3A2 week 10 HC 5 Kinderoncologie Flashcards

1
Q

Wat zijn kenmerken van tumoren van de kinderleeftijd?

A
  • 600 per jaar
  • 1/3 solide, 1/3 hersen, 1/3 hematogeen
  • Gevoelig voor chemotherapie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Waardoor ontstaan tumoren op de kinderleeftijd?

A
  • Genetisch
  • Multifactorieel: infecties (bv EBV), straling
  • Familiair (10%)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de prognose van tumoren van de kinderleeftijd?

A

Genezingspercentage 80%
- Goede prognose: retinoblastoom en leukemie
- Slechte prognose: osteosarcoom, hersentumor

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn kenmerken van ALL bij kinderen?

A
  • 115 per jaar (vooral kleuters en puberteit)
  • 80% B-lymfocyten
    -> Algehele malaise, botpijn, bloedingsneiging, moe/bleek, infecties
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat vindt je bij lichamelijk onderzoek bij ALL?

A
  • Hepatosplenomegalie, lymfadenopathie
  • Bleekheid, koorts, tachycardie
  • Petechiën, tandvleeshyperplasie/bloedingen
  • Uitval hersenzenuwen, huidinfiltraties
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Waaruit bestaat de diagnostiek van ALL?

A
  • Bloedbeeld: Hb, trombo’s, blasten
  • Cytomorfologie
  • Immunofenotypering: flowcytometrie met CD-markers
  • Cytogenetica
  • Beeldvorming, beemergpunctie, liquorpunctie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat zijn kenmerken van de behandeling van ALL?

A
  • 2 jaar, chemotherapie (zelden SCT)
  • Hangt af van patient, soort, uitgebreidheid, genetica en respons (MRD)
  • 95% overleving
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn bijwerkingen en complicaties van ALL behandeling?

A
  • Infecties
  • Gewichtsverlies, pancreatitis, voedingsproblemen
  • Diabetes
  • Osteoporose
  • Neuropathie, convulsies
  • Anemie, trombopenie, trombose
  • Hypertensie, hartfalen
  • Groeivertraging, alopecia
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is de follow up na ALL?

A
  • 5 jaar controles en bloedonderzoek op indicatie
  • Lange termijneffecten poli: nier, lever, hart, bewegingsapparaat en groei
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat betekent heterotopie, hamartoom en teratoom?

A
  • Heterotopie: normaal weefsel op abnormale locatie
  • Hamartoom: excessieve groei met abnormale opbouw
  • Teratoom: tumoren uit weefseltypen van verschillende kiembladen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat zijn kenmerken van het neuroblastoom?

A
  • Overal in sympatisch zenuwstelsel, vooral in bijnier of retroperitoneale ganglia
  • Vaak metastase naar beenmerg, skelet, lever en huid
  • 90% jonger dan 5 jaar
  • Verhoogd VMA/HVA
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is het Horner’s syndroom?

A

Miosis, ptsosis, enopthalmus en ipsilaterale anhidrose door aantasting van sympatisch zenuwstelsel in de hals

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn belangrijke prognostische factoren voor het neuroblastoom?

A
  • Leeftijd: < 1 jaar is gunstiger
  • Uitbreiding (stadium)
  • Aanwezigheid n-myc amplificatie (slechtere prognose)
    -> 5 jaars prognose: 40-95% < 1 jaar tot 20-90% > 1 jaar
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn histologische kenmerken van een neuroblastoom?

A
  • Rozetten
  • Small round blue cells
    -> I-MIBG en beenmergpunctie voor stagering
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat zijn de meest voorkomende tumoren op kinderleeftijd?

A
  • Neuroblastoom
  • Leukemie
  • Sarcoom (bv Ewing, osteo of weke delen)
  • Wilms tumor (nefroblastoom)
  • Teratoom
  • Hepatocellulair carcinoom
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat zijn kenmerken van een retinoblastoom?

A

Oogtumor van primitieve fotoreceptor cellen
- Satellietuitzaaiingen en rozetten
- Snelgroeiend: necrose en verkalking

17
Q

Wat zijn klinische verschijnselen van het retinoblastoom?

A
  • Witte pupilreflex (leukocoria)
  • Strabismus (scheefstand)
  • Ontsteking, onregelmatigheid vd pupil
  • Glaucoom (pijn)
18
Q

Wat is het beleid bij een retinoblastoom?

A
  • Diagnostiek: echo, CT, opthalmoscopie, botscan en liquor
  • Behandeling: chemotherapie en/of enucleatie (90% genezing)
19
Q

Welke mutatie komt vaak voor bij het retinoblastoom?

A

RB1 mutatie op chromosoom 13 (tumor suppressor gen)
- Familiair: bilateraal, osteosarcomen, 0-2 jaar
- Sporadisch: 2-4 jaar

20
Q

Welke typen rhabdomyosarcoom zijn er?

A
  • Alveolair: oudere kinderen
  • Pleiomorf: volwassenen
  • Embryonaal (66%): gunstigere prognose
21
Q

Wat zijn kenmerken van het rhabdomyosarcoom?

A
  • 5 tot 8% kinder malgniteiten
  • Vaak hoofd/hals (40%), urogenitalis (20%), extremiteiten (20%) of romp (10%)
  • Druiventrosaspect, round cell tumor
22
Q

Wat is het beleid bij een rhabdomyosarcoom?

A
  • Diagnose: röntgen, CT, echo, immuunhistochemie spierweefsel (desmine, actine etc)
  • Behandeling: chemotherapie en resectie (eventueel nabestraling bij residu)
23
Q

Wat is de klinische presentatie van een rhabdomyosarcoom?

A
  • Zwelling, mogelijk pijnlijk
  • Obstructie (bv hematurie)
  • Vroege metastase: pijn, dyspnoe