ouderen zijn vaak vatbaar voor uitdroging omdat: (7)
Dorstgevoel afneemt met de leeftijd
Nierwerking vermindert
–> minder vocht wordt vastgehouden
Ouderen vaak diuretica gebruiken
Ouderen met dementie vergeten te drinken/denken dat ze al gedronken hebben
Angst voor nachtelijke incontinentie
Geen drinken in de nabijheid
Weinig variatie in de aangeboden dranken
diuretica
= vochtafrijvers
gevolgen uitdroging (S4)
Verhoogde kans op urineweginfecties (UWI)
Verhoogde kans op nierstenen
Verhoogde kans op obstipatie
Acute nierinsufficiëntie
tips tegen uitdroging (5)
Stimuleer de oudere ZV tot drinken
Zeker bij hogere temperaturen
Bij koorts
Bij diarree
Ook als hij aangeeft geen dorst te hebben
risico’s van uitdroging (5)
Verhoogde hartslag en lage bloeddruk
bloed wordt dikker en bloeddruk daalt
hart gaat sneller pompen
verhoogde hartslag
Verminderd cognitief functioneren
verwardheid, concentratieproblemen
Nierstenen en nierfalen
Verhoogd valrisico
uitdroging veroorzaakt duizeligheid
Huidproblemen
drogere en minder elastische huid
overhydratie (definitie)
= wanneer het lichaam meer vocht opneemt dan het kan verwerken
symptomen overhydratatie (3)
Zwelling van handen, voeten en gezicht
Hoofdpijn en misselijkheid
Verwardheid
wat telt als voctinname? (definitie)
= alle vloeistoffen en voedingsmiddelen met een hoog watergehalte
wat telt als vochtinname (9)
Dranken:
Water
Thee en koffie
Sappen
Melk
Sportdranken
Voedsel met een hoog watergehalte
Fruit
Groenten (komkommer, sla, tomaten,…)
Soepen en bouillons
Zuivelproducten
algemene aanbevolen hoeveelheid vocht
Vrouwen: 2 liter
Mannen: 2,5 liter
Variaties afhankelijk van gezondheidstoestand en medicatiegebruik
(iname vocht)
Hartfalen
–> minder dirken omdat hart anders meer moet werken
Nierziekte
–> nier minde ronder druk zetten
Medicatiegebruik
–> Diuretica!
blaasontsteking
–> veel drinken = blaas spoelen
observeren van vochtinname (6)
Directe observatie tijdens maaltijden en drinkmomenten
afmeten en noteren wat ingenomen wordt
Maaltijdbegeleiding
zorg ervoor dat de oudere voldoende drinkt en hou hem in de gaten
Gebruik drinkbekers met maatverdeling
Vraag naar dorst en hoeveel er gedronken wordt
Regelmatige check-ins
Vochtbalans bijhouden
Vergelijking van wat ingenomen en uitgescheiden wordt
vochtbalans (definitie)
= wat er ingenomen wordt + wat er uit gaat
vachtbalans (2)
Vochtinname
Alle vloeistoffen die gedronken worden
Intraveneuze vloeistoffen
–> al het vocht dat wordt toegevoegd in een ader
Vloeistoffen en/of water die via een maagsonde toegediend worden
Vochtuitscheiding
Urine
Diarree
Braken
Hoge koortsen met ernstig zweten
signalen van onvoldoende vochtinname (6)
Droge mond en lippen
Vermoeidheid en duizeligheid
Donkere urine en minder frequent plassen
Droog blijven van incontinentiemateriaal
ZV die veel minder of niet meer belt om te gaan plassen op het toilet of zijn bedpan/urinaal niet of minder vaak vraagt
Huidelasticiteit
Verminderde huidelasticiteit of een staande huidplooi
tekenen van overmatige vochtinname
Opgeblazen gevoel
Zwelling van handen, voeten en gezicht
Vaak plassen
oplossingen voor onvoldoende vochtinnname (6)
Stimuleer de dorstprikkel
Verschillende smaken en temperaturen aanbieden
Kruiden en citroen gebruiken
Plaats drankjes binnen handbereik
Zorg voor makkelijk te hanteren drinkbekers
Herinner en spoor aan om te drinken
Bouw een ‘drinkroutine’ in
Zorg voor variatie en aantrekkelijkheid