Les 4 Flashcards Preview

Motivatie en Gedrag > Les 4 > Flashcards

Flashcards in Les 4 Deck (28):
1

wat is leren? (2)

- alles wat we niet instinctief doen, beïnvloedbaar door opvoeding, leren, heroriëntering
- een relatief blijvende verandering veroorzaken, in het gedrag of de mentale processen

2

waarvoor staat leren in de psychologie?

niet enkel leren doen, maar ook leren iets niet te doen

3

instincten =

handelingen die universeel zijn

4

reflex =

een eenvoudige reactie van het lichaam op een prikkel

5

rijping =

bepaal gedrag kan pas gesteld worden als het lichaam er 'rijp' voor is

6

wat is het belang van leren (2)

- evolutionair voordeel door ons snel aan te kunnen passen aan onze omgeving
- we hebben niet voor alles instincten

7

habituatie =

herhaaldelijke aanbieden van dezelfde prikkel leidt er doorgaans toe dat we er na verloop van tijd minder of helemaal niet meer op zullen reageren

8

welk principe heeft de klassieke conditionering?

het principe van contiguïteit (rechtstreekse samenhang tussen twee of meer zaken)

9

klassieke conditionering =

een elementaire vorm van stimulus-respons leren of associatieleren (hond + bel)

10

principe van contiguïteit =

samen optreden van vp en op zorgt voor nieuwe verbindingen in de hersenen, en hierdoor zelfde reactie op vp als op op

11

bijkomende processen van klassieke conditionering (5)

- aversieve conditionering
- uitdoving
- prikkelgeneralisatie
- prikkeldiscriminatie
- hogere-orde-conditionering

12

uitdoving/extinctie =

bij het niet meer samen aanbieden van CS en OCS, zal de CR gaandeweg ook verdwijnen

13

spontaan herstel =

een uitgedoofde CR kan weer optreden zonder dat de CS met de OCS moet worden aangeboden

14

2 voorbeelden prikkelgeneralisatie

- kleine albert
- voedselaversie

15

prikkeldiscriminatie =

reactie blijft uit bij prikkels die voldoende verschillen van de CS

16

2 technieken behandelen van fobieën

- systematische desensitisatie (vliegangst)
- flooding

17

systematische desensitisatie =

graduele exposure of blootstelling

18

flooding =

volledige blootstelling

19

wat beïnvloed de kans op een herhaling van het gedrag bij operante conditionering?

beloning en straffen

20

uitspraak edward thorndike =

het verwerven van nieuw gedrag is louter het gevolg van de effecten die het gedrag oplevert (learning by trial and error)

21

operant gedrag =

gedrag dat wordt aangeleerd en in stand gehouden door de gevolgen ervan

22

3 soorten bekrachtigers

- positieve en negatieve bekrachtigers
- primaire en secundaire bekrachtigers
- materiële en immateriële bekrachtigers

23

voorbeeld premarck principe

eerste groente eten, dan een ijsje

24

prompting =

eerste stap van nieuw aan te leren gedrag uitlokken

25

shaping =

doelgedrag stap per stap aanleren (met oplopende moeilijkheid belonen)

26

discriminatief leren =

leren dat je in de ene situatie anders reageert dan in de andere

27

discriminatieve stimulus =

prikkel die aangeeft welk gedrag van pas is in de gegeven situatie

28

negatief bijverschijnsel prikkeldiscriminatie

experimentele neurose