Samengestelde prestaties 3 stuks
Meer dan 1 prestatie, hoofd-en bijkomende prestatie en prestatie met 1 economisch doel
Card Protection Plan (CCP)
Elke prestatie is er een op zich in beginsel
Hoofd- en bijkomende prestatie A+B=A
Bijkomende prestatie doel op zich en een middel op de hoofd prestatie aantrekkelijker te maken. 2 aanwijzingen: 1) waarde afzonderlijke prestaties 2) ontbreken zelfstandig economisch belang
1 economisch doel a+b=c
Meerdere elementen zo nauw met elkaar verbonden dat zij objectief niet één te splitsen economische prestatie vormen. Aanwijzingen: Onsplitsbaarheid van de elementen, afzonderlijke toegankelijkheid, economisch doel, afzonderlijke afrekening.
Parkeren bij een attractiepark is een doel en prestatie op zich.
Waar vindt heffing bij diensten hoofdregel: B2B en B2C
B2B Hoofdregel: Heffing in het land waar de afnemer woont of is gevestigd
B2C:Hoofdregel: Heffing in het land waar de dienstverrichter woont of is gevestigd
Planzer Luxembourg, gecodificeerd in art 10 btw-uitvoeringsverordening
Casus:
Een transportbedrijf, waar zijn ze gevestigd? 1 Bestuurder in Italië 1 bestuurder in Duitsland.
Plaats van centrale bestuurstaken.
Relevante omstandigheden: Plaats van voornaamste beslissingen betreffende algemene leiding bedrijf (belangrijkste indien onduidelijk waar ze zijn gevestigd), plaats statutaire zetel en plaats waar bestuurders bijeenkomen. Geen postadres
Verkoop Vaste inrichting B2C
Art 11 lid 2 btw-uitvoeringsverordening
HvJ Berkholz
Casus: Een boot had verschillende speelautomaten staan (gokken), af en toe moesten de machines gemaakt worden. Is dit een vaste inrichting? HVJ Nee.
Criteria:
Voldoende duurzame structuur met personeel en middelen.
HvJ ARO Lease
Casus: Autoverhuurder had in België een handelaar staan. Er stonden veel auto’s bij die handelaar; je kon daar een auto huren. Alles was door de Nederlandse entiteit vastgesteld, in België gaven ze alleen maar de sleutel mee.
HvJ: Geen V.I.: De persoon in België kan zelf geen contracten sluiten, beschikt niet over een bepaalde mate van zelfstandigheid, hij geeft alleen sleutels.
Vereisten voor een vaste inrichting
1) Duurzaamheid naar tijd is het belangrijkst.
2) personeel en middelen, Het opzetten van de V.I. of de afwikkeling van de VI niet telt hiervoor. Het moet gaan om de werkzaamheden van het personeel.
3) Zelfstandigheid: Als V.I. kan je ook leunen op diensten van het hoofdhuis, zoals marketing en administratie diensten.
HvJ Welmory
Casus: Moedermaatschappij huurt personeel van derde in voor dochter. De Advocaat generaal vindt dat personeel van derde ook prima kan.
HvJ Titanium
Casus: Vastgoedbeheerder beheert panden in Oostenrijk van iemand die niet in Oostenrijk is gevestigd. HvJ vindt dat er geen vaste inrichting is omdat de vastgoedbeheerder alleen maar ondersteunende taken heeft, geen beslissingsinvloed heeft c.q. zelfstandigheid.
Inkoop Vaste inrichting (B2B)
Art 11 lid 1 btw-uitvoeringsverordening
Betrokken vaste Inrichting
Art 12 lid 4 Wet OB
Verleggingsregeling en vaste inrichting
Als de V.I. niet betrokken is wel verlegging. Art 12 lid 2 en lid 3 Wet OB
Geen verlegging indien de vaste inrichting wel betrokken is art 12 lid 4 Wet OB
Art 53 uitvoeringsverordening (betrokkenheid). Als de BTW nummer van de VI er op de factuur staat mag de afnemer uitgaan van de VI
Art 54 uitvoeringsverordening: Geen verlegging indien zetel van bedrijfsuitoefening is gevestigd in het land van de afnemer, ongeacht al dan niet betrokken
Wie is de afnemer? (2 dingen)
Naar de rechtsbetrekking kijken, met wie een contract gesloten?
Gaat de factuur naar dezelfde persoon?
HvJ Dong Yang Electronics C547/18
Casus:
Dong Yang is in Korea gevestigde entiteit.
Vraag: Is Dong Yang diensten aan het verrichten voor LG Display in Korea met wie het contract is gesloten of met de dochter van LG in Polen?
LG zegt dat de dochter geen VI.
