Paragraaf 4 Flashcards

(16 cards)

1
Q

Wat is voortgezette assimilatie?

A

De vorming van andere koolhydraten, vetten, eiwitten en DNA uit GLucose, Stikstof en fosfor

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat voor energie is er nodig voor voortgezette assimilatie?

A

ATP

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Hoe werkt de assimilatie van koolstof?

A
  • Bindingen die ontstaan uit C, H, O
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Waarvoor dient zetmeel bij planten en dieren?

A

Planten: Koolhydraat reserve
Dieren: Glycogeen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is de assimilatie van eiwitten

A

Polymeren van aminozuren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Hoe worden aminozuren geassimileerd bij planten en dieren?

A

Planten: Uit glucose en nitraationen
Dieren: uit andere aminozuren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat zijn essentiele aminozuren?

A

Aminozuren die dieren zelf niet kunnen maken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn niet-essentiele aminozuren

A

Aminozuren die dieren wel zelf kunnen maken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat ontstaat er bij het polumeren van sachariden en aminozuren?

A

Water

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de vier niveau’s van de ruimtelijke bouw van een eiwit?

A
  • Primaire structuur: Type aminozuren en de volgorde
  • Secundaire structuur: De vorming van het eiwit door Vorming H- en s- bruggen
  • Tertiaire structuur: Aantrekking van Hydrofiele en hydrofobe groepen verandert ook de vorm
  • quaternaire structuur: Door de vorming van polypeptideketens vormt er 1 eiwit.

De vorm van een eiwit hangt van de functie af uiteindelijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Assimilatie van vetten:

A

Opgebouwd uit glycerol en drie vertzuren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Opbow van glycerol

A

Drie c-atomen met 3 OH-groepen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Waar bestaat vetzuren uit:

A

Lange CH2 ketens met aan het einde een COOH groep

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

VOor wat worden vetten opgeslagen?

A

Reservebrandstof

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Waar zijn celmemranen uit opgebouwd

A

Fosfolipiden: 1 vetzuur vervangen door eeen fofaatgroep

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Zijn vetzuurstaarten hydrofiel of hydrofoob?