Les2 Flashcards Preview

Spaans2 > Les2 > Flashcards

Flashcards in Les2 Deck (190):
0

Het plan

El plan

1

Ontwerper/ster

Diseñador/-a

2

De mascotte

La mascota

3

De olympische spelen

Los Juegos Olímpicos

4

De haven

El puerto

5

Belangrijkste , hoofd-

Principal

6

Hyperactief

Hiperactivo/-a

7

Impulsief

Impulsivo/-a

8

De Valenciaanse paella

La paella valenciana

9

Zorgen voor

Cuidar

10

De plant

La planta

11

Tekenen

Dibujar

12

Haten, een hekel hebben aan

Odiar

13

Kunnen, weten

Saber (sé)

14

In bed blijven

Quedarse en la cama

15

Met zijn allen

Todos juntos

16

Zonder haast

Sin prisa

17

Het natafelen

La sobremesa

18

Het middagdutje

La siesta

19

Gaan slapen, naar bed

A dormir

20

Kies (gebiedende wijs)

Elija (elegir)

21

Gaan hardlopen

Ir a correr

22

Piano spelen

Tocar el piano

23

Uitgaan

Salir (salgo)

24

Het koor

El coro

25

Surfen op internet

Navegar en internet

26

Schaken

Jugar al ajedrez

27

Vertalen

Traducir (zc)

28

Het poker

El póker

29

Motor rijden

Conducir (zc) una moto

30

Het licht

La luz

31

Tegelijkertijd

A la vez

32

De waarheid

La verdad

33

De leugen

La mentira

34

De tango

El tango

35

Afspreken

Quedar

36

Gaan doen

Ir a hacer

37

Vat samen (gebiedende wijs)

Resuma (resumir)

38

Japans

Japonés/-esa

39

De ondertitel

El subtítulo

40

Ik heb geen zin (om te)

No me apetece

41

Bevallen, leuk lijken

Apetecer (zc)

42

Voorstellen

Proponer (propongo)

43

Afwijzen, afslaan

Rechazar

44

Zin hebben om te

Tener ganas de

45

Ik ben moe

Estoy cansado/-a

46

Het monster

El monstruo

47

Wat leuk! Wat goed!

¡Qué bien!

48

Het orkest speelt

La orquesta toca

49

Ik verheug me er al op! Wat leuk!

¡Qué ilusión!

50

Oké, dat is goed

Vale

51

Heb je zin om mee te gaan?

¿Vienes conmigo?

52

Heel graag

Con mucho gusto

53

Wat jammer

Qué pena

54

Afzeggen

Cancelar

55

Thuis

En casa

56

Het huiswerk

Los deberes

57

Kaarten

Jugar (ue) a las cartas

58

Een wandeling maken

Dar un paseo

59

De cocktail

El cóctel

60

Akkoord, afgesproken

De acuerdo

61

Het raadsel

La adivinanza

62

De omschrijving, de definitie

La definición

63

Eigen

Propio/-a

64

Vegetariër

Vegetariano/-a

65

De ramp

El desastre

66

Met jou

Contigo

67

De Latijns-Amerikaanse dagen

Las jornadas latinoamericanas

68

Deelnemen aan

Participar (en)

69

U hebt al gepland

Ya tiene planificado/-a

70

De agenda

La agenda

71

De yoga

El yoga

72

Beslis, besluit (geb.wijs)

Decidan (decidir)

73

De kookcursus

El curso de cocina

74

Vertel (geb.wijs)

Cuenten (contar)

75

Uit eten gaan

Salir a comer

76

De gelegenheid

La ocasión

77

Net zoals

Igual que

78

Gaan om

Tratarse de

79

Sociaal

Social

80

Kletsen

Charlar

81

De anekdote

La anécdota

82

De gast, genodigde

Invitado/-a

83

Echt waar?

¿De verdad?

84

De omelet

La tortilla francesa

85

Frans

francés/-esa

86

De studie

Los estudios (mv)

87

Zich voeden

Alimentarse

88

Het gezelschap

La compañía

89

Over ... Gesproken

Hablando de ...

