Upper limb Flashcards

1
Q

Waarom is het bovenste lidmaat zeer mobiel?

A

Om de hand in de ruimte te positioneren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Waardoor kan de schouder t.o.v. de rest van het lichaam worden bewogen?

A

Doordat de schouder voornamelijk door spieren aan de romp hangt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Waardoor verandert de positie van het glenohumerale gewricht (schoudergewricht) en wordt het bereik van de hand vergroot? (fig. 7.3)

A

Door het verschuiven (protractie en retractie) en draaien van de scapula (schouderblad) op de thoraxwand

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Dankzij het glenohumerale gewricht kan de arm rond drie assen bewegen met een breed bewegingsbereik. Wat zijn de bewegingen van de arm bij dit gewricht?

A

Flexie, extensie, abductie, adductie, mediale rotatie (interne rotatie), laterale rotatie (externe rotatie) en circumductie (fig. 7.4)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn de bewegingen van het ellebooggewricht?

A

Flexie en extensie van de onderarm

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Doordat de hand gearticuleerd is met de radius, kan het efficiënt worden verplaatst van een palm-anterior naar een palm-posterior positie gewoon door overschrijding van het distale uiteinde van de radius (spaakbeen) over de ulna (ellepijp) Deze beweging gebeurt uitsluitend in de onderarm, hoe heet deze beweging?
En hoe heet de beweging die de hand weer terugbrengt naar de anatomische positie? (fig. 7.5 B)

A

Pronatie en supinatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Welke bewegingen vinden er plaats bij het polsgewricht?

A

abductie, adductie, flexie, extensie en circumductie (fig. 7.6). Deze bewegingen, gecombineerd met die van de schouder, arm en onderarm, maken het mogelijk de hand in een breed scala aan posities ten opzichte van het lichaam te plaatsen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn de belangrijkste functies van de hand op mechanisch gebied?

A

Het grijpen en manipuleren van voorwerpen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Het vastgrijpen van voorwerpen houdt doorgaans in dat de vingers tegen de duim worden gebogen. Afhankelijk van het type greep werken de spieren in de hand om:

A
  1. De werking van lange pezen die uit de onderarm komen en in de vingers van de hand steken te wijzigen
  2. Combinaties van gewrichtsbewegingen binnen elke vinger te produceren die niet kunnen worden gegenereerd door alleen de lange buig- (flexie-) en strekpezen (extensiepezen) die komen uit de onderarm
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is de belangrijkste functie van de hand op sensorisch gebied?

A

Onderscheid te maken tussen objecten op basis van aanraking

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

De kussentjes op het palmaire aspect van de vingers bevatten een hoge dichtheid aan somatische sensorische receptoren. Welk deel van de hersenen die zich bezighoudt met het interpreteren van informatie uit de hand, vooral uit de duim, is onevenredig groot in vergelijking met die van veel andere delen van de huid?

A

De sensorische cortex (hersenschors)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Het ellebooggewricht is een complex gewricht dat drie afzonderlijke gewrichten omvat, die een gemeenschappelijke synoviale holte delen. Welke gewrichten zijn voornamelijk betrokken bij scharnierachtige flexie en extensie van de onderarm op de arm en zijn samen de belangrijkste gewrichten van het ellebooggewricht? (figuur 7.71)

A
  1. De gewrichten tussen de trochlea-inkeping van de ulna (ellepijp) en de trochlea van de humerus (opperarmbeen)
  2. De gewrichten tussen de kop van de radius (spaakbeen) en het capitulum (kapitulum) van de humerus (opperarmbeen)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Het ellebooggewricht is een complex gewricht dat drie afzonderlijke gewrichten omvat, die een gemeenschappelijke synoviale holte delen. Welk gewricht is betrokken bij pronatie en supinatie van de onderarm? (figuur 7.71)

A

Het proximale radio-ulnar gewricht
( = het gewricht tussen de kop van de radius (spaakbeen) en de radiale inkeping van de ulna (ellepijp))

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Met wat voor soort kraakbeen zijn de gewrichtsoppervlakten van de botten van het ellebooggewricht bedekt?

