Ondernemingsrecht Flashcards Preview

Arresten Bachelor 2 > Ondernemingsrecht > Flashcards

Flashcards in Ondernemingsrecht Deck (13):
1

The Lord's Choir

Rv: Heeft het koor rechtspersoonlijkheid, dus wie is de eigenaar van het drumstel en de piano? Hof: Er is sprake van een informele vereniging, echter geen eigendom gezien 2:30 BW, geen statuten dus geen registergoederen. Een informele vereniging kan ontstaan doordat een samenwerkingsverband van personen als eenheid gaat deelnemen aan het rechtsverkeer, waarbij niet noodzakelijk is dan dat het doen ontstaan van een rechtspersoon door de samenwerkenden uitdrukkelijk is gewild.

2

Astense dierenartsenpraktijk

Wanneer ontstaat een maatschap?

3

Van den Broeke/Van der Linden

Rv: kan een vennoot tegen een medevennoot een vordering tot rechtstreekse verrekening instellen? Nee, ingebrachte goederen vormen een gebonden gemeenschap. Goederen niet vrijelijk beschikbaar, bovendien vormen de goederen een verhaalsobject voor schuldeisers waarbij geen verrekening kan plaatsvinden.

4

Faanse Veehouderijmaatschap

Over economische eigendom: er vindt geen overdracht plaats.
Wat is het moment waarop de waarde wordt bepaald (Faanse veehouderijmaatschap)?
1) moment van beëindiging personenvennootschap (ontbinding)
2) moment van afwikkeling van de vennootschap.
Bij inbreng van alleen economische gerechtigdheid geldt (1), bij inbreng van volledige gerechtigdheid geldt (2).

5

Meijers/Mast Holding BV

Weigering van bestuurder om een door de algemene vergadering gewenst beleid uit te voeren kan een grond zijn voor ontslag.

6

Verenigde Bootlieden

Geen schending gelijkheidsbeginsel als er een redelijke en objectieve rechtvaardiging is of zich niet in gelijke omstandigheden bevinden. Die rechtvaardiging kan bestaan in het opheffen van een voor aandeelhouders nadelige fiscale ongelijkheid.

7

ABN AMRO

Het bepalen van de strategie van een vennootschap en de daaraan verbonden onderneming is in beginsel een aangelegenheid van het bestuur van de vennootschap, en dat het bestuur – behoudens afwijkende wettelijke of statutaire regelingen – niet verplicht is de algemene vergadering vooraf in zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is.

8

Staleman/Van de Ven

Voor aansprakelijkheid op grond van 2:9 BW is sprake als aan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. (Ten aanzien van handelingen, de risico's die daaruit voortvloeiden, de taakverdeling binnen het bestuur, richtlijnen voor het bestuur etc.)
Afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

9

Ontvanger/Roelofsen

Bij benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering, kan naast de aansprakelijkheid van de vennootschap ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene (1: Beklamel-norm) die als bestuurder namens de vennootschap heeft gehandeld, (2: New Holland Belgium-norm) dan wel heeft toegelaten dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen ernstig verwijt.

10

Blue Tomato

Art. 2:138/248 BW: hoofdelijke aansprakelijkheid bij faillissement. Bestuurder moet aannemelijk maken dat andere feiten/omstandigheden dan onbehoorlijke taakvervulling oorzaak zijn van faillissement. Slaagt hij daarin, dan moet curator aannemelijk maken dat kennelijk onbehoorlijke taakvervulling oorzaak is geweest.

11

Spaanse Villa

Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Als een bestuurder in strijd heeft gehandeld met een op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsverplichting, dan is er geen ernstig verwijt vereist.

12

Rodamco/North America

Het gebruik van beschermingsmaatregelen is gerechtvaardigd als die noodzakelijk zijn voor de continuïteit en het beleid van de vennootschap, en de belangen van betrokkenen.

13

ASMI

Heeft de RvC een bemiddelende taak bij conflicten tussen aandeelhouders en het bestuur?

De Ondernemingskamer bepaalde dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid bij ASMI. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer valt de RvC te verwijten dat hij tekort is geschoten in zijn taak om te bemiddelen bij de conflicten tussen het bestuur en de externe aandeelhouders. Ook in de beschikking inzake de enquêteprocedure van Stork oordeelde de Ondernemingskamer dat de RvC een bemiddelende rol toekomt in geschillen tussen aandeelhouders en het bestuur.
De HR fluit de OK terug:
“De RvC kan niet worden verplicht tot actieve bemiddeling omdat dit zou botsen met de beleidsvrijheid. De RvC dient van geval tot geval een afweging te maken of bemiddeling tussen aandeelhouders en bestuur wenselijk is in het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming” (r.o. 4.5.2).

De RvC is niet verplicht te bemiddelen in geschillen tussen aandeelhouders en bestuur.