Graecus
Griek
aedificare
bouwen
vir, viri mv (groep 2)
man
complere
vullen
in + abl.
in, op
ora
kust
pro + abl.
voor
Troia
Troje
a(b) + abl.
van(af)
ab voor klinker of h
navigare
varen
prope + acc.
dichtbij
occultare
verbergen
Troianus
Trojaan
de + abl.
vanaf
murus
muur
spectare
kijken
navis, es
schip
modo
slechts
cito bijw.
snel
porta
poort
aperui
pf van aperire: openen
e(x)
1 uit
2 sinds
(ex voor klinker of h)
cucurri
pf van currere: rennen
currere
rennen