Hormoonstelsel Flashcards Preview

Anatomie en Fysiologie > Hormoonstelsel > Flashcards

Flashcards in Hormoonstelsel Deck (56):
1

verschillende klassen hormoonstelsel

1. master centra thv cortex en hypothalamus. 2. master klier=neurohypofyse en adenohypofyse. 3. endocriene klieren 4. doelwitorganen

2

van niveau 1 naar 2 is middels

releasing of inhibiting hormones

3

van 3 naar 4 is het hormoon

welke is vernoemd naar de endocriene klier

4

klassen trh

trh>tsh>cellen

5

klassen crh

crh>acth>corticosterioden:glucocorticoiden

6

klassen gnrh met fsh vrouw

gnrh > fsh>inhibine,oestrogeen

7

klassen gnrh met fsh man

gnrh>fsh>inhibine+rijping sertollicellen

8

klassen gnrh met lh vrouw

gnrh>lh>progestetativa en oestrogenen (oestrol en oestradiol)

9

klassen gnrh met lh man

gnrh>lh>androgenen+leydigcellen in teelballen voor testosteron

10

klassen hypothalamus PIH en PRF

PIH en PRF>adeno:prl>stimulatie melkklieren

11

klassen hypothalamus GHIH en GHRH

GHIH/GHRH>adeno:GH>dekweefsel/vetweefsel/lever > lever> somatodinen = releasing en inhibiting feedback voor celdeling in skeletspierweefsel/kraakbeen/andere weefsel.

12

functies hormoonstelsel

homeostase dmv communicatie tussen de cellen + binding van hormonen aan receptoren

13

verschil tussen hormoonst. en z.s. ivm afgifte chemische stoffen:

hormoonst.=bloed met chemische stof:hormoon en zs. = bij synaps met chemische stof=neurotransmitter

14

wateroplosbare hormonen

glycoproteinen, polypeptiden, amines

15

vetoplosbare hormonen

steroiden, vetzuren/eicosanoïden

16

binding vetoplosbaar hormoon

aan receptoren in binnenkant celmembraan, cytoplasma, nucleus

17

belangrijke endocriene functies hypothalamus

1. controleren adenohypofyse regulerende hormonen 2. endocrien orgaan voor aanmaak adh/oxytocine aan neurohypofyse 3. autonoom centra (sympatische vezels naar bijniermerg voor NA/NOR

18

wat doet oxytocine?

productie van neuroendocriene cellen welke worden opgeslagen in de vesikels van zenuwuiteinden, bij stimulatie snel oxytocine in bloedbaan=toeschietreflex en uteruscontracties = positieve feedback! prolactine en oxytocine dus voor melkproductie en toeschietreflex

19

adh

zorgt voor waterretentie middels osmoreceptoren

20

waar ligt de hypofyse?

in cella turcica van het os sphenoidale

21

waar zit de hypofyse dicht bij en kan problemen geven bij een hypofysetumor?

optisch chiasma!

22

capillaire netwerken adenohypofyse verbonden middels

poortaders

23

enige hormonen met een releasing en inhibiting functie

prolactine en GH

24

enkel opslag hormonen en dus geen aanmaak

neurohypofyse

25

hormonen in neurohypofyse

adh en oxytocine

26

wat doet ADH

bij een te hoge osmolariteit bloed, osmose terug doen dalen door water in het lichaam te houden. daarnaast vasoconstrictie en dit is om perifeer de bd op peil te houden

27

vasopressine

ADH, anti diuretisch hormoon

28

ander woord voor ADH

vasopressine

29

wanneer gaat osmose in bloed omhoog?

bij te veel zout in het bloed of een gedaald bloedvolume

30

osmoreceptoren in

hypothalamus

31

verloop hoge osmose

hypothalamus osm. receptoren > osmose hoog=ADH secretie omhoog = water resorptie thv distale tubulus en ductus colligens vd nefronen

32

alcohol en adh

alcohol is diuretisch en remt ADH

33

glucogenolyse

releasing glucose>voor energie

34

melatonine

remming voortplanting, anti-oxidant, slaap-waak ritme

35

organotrope hormonen

ACTH,TSH,STH=GH,MSH,GnH(fsh,lh=icsh)

36

schildklier

glandula thyroidea

37

kwabben schildklier verbonden door

isthmus

38

colloid bestaat uit

eiwitten en schildklierhormonen

39

follikels in glandula thyroidea door

thyroid cellen

40

thyroxine

een prohormoon welke bekend staat als T4. Heeft een effect op de stofwisseling. Grootste deel gebonden in bloed aan plasma-eiwitten/transport eiwitten. T4=90% en T2=10% maar welk effectiever

41

toename stofwisseling oli.v. schildklierhormonen

calorigene effect

42

Struma

vergrote schildklier door tekort aan jodium. er wordt te weinig functioneel schildklierhormoon geproduceert> stimulering TSH gaat door en schildklierfollikels rekken uit door te veel onfunctioneel klierproduct.

43

eiwit in het colloid

thyreoglobuline

44

TBG

thyroid binding globulin > perifeer omzetting van T4 in T3 > T3 is biologisch actiever perifeer

45

parafolliculaire cellen

c-cellen

46

c-cellen maken

calcitonine

47

functie calcitonine

regulatie ca2+ concentratie in bloed. Actief bij hoge CA2+> remmen osteoclasten en stimulatie CA2+ in urine.

48

parathyroid hormoon functie

regulatie ca2+. Actief bij lage ca2+>botresorptie=stimulatie osteoclasten,inhibitie osteoblasten, + resorptie ca2+ uit urine en stimu nier voor calcitrol>ca2+resorptie darm=vitamine D3

49

functie calcitrol

vitamine D (nier)

50

vitamine D tekort kan

rachitis veroorzaken

51

preventie osteoporose

calcium en vitamine D

52

bijnieren

glandulae suprarenales

53

bijnierschors bestaat uit

zona reticularis,fasciculata,glomerulosa

54

medulla bijnierschors

epinefrine en norepinefrine

55

functie aldosteron

reguleert afscheiding van zout door nieren + regulatie na/k+ gehalte+rol kh stofwisseling > mineraalcorticoiden (mineraalhuishouding)=regulatie waterhuishouding (osmolariteit)

56

glucocorticoiden en diabetici

opletten voor een glucosestijging bloed door de cortisone