FCE Bank
Prestaties tussen hoofdhuis en vaste inrichting zijn geen belastbare prestaties.
Moeder-dochter versus hoofdhuis en v.i.
Prestaties tussen moeder en dochter zijn belastbare prestaties uitzonderingen: Fiscale eenheid Eigen kring Kosten voor gemene rekening Partage Kostendoorbelastingen
Prestaties tussen hoofdhuis en vaste inrichting zijn geen belastbare prestaties. (FCE Bank)
Uitzonderingen:
Indien 1 van beiden in een fiscale eenheid zit
Hoofdhuis en VI onderdeel zijn van de fiscale eenheid
Skandia America Corporation C-7/13
Casus:
Skandia is een USA verzekeringsmaatschappij en die kocht it-diensten in van een derde in de USA en doorverricht die aan de vi in Zweden die in de fiscale eenheid zit.
HVJ: Op het moment dat je als VI deel uitmaakt van een fiscale eenheid, dan wordt FCE Bank buiten beschouwing gelaten.
Hoofdhuis en vi allebei als zelfstaande onderneming, net als de moeder-dochter relatie.
NL Besluit mededeling 22:
Nederland volgt deze lijn niet. Als de VI onderdeel uitmaakt van de FE, dan zit het hoofdhuis er ook in.
Danske Bank c-812/19
Casus: Hoofdhuis Danske Bank maakt onderdeel uit van de fiscale eenheid in Denemarken. De FE belast kosten door aan de VI in Zweden.
HvJ: FCE Bank wordt weer opgeknipt; die transacties worden wel zichtbaar tussen de FE en de VI.
Zodra het hoofdhuis of de VI onderdeel uitmaakt van de FE dan passen we de FCE bank niet meer toe.
NL Besluit mededeling 22: die lijn volgen wij niet.
Le Credit Lyonnais C-388/11 (recht op aftrek bij de VI)
Casus: Franse Bank (FR gevestigd) had verschillende vi in EU en non-EU. Le Crédit Lyonnais verstrekt leningen aan haar vi’s.
Verstrekken van financieringen en rentedragende lening zijn vrijgesteld van de BTW, maar art 15 lid 2 sub c -financieringen en financiële handelingen, buiten de EU, dan kom je wel in aanmerking voor aftrek.
Pro rata=aftrekrecht.
HvJ: Nee. Je moet rekening houden met alle activiteiten die je in Frankrijk verricht, een soort van territoriale begrenzing. Je houdt je recht van aftrek als hoofdhuis alleen rekening met de handelingen die ik als hoofdhuis verricht.
ESET C-393/15 (BTW aftrek recht)
Casus: Diensten worden ingekocht door een VI (Polen), maar doet feitelijk niks in Polen.
HvJ: Wel recht op aftrek. De prestaties van ESET zouden ook in Polen recht van aftrek geven. Dus de prestaties van de VI worden toegerekend aan het hoofdhuis. Hoofdhuis moet wel recht van aftrek hebben in het land zelf.
Morgan Stanley C165/17 nuancering van Le Credit Lyonnais
Casus: Morgan Stanley verricht BTW vrijgestelde en btw belaste diensten in het VK (ook gevestigd). Heeft een vi een Frankrijk. FR heeft een bijzondere regeling je kan opteren om bepaalde financiële handelingen als BTW belast te merken.
De VI maakte kosten voor het verlenen van BTW belaste transacties in Frankrijk en die maakte ook kosten die ten goede kwamen van het hoofdhuis in het VK.
Hoofdhuis in VK wil de kosten van de VI (Frankrijk) meenemen voor aftrek.
HvJ: Nee. Ratio Als die BTW belaste omzet meeneemt voor de bepaling van het recht van aftrek, dan pro rata op het totaal van de kosten. Te gunstig voor Morgan Stanley.
Hof: Splitsing aanbrengen voor het bepalen van het recht van aftrek. Voor de kosten die zien op de vaste inrichting kijken naar:
Zien die kosten op de handelingen die worden verricht door de vi (btw belaste prestaties)
of zien de kosten op de handelingen die voor het hoofdhuis verricht (deels vrij en deels belast)
Dubbele toets:
Pro rata bereken van de vi berekenen -alleen rekening houden met de omzet van de vi door het hoofdhuis wordt gegeneerd.
VI maakt kosten en die kosten worden gemaakt zodat de vi het hoofdhuis kan helpen zodat die diensten kunnen worden verricht. Met die omzet van die diensten, het recht van aftrek bepalen voor die kosten, die omzet meenemen die je met die prestaties heb behaald. Alle andere prestaties/omzetten niet meenemen. Deel pro rata.
Algemene directe kosten ook naar de???