A

Met hyalien kraakbeen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Het synoviale membraan is afkomstig van de randen van het gewrichtskraakbeen van het ellebooggewricht. Welke delen worden hierdoor bedekt? (fig. 7.72).

A

de radiale fossa, de coronoïde fossa, de olecranon fossa, het diepe oppervlak van het gewrichtskapsel en het mediale oppervlak van de trochlea

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Door wat wordt het synoviale membraan in de elleboog gescheiden van het vezelige membraan van het gewrichtskapsel?
En door wat worden de aangehechte vetkussentjes uit de weg getrokken wanneer de aangrenzende benige uitsteeksels in de fossae worden verplaatst?

A

Door vetkussentjes in gebieden die boven de coronoïde fossa, de olecranon fossa en de radiale fossa liggen. Deze vetkussentjes accommoderen de gerelateerde benige processen tijdens extensie en flexie van de elleboog.

Aanhechtingen van de brachialis- en triceps brachii-spieren aan het gewrichtskapsel die over deze gebieden liggen

17
Q

Waar ligt en wat omsluit het vezelige membraan van het gewrichtskapsel van de elleboog?

A

Het vezelige membraan van het gewrichtskapsel ligt over het synoviale membraan, omsluit het gewricht en hecht zich aan de mediale epicondylus en de randen van de olecranon, coronoid en radiale fossa van de humerus (opperarmbeen). Het hecht zich ook aan het coronoidproces en het olecranon van de ulna.
(zie toelichting)

18
Q

Waarom is het vezelachtige membraan van het gewrichtskapsel mediaal en lateraal verdikt in het ellebooggewricht?

A

Om collaterale ligamenten te vormen, die de flexie- en extensiebewegingen van het ellebooggewricht ondersteunen (zie figuur 7.73)

19
Q

Waar wordt het buitenoppervlak van het gewrichtskapsel lateraal versterkt?

A

Waar het de kop van de radius omsluit met een sterk anulair ligament van de radius
(zie toelichting)

20
Q

Waarmee vermengt het anulair ligament van de radius (opperarmbeen) zich?

A
  1. Met de meeste gebieden met het vezelige membraan van het gewrichtskapsel
  2. met het radiale collaterale ligament
    (zie toelichting)
21
Q

Waar zorgen het anulaire ligament van de radius (opperarmbeen) en het bijbehorende gewrichtskapsel voor?

A

Die zorgen ervoor dat de radiuskop tegen de radiale inkeping van de ulna (ellepijp) kan glijden en op het capitulum kan draaien tijdens pronatie en supinatie van de onderarm.

22
Q

Waarmee is het diepe oppervlak van het vezelige membraan van het gewrichtskapsel en het daarmee samenhangende anulaire ligament van de radius (opperarmbeen) dat articuleert met de zijkanten van de radiuskop bekleed?

A

Deze zijn bekleed met kraakbeen

23
Q

Een zak synoviaal membraan (sacciforme uitsparing) steekt uit de onderste vrije rand van het gewrichtskapsel. Waar zorgt dit voor?

A

Voor de vergemakkelijking van de rotatie van de radiuskop tijdens pronatie en supinatie

24
Q

Hoe vindt de vasculaire toevoer naar het ellebooggewricht plaats?

A

Via een anastomotisch netwerk van bloedvaten afkomstig van collaterale en terugkerende takken van de brachiale, profunda brachii (diepe armslagader), radiale en ulnaire slagaders

25
Q

Door wat wordt het ellebooggewricht voornamelijk geïnnerveerd?

A

Door takken van de radiale en musculocutane zenuwen, maar er kan enige innervatie zijn door takken van de ulnaire en medianuszenuwen