Les3 Flashcards Preview

Spaans2 > Les3 > Flashcards

Flashcards in Les3 Deck (194):
0

Het bericht, het nieuws

La noticia

1

De woning, het appartement

El piso

2

Werkelijk, echt

Realmente

3

De keuken

La cocina

4

Het raam

La ventana

5

De huur

El alquiler

6

Buurman/vrouw

El vecino, la vecina

7

Tevreden zijn over

Estar contento/-a de

8

Verhuizen

Mudarse
Mudarse de casa

9

Het adres

La dirección

10

Het voordeel

La ventaja

11

Het nadeel, bezwaar

El inconveniente

12

Hetzelfde

El mismo/ la misma

13

Het verhuisbedrijf

La empresa de mudanzas

14

Met de hulp van

Con la ayuda de

15

Naar uw mening

Según su opinión

16

Het park

El parque

17

Oud

Viejo/-a

18

Gerenoveerd

Renovado/-a

19

Het gelijkvloers

La planta baja

20

In de buitenwijken

En las afeuras

21

Donker

Oscuro/-a

22

Een woning delen

Compartir piso

23

De koelkast

La nevera

24

Microgolfoven

El microondas

25

Afwasmachine

El lavaplatos

26

De zitbank (meerdere plaatsen)
De zetel (een plaats)

El sofá
El sillón

27

De boekenkast
Kast met schabben

La estantería

28

Spiegel

El espejo

29

De wasmachine
De droogkast

La lavadora
La secadora

30

De kast

El armario

31

De lamp

La lámpara

32

Het bureau

El escritorio

33

Vanaf...

A partir de...

34

Te huur

Se alquila... (Alquilar)

35

Niet rokers

No fumadores

36

Huren, verhuren

Alquilar

37

De kat

El gato

38

Afscheid nemen

Despedirse

39

Boven op

Encima de
Sobre

40

Onder

Debajo de

41

Vóór. (Plaats)

Delante de

42

Achter

Detrás de

43

Naast

Al lado de

44

Tussen

Entre

45

Rechts van
Links van

A la derecha de
A la izquierda de

46

In het midden

El el centro

47

Tegenover

Enfrente de

48

Tegen

Contra

49

Auto
Bestelwagen
Camion

El coche
La furgoneta
El camión

50

De band

La rueda

51

Meubileren
Gemeubileerd

Amueblar
Amueblado

52

De plattegrond

El plano

53

Wat een mooi huis!

¡Qué casa más bonita!

54

Het commentaar, de opmerking

El comentario

55

Vind je? Denk je?

¿Tú crees?

56

Zoveel

Tantos/-as

57

De rommelmarkt

El rastro

58

Vind je?

¿Te parece?

59

Het is niet slecht

No está mal

60

De beleefdheid

La cortesía

61

De woning

La vivienda

62

Uitdrukken

Expresar

63

De hoeveelheid

La cantidad

64

Eigenaar/eigenares

El propietario
La propietaria

65

De meerderheid

La mayoría

66

De huurwoning

El piso alquilado

67

De helft

La mitad

68

Vandaag de dag

Hoy en día

69

De jongeren

Los jovenes

70

Vast

Fijo/-a

71

In de toekomst

En el futuro

72

Bezitten

Tener ... En propiedad

73

De conclusie

La conclusión

74

Niemand

Nadie

75

De aanduiding van hoeveelheid

La expresión de cantidad

76

Positief

Positivo/-a

77

Een eigen huis hebben

Tener casa propia

78

De vierkante meter

El metro cuadrado

79

De biografie

La biografía

80

Geboren worden

Nacer (zc)

81

De antropologie

La Antropología

82

De stam, clan

El clan

83

Tegenwoordig, actueel

En la actualidad

84

Voorouders

Los antepasados

85

Gebruiken, consumeren

Consumir

86

Waarschijnlijk

Probablemente

87

En 1500 voor Christus

En 1.500 a.C. (antes de Cristo)

88

Gemeenschappelijk

Común

89

Hij ging

Se fue. (Inf. irse)

