Gastro intestinaal stelsel Flashcards Preview

Anatomie en Fysiologie > Gastro intestinaal stelsel > Flashcards

Flashcards in Gastro intestinaal stelsel Deck (113):
1

functies spijsvertering

ingestie, mechanische verwerking, vertering, secretie, opname, uitscheiding

2

cavitas oris

mechanische verwerking, bevochtiging,mengen met speeksel

3

pharynx

spieren stuwen het voedsel de slokdarm in

4

dunne darm

interstinum tenue

5

dikke darm

intestinum crassum

6

accessoire organen

hepar, vesica fellea, pancreas

7

galblaas

vesica fellea

8

interstinum tenue bestaat uit

duodenum, jejunum, ileum

9

interstinum crassum bestaat uit

caecum, colon ascedens, colon transversum , colon descedens, rectum

10

uitmonding speekselklier

uvula caruncula

11

ruimte tussen labia en tand

vestibulum buccae

12

welk soort spier heeft de tong?

dwarsgestreept willekeurig

13

speekselklieren

glandulae parotideae, submandibularis, sublinguales

14

oorspeekselklier

parotisklier

15

afvoer glandulae parotideae

ductus parotideus (naar bovenste 2e ware kies)

16

uitmonding glandulae sublinguales

carancula

17

carancula sublingualis

uitmonding van ductus submandibularis en sublingualis + drainage van voorste deel glandulae sublingualis

18

wat is de samenstelling van de speekselklieren

99,4%water,mucinen,enzymen,buffers,ionen, immunoglobulinen

19

functie speekselklieren

oplossen chemische stoffen ter smaakregistratie, bevochtigen voedsel, initiatie vertering, buffering, spoelen en reinigen cavitas oris, antibacteriele werking

20

regulatie speekselklieren

parasymphatisch

21

welke onderdelen van de pharynx met meerlagig plaveicelepitheel

oropharynx en laringopharynx

22

slikken

deglutitie

23

slikken met behulp van

spieren, pharynx en oesophagus

24

5 amandelen in een ring

ring van Waldeyer

25

gehemlte amandelen (zijkant huig)

tonsillae pallatinae

26

tongamandelen

toncsillae lingualis

27

keelamandel

tonsilla pharyngealis (achter boven huig)

28

mucosa bestuit uit

slijmvlies,lamina propria, m. mucosae

29

submucos bestaat uit

los bw, aa, vv , lymfevaten, zenuwen Meissnerplexus

30

Meissnerplexus verzorgd

afscheiding maag-darmsap. bloedstroom naar darm, stimulatie slijmcellen voor slijm

31

onder de submucosa

muscularis externa

32

muscularis externa bestaat uit

binnen kringspier, buiten lengtespier, zenuwen en plexus myentericus

33

plexus myentericus verzorgd

sterkte, duur en frequentie spiersamentrekking darmwand

34

onder muscularis externa

serosa of adventitia

35

serosa/adventitia bestaat uit

serose=visceraal peritoneum en adventita is dicht netwerk van collagene vezels

36

Dunne darm heeft

darmplooien (geen serosa en m. externa, villi en microvilli op de epitheelcellen van de mucosa

37

peristaltiek

1.contractie kringspier achter voedselmassa, 2. contractie van lengtespieren voor de massa, 3. kringspieren achter de massa duwt massa verder.

38

lokatie oesophagus

tussen trachea en aorta

39

oesophagus bestaat uit

cervicaal, thoricaal en abdominaal deel

40

ues

upper esophageal sfincter

41

les

lower esofagus sfincter

42

peristaltiek slikken

mond-> pharynx > oesophageale fase>willekeurig dwarsgestr. spierw.> reflexmatig vervolg (glad spierw>pharyngeale fase>peristaltiek>zwaartekracht

43

darmbeweging is

reflexmatig

44

segmentatie bewegingen

verminging chymus met slijm en darmsappen voor vertering en opname

45

gastro intestinale reflex

uitrekken maag, versnelde klierafscheiding, peristaltiek dunne darm, ledigen duodenum

46

gastro ileale reflex

stijging gastrine, ontspannen valva ileoceacalis (van ileum naar intestinum crassum)

47

hormonen g.i.stelsel

gastrine, secretine, cholecystokinine, gastric inhibatory peptide

48

buitenwand gaster bekleed met

visceraal peritoneum(serosa) dat doorloopt in omentum minus en omentum majus

49

maag

gaster

50

gastrine

vorming enzymen en zuren, stimulatie beweging

51

secretine

vorming basische buffers, remt afgifte maagsap + bewegingen maag, verhogen snelheid afgifte gal

52

cholecystokinine

vormng enzymen in pancreas, contractie galblaas, ontspanning kringspier galbuis, remmen maagsap en beweging maag + mogelijk remmen hongergevoel czs

