1.2 - zorg Flashcards

(30 cards)

1
Q

excreties (definitie)

A

= stoffen die door het lichaam worden uitgescheiden als afvalstoffen
= urine en stlg/faeces

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

secreties (definitie)

A

stoffen die door klieren of cellen worden geproduceerd en een eigen specifieke functie hebben in het lichaam zoals spijsvertering, bescherming of communicatie
 speeksel
–> afbreken van khoolhydraten
 maagsap
 hormonen
–> stoffen die organen aanzetten tot een bebaaplde werking
 talg
 moedermelk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

observaties van urine (4)

A

Helderheid
Kleur
Geur
Hoeveelheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Helderheid (3)

A

Helder en doorzichtig
Blijft troebel bij blijven staan
Bij vrouwen soms vermengd met slijmen (vulva, vagina)
vulva = schaamstreek - vagina

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

afwijkende urine is troebel door (3)

A

Eiwitten, bacteriën, pus (pyurie), verhoogd zoutgehalte
Roodbruine neerslag door urinezuur
 na hevige koorts of transpireren
Melkachtig uitzicht door vet in de urine
 door aandoeningen van lever, nieren en pancreas

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

donkergeel

A

s ochtends
Wanneer urine blijft staan
Na sporten
Reden?
Veel vocht verloren!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

rode kleur

A

bij vrouwen tijdens menstruatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

sterke gele kleur

A

iname van Vit B

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

groenblauwe verkleuring

A

door (inspuiten) methyleenblauw

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

oranjegeel

A

door bepaalde vitaminepreparaten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

erg lichtgeel

A

door grote vochtinname

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

normale kleur (niet ziek)

A

Lichtgeel tot donkergeel afhankelijk van de concentratie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

afwijkende urine = ziek (2)

A

Donkerbruine urine met schuim
Lever- en galziekten
te hoog bilirubine gehalte

Rode kleur
Bloedingen en/of infecties in urinebuis, blaas, nieren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

geur (3)

A

Pas geloosde urine is in principe geurVRIJ

Geur ontstaat na bewaring voor langere tijd
Asperges, alcohol en vit B kunnen de geur veranderen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q
A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

afwijkende geur : (5)

A

Infectie
= amoniakale geur
Etter in de urine
= visgeur
Diabetes
= zoete geur
Fistel van darm naar blaas
= faecale geur
Darm en blaasca
= doordringende geur

17
Q

hoeveelheid (5) + normale hoeveelheid

A

Normaal 1 tot 1,5 l per 24 uur

Hangt af van:
Vochtinname
Transpiratie
Inname van medicatie
 diuretica!
Zoutinname
Braken en diarree

18
Q

staalafname (2)

A

IT
Midstream urine afnemen

19
Q

Urineonderzoek met sticks
(aanleiding)

A

Opsporen bloed, diabetes, infectie,…

20
Q

observatie van stoelgang (6)

A

Consistentie
Kleur
Hoeveelheid
Geur
Frequentie
Bestanddelen

21
Q

consistentie (definitie)

A

Normaal een homogene halfvaste massa waarvan de vorm overeenkomt met de vorm van de darm

22
Q

afwijkingen (stoelgang) 2

A

Diarree
= breierige, waterige en te frequente ontlasting
Obstipatie
= harde, knobbelige ontlasting

23
Q

kleur normaal

A

Normaal (niet ziek)
= donkerbruin en glanzend

24
Q

onschuldig (4) stoelgang

A

Zwart
Na inname Fe, drop, druivensap
Rood
 na inname rode bieten, tomaten, rode paprika
Groen
 spinazie
Geel
 veel melkproducten, rabarber,…

25
afwijkende kleur stoelgang (4)
Stopverfkleuring of mastiekkleur  gal- en leverziekten Grijze, zalfachtige stlg  vet wordt niet opgenomen door de darmen Zwart (melaena)  bloedingen in bovenste deel maagdarmstelsel = dunne darm Stlg vermengd met vers, rood bloed  aambeien, bloedingen in het rectum,…= ader die gezwollen zijn en uitzakken
26
hoeveelheid (stoelgang)
300-350g per 24 uur Afhankelijk van de hoeveelheid opgenomen voedsel Afhankelijk van de frequentie van defaeceren
27
geur stoelgang
Typische rottingsgeur door afbraak van eiwitten
28
frequentie
Sterk verschillend 1-2 keer/dag, om de andere dag,…
29
bestandsdelen stoelgang ( 5) afwijkend
Onverteerde voedselresten  vooral bij diarree Slijm  door ontstoken darmslijmvlies Bloed  zie eerder Pus  bij ernstige darmontstekingen of bij een doorbraak van een abces Parasieten
30
afname staal stoelgang
ZV inlichten Droge bedpan aanbieden of wc-stoel Na defaecatie staal nemen van middelste deel of van het meest afwijkende deel van de stoelgang met spatel of plastiek lepeltje aan het deksel van het potje voor staalafname