90

Het sociale leven

La vida social

91

Russische salade

La ensaladilla rusa

92

Fruitsalade

La macedonia (de frutas)

93

Soort crème brulée

La crema catalana

94

Catalaans

catalán/-ana

95

Irish coffee

El café irlandés

96

Amandeltaart uit Galicië

La tarta de Santiago

97

De sachertaart

La tarta vienesa

98

Cubaanse rijst (spiegelei, banaan, tomaat)

El arroz a la cubana

99

Italiaans

italiano/-a

100

Geniaal

Genial

101

De (staats)burger

El ciudadano, la ciudadana

102

De nationaliteit

La nacionalidad

103

Nederlands

holandés/-esa

104

Fins

Finlandés/-esa

105

Noors

noruego/-a

106

Zweeds

sueco/-a

107

Zwitsers

Suizo/-a

108

Oostenrijks

austríaco/-a

109

Turks

Turco/-a

110

Argentijns

argentino/-a

111

Chileens

Chileno/-a

112

De 21e eeuw

El siglo XXI

113

De horloge, klok

El reloj

114

Overeenkomsten hebben

Tener cosas en común

115

Dat(gene) wat

Lo que

116

Kabeljauw

El bacalao

117

Voorgerecht

El primer plato

118

Gemengde salade

La ensalada mixta

119

Het hoofdgerecht

El segundo plato

120

Gegrilde heek

La merluza a la plancha

121

Varkenskotelet

La chuleta de cerdo

122

Frieten, gebakken aardappelen

Las patatas fritas

123

Gebraden kip

El pollo asado

124

Nagerecht

El postre

125

De flan

El flan

126

Seizoensfruit, vers fruit

La fruta del tiempo

127

Uit de oven

Al horno

128

Goed doorbakken

Muy hecho/-a

129

Als voorgerecht
Als hoofdgerecht
Als nagerecht

De primero
De segundo
De postre

130

Nog een biertje

Otra cerveza

131

Het zout

La sal

132

(Nog) wat brood

Un poco (más) de pan

133

Het papier

El papel

134

Volgens

Según

135

Gezouten

Salado/-a

136

De grap, de mop

El chiste

137

Te veel

Demasiado/-a

138

Aha!

¡Aja!

139

Het weekend

El fin de semana

140

Het schoolbord

La pizarra

141

Duren

Durar

142

Definitief

Definitivo/-a

143

Waarderen. Beoordelen

Valorar

144

De chileen(se)

El chileno, la chilena

145

De lengte

La longitud

146

De Sahara

El Sáhara

147

Noorwegen

Noruega

148

De woestijn

El desierto

149

Droog

Seco/-a

150

De fjord

El fiordo

151

het uiteinde

El extremo

152

De gletsjer

El glaciar

153

De kolonie

La colonia

154

De pinguïn

El pingüino

155

Paaseiland

La Isla de Pasqua

156

Geheimzinnig, mysterieus

Misterioso/-a

157

Duizendjarig , heel oud

Milenario/-a

158

Stenen beeld op Paaseiland

Los Moai

159

Het ontmoetingspunt

El punto de encuentro

160

De dichter

El poeta

161

Intensief, bruisend

Intenso/-a

162

Het nachtleven

La vida nocturna

163

Het windsurfen

El windsurf

164

Het is nodig dat

Hay que

165

De handelshaven

El puerto comercial

166

Vers

Fresco/-a

167

De uitnodiging

La invitación

168

Meer te weten komen over

Saber más de

169

Karaktertrek

Un aspecto del carácter

170

Spek

Tocino

171

De bijbel

La Biblia

172

Een warm land/persoon

Un país caluroso
Un hombre caluroso

173

Beeldhouwen

Esculpir

174

Joggen

Hacer footing

175

Fitnessen

Hacer gimnasia

176

Breien

Hacer punto

177

Sprookje

Un cuento de hada

178

Zich vergissen

Equivocarse

179

Zwijgen

Callarse

180

Kruiswoordraadsels oplossen

Resolver crucigramas

181

Een roman

Una novela

182

Ik, in jou plaats

Yo que tu
Yo en tu lugar

183

Flauw

Soso/-a

184

Venusschelpen

Las almejas

185

Mals (vlees)

Tierno

186

Griekenland, Griek

Grecia, griego

187

Engeland, Engelsman

Inglaterra, inglés

188

Denemarken, Deen

Dinamarca, danés

189

Bitter

Amargo