90

Volbrengen, maken

Realizar

91

Spectaculair

Espectacular

92

Bezoeker/-ster

El/la visitante

93

De betekenis

El significado

94

Tegenwoordig

Actualmente

95

Intercultureel

Intercultural

96

De solidariteit

La solidaridad

97

Het volk

El pueblo

98

Gisteren

Ayer

99

Vorige week

La semana pasada

100

In de jaren negentig

En los años noventa

101

Mijn land verlaten

Dejar mi país

102

De biografische gegevens

Los datos biográficos

103

Fascineren

Fascinar

104

Het lichaam

El cuerpo

105

Schilderen

Pintar

106

De vernieuwer

El innovador
La innovadora

107

De schilderkunst

La pintura

108

Creëren

Crear

109

Afmaken, beëindigen

Terminar

110

Trouwen

Casarse

111

Interviewen

Entrevistar

112

Het medicijn

El medicamento

113

Een examen halen

Pasar un examen

114

Met de hand schrijven

Escribir a mano

115

Een dag vrij nemen

Tomarse un día libre

116

Voor het laatst

Por última vez

117

Een maand geleden

Hace un mes

118

De groei / verspreiding

La expansión

119

Het betaalmiddel, de munt

La moneda

120

In het begin

Al principio

121

Mengen

Mezclar

122

De suiker

El azúcar

123

De vanille

La vainilla

124

De kaneel

La canela

125

Langzamerhand

Poco a poco

126

Zich verspreiden

Extenderse (ie)

127

Terechtkomen in, bereiken

Pasar a

128

Vieren

Celebrar

129

Bedanken

Dar las gracias

130

Oprichten

Fundar

131

De creatie

La creación

132

De combinatie

La combinación

133

De Azteek

El/la azteca

134

Zich aanpassen (aan)

Adaptarse (a)

135

Het Middellandse zeeklimaat

El clima mediterráneo

136

Giftig

Tóxico/-a

137

Uitwerken, maken

Elaborar

138

In plaats van

En lugar de

139

Het symbool

El símbolo

140

Inzamelen

Recoger

141

Kopiëren

Fotocopiar

142

Uitdelen, verdelen

Repartir

143

Enorm, reusachtig

Enorme

144

24 uur per dag open

Abrir las 24 horas

145

(Eigendom) zijn van

Ser de ...

146

De bus (Argentinië)

El colectivo

147

Kenschetsen, typeren

Caracterizar

148

Aan, naast

Junto a

149

Breed

Ancho/-a

150

Droevig

Triste

151

Moderniseren

Modernizar

152

Liefhebber/-ster

El aficionado, la aficionada

153

Zeeman, matroos

El marinero

154

Literair

Literario/-a

155

De maté (Argentijnse thee)

El mate

156

Op bezoek komen

Llegar de visita

157

Doorgeven

Pasar

158

Beleefd

Cortés

159

Loven, prijzen

Alabar

160

De walvis

La ballena

161

Het schouwspel

El espectáculo

162

De gewoonte

La costumbre

163

De matras

El colchón

164

De hoek (van een kamer)
De hoek (van twee straten)

El rincón
La esquina

165

Hangen aan

Colgar de (ue)

166

Het aanrecht

El fregadero

167

Badkamer

El cuarto de baño

168

Bureau (in huis)

El estudio
El despacho

169

De trap(pen)

La(s) escalera(s)

170

De hal, inkom

La entrada, el recibidor, en vestíbulo

171

De lift

El ascensor

172

Berging

El trastero

173

Salon

El salón, la sala de estar

174

De gang

El pasillo, el corredor

175

De deur

La puerta

176

De bel

El timbre

177

De eetkamer

El comedor

178

Slaapkamer

El dormitorio

179

Haardroger

El escador (de pelo)

180

Eengezinswoning

Una casa individual

181

Chalet - villa

Un chalé
Un chalet

182

Een appartement

Un piso

183

Een boerderij

Una finca
Una granja

184

Rijwoning

Una casa adosada

185

Wolkenkrabber

Un rascacielos

186

Tapijt

La alfombra

187

De wc

El wáter

188

Gordijn

La cortina

189

Nachtkastje

La mesilla de noche

190

Vuilnisbak

(El cubo de) la basura

191

Een schab

El estante

192

Een boodschap

Un recado

193

De ramen

Los cristales