Geschiedenis H11 Flashcards
(12 cards)
Wat was de Frans-Duitse Oorlog en waarom leidde deze tot spanningen tussen Frankrijk en Duitsland?
De Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) was een conflict waarbij Duitsland het Franse gebied Elzas-Lotharingen annexeerde, wat leidde tot een gevoel van vernedering en wraakzucht bij de Fransen.
Waarom was de situatie op de Balkan gespannen aan het begin van de 20ste eeuw?
De situatie op de Balkan was gespannen omdat verschillende volkeren zich wilden losmaken van het Osmaanse Rijk en streefden naar hun eigen natiestaat, wat hen in conflict bracht met Oostenrijk-Hongarije en Rusland.
Hoe droeg nationalisme bij aan de spanningen tussen Europese grootmachten aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw?
Nationalisme zorgde voor spanningen tussen Europese grootmachten omdat landen zoals Frankrijk, Duitsland, Rusland en Oostenrijk-Hongarije streefden naar meer macht en invloed. Op de Balkan wilden volkeren zich losmaken van het Osmaanse Rijk, wat leidde tot conflicten met Oostenrijk-Hongarije en Rusland.
Wat was het effect van imperialisme op de onderlinge relaties tussen Europese landen?
Imperialisme veroorzaakte spanningen tussen Europese landen omdat zij wedijverden om de beste kolonies en probeerden hun wereldrijk of imperium uit te breiden.
Waarom wilden Europese landen hun koloniale gebied uitbreiden?
Europese landen wilden hun koloniale gebied uitbreiden om kostbare grondstoffen te verkrijgen en nieuwe markten te vinden voor hun industriële producten.
Wat hield de bewapeningswedloop in en hoe droeg deze bij aan de spanningen tussen Europese grootmachten?
De bewapeningswedloop hield in dat Europese grootmachten grote hoeveelheden wapens produceerden en investeerden in hun leger en marine om de eigen veiligheid en koloniale rijken te beschermen, wat leidde tot verhoogde spanningen.
Wat was de rol van technologische vooruitgang door de industriële revolutie in de bewapeningswedloop?
De industriële revolutie leidde tot technologische vooruitgang die landen in staat stelde om geavanceerdere wapens te produceren, wat de bewapeningswedloop verder aanwakkerde.
Waarom gingen landen allianties of bondgenootschappen aan?
Landen gingen allianties of bondgenootschappen aan om hun veiligheid te versterken en zichzelf beter te beschermen in geval van conflict.
Wat waren de twee grote bondgenootschappen die ontstonden voor de Eerste Wereldoorlog?
De twee grote bondgenootschappen die ontstonden waren de Triple Alliantie (Driebond of Centralen) en de Triple Entente (Geallieerden).
Wat gebeurde er op 28 juni 1914 in Sarajevo en waarom was dit belangrijk?
Op 28 juni 1914 werden de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn echtgenote vermoord door een Bosnisch-Servische nationalist in Sarajevo, wat een directe aanleiding voor de oorlog was.
Hoe leidde de moord op Franz Ferdinand tot de Eerste Wereldoorlog?
De moord op Franz Ferdinand gaf Oostenrijk-Hongarije een reden om af te rekenen met Servië, wat leidde tot een oorlogsverklaring en het in werking zetten van bondgenootschappen.
Wat was de kettingreactie van bondgenootschappen die volgde na de oorlogsverklaring van Oostenrijk-Hongarije aan Servië?
3 De kettingreactie van bondgenootschappen volgde nadat Oostenrijk-Hongarije de oorlog verklaarde aan Servië, waarbij landen zoals Rusland, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk betrokken raakten, wat uiteindelijk leidde tot de Eerste Wereldoorlog.