Colombia Flashcards Preview

De Viaje > Colombia > Flashcards

Flashcards in Colombia Deck (34):
0

Amateur(toneelspeler), liefhebber

Actor aficionado

1

Zich verbazen over

Asombrar(se) (de - niet noodz.)

2

Het blijft duur

Sigue siendo costoso

3

Kompas

Brújala

4

Verwaarlozen

Descuidar, abandonar, desatender

5

Op de achtergrond

Al fondo, en segundo término/plano

6

Kroket (Eng: croquette)

Croqueta

7

Opsommen

Enumerar

8

Pummel / boer(in)

Payo

9

Vroom, barmhartig

Piadoso

10

Leugentje om bestwil

Mentira piadosa

11

Grove leugen

Mentirota

12

Doorzichtige leugen

Mentira obvia

13

Stijf

Tieso, rígido

14

Blauwe plek

Un cardenal

15

Betoveren

Encantar, embrujar, hechizar

16

Snikken

Sollozar

17

Contrabas

Contrabajo

18

Aanwerven

Reclutar, contratar

19

Indiaan

Indio

20

Namens

En nombre de, de parte de

21

Aarzeling

Vacilación

22

Smeken

Rogar, suplicar

23

Vals spelen

Hacer trampa(s)

24

Kortstondig, van korte duur

Fugaz

25

Snel, rap

Veloz

26

Tegel

Baldosa

27

Luchter

Candelabro

28

Zaaien

Sembrar

29

Volhouden / uithouden

Perseverar (!), (persistir) / aguantar

30

Gokken

Apostar

31

Tenzij het kéigoed is

A menos que sea muy bueno, salvo que sea muy bueno

32

Vuist

Puño

33

Lijm

Pegamento