A&O lec3 Flashcards

1
Q

Dunning Kruger effect

A

degene die het minst weten, overschatten hun abilities het meest

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wat zijn de drie componenten van performance measurement?

A
  • definitie van performance; je moet er een duidelijke definitie aan geven om het te kunnen meten
  • werkelijke metingsproces
  • communicatie tussen supervisor en ondergeschikte over individueel gedrag en verwachtingen van de organisatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat zijn de factoren geassocieerd met eerlijkheidsmeting?

A
  • meer feedback zorgt voor meer eerlijkheid (mensen waarderen het als er vaker feedback wordt gegeven)
  • gezamelijk plannen met supervisor om zwaktes te elimineren verhoogd de perceptie van eerlijkheid
  • de feedback moet van een knowledgable persoon komen
  • supervisor moet kennis hebben over de taken die de werknemer uitvoert
  • supervisor moet kennis hebben over de werkelijke performance van de werknemer
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat zijn de 3 typen gerechtigheid (justice)?

A

distributive, procedural en interpersonal justice

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

distributive justice

A

type gerechtigheid waarin toewijzing van uitkomsten/beloningen wordt gezien als eerlijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

procedural justice

A

eerlijkheid van proces waarmee ratings worden toegekend of beloningen worden toegekend en beslissingen worden gemaakt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

interpersonal justice

A

type gerechtigheid betrokken met sensitiviteit met welke werknemers worden behandeld

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

door wat worden performance ratings beinvloedt? (3)

A
  • task performance: dat wat je moet doen
  • contextual performance: dingen die je extra doet (OCB)
  • counter-productive performance: dingen die je doet die je niet zou moeten doen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wat zijn 3 vormen van performance ratings

A
  • trait ratings (maar dit is niet echt goed, beter om te meten op gedrag dan op hoe iemand overkomt, op karakteristieken)
  • task based ratings: effectiviteit van werknemer in het uitvoeren van taken
  • critical incidents method: voorbeelden van specifieke gedragingen die performance beinvloeden; kijken naar een situatie en afvragen ‘did the person do a good job at that specific time’
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat zijn de 4 rating formats?

A
  • graph rating scales: laat performance scores van laag naar hoog in een grafiek zien
  • checklist: een lijst van gedragingen die aan de beoordelaar worden laten zien en die vinkt af welke gedragingen het best/minst bij de werknemer passen
  • weighed checklist: de gedragingen hebben een weight
  • forced-choice format: kies uit 2 uitspraken ipv 4 die de beoordeelde zouden kunnen beschrijven
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat zijn 3 methodes om werknemers met elkaar te vergelijken?

A
  • directe vergelijking met 1 persoon
  • simple ranking: werknemers gerangschikt van boven naar beneden volgens beoordeelde vaardigheid
  • paired ranking: elke werknemer in een groep is gepaard met een andere werknemer
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

noem de 6 rating sources

A
  1. supervisor: meestgebruikt; maar vaak evaluatie en feedback ontweken
  2. peers: weten meer over iemands typische performance; maar kan conflict komen als het gaat om fixed resources
  3. self-ratings: besprekingen met supervisor verhogen procedural fairness; maar conflict als gaat over administratieve doeleinden
  4. subordinate ratings; kritisch dat dit anoniem blijft
  5. customer & supplier ratings: belangrijk voor business strategie
  6. 360 degree systems: verzamelt en voorziet feedback van alle bovengenoemde bronnen aan een werknemer
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wanneer is het waarschijnlijker dat een werknemer negatieve feedback accepteert van een supervisor? (4)

A
  • wanneer supervisor voldoende voorbeelden heeft van het werkelijke gedrag van de ondergeschikte
  • wanneer ze het beide eens zijn over de taken van de ondergeschikte
  • wanneer ze beide eens zijn over de definitie van goede en slechte performance
  • wanneer de supervisor focust op manieren om te performance te verbeteren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

noem 4 rating distortions

A
  1. central tendency error: beoordelaars kiezen het midden uit van een puntsschaal
  2. leniency error: being too nice
  3. severity error: being too strict
  4. halo error: dezelfde beoordeling wordt toegekend aan een individu op een reeks dimensies, waardoor ze allemaal gelijk zijn –> gebrek aan indificatie van sterke en zwakke punten (generaliseren van iemands performance)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly