Les 9 & 10 Flashcards

De rol van ontwerp en erfgoed Bereikbaarheid en mobiliteit (20 cards)

1
Q

Wat is heeft het verdrag van Leipzig met planning te maken?

A

urban design of stadsontwerp erkend als onderdeel planningspraktijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zijn de 2 aspecten van stadsontwerp?

A

o functioneren: efficiëntie en effectiviteit van het gebruik van de ruimte, inclusief gebouwen en infrastructuur
o uitzicht: mate waarin omgeving leesbaar, herkenbaar en esthetisch aantrekkelijk is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

In welke 2 vormen bestaat stadsontwerp?

A

o expliciet: renaissance en barokke stadscentra, Haussmann’s Parijs,…
o impliciet: organische groei, historisch bijdragend aan lokale identiteit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Waaruit bestaat het beeld van de stad door Kevin Lynch?

A

o paden (paths)
o randen (edges)
o zones (districts)
o knopen (nodes)
o bakens (landmarks)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat houdt Gordon Cullen’s Townscape movement in?

A

o seriële visie
o de plek (‘place’ - ‘hier’ en ‘daar’)
o de eigenschappen van de plek (‘content’)
–> vanuit Cullen’s conceptie: belangrijk dat elk nieuw gebouw/ontwikkeling zich inpast in vormentaal van bestaand weefsel, in termen van:
o schaal en karakter
o ritme en perspectief

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat houden Ian Bentley’s responsive environments in?

A

stadsontwerptechniek die op respectvolle manier om gaat met binnenstedelijke ontwikkeling
- kenmerken:
o doorwaadbaarheid (permeability)
o diversiteit (variety)
o leesbaarheid (legibility)
o robuustheid (robustness)/ flexibiliteit
o visuele inpassing (visual appropriateness)
o rijkdom (richness)
o persoonlijkheid (personalization)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Over welk 3-tal basisprincipes bestaat er vandaag consensus tussen stadsplanners?

A
  1. Stadscentra moeten veilige en aantrekkelijke omgeving bieden  nadruk op:
    - openbaar-vervoerknooppunt
    - diversiteit
  2. Activiteiten zoveel mogelijk in straatbeeld aanwezig gespreid over de dag, met:
    - veilige looproutes
    - goed onderhouden
    - duidelijk onderscheid privaat en publiek
  3. lokale voorzieningen zoveel mogelijk te voet en te fiets toegankelijk
    - zie doorwaadbaarheid & diversiteit
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe kan men doelstellingen mbt stadsontwerp handhaven?

A

o opgelegde stedenbouwkundige voorschriften, met 2 belangrijkste thema’s:
1. bebouwingsdichtheid
2. ontwerprichtlijnen, vaak bedoeld om inpassing in de omgeving na te streven
o verplicht masterplan, toelichtingsnota of uitgewerkte stedenbouwkundige visie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Hoe kan men de dichtheid van een buurt definiëren?

A

o inwoners, woningen, of bewoonbare kamers per km²
o bruto residentiële dichtheid = opp in gebruik door wegen, scholen, winkels etc
o netto residentiële dichtheid = opp in gebruik door woningen, tuinen en ½ toegangsweg
o V/T of vloeroppervlakte-index

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is groene infrastructuur?

A

o een strategisch gepland netwerk van natuurlijke en semi-natuurlijke gebieden
o ontworpen en beheerd om biodiversiteit te beschermen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is blauwe infrastructuur?

A

geplande en beheerde waterpartijen en -systemen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Waaruit bestaat de bijdrage van groen en blauwe infrastructuur aan een duurzame stad?

A

o versterken biodiversiteit
o effecten op het lokale leefmilieu (fijn stof, hitte-eilandeffect)
o absorberen en bufferen van regenwater
o tuinieren en stadslandbouw
o milieu-educatie
o ruimte voor sport en recreatie
o bewaren van waardevolle landschappen
o imago van de stad

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn de 2 aspecten van erfgoedzorg?

A

1) identificeren van historische gebouwen en archeologische sites + behoud ervan
2) kwaliteiten van stedelijke landschap (townscape) aangeven + kader ontwikkelen voor inpassen nieuwe ontwikkelingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Noem 2 voorbeelden van erfgoedsites

A

Case 1: Stare Miasto, Warschau
- UNESCO Werelderfgoed-site, wat betekent:
- 13e-20e eeuwse centrale marktplaats in Warschau
- quasi-totale vernietiging in 1944 –> reconstructie <- ook erkenning voor restauratieproces

Case 2: Jewellery Quarter, Birmingham
- buurt van traditionele huisnijverheid sector van juwelen en metalen voorwerpen
- niet enkel belangrijke gebouwen beschermd, maar ook vernaculaire architectuur
- combineren van erfgoedelementen met respectvolle nieuwe ontwikkeling –> lokale economie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hoe zijn de bebouwde omgeving en mobiliteit met elkaar verbonden?

A

o functies en bestemmingen genereren verkeersstromen
o verkeersstromen vragen om aangepast ruimtegebruik

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe moeten we congestie zien mbt planning?

A

gevolg van goede lokale bereikbaarheid (ipv oorzaak van slechte bereikbaarheid)
toenemende verkeersstromen en congestie –> mobiliteit (mobility) niet langer equivalent met bereikbaarheid (accessibility):
o mobiliteit gaat over zich verplaatsen
o bereikbaarheid gaat over mogelijkheid om bestemmingen te bereiken

17
Q

Wat is modal split?

A

verdeling van aandeel verplaatsingen met verschillende vervoerswijzen
–> belangrijke verschillen tussen steden onderling en meer nog tussen stad, stadsrand of platteland

18
Q

Wat is transit oriented development (TOD)?

A

verstedelijking wordt gekoppeld aan knooppunten van efficiënt openbaar vervoer

19
Q

Wat is het ABC-locatiebeleid?

A

bereikbaarheidsprofiel van locatie gekoppeld aan mobiliteitsprofiel van activiteit:
o A-locatie: knooppunt ov, geschikt voor activiteiten met veel publiek, maar niet per se autogericht
o B-locatie: goed bereikbaar met openbaar vervoer, maar ook met auto
o C-locatie: knoopunt van autowegen, voor industrie en logistiek