zenuwstelsel Flashcards Preview

Anatomie en Fysiologie > zenuwstelsel > Flashcards

Flashcards in zenuwstelsel Deck (98):
1

hersenen

cerebrum

2

ruggenmerg

medulla spinalis

3

zenuwknoop

ganglia

4

viscerale zintuigen

inwendig /geen controle

5

somatische zintuigen

registreren buitenwereld en onze postitie daarin

6

aantal spinale zenuwen

31

7

aantal hersenzenuwen

12

8

effectoren

skeletspier (somatisch) en gladde spier+hart+klieren+vetweefsel = autonoom

9

steunweefsel z.s.

neurogliacellen (voeden.beschermen, isoleren)

10

corpus bestaat uit

nucleus, celorganellen met mitochondrien en rer => grijze stof

11

dendrieten zijn

voor signaal ontvangst = afferent

12

axon

signaal voortgeleiding = efferent -> myeline of niet = witte stof

13

a.p. in sprongen

saltatorisch

14

motorische neuronen

czs -> organen = effectoren

15

typen neuronen

sensibele,motorische,schakel neuronen

16

het zs zorgt voor

snelle homeostatische regulering

17

neuroglia in czs

oligodendrocyten (myelinisatie)

18

neuroglia in pzs

schwanncellen

19

ziekte ms

myeline isolatie rond axon verdwijnd = motorische en sensorische problemen

20

neuronfunctie

membraanpotentiaal/geleiding van a.p.

21

depolarisatie

INstroom van Na+ en K+ kanalen zijn dicht

22

repolarisatie

UITstroom K+ (na+ kanalen zijn dicht)

23

refractie periode

cel is niet prikkelbaar

24

prikkels worden doorgegeven door

neurotransmitters

25

neuro-effectorverbindingen

1. neuro-neuronale junctie
2. neuro - musculaire junctie
3. neuro-glandulaire junctie

26

wat depolariseert de postsynaptische membraan

Ach

27

Na/Ne zorgt voor een

adrenerge overdracht

28

Na/Ne wordt afgebroken door

MAO=mono-amino-oxidase

29

meninges over thv... in ruggenmergvliezen

foramen magnum

30

foramen magnum

hier gaan de meninges over in ruggenmergvliezen

31

functie meninges

versteviging, schokbreker

32

volgorde opbouw hersenen

dura mater, durale veneuze sinus, dura mater, subdurale ruimte, arachnoid, subarachnoidale ruimte met LCS, pia mater, cortex

33

tussen 2 hemisferen

falx cerebri

34

tussen cerebrum en cerebellum

tentorium cerebelli

35

bloeding epiduraal

bloeding uit intercraniale arterie

36

subdurale bloeding

bloeding uit kleine haarvaten in subdurale ruimte

37

subarchnoidaal bloeding

aneurisma of verwijding/scheurtje hersenslagader evt. ook intercerebraal

38

spinaal verdoving

perforatie van dura mater (allen op L-wervels)

39

C1-C8

Nn.spinales cervicales

40

Gordelroos

latent varicella zoster virus in ganglion. (volgt altijd patroon van dermatomen)

41

canalis centralis gevuld met

liquor cerebrospinalis

42

grijze stof medulla spinalis

cornu anterius/posterius/lateralis

43

witte stof medulla spinalis

columna dorsalis,ventralis, lateralis

44

voordeel kolommen axonen in medulla spinalis

bundels bevatten specifieke functies en door specifieke organisatie rm zijn deze specifieke gevolgen te voorspellen

45

hersenen van boven naar beneden

telencefalon, diencefalon, mesencefalon, metencefalon,myelencefalon

46

hersenstam

truncus cerebri

47

truncus cerebri bestaat uit

mesencefalon, pons, medulla oblungata

48

windingen in telencefalon

gyrus

49

groeven in gyrus

sulcus

50

welke sulcussen zijn aanwezig?

