Les5 Flashcards Preview

Spaans2 > Les5 > Flashcards

Flashcards in Les5 Deck (159):
0

De filosoof , filosofe

El/la filósofo/-a

1

Amerikaans

Estadounidense

2

Filmregisseur, filmregisseuse

El/la director/-a de cine

3

Geloven

Creer

4

Klinken

Sonar (ue)

5

De (middelbare) school

El colegio

6

De gelegenheid hebben

Tener la oportunidad

7

Fantastisch, geweldig

Sensacional

8

Die, dat

Aquel / aquella

9

Houden van

Amar

10

In het algemeen

En general

11

Latijns-amerika

América Latina

12

Liefdevol, hartelijk

Cariñoso/-a

13

De ongedwongenheid

La naturalidad

14

De levenswijze

El saber vivir

15

Aangepast

Adaptado/-a

16

Meer

Más

17

Brazilië

Brasil

18

De waarde

El valor

19

Innemen

Ocupar

20

Als (zoals)

Como

21

Vierde

Cuarto/-a

22

Het chinees

El chino

23

Volgen

Seguir (i)

24

De leerling(e)

El alumno
La alumna

25

De vreemde taal

La lengua extranjera

26

Begrijpelijk

Comprensible

27

Het voertuig (het instrument, het middel)

El vehículo

28

Het cultureel erfgoed

El patrimonio cultural

29

De encyclopedie

La enciclopedia

30

De wiskunde , het rekenen

Las matemáticas

31

Meebrengen

Traer, yo traigo

32

In praktijk brengen

Practicar

33

De beweging

El movimiento

34

De CD

El cedé (CD)

35

De moeilijkheid

La dificultad

36

Vervelen

Aburrir

37

Moeite kosten

Costar (ue)

38

Overeenkomstig

Correspondiente

39

De balpen

El bolígrafo

40

Het potlood

El lápiz

41

De markeerstift

El marcador

42

De paperclip

El clip

43

De schaar

Las tijeras. (Mv)

44

De gom

La goma de borrar

45

Het blad papier

La hoja de papel

46

Het plastic

El plástico

47

Het hout

La madera

48

Wissen, uit-gommen

Borrar

49

Zich kunnen voorstellen

Imaginarse

50

Verdragen

Soportar

51

De wanorde, de chaos

El desorden

52

Chaotisch

Caótico/-a

53

Creatief

Creativo/-a

54

Ongeordend

Desordenado/-a

55

Gediciplineerd

Disciplinado/-a

56

Spraakzaam

Hablador/a

57

Geordend

Ordenado/-a

58

Systematisch

Sistemático/-a

59

Geduldig

Paciente

60

Perfectionistisch

Perfeccionista

61

Hard werkend

Trabajador/a

62

Terughoudend, gereserveerd

Reservado/-a

63

Het type student

El tipo de estudiante

64

Aankruisen

Marcar con una cruz

65

Ongeduldig

Impaciente

66

De studeerplek

El lugar de estudio

67

Het succes

El éxito

68

Magisch

Mágico/-a

69

Toch, wel

70

Het ingrediënt

El ingrediente

71

Het percentage

El porcentaje

72

Het is nodig dat

Hay que

73

Het geduld

La paciencia

74

Het plezier

La diversión

75

De motivatie

La motivación

76

Dat is alles, klaar!

¡Ya está!

77

Het liefdesverdriet

El desamor

78

Vanaf de allereerste dag

Desde el primer día

79

Smoorverliefd zijn/worden

Apasionarse

80

Opzoeken, komen bezoeken

Venir a ver

81

Uitlachen

Reírse (í) de

82

Verdergaan, doorgaan

Seguir (i)

83

Bang zijn voor

Tener miedo (a)

84

De angst

El miedo

85

Het verleden

El pasado

86

Begrijpen

Comprender

87

Niet meer

Ya no

88

Halen, bereiken

Conseguir (i)

89

De tafel dekken

Poner la mesa

90

Kortgeleden

Hace poco tiempo

91

Nieuwsgierig

Curioso/-a

92

Chatten

Chatear

93

Perfectioneren, verbeteren

Perfeccionar

94

Onderstrepen

Subrayar

95

Sinds (+periode)

Desde hace

96

De trainer

El entrenador, la entrenadora

97

Ik zou het leuk vinden, ik zou graag...

Me gustaría + inf.

98

De kindertijd

La infancia

99

Winnen

Ganar

100

De medaille

La medalla

101

De brandweerman/vrouw

El/la bombero/-a

102

Een geweldig sportman

Un gran deportista

103

Het wereldkampioenschap

El campeonato mundial

104

De brandweer

Los bomberos

105

Het zwemmen

La natación

106

In vorm zijn

Estar en forma

107

Vreemd genoeg

Curiosamente

108

Toen

Cuando

109

Dat meen je niet!

¡No me digas!

110

De angst overwinnen

Superar el miedo

111

De schaamte

La vergüenza

112

Zich voelen

Sentirse (ie)

113

Trots

Orgulloso/-a

114

Trainen

Entrenarse

115

Australië

Australia

116

Canada

Canadá

117

Aangezien, omdat

Como

118

Vreemd

Extraño/-a

119

Het dagblad

El diario

120

Baskisch

Vasco/-a

121

Voor het eerst

Por primera vez

122

Engeland

Inglaterra

123

Dat wil zeggen, namelijk

Es decir

124

Motiveren

Motivar

125

Het leren

El aprendizaje

126

Het profiel

El perfil

127

Uiteenzetten, uitstallen, tentoonstellen

Exponer (g)

128

Feestelijk, feest-...

Festivo/-a

129

Versieren

Decorar

130

De kerststal

El belén

131

De vreugde, de blijdschap

La alegría

132

Kerst-...

Navideño/-a

133

De herberg

La posada

134

Symboliseren

Simbolizar

135

De pelgrimstocht

La peregrinación

136

Sint Jozef

San José

137

De maagd Maria

La Virgen María

138

In feite, eigenlijk

En realidad

139

De datum

La fecha

140

Samenvallen, overeenkomen

Coincidir

141

De viering

La celebración

142

De eer

El honor

143

Ter ere van

En honor a

144

De eigenaar, eigenares

El/la dueño/-a

145

De gastvrijheid

La hospitalidad

146

De drie wijzen uit het oosten

Los Reyes Magos

147

Van oudsher, traditioneel

Tradicionalmente

148

De optocht

El desfile

149

Binnenhalen, ontvangen

Recibir

150

De kameel

El camello

151

Echt

De verdad

152

Opgewonden

Emocionado

153

Geven aan, overhandigen

Entregar

154

Wensen

Desear

155

De deur

La puerta

156

Proberen te/om

Intentar + inf.

157

De hoop, de droom

La ilusión

158

Oudejaarsavond

La Nochevieja