2B2 week 1 HC 3 Immunologische nierziekten Flashcards

1
Q

Hoe ontstaat IgA nefropathie?

A
  1. Fout in glycolyse stap IgA in de lever
  2. Neerslag gegalactosyleerd IgA en complement in mesanchium
  3. Schade en proliferatie mesanchium cellen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Welke groepen IgA nefropathie zijn er?

A
  • Groep 1: aanvalsgewijze macroscopische hematurie
  • Groep 2: altijd lichte proteinurie en microscopische hematurie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de behandeling van IgA nefropathie?

A

Prednison, ACE remmer en SGLT2 remmer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn kenmerken van het nefrotisch syndroom?

A
  • Proteinurie > 3,5 gram/dag
  • Hypoalbuminemie
  • Oedeem
  • Hypercholesterolemie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn kenmerken van membraneuze glomerulopathie?

A

IgG antistoffen tegen PLA2- receptor op podocyt -> basaalmembraan onder podocyt
- Membraneuze granulaire depositie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn kenmerken van het nefritisch syndroom?

A
  • Oligurie en nierinsufficiëntie
  • Hematurie
  • Proteinurie < 3 gram/dag
  • Oedeem
  • Hypertensie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Welke soorten deposities komen voor bij het nefritisch syndroom?

A
  • Subendotheliaal
  • Subepitheliaal
  • Linear
  • Mesangiaal
  • Pauci immuun
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe lang duurt het voordat immuuncomplexen gevormd worden?

A

5-15 dagen -> nefritis vaak na 10-14 dagen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Waaruit bestaat de neerslag van nefritis?

A

Complement, neutrofielen en antistoffen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn crescents?

A

Proliferaties van podocyten en parietale epitheelcellen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat zijn kenmerken van anti-GBM glomerulonefritis?

A

Antistoffen tegen lichaamseigen antigeen
- Lineaire depositie (basaalmembraan)
- Komt ook in longen voor

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is de behandeling van anti-GBM nefritis?

A

Prednison, plasma exchange en cyclofosfamide

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is de depositie van poststreptococcen nefritis?

A

Subendotheliaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn kenmerken van ANCA geassocieerde nefritis?

A

Antistoffen tegen cytoplasma
- Proliferatie extracappillair epitheel
- Monocyten en fibrine

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Welke typen ANCA geassocieerde nefritis zijn er?

A
  • GPA: ook in long en neusholte
  • Rapid progressive GN
  • Pauci immuun GN: geisoleerd in nier
  • Levamisole geinduceerd
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat zijn kenmerken van lupus nefritis (SLE)?

A

Antistoffen tegen antinucleaire antigenen
- Immuuncomplexen kunnen overal neerslaan
- Alle typen glomerulonefritis mogelijk

17
Q

Wat zijn tekenen van SLE?

A
  • Vlindervormig exantheem in gezicht
  • Jongere patiënten
  • Full house immunofluorescentie
18
Q

Welke klassen SLE zijn er?

A

I tot en met VI
- I en II: zichtbaar met immunofluorescentie (I) of lichtmicroscoop (II)
- III en IV: sterke achteruitgang nierfunctie (III < 50% , IV > 50%)
- V en VI: sclerose (VI > 90%)

19
Q

Waaruit bestaat de diagnostiek van glomerulonefritis?

A

Histomorfologie (GBM), immunofluorescentie (immuuncomplexen en complement) en klinisch onderzoek serum

20
Q

Welke typen nefritis kunnen ontstaan bij SLE?

A
  • Mesangiale glomerulonefritis
  • Focale (segmentale) proliferative glomerulonefritis
  • Diffuse proliferative glomerulonefritis
  • Membraneuze glomerulonefritis
21
Q

Welke nefrotische syndromen zijn er?

A

Membraneuze glomerulonefritis en focale segmentale glomerulosclerosis

22
Q

Hoe ontstaat proteinurie?

A
  • Afname lading of grootte selectiviteit filtratie slit en basaalmembraan (door C5-9)
  • Verminderde terugresoprtie tubulus epitheel
23
Q

Hoe ontstaan endstage kidneys?

A

Door verlittekening van glomeruli verminderd de bloeddoorstroom -> atrofie en fibrose tubuli