Nederlands Flashcards Preview

De Viaje > Nederlands > Flashcards

Flashcards in Nederlands Deck (33):
0

Het mikpunt van de spot zijn

De risee zijn van

1

Klein vertrekje, grenzend aan een grotere kamer en daarvan met een deur of een gordijn afgescheiden, meestal zonder eigen uitgang en venster, gewoonlijk als slaapplaats ingericht

Alkoof

2

Mensen in gelijke omstandigheden hebben gelijke rechten, krijgen gelijke behandeling

Gelijke monniken, gelijke kappen

3

Ziekelijk / pervers / macaber

Morbide

4

groep van drie bijeenbehorende personen of zaken

Triade

5

verdergaan in een redenering

een schrede verdergaan

6

snel dichterbij komen

met rasse schreden naderen

7

Beginnen met iets

De eerste schreden zetten

8

Het vermogen hebbend tot giftige of schadelijke werking (aanstekend, aanvalskrachtig) / heftig, krachtig werkend

Virulent

9

amnestische afasie

onvermogen tot het vinden van het juiste woord

10

Het beste uitkiezend

Eclectisch

11

Verdergaan in een redenering

Een schrede verdergaan

12

Vorm van loutering of ingrijpende, emotionele belevenis

Catharsis

13

werktuig bestaande uit een lang, boogvormig, puntig toelopend mes, aan de binnenzijde scherp, aan een lange stok bevestigd, dat dient om gras en koren te maaien

Zeis

14

Zich in de werkzaamheden van een ander binnendringen

zijn zeis in een anders koren slaan

15

Het niet kunnen of willen inzien

Ergens een blinde vlek voor hebben

16

Insinuatie

Innuendo

17

op onpassende of wederrechtelijke wijze aanspraak maken op, ten onrechte voor zich opeisen of zich toe-eigenen

Zich aanmatigen

18

onbevoegd een oordeel uitspreken

zich een oordeel aanmatigen

19

onvermogen tot taalgebruik ten gevolge van een (eenzijdig) hersenletsel

Afasie

20

Onvermogen tot spreken / schrijven

expressieve / motorische afasie

21

Al te vrij, stout, brutaal

Vrijpostig

22

Met een verborgen betekenis / moeilijk te vatten

Cryptisch

23

In het kort

In (een) kort bestek

24

Voorval dat iem. door het lot wordt beschikt (belevenis, avontuur)

Lotgeval

25

Strijd tussen tegengestelde meningen, leringen of de personen die deze belijden

Antagonisms

26

kennisleer die van de dialoogvorm gebruikmaakt; het denken van stelling via tegenstelling naar een synthese

Dialectiek

27

zijn vertrouwen stellen op of in, rekenen op

Zich verlaten op (bv. 'uw woord')

28

in beknopte vorm veel inhoudend, scherp geformuleerd (syn.: kernachtig)

Pregnant

29

Tot leugenaar maken, bewijzen door woorden of daden dat iemand onwaarheid spreekt

Logenstraffen

30

Met het heilige spottend / on(in)gewijd, werelds

Profaan

31

als renner weinig of geen kopwerk doen en zo optimaal profiteren van de inspanningen van anderen

Linkeballen

32

als renner weinig of geen kopwerk doen en zo optimaal profiteren van de inspanningen van anderen

Linkeballen