sulcus centralis, lateralis, parieto-occipitalis

51

hemisferen gescheiden door

fissura longitudinalis (hierin loopt falx cerebri) en verbonden door corpus callosum en diencefalon

52

insula

onder lobus frontalis en temporalis

53

in diencefalon

thalamus, hypothalamus en hypofyse

54

corpus callosum bestaat uit... stof

witte stof

55

doorsnede van boven naar beneden

cerebrum,thalamus,mesencefalon, pons, medulla oblungata en medulla spinalis

56

primaire motorische cortex

gyrus precentralis

57

primaire sensorische cortex

gyrus postcentralis

58

mug op arm voelen landen

somatosensorisch associatiegebied

59

associatievezels

verbinden de cortexen onderling

60

projectievezels

verbinden de cortex met diepere structuren (diencefalon, hersenstam.cerebellum)

61

ligging pyramidebaan

gyrus precentralis

62

pyramidebaan

tractus corticospinalis

63

piramidesysteem is willekeurig of onwillekeurig

willekeurig

64

centra voor onwillekeurige bewegingen

extrapiramidale systeem

65

reuzepiramidecellen

cellen van Betz

66

sensorische banen

gyrus postcentralis

67

aankomst stijgende banen via

tractus spinothalamicus of tractus spinocerebellaris

68

spraak sensorisch

Wernicke

69

spraak motorisch

Broca

70

taal begrijpen en spreken

signaal>auditieve cortex>wernicke>broca>primaire motorische cortex>neg.terugkoppeling auditieve cortex

71

rechter hemisfeer lateralisatie

analyses en intuitie

72

basale ganglia

basale kernen, ophoping cellichamen (grijze stof) in de witte stof van de hersenen (onder laterale ventrikels)

73

thalamus

grijze stof, omringt derde ventrikel,sensibel schakelcentrum opstijgende banen, coordinatie willekeurige en onwillekeurige motorische impulsen

74

thalamus filtert noodzakelijke prikkels naar

naar primaire sensorische cortex = bewustzijn

75

neurohypofyse

adh en oxytocine

76

functie hypothalamus

regeling vegetatieve functies en beinvloeden vegetatief zs en endocrien systeem

77

hersenventrikels gevuld met

lcs; zuurstof en voedingstoffen + afvoer afvalstoffen via 3 openingen in 4e ventrikel

78

afvoer LCS

via de granulaties van arachnoidea in de veneuze sinus saggitalis

79

werking perifeer zs

zintuig>sensibel neuron>synaps>motorisch neuron>synaps> effector

80

CN1

N. olfactorius (s)

81

CN2

N. Opticus (s)

82

CN3

N. oculomotorius (m)

83

CN4

N. Trigeminus (b)

84

CN 7

N. Facialis (b)

85

cn 8

N. vestibulocochlearis (s)

86

CN X

N. Vagus (b)

87

ruggenmerg zenuwen,gemengd,sensorisch , motorisch?

beide

88

reflex

sensorische prikkel en uitlokken motorisch antwoord buiten czs om

89

geboortetrauma

plexus brachialis: zenuwen armen worden losgetrokken/scheuren uit ruggenmerg

90

plexus anesthesie

plaatselijke verdoving van bovenste / onderste ledenmaten door prik in hals/oksel/lies

91

stappen reflexboog

prikkeling zintuigcellen>activering sensorisch neuron>integratie in czs>activering motorisch centrum>reactie door effector

92

1 of meer schakels tussen sensibel en motorisch neuron

polysynaptische reflexen

93

pupilreflex afferent middels

N. Opticus CN2

94

pupilreflex efferent middels

N. oculomotorius CN3

95

verkleinen pupil

miosis

96

positiezin eigen lichaam

propioceptie

97

autonome zs heeft 2 neuronenbanen

1 ganglion tussen czs en effector

98

autonome zs (neuronen)

eerste neuron >ganglia > tweede neuron