English Flashcards Preview

De Viaje > English > Flashcards

Flashcards in English Deck (112):
0

Verkoop geen onzin

Don't talk tripe

1

Ik schrijf zulke onzin niet

I don't write such tripe

2

Juichend, jubelend, zeer opgetogen

Exultant

3

Aansporing, zet, duwtje / prik, por

Prod

4

Vuurproef / oven

Furnace

5

Ziener, helderziende

Seer

6

(Zich) veranderen, wijzigen

To alter

7

Tweede ik, echtgenoot / andere zijde van iemand karakter

Alter ego

8

Melkzuur

Lactic acid

9

Treuzelen

To loiter, linger, dawdle, hang about

10

Zwavel

Sulphur

11

Invallen (muziek)

To join in / to come in

12

Israëlisch

Israeli

13

Afraden

To advice against

14

Een hangmat ophangen

To swing a hammock

15

Schimmel

Mold, mould

16

Kwijting

Acquittance

17

Snikken

To sob

18

Straal

Beam, ray

19

(op heterdaad) betrappen

To catch (red handed)

20

Dat ligt er vingerdik op!

That sticks out a mile, that's as plain as day

21

Na-aper

Mimic, copy-cat

22

Toepasselijk

Appropriate / applicable

23

Vuur in open lucht

Bonfire

24

Kruiderij

Condiment(s)

25

Geschikt / ad rem / snel van begrip (schrander) / geneigd tot

Apt

26

#

Hashtag

27

Zeer heet (brandend) / intens (gepassioneerd)

Torrid

28

In de schijnwerpers staan

To be in the limelight

29

In het middelpunt van de belangstelling staan

To be in the spotlight / to hold the spotlight

30

Hardnekkig

Obstinate, stubborn

31

Zelfvoldaan

Smug

32

Hou je stevig vast!

Hang on to your hat!

33

Behaaglijk, knus, gezellig

Snug(gish)

34

Lekker liggen

To lie snug

35

Netjes, proper

Tidy

36

Verleiden, verlokken

To entice

37

Afdwingen

To compel

38

Lauw

Lukewarm, tepid

39

Ingeving / inzicht

Insight / epiphany

40

Op een boogscheut

Within a stone's throw

41

Ernstig in het nauw zitten

To be in dire straits

42

Goedkoop, plakkerig

Tacky

43

Overleg plegen

To confer

44

Vermeend

Allegedly

45

In overeenstemming met (uw wens)

In compliance with (your wish)

46

Verdwaald zijn/verdwalen

To be astray / go astray

47

Overtollig / pleonastisch / overvloedig / werkloos

Redundant

48

Verstrooid

Absent-minded

49

Winkeldiefstal

Shoplifting

50

Kruik / glas

Jar

51

Kan(netje)

Jug

52

Ik moet plassen

I need to wee

53

Die bf voldoet aan veel eigenschappen

That bf ticks a lot of boxes

54

Ik zet hem op zijn plaats

I put him back in his place

55

Stampvol

Chockers is chocker block full

56

Hurken

Squat

57

Zelfgenoegzaam glimlachen, gniffelen

To smirk

58

Fluwelen aanraking

Velvet touch

59

Vlaggen halfstok hangen

To fly flags at half-mast

60

Poen!

Cold hard cash

61

Ieder voor zich / redde wie zich redde kan / sauve-qui-peut

Devil take the hindmost

62

Maak je niet druk!

Keep your wig on

63

Wrok, haat

Resentment, grudge, (rancour: sterk en langdurig)

64

Een ruk geven

To yank

65

Gestaag, aanhoudend

Relentless

66

Geen slijm ophoesten :)

No hawking

67

Ieder voor zich / redde wie zich redde kan / sauve-qui-peut

(every man for himself, and God for us all, and) the devil take the hindmost

68

Tentoonstellen

To showcase

69

Ik ben niet van gisteren

There are no flies on me / I know a trick or 2 / I wasn't born yesterday / I'm nobodies fool

70

Overhaaste conclusies trekken

To jump to conclusions

71

Conclusies trekken

Draw / come to conclusions

72

Makkelijk beet te nemen

Gullible

73

Smerig, slordig

Scruffy

74

Smachten, verlangen naar

To yearn

75

De tering naar de nering zetten

cut one's coat according to one's cloth

76

Kraak(net)

Squeaky clean

77

Aanhankelijk / kleverig

Clingy

78

Hoogdravende taal / bombast

A rant

79

Theatraal brengen / declameren / tieren

To rant (about)

80

(Ver)stoppen / wegstoppen

To tuck (away/in)

81

Plaaggeest / onheil, ellende / kattenkwaad

Mischief

82

Werkloos / doelloos / lui / ongebruikt

Idle

83

Verpanden / plechtig beloven

To pledge

84

Hard werken (aan wiskunde)

To bone up (on my maths)

85

Schrap zetten

To brace (oneself)

86

Heffen / beslagleggen / rekruteren

To levy

87

Brutaal en verwaand, aanmatigend, vrijpostig

Cocky

88

Impuls, prikkel, stimulans / drijvende kracht

Impetus

89

Vraag en aanbod

Supply and demand

90

Op z'n tenen (weg) lopen

To tiptoe (away)

91

Vastklampen aan / kleven / dicht blijven bij

To cling

92

Karwei

Chore

93

Voorzichtig / op z'n hoede (voor)

Wary (of)

94

(In het) lokaal, huis, erfgoed // het bovengenoemde

(On the) premises

95

Hut / hok, schuurtje

Shack

96

Idioot, uilskuiken

Nitwit

97

Laat me mijn gelijk bewijzen

Let me make my case

98

Gunstig, goeds voorspellend

Auspicious

99

(Uit)stralen / in één richting uitzenden

To beam

100

Een plan smeden

To hatch (up) a plan

101

medewerker van een espressobar e.d. die gespecialiseerd is in de bereiding van espresso en koffie

Barista

102

Klandizie, vaste klanten

Clientele

103

Dweperij, fanatisme

Bigotry

104

(Zich) uitspreiden / nonchalant in z'n stoel liggen

To sprawl

105

Prijzen vliegen omhoog

prices are skyrocketing

106

Het nagenieten / avondrood / (naglans)

Afterglow

107

Overdonderd bij het zien van een beroemdheid

Starstruck

108

Kloppen, bonzen

To throb

109

Gniffelen, grinniken / leedvermaak hebben

To chuckle

110

Goor / goedkoop, waardeloos (excuus) / dun, zwak

Sleazy

111

Onopvallend

inconspicuous