53

gastric inhibitory peptide

afgifte insuline, remt maagsap en beweging maag

54

oesophagus heeft ... epitheel

plaveicel epitheel

55

gaster heeft... epitheel

klierepitheel

56

maagwand/groef je heeft soort cellen

slijmcellen, parietale cellen, zymogene cellen, endocriene cellen

57

maagwand heeft ...spiercellen

gladde spiercellen

58

maagwandklieren maken

maagsap 1500ml/dag

59

parietale cellen in de maagwand maken

HCl met een pH van 2. = desinfectie en activatie enzymen van zymogene cellen voor EW denauturatie en intrinsieke factor voor opname b12

60

endocriene cellen in maagwand geven....af

gastrine

61

3 overlappende fasen van afgifte maagsap

1. czs, 2. gastrische fase 3. intestinale fase

62

welke receptoren in de maag?

rekreceptoren en chemoreceptoren voor pH

63

wat ontstaat er in de maag en gaat naar het duodenum?

Chymus

64

wat is het enterogastisch reflex?

inhiberende werking gastrine,contracties en propulsies bij maag waardoor maaglediging wordt vertraagd

65

enterogastisch reflex werkt stimulerend op

secretine (door daling pH), cholecystokinine en Gastrisch inhibitory peptide door de vetten en koolhydraten

66

kringspier maag

pylorussfincter

67

zure voedselbrok

chymus

68

valva ileocealis

klep van Bauhin

69

klep van Bauhin

valva ileocealis

70

duodenum bestaat uit

pylorussfincter, bulbus duodeni(pars superior), ampulla van vater/sfincter Oddi,lig. suspensorium duodeni, hoek van treitz

71

ampulla van vater met

sfincter Oddi

72

sfincter Oddi bij

ampulla van vater

73

ampulla van vater is uitmonding van

ductus choledochus en ductus pancreaticus

74

functie duodenum

neutralisatie chymus, regulatie afgifte verteringssappen, verdere vertering KH,EW en vetten

75

enzymen in duodenum

dipeptidase, disaccharidase, enterokinase, lipase

76

resorptie vrnml thv

jejunum en ileum

77

aminozuren naar

v. portae

78

vetten naar

verpakt in chylomicronen via chylusvaten naar ductus thoracicus

79

interstinum crassum bestaat uit

caecum, appendix, colon ascendens, colon transversum, colon descendens, colon sigmoideum, rectum, terminaal ileum

80

onder caecum

appendix vemiformis

81

verschil tussen colon interstinum crassum en tenue

groter lumen, dunnere wand

82

uitstulpingen in colon

hausta

83

longitudinale spieren externe zijde colon

taeniae coli

84

functie colon

water + ionen resorptie + opname moeilijk verteerbare voedselresten

85

uitgezet onderste deel rectum

ampulla recti

86

canalis analis bestaat uit

columnae analis, linea anorectalis, linea anocutanea, interne en externe anale sfincter, anus

87

verticale plooien in columnae analis

columnae van morgagni

88

fysiologie interstinum crassum

resorptie , gisting, defaecatiereflex

89

reservoir defaecatie

ampulla recti

90

arterien rectum

a. mesenterica superior, a mesenterica inferior, a. iliaca interna

91

venen rectum

v. portae colon en v. cava inferior (rectum)

92

aambeien

uitzetting van veneuze plexussen tgv herhaalde verhoogde druk bij persen

93

bij stimulatie rekreceptoren rectum

defaecatiereflex

94

ligging alvleesklier

retroperitoneaal,dorsaal maag, tussen duodenum en milt

95

alvleesklier

pancreas

96

delen pancreas

caput,collum, corpus, cauda

97

exocriene functie pancreas

klierblaasjes van acini>pancreassap

98

functie pancreassap

buffer (neutralisatie HCl) door natriumcarbonaat waardoor pH stijgt tot 8-9 + vertering enzymen

99

lever

hepar

100

galblaasontsteking

cholecystitis

101

bovenvlak hepar

facies diaphragmatica

102

hepar onder te verdelen in

lobus dexter et sinister

103

hepar gescheiden door

ligamentum falciforme --> lig. teres hepatis

104

onder lobus dexter

vesica fellea (galweg)

105

galsecretie door

hepatocyten

106

lobus sinister voor

maag

107

leverfuncties

regulatie stofwisseling, eiwitstofwisseling, vetstofwisseling, ontgiftigingsfunctie + hematologische regulatie + galproductue, vitamine stofwisseling (KADE) + warmteproductie

108

galwegen

vesica vella

109

galblaas

vesica biliaris

110

gal bestaat uit

water,ionen,billirubine,cholestrol, galzure zouten

111

vesica biliaris bestaat uit

ductus cysticus, ductus hepaticus communis, ductus choledochus, ampulla v. vater met sfincter van Oddi

112

functie galblaas

opslag,concentratie gereguleerde afgifte gal oiv cck

113

sfincter van Oddi open oiv

CCK