Santiago Flashcards Preview

De Viaje > Santiago > Flashcards

Flashcards in Santiago Deck (114):
0

Lang gezicht

Cara de culo

1

Rimpel

Arruga

2

Uitpersen, uitmelken

Exprimir

3

Uitdrukken, verklaren

Expresar

4

Onderdrukken, opkroppen

Reprimir

5

Schrappen, weglaten

Suprimir

6

Ruim(e blik)

Amplio (campo de visión)

7

Trekpleister, iets aantrekkelijks

El aliciente

8

Vertonen, etaleren

Exhibir

9

Winden laten

Tirarse un pedo

10

Nico rocks

Nico es seco

11

Een flater begaan

Meter la pata

12

Blut zijn

Andar pato

13

Wankelen, dronken zijn

Andar como un pato

14

Beletten

Impedir

15

Beletsel, obstakel, verhindering

Impedimento

16

Knap zijn

Ser buen mozo

17

Roddelen

Chismear, cotorrear, comadrear (Cl: pelar)

18

Nog een keer

Una vez más

19

De onnozele hals uithangen, zich van de domme houden

Hacerse pato

20

Vergankelijk

Perecedero

21

Opscheppen, stoeffen

Alardear, presumir

22

Versieren, mooi maken

Adornar

23

Kleingeld

Suelto

24

Het is geweldig!

Es la raja!

25

Gouden tijden beleven

Estar en buena racha

26

Slechte periode (hebben)

(Pasar una) mala racha

27

Een blik werpen op

Dar/echar un vistazo a

28

Neuken

Echar un polvo

29

Seksueel aantrekkelijk zijn

Tener polvo

30

In een of ander gat

En el culo del mundo

31

Maak dat een ander wijs

A otro perro con ese hueso

32

Wijsmaken

Hacer creer

33

Erfenis

Herencia

34

Middel, taille

La cintura

35

Zijn laatste kruit verschieten

Gastar/quemar el/su último cartucho

36

Zonder dat...

Sin que + subjuntivo

37

Broekriem

El cinturón

38

De spijker op de kop slaan

Dar en el clavo

39

Spijker, nagel

Clavo

40

Als de kat van huis is, dansen de muizen

Cuando sale el gato, los ratones hacen fiesta

41

Kauwen

Mascar, masticar

42

Ontzettend traag zijn

Parecer una tortuga

43

Slakkengang

Paso de tortuga

44

Wantrouwen

Desconfiar

45

Mild

indulgente

46

Vettig

Grasiento (eten), grasoso (eten + rest)

47

Weldoener

Benefactor

48

Wazig

Borroso

49

Zelfs (dan nog)

Aun (con eso)

50

Veerkracht

Resiliencia

51

Bederven, verknoeien

Echar a perder

52

Aanmoediging

Aliento, estímulo

53

Aandeel (vennootschap / deel)

Acción, una parte

54

Aantrekken, lokken

Atraer

55

Aanmoedigen

Alentar (!), impulsar, animar (eerder enthousiast)

56

Vlijt, ijver (zucht, streven) / drang

Un afán

57

Achtbaan

Montaña rusa

58

Afstoten

Rechazar, repeler

59

Zich ontdoen van

Deshacerse de, desprenderse de

60

Andermans

Ajeno

61

Verdragen / uithouden / niets laten merken

Aguantar

63

Klikker, roddelaar

Alcahuete

64

Zodra

En cuanto + subj., tan pronto como + subj.

65

Borg

Aval, prenda (mejor)

66

Beletten

Impedir

67

Benadrukken

Acentuar, hacer hincapié en, hacer énfasis en

68

Boeien, fascineren

Cautivar, captar la atención de, apasionar

69

Bot, stomp / ontactisch

Desafilado, romo / bruto, rudo

70

Overeenkomen met, corresponderen / elkaar toevallig treffen

Coincidir

71

Dat valt niet onder mijn competentie / dat zijn mijn zaken niet

No es de mi incumbencia

72

Schaars

Escaso

73

Het morsen / lekkage / overstromen / het lozen

Un derrame

74

Ellendig, jammerlijk, rot-, onelegant, onplezierig

Desgraciado

75

Afschieten / op de vlucht slaan / geld erdoor jagen

Disparar

76

Eenzijdig

Unilateral

77

Aanhaken, aan de haak slaan / inpalmen

Enganchar

78

We hebben het niet voor het kiezen!

No nos es dado escoger

79

Geneesmiddel

Remedio, medicina

80

Dagelijkse leiding, bestuur / afhandeling

Gestión

81

As (stoffelijk overschot)

Ceniza(s)

82

Intelligent / gewiekst

Habiloso

83

Hol / holte

Hueco

84

Kloof (in terrein) / (figuurlijk)

Quebrada / abismo

85

Instorten

Derrumbarse, colapsarse

86

We horen elkaar nog

Estamos en contacto

87

Kom

Un bol

88

Sneetje, snede

Lámina

89

Opvallend

Llamativo

90

Aantrekkelijk

Atractivo

91

Breng mij de rekening aub

Tráigame la cuenta

92

Dragen

Llevar

93

Krab

Cangrejo

94

Krap

Estrecho, apretado, justo

95

Weinig / schaars / (niet erg snugger)

Escaso (de inteligencia)

96

Uitstrekken

Extender, tender, alargar

97

Naïef

Ingenuo, candado

98

Panne (hebben)

Tener avería

99

Breking, verbouwing

Refracción

100

Verwijten, in z'n gezicht gooien

Echar en cara, echar en rostro

101

Koers / streek van compas

Rumbo

102

Ondersteunen, onderhouden, bekostigen, verdragen, volhouden

Sostener

103

Zich staande houden / in zijn onderhoud voorzien

Sostenerse

104

Spoelen

Aclarar; enjuagar

105

Stalletje (nummer 3)

Caseta (número 3)

106

Straffen

Castigar, sancionar, penar

107

Uiteinde, maximum, uiterste grens

Un tope

108

Een schot lossen

Disparar un tiro

109

Haak, kapstok, wasknijper / hulp

Gancho

110

Zo ver krijgen ze niet

A mi no me enganchan

111

Overeenkomen, beslissen

Convenir, acordar

112

Zoals overeengekomen

Según lo acordado

113

Erfgenaam

Heredero

114

Erfelijk

Hereditario