Q

Vinal / Orbat: 1981:

A
  • Italië belast synthetische alcohol veel zwaarder dan natuurlijke alcohol.
  • Geding tussen 2 private Italiaanse ondernemingen.
  • HvJ: rechtmatig industrieel beleidsdoel. En dus geen schending = dit is niet hetzelfde als zeggen: er is een rechtvaardiging, nee men zegt: er is geen schending! Kunstmatig = grijze zone.
36
Q

Wat zijn de 3 stappen in iedere zaak over vrij verkeer van goederen?

A
  • Summa divisio: tarifair of niet-tarifair
  • In tarifair: summa divisio: art. 30 vs. 110
  • Verschillen tussen 30 en 110:
    1. Grensoverschrijding of niet
    2. Per se inbreuk of niet
    3. Veilig als er geen nationale productie of niet
  • Zowel 30 als 110:
    1. Negatieve harmonisatie
    2. Formeel gezien geen rechtvaardiging, maar…
37
Q

Een Exporteur wordt aan de grens tussen 2 LS gestopt en gevraagd om een kleine, door de EU opgelegde, vergoeding voor statistische doeleinden te betalen: hoe zou u die maatregel kwalificeren?

  1. HGW = heffing van gelijke werking
  2. MGW = maatregel van gelijke werking
  3. HGW en MGW
  4. Geen van beide
A

De vergoeding is door de EU opgelegd = uitzondering.

Geen van beide is het juiste antwoord. Geen maatregel van gelijke werking want het is tarifair = direct uitsluiten maar in dit geval geen heffing van gelijke werking.

38
Q

Een importeur wordt aan de grens tussen 2 LS gestopt en gevraagd om 5% van de waarde van de ingevoerde goederen te betalen.

  1. HGW = heffing van gelijke werking
  2. MGW = maatregel van gelijke werking
  3. HGW en MGW
  4. Geen van beide
  5. Invoerrecht of HGW
A
  • Probleem hier: die 5% in het douanewetboek of niet.
    1. Erin = invoerrecht
    2. Niet = heffing van gelijke werking
  • Juiste antwoord = 5: invoerrecht of HGW
39
Q

Een lidstaat heft een zeer kleine bijdrage op import en export van artistieke goederen om artiesten te steunen. Deze maatregel kan gerechtvaardigd worden door:

  1. Het niet-discriminatoir karakter
  2. Het sociaal oogmerk
  3. het feit dat zowel import als export wordt geviseerd
  4. Alle bovenstaande
  5. Geen van bovenstaande
A
  1. Geen van bovenstaande.
40
Q

Een lidstaat kan zich verdedigingen door zich te beroepen op goede bedoelingen, in geval van:

  1. Heffingen onder art. 30, maar niet belastingen onder art. 110
  2. Heffingen onder art. 110, maar niet belastingen onder art. 30
  3. Zowel heffingen onder art. 30 als 110
  4. Heffingen onder art. 30 noch belastingen onder art. 110
A
  1. Dat gaat bij art. 110, maar niet onder art. 30
41
Q

Welke van deze begrippen of artikelen kunnen gelijktijdig van toepassing zijn?

  1. In- en uitvoerheffingen en HGW?
  2. HGW en MGW
  3. Art. 30 en art. 34
  4. Grensoverschrijding en per se inbreuk
A

Grensoverschrijding en per se inbreuk: bv. artikel 30, u overschrijdt een grens en er is geen rechtvaardiging mogelijk.

42
Q

Een lidstaat verlaagt het btw-tarief op houtkachels tot 5%. Houtkachels worden vooral in het eigen land geproduceerd. Deze maatregel is:

  1. Toegestaan, want geharmoniseerd
  2. Niet-toegestaan want geharmoniseerd
  3. Toegestaan, want binnenlandse belasting zonder protectionistisch oogmerk
  4. Niet-toegestaan, want binnenlandse belasting met protectionistisch oogmerk
  5. Niet-toegestaan, want HGW
A
  • BTW = volledig geharmoniseerd → harmonisatie heeft altijd voorrang op niet-geharmoniseerde zaken dus 5% is veel te weinig: A of B is juist = in beide gevallen ziet u dat het geharmoniseerd is maar juiste antwoord is B = 5% is té weinig.
43
Q

Een lidstaat heft een dierenwelzijn-belasting op vlees- en visproducten. De bepaling bevat een uitzondering voor insectenburgers, die uitsluitend worden geïmporteerd: deze maatregel is:

  1. Niet toegestaan, want MGW
  2. Niet toegestaan, want binnenlandse belasting
  3. Toegestaan, want niet-protectionistisch
  4. Toegestaan, want rechtmatig doel
A

2 juiste antwoorden: toegestaan want niet-protectionistisch. C en D hier goed want rechtmatig doel.

